29.823

Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs om meer maatwerk mogelijk te maken bij de toelating tot het praktijk-onderwijs onder vervallenverklaring van de grondslag voor de tijdelijke regeling van die toelating



Dit wetsvoorstel maakt meer maatwerk mogelijk bij de toelating van leerlingen tot het praktijkonderwijs (PRO) door de Wet op het voortgezet onderwijs te wijzigen.

Het PRO is alleen bedoeld voor leerlingen van wie wordt verwacht dat zij niet in staat zullen zijn om één van de leerwegen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) met succes af te sluiten. Deze leerlingen komen op basis van criteria met betrekking tot de leerachterstand en het IQ in aanmerking voor een indicatie PRO. Dit wetsvoorstel beoogt verdere harmonisering van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs, leerlinggebonden financiering en praktijkonderwijs door verruiming van de doelgroep voor wie een aanvraag tot indicatiestelling voor PRO mag worden ingediend.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 29 maart 2005 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 10 mei 2005 als hamerstuk afgedaan.

De wet is opgenomen in Staatsblad 301 van 21 juni.2005.

De inwerkingtreding is opgenomen in Staatsblad 362 van 21 juli 2005.

De inwerkingtreding van een aantal artikelen is opgenomen in Staatsblad 476 van 11 oktober 2005.


Kerngegevens

ingediend

6 oktober 2004

titel

Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs om meer maatwerk mogelijk te maken bij de toelating tot het praktijk-onderwijs onder vervallenverklaring van de grondslag voor de tijdelijke regeling van die toelating

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

  • minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld


Hoofdlijnen

  • het gaat om leerlingen die zich wat betreft hun zorgbehoefte en capaciteiten op het grensvlak tussen de verschillende onderwijssoorten en systemen voor indicatiestelling bevinden;
  • het gaat om leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) of voor (voortgezet) speciaal onderwijs dan wel leerlinggebonden financiering (LGF);
  • de regeling voorkomt 'stapeling' van indicatiestellingen en middelen;
  • de procedure die scholen voor VMBO en PRO moeten volgen, zal worden vastgelegd in een al bestaande algemene maatregel van bestuur, het zogenaamde RVC-besluit.


Documenten

4