33.107

Wijziging van de Wet arbeid en zorg en de Arbeidstijdenwet



Dit voorstel van wet strekt tot implementatie van de op 8 maart 2010 vastgestelde Richtlijn 2010/18/EUPDF-document van de Raad van de Europese Unie tot uitvoering van een raamovereenkomst die de Europese sociale partners (BUSINESSEUROPE, UEAPME, CEEP en EVV) op 18 juni 2009 hebben gesloten inzake het ouderschapsverlof. Deze raamovereenkomst herziet de eerdere raamovereenkomst op dit onderwerp die dateert van 14 december 1995 en die met de Richtlijn 96/34/EG tot uitvoering is gebracht.

De richtlijn leidt ertoe dat het in het Burgerlijk Wetboek opgenomen opzegverbod in verband met ouderschapsverlof (artikel 7:670, lid 7) moet worden aangevuld met een wettelijke regeling om de werknemer te beschermen tegen benadeling wegens het geldend maken van het verlofrecht. Gegeven het feit dat een volledige implementatie bij collectieve arbeidsovereenkomsten niet mogelijk is, vergt het recht van de werknemer om na het ouderschapsverlof te verzoeken om aangepaste arbeidstijden en/of -patronen een wettelijke regeling.

Dit voorstel maakt deel uit van een pakket aan maatregelen voortvloeiend uit de Routekaart van de Commissie betreffende de gelijkheid van mannen en vrouwen, uiteengezet in de mededeling "Een beter evenwicht tussen werk en privéleven: meer steun voor het combineren van beroep, privéleven en gezinsleven.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (TK 33.107, nr.2) is op 1 maart 2012 zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 20 maart 2012 als hamerstuk afgedaan.


Kerngegevens

ingediend

30 november 2011

titel

Wijziging van de Wet arbeid en zorg en de Arbeidstijdenwet ter implementatie van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010 (PbEU 2010, L 68) tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPA, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip


Hoofdlijnen

De nieuwe richtlijn bevat op hoofdlijnen de volgende nieuwe elementen ten opzichte van de huidige richtlijn:

  • uitbreiding van de werkingssfeer tot werknemers die op basis van deeltijd, een tijdelijk contract of een uitzendovereenkomst werkzaam zijn;
  • verlenging van de minimale periode van ouderschapsverlof van drie tot vier maanden, waarvan ten minste een maand niet tussen de partners overdraagbaar is;
  • beoordeling of de voorwaarden voor het opnemen van ouderschapsverlof voor ouders van kinderen met een handicap of chronische ziekte aanpassing behoeven, alsmede of voor adoptiefouders aanvullende maatregelen nodig zijn;
  • een verbod op alle vormen van minder gunstige behandeling of ontslag vanwege de aanvraag of opname van ouderschapsverlof;
  • een expliciete bepaling dat de inkomensaspecten van (het gebruik van) ouderschapsverlof ter beoordeling zijn van de nationale overheden of sociale partners;
  • een recht van de werknemer om na terugkomst van het ouderschapsverlof voor een bepaalde periode te verzoeken om aangepaste arbeidstijden of -patronen.

Documenten

2