33.161

Invoeringswet Participatiewet

Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) met als doel te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Gemeenten gaan de wet, die onderdeel is van de grote decentralisatieoperatie die het Kabinet Rutte II heeft ingezet, uitvoeren. Het wetsvoorstel geeft vorm aan afspraken in het Regeerakkoord van PvdA en VVD, in het Sociaal Akkoord 2013 en in de Begrotingsafspraken 2014. De maatregelen zijn op 3 februari 2014 aangepast nadat daarover afspraken waren gemaakt met de fracties van D66, ChristenUnie en SGP.

De bedoeling van het voorstel is dat meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een baan vinden. Het kabinet wil daarmee onder andere de schotten tussen Wwb, Wsw en Wajong weghalen. Dat moet leiden tot minder bureaucratie en regeldruk. 

Het kabinet en de sociale partners hebben in het sociaal akkoord afgesproken om extra banen te creëren voor deze groep. Om werkgevers hierbij financieel te ondersteunen, kunnen zij straks loonkostensubsidie ontvangen. De loonkostensubsidie komt in de plaats van de loondispensatie. Door loondispensatie zouden arbeidsgehandicapte werknemers eerst een aantal jaren minder dan het minimumloon verdienen. Door de loonkostensubsidie verdienen zij minstens het minimumloon, waardoor ze ook een volwaardig pensioen kunnen opbouwen.

Het voorstel voorziet in de 35 arbeidsmarktregio's in werkbedrijven waarin de betrokken partijen moeten samenwerken.

Tot 6 december 2013 was de citeertitel 'Invoeringswet Wet werken naar vermogen'. Vanaf de vierde nota van wijziging van 6 december 2013 is de citeertitel 'Invoeringswet Participatiewet'. De Wet werk en bijstand krijgt met dit wetsvoorstel 'Participatiewet' als nieuwe citeertitel. De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten krijgt de nieuwe citeertitel 'Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten'.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Meer info

Tweede Kamer
Meer info
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Meer info
Plenair
 
Meer info
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel (EK, A) is op 20 februari 2014 aangenomen door de Tweede Kamer. Bontes, SGP, CDA, ChristenUnie, VVD, D66 en PvdA stemden voor.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 1 juli 2014 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. PvdA, D66, VVD, SGP, ChristenUnie en CDA stemden voor. De vier tijdens de plenaire behandeling op 24 juni 2014 ingediende moties werden op 1 juli 2014 na stemming bij zitten en opstaan verworpen.

Het voorstel werd in de Eerste Kamer gezamenlijk met het voorstel Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten (33.801) behandeld. 

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft bij brief van 7 november 2016 gereageerd op het verslag van het schriftelijk overleg met de staatssecretaris van SZW van 13 oktober 2016 (EK, G) over het (opnieuw) uitstellen van de invoering van de kostendelersnorm in de Algemene Ouderdomswet (naar aanleiding van de toezeggingen 'Debat kostendelersnorm AOW' (T01986) en 'Mantelzorgonderzoek' (T01987)).

De commissie heeft bij brief van 9 maart 2016 gereageerd op de brief van de staatssecretaris van SZW van 23 februari 2016 (EK, H) over de voortgang inzake maatregelen vereenvoudiging Participatiewet en Wet banenafspraak.

Ter voorbereiding op het voorbereidend onderzoek werd voor de commissie op 18 maart 2014 door medewerkers van het ministerie van SZW een technische briefing over het wetsvoorstel gehouden. Ook vond op 15 april 2014 een deskundigenbijeenkomst plaats. Van deze bijeenkomst is een woordelijk verslag en een beeld- en geluidverslag beschikbaar.


Kerngegevens

ingediend

1 februari 2012

titel

Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet)

schriftelijke voorbereiding


inbreng geleverd door


ondertekening


inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en artikelen of onderdelen daarvan kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid, treedt artikel I, onderdeel Cc, drie jaar na het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Cb, in werking.
  • 3. 
    In afwijking van het eerste lid, treedt artikel LIIBa, onderdeel B, drie jaar na het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 2.8 van de Jeugdwet in werking.

Documenten

Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-200] [201-250] [251-271] documenten

Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-200] [201-250] [251-271] documenten