35.517

Wijziging van de Woningwet naar aanleiding van de evaluatie van de wet en aanpassing van enkele andere wetten



Dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Woningwet ter verbetering van de werking, uitvoerbaarheid en toekomstbestendigheid van de Woningwet door meer mogelijkheden te geven voor lokaal maatwerk, ruimte te geven voor meer risicogericht toezicht en de administratieve lasten te beperken. Om dit te bereiken worden onnodige detailregels geschrapt, wordt de stapeling van waarborgen weggenomen, en worden regels vereenvoudigd en verduidelijkt