31.821

Versterking besturing bij instellingen voor hoger onderwijs, de collegegeldsystematiek en de rechtspositie van studenten



Met dit wetsvoorstel wordt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ingrijpend gewijzigd.

Doel is voorwaarden te scheppen om de instellingen voor hoger onderwijs in staat te stellen tot een goed bestuur en een goede positie van studenten te komen. Ook dienen de onderwijskwaliteit en de internationale positie van het hoger onderwijs bevorderd te worden. 

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (EK 31.821, A) is op 2 juli 2009 aangenomen door de Tweede Kamer. PvdA, GroenLinks, VVD, ChristenUnie,  SGP, CDA, PVV en het lid Verdonk stemden voor.

De Eerste Kamer heeft op 2 februari 2010 het wetsvoorstel na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. VVD, PvdA en CDA stemden voor. 


Kerngegevens

ingediend

18 december 2008

titel

Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en enige andere wetten onder meer in verband met de verbetering van het bestuur bij de instellingen voor hoger onderwijs, de collegegeldsystematiek en de rechtspositie van studenten (versterking besturing)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld


Hoofdlijnen

  • In het wetsvoorstel worden de volgende onderwerpen geregeld of gewijzigd:
    • goed bestuur en medezeggenschap;
    • rechten en plichten van studenten;
    • collegegeldsystematiek;
    • kwaliteit (examens en accreditatie);
    • internationalisering (joint degrees, onderwijs in het buitenland);
    • erkenning van verworven competenties;
    • onderzoekstaak hogescholen;
    • rechtspersonen voor hoger onderwijs;
    • vereenvoudiging van regelgeving. In de memorie van toelichting gaat minister Plasterk (OCW) op al deze aspecten afzonderlijk in.

Documenten

3