T01946

Toezegging Scheiding advies en onderzoek binnen Huis voor klokkenluiders (33.258)



De initiatiefnemers zeggen de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Van Bijsterveld (CDA), Koole (PvdA), Schouwenaar (VVD), Vos (GroenLinks) en Thom de Graaf (D66), toe om te onderzoeken op welke wijze wettelijk kan worden vastgelegd dat binnen het Huis voor klokkenluiders advies en onderzoek voldoende gescheiden zijn, zowel naar taak als naar verantwoordelijkheden.


Kerngegevens


Uit de stukken

Handelingen I 2013-2014, nr. 30, item 3 - blz. 1

Mevrouw Van Bijsterveld (CDA): De vermenging in het voorstel van de onderzoeks- en adviestaken. In het Huis zijn zowel onderzoeks- als adviestaken verenigd. Volgens de indieners is die functionele scheiding van beide taken binnen het Huis voldoende. Die inschatting deelt mijn fractie met vele anderen niet. Voor het goed functioneren van het stelsel is het nodig dat een klokkenluider absoluut kan vertrouwen op een onafhankelijke adviseur die echt alleen zijn belangen dient. Dat is niet gewaarborgd bij een huisvesting in één gebouw en bij onderbrenging van die functies in één organisatie. Zoals het kabinet ook van oordeel is, is die adviesfunctie niet eenmalig. Een klokkenluider kan op elk moment van zo'n lopend traject — dus ook na de melding en hangende een onderzoek — behoefte hebben aan echt onafhankelijk advies. Daardoor is die scheiding zo belangrijk.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 30, item 3 - blz. 4

De heer Koole (PvdA): Het tweede onderwerp gaat over de advies- en onderzoeksfuncties. Het wetsvoorstel beoogt in het huis zowel een advies- als een onderzoeksfunctie onder te brengen. In de Tweede Kamer merkte de eerste indiener op dat er een "verband" moet zijn en "overleg" om problemen te voorkomen. Kunnen de indieners nog eens aangeven om welke problemen het hier dan zou gaan? Zijn die alleen op te lossen door advies en onderzoek in één Huis onder te brengen?

Zijn zij het eens met de redenering dat een klokkenluider ondersteuning en advies nodig heeft in alle fasen van het traject: van de eerste oriëntatie, via in veel gevallen een interne melding en soms daarna een externe melding, tot de fase van het onderzoek?

Zijn zij het bovendien eens met het idee dat de adviseur van de klokkenluider volledig diens belang moet dienen? Tegelijkertijd stellen de indieners dat het huis, met het oog op een onafhankelijk feitenonderzoek, niet optreedt als belangenbehartiger voor een klokkenluider. Is het dan niet verwarrend, zo vraag ik de indieners, dat dezelfde instantie — het huis — die geadviseerd heeft tijdens de adviesfase, tijdens de onderzoeksfase gaat oordelen of er daadwerkelijk sprake is van een misstand?

In de beantwoording van de schriftelijke vragen van deze Kamer stellen de indieners dat het naast elkaar bestaan van twee aparte instituten voor advies en onderzoek in de praktijk niet zal werken. Maar naast het huis zullen ook verschillende inspecties en toezichthoudende instanties blijven bestaan. Waarom, zo vraag ik de indieners, zal het naast elkaar bestaan van die inspecties en instanties enerzijds en van het huis anderzijds wel werken en het naast elkaar bestaan van een apart instituut voor advies en een voor onderzoek niet?

In de beantwoording van de schriftelijke vragen stellen de indieners bovendien dat de functies van advies en onderzoek binnen het huis voldoende zijn te scheiden in afzonderlijke afdelingen. Zien de indieners mogelijkheden om die afdelingen voor advies en onderzoek zodanig van elkaar te scheiden dat geen verwarring ontstaat bij de klokkenluiders? En is daarvoor niet een aparte wettelijke regeling nodig, met een onderscheiden omschrijving van taken en bevoegdheden voor elk van die afdelingen, ook al zouden die aparte wettelijke regelingen kunnen worden opgenomen in één wet? Deze laatste vraag stellen wij ook aan de regering.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 30, item 3 - blz. 5

De heer Schouwenaar (VVD): Een kleine twee jaar bestaat het Adviespunt Klokkenluiders. Wij hebben de indruk dat dit goed loopt. Het wetsvoorstel wil dit meldpunt onderbrengen bij de Nationale ombudsman, want tussen onderzoek en advisering moet samenwerking zijn en tegelijkertijd zullen advies en onderzoek binnen het instituut Nationale ombudsman gescheiden worden. In het wetsvoorstel is een dergelijke scheiding echter niet geregeld.

