25.311

Zelfstandige projectprocedure ruimtelijke ordening



Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het voorstel biedt gemeenten onder meer de mogelijkheid buiten het bestemmingsplan en de daarvoor geldende procedures om de zogenaamde zelfstandige project-procedure op lokaal niveau uit te voeren.

De gemeenteraad kan voor de verwezenlijking van zo'n project vrijstelling van de bepalingen in het bestemmingsplan geven indien het project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 2 maart 1999 door de Tweede Kamer aangenomen. De fractie GroenLinks stemde tegen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 29 juni 1999 zonder stemming aangenomen.

De wet is opgenomen in Staatsblad 302 van 20 juli 1999.


Kerngegevens

ingediend

17 april 1997

titel

Wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende onderdelen of artikelen verschillend kan worden bepaald


Hoofdlijnen

Gedeputeerde staten dienen een verklaring van geen bezwaar te geven aan het besluit van de gemeenteraad inzake de toepassing van de zelfstandige projectprocedure.

De burger krijgt inzake de zelfstandige projectbeslissing volledige rechtsbescherming: beroep tegen het besluit kan worden ingesteld bij de rechtbank, hoger beroep is mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Documenten

4
  • 29 juni 1999
    behandeling en stemming (zonder stemming aangenomen)PDF-document Handelingen EK 1998/1999, nr. 36: blz. 1563-1583
  • 2 maart 1999
    stemming (aangenomen, tegen: GroenLinks) Handelingen TK 1998/1999, nr. 52: blz. 3390
  • 9 februari 1999
    stemming mendementen Handelingen TK 1998/1999, nr. 49: blz. 3298-3300
  • 26 januari 1999
    behandeling Handelingen TK 1998/1999, nr. 43: blz. 2997-3034