Stemming Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19



Verslag van de vergadering van 19 februari 2021 (2020/2021 nr. 24)

Aanvang: 21.44 uur
Status: gecorrigeerd


  • Kijk de video van dit deel van de vergadering terug

Stemming Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met een tijdelijke bevoegdheid om het vertoeven in de openlucht te beperken teneinde de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus zoveel mogelijk te belemmeren (Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19) (35732).

(Zie vergadering van heden.)


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

We gaan thans stemmen over het wetsvoorstel 35732, Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met een tijdelijke bevoegdheid om het vertoeven in de openlucht te beperken teneinde de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus zo veel mogelijk te belemmeren, de Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19.

Er zijn 58 leden in de zaal aanwezig. Er is om hoofdelijke stemming gevraagd. Wenst een van de leden een stemverklaring over het wetsvoorstel af te leggen? Ik constateer dat dat het geval is.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

Ik begin met de heer Recourt.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Recourt (PvdA):

Dank, voorzitter. Ik heb namens mijn fractie in het debat de twijfel en de worsteling kenbaar gemaakt waar mijn fractie mee tobde. Direct bewijs is er immers niet. Dat komt er ook niet, want dat kan niet geleverd worden. Indirect bewijs is er wel, bijvoorbeeld de afname van verkeersbewegingen en de afname van het virus in het rioolwater. Daarmee is toch wel aannemelijk dat de avondklok een werking heeft. Daarom krijgt de wet het voordeel van de twijfel van mijn fractie, mede gezien de ernst van de pandemie. De Partij van de Arbeidfractie zal voor het wetsvoorstel stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Recourt. De heer Van Hattem namens de PVV.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem (PVV):

Voorzitter. Zoals eerder gesteld acht de PVV-fractie deze wet disproportioneel, in lijn met wat eerder door de rechtbank is aangegeven. Het biedt geen effectief middel in de strijd tegen de coronapandemie. De avondklok is derhalve onwenselijk. Daarom zal de PVV-fractie tegen dit wetsvoorstel stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Hattem. Zijn er aan deze zijde nog leden die een stemverklaring willen afleggen? Dat is niet het geval. Mevrouw De Boer namens GroenLinks.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Dank, voorzitter. De GroenLinksfractie is van oordeel dat de Twm een betere basis biedt voor een avondklok dan de Wbbbg en kan zonder enig voorbehoud dat onderdeel van het voorliggende wetsvoorstel steunen. De voortduring van de maatregel, op basis waarvan de avondklok is ingesteld, valt ons zwaarder. De onderbouwing van de proportionaliteit en dan met name de zeer beperkte weging van andere belangen en effecten dan de OMT-adviezen, blijft een punt van zorg. Het gegeven dat de maatregel in de wet in tijd beperkt is en een eventuele verlenging aan de Tweede Kamer moet worden voorgelegd, en de toezeggingen van de minister ten aanzien van het vormgeven van de bredere weging, doen uiteindelijk toch de balans doorslaan naar een voorstem. Wij zullen dus voor deze wet stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Boer. Dan de heer Janssen namens de SP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen (SP):

Voorzitter. Het wetsvoorstel kent twee kanten: aan de ene kant het proces en aan de andere kant de inhoud. Vanuit het proces pleit alles ervoor om tegen dit voorstel te stemmen: de opstelling en houding van de regering richting de Eerste Kamer, maar ook de gekozen grondslag en alles wat gespeeld heeft rond de uitspraak door de voorzieningenrechter. Maar we kijken ook naar de inhoud. Wij zien dat mensen in de zorg vragen om iedere maatregel te nemen die kan helpen om de zorg te ontlasten. Wij willen hun die maatregel nu niet ontnemen, in de verwachting dat op korte termijn daadwerkelijk het effect van de avondklok wordt aangetoond. Alles afwegende zullen wij voor deze mensen stemmen en dus ook voor deze wet, om hun die maatregel niet te onthouden.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Janssen. De heer Otten namens de Fractie-Otten.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Otten (Fractie-Otten):

Voorzitter. Onze fractie staat niet bepaald te springen om een avondklok in te voeren. Ook van de kwaliteit van het wetgevingsproces tot nu toe en de rechtszaken worden we niet enthousiast. We denken echter dat een avondklok die niet al te lang duurt — het gaat in eerste instantie om tien dagen — een zinvol instrument kan zijn in een totaalaanpak van het terugdringen van het aantal coronabesmettingen en dat het de effectiviteit van die aanpak kan vergroten. We denken ook dat het heel belangrijk is dat er nu snel duidelijkheid komt voor de Nederlandse bevolking over de status van de avondklok en er een einde komt aan het juridische gejojo. In dat kader en met deze afwegingen zullen wij voor deze wet stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Otten. Wenst een van de overige leden een stemverklaring af te leggen? Dat is niet het geval.

Ik verzoek de leden zo dadelijk duidelijk hun stem met het woord "voor" dan wel "tegen" uit te brengen, zonder enige bijvoeging.

In stemming komt het wetsvoorstel.

Vóór stemmen de leden: Sent, Veldhoen, Vendrik, Van der Voort, Vos, De Vries, Adriaansens, Arbouw, Atsma, Baay-Timmerman, Backer, Van Ballekom, Bikker, De Blécourt-Wouterse, De Boer, Bruijn, De Bruijn-Wezeman, Van der Burg, Crone, Dittrich, Doornhof, Ganzevoort, Geerdink, Gerkens, Van Gurp, Janssen, Jorritsma-Lebbink, Karimi, Niek Jan van Kesteren, Keunen, Klip-Martin, Kluit, Knapen, Koole, Kox, Meijer, Moonen, Nooren, Otten, Prins-Modderaar, Recourt, Rietkerk, Rombouts, Van Rooijen en Rosenmöller.

Tegen stemmen de leden: Van Strien, Van Wely, Berkhout, Beukering, Bezaan, Van Dijk, Faber-van de Klashorst, Van Hattem, Ton van Kesteren, Van der Linden, Nicolaï, Van Pareren en Pouw-Verweij.

De voorzitter:

Ik constateer dat dit wetsvoorstel met 45 stemmen voor en 13 stemmen tegen is aangenomen.