Mijn fractie meent dat een strikte scheiding nodig is. Een scheiding sluit niet uit dat er incidenteel samenwerking is, maar vooropstaat dat voor de klokkenluiders steeds duidelijk is waarmee zij te maken hebben, advies en melding of onderzoek.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 30, item 3 - blz. 11

Mevrouw Vos (GroenLinks): Ik hoor graag van de initiatiefnemers hoe voorkomen wordt dat ogenschijnlijke vermenging van de adviserende en onderzoekende rol van het Huis voor Klokkenluiders in concrete zaken de gewenste gezaghebbendheid ondergraaft. Ook hoor ik graag hoe voorkomen kan worden dat deze vermenging van advies en onderzoek de borging van het onafhankelijke advies aan de klokkenluider aantast. Op dit punt graag een reactie van de indieners.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 30, item 3 - blz. 13

De heer Thom de Graaf (D66): Ik noem allereerst de problematische samenkomst van zowel de advies- en ondersteuningsfunctie als de onderzoekstaak in één en hetzelfde publiekrechtelijk orgaan. De initiatiefnemers menen dat dit geen probleem hoeft op te leveren zolang er maar schotten worden geplaatst binnen het Huis voor klokkenluiders, zodat de adviseur en de onderzoeker niet dezelfde persoon kunnen zijn en de een de ander niet kan beïnvloeden. Mijn fractie is niet overtuigd. De adviesfunctie houdt niet op waar het onderzoek start. Advocaat en rechter, om deze vergelijking maar te maken, moeten niet onder één dak verblijven en deel uitmaken van één en dezelfde instantie. Dat ondermijnt een van beide functies van advies en onderzoek en vermoedelijk op den duur allebei. Met het kabinet en vele adviserende organisaties zijn wij van oordeel dat zowel een juridische als een functioneel-organisatorische scheiding wenselijk is. Die ontbreekt nu. Dat oordeel van ons, en ook van het kabinet, heeft natuurlijk ook betekenis voor het voortgaande debat over de toekomst van de rechtsprekende functie van de Raad van State. Mevrouw Vos wees er al op.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 30, item 10 - blz. 2

De heer Van Raak (SP): Dat brengt ons bij de andere zorgen die in uw Kamer leven, om te beginnen op het punt van de scheiding van advies en onderzoek. Daarbij is het van belang om goed te onderscheiden om wat voor soort advies het gaat. Een aantal leden maakte de vergelijking met een advocaat en zelfs met een rechter. Een advies aan klokkenluiders is echter geen advies in die zin. Ook het adviespunt zelf — het huidige Adviespunt Klokkenluiders — is geen belangenbehartiger van klokkenluiders. Deze Kamer moet volgens ons ook oog blijven houden voor de uitvoerbaarheid van deze wet. Voorkomen moet worden dat klokkenluiders tussen wal en schip vallen en van het kastje naar de muur worden gestuurd, zoals nu helaas te vaak het geval is. Een geheel apart instituut voor advies en een geheel apart instituut voor onderzoek lijken ons niet de juiste weg. Wel zijn wij het met de meerderheid van uw Kamer eens dat advies en onderzoek voldoende gescheiden moeten zijn. Dit vraagt om heel andere mensen, met een heel andere instelling. Wij zijn heel graag bereid om te onderzoeken op welke wijze wettelijk kan worden vastgelegd dat binnen het Huis voor klokkenluiders advies en onderzoek voldoende gescheiden zijn, zowel naar taak als naar verantwoordelijkheden. Dat zeg ik ook in de richting van de heer Koole.


Brondocumenten


Historie