Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
35.010

Verhoging van de inkomensgrens van het kindgebonden budget voor paren



Dit voorstel wijzigt de Wet op het kindgebonden budget en is een uitvloeisel van het regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst'PDF-document van het kabinet-Rutte III waarin is vastgelegd dat paren met kinderen extra ondersteund zullen worden. Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming voor de kosten van kinderen, bedoeld om gezinnen met lage- en middeninkomens te ondersteunen. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt naar huishoudtype. Alleenstaande ouders krijgen een hoger kindgebonden budget dan paren, omdat zij aanspraak kunnen maken op een verhoging van het budget, de alleenstaande-ouderkop.

Om werkende ouders met middeninkomens verder te ondersteunen, stelt de regering voor om het punt waarop de inkomensafhankelijke afbouw van het kindgebonden budget begint voor paren te verhogen met € 16.500,–. Deze verhoging geldt alleen voor paren omdat alleenstaanden, ook die met middeninkomens, al een hoger kindgebonden budget ontvangen. Voor alleenstaanden blijft het punt waarop de inkomensafhankelijke afbouw van het kindgebonden budget begint rond het wettelijk minimumloon liggen. Paren met een gezamenlijk toetsingsinkomen tussen de huidige afbouwgrens en circa € 75.000,– krijgen door de verhoging een hoger kindgebonden budget of komen voor het eerst in aanmerking voor een kindgebonden budget. Dit betekent dat er in totaal bijna 500 miljoen euro extra aan kindgebonden budget bijkomt.

De staatssecretarissen van SZW en van Financiën hebben bij brief van 9 juli 2019 (EK, J) een wetsvoorstel waarmee de niet-indexering wordt hersteld aangekondigd. Dat wetsvoorstel (35.269) is op 30 augustus 2019 ingediend en op 19 september 2019 aangenomen door de Tweede Kamer.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Tweede Kamer
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel (EK, A) is op 5 maart 2019 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: DENK, 50PLUS, D66, VVD, SGP, CDA, ChristenUnie, PVV en FvD.

Tegen: PvdA, SP, GroenLinks en PvdD.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 9 juli 2019 na stemming bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen.

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer op 9 juli 2019 is de motie-Van Gurp (GroenLinks) c.s. over het voorkomen van een negatief effect op andere uitkeringen na nabetaling van het kindgebonden budget (EK, I) ingediend. Na een toezegging (T02777) van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de motie op 9 juli 2019 aangehouden.

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft op 17 december 2019 besloten de brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 december 2019 (EK, M) (naar aanleiding van de toezeggingen 'Kijken naar het verschil in kosten voor kinderopvang tussen eenoudergezinnen en gezinnen met paren' (T02778) en 'De Kamer informeren over vervolgacties naar aanleiding van het onderzoek naar de kindregelingen' (T02779)) te betrekken bij het mondeling overleg over de uitvoering van de motie-Kox (SP) c.s. over het komen tot een reductiedoelstelling ten einde de armoede onder kinderen structureel te verlagen (EK 34.775, D) van de commissies SZW en Koninkrijksrelaties (KOREL) met de staatssecretaris SZW, dat is voorzien op 21 januari 2020.

De commissie heeft bij brief van 23 oktober 2019 nadere vragen en opmerkingen voorgelegd aan de staatssecretaris van SZW naar aanleiding van haar brief van 1 oktober 2019 (EK, L) over de gevolgen van de nabetaling van het kindgebonden budget voor de vermogensgrens van andere toeslagen en/of uitkeringen en de mogelijkheden om die gevolgen te beperken.

De staatssecretaris heeft bij brief van 29 november 2019 laten weten de vragen niet niet binnen de gestelde termijn van vier weken te kunnen beantwoorden.

De commissie heeft bij brief van 5 december 2019 aan de staatssecretaris verzocht aan te geven op welke datum deze beantwoording kan worden verwacht.

De staatssecretaris heeft bij brief van 11 december 2019 (EK, M) gemeld zo snel mogelijk, uiterlijk in januari 2020, in te gaan op de nadere vragen van 23 oktober 2019.

De Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) bespreekt op 28 januari 2020 de brief van de staatssecretaris van Financiën van 21 november 2019 (EK 31.066 / 35.010, K met bijlagen) over deelrapport 1 van het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Toeslagen en de toezegging 'Toezenden integrale kabinetsappreciatie interdepartementaal beleidsonderzoek Toeslagen' (T02776). De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) had op 26 november 2019 besloten de brief en de toezegging in handen te stellen van de commissie Financiën (FIN).


Kerngegevens

ingediend

5 september 2018

titel

Wijziging van de Wet op het kindgebonden budget in verband met het verhogen van de inkomensgrens van het kindgebonden budget voor paren

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip


Documenten

Filter op:
       
Filter op:
     

Bladeren:
[1-50] [51-66] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-66] documenten

Sociale media menu


Volg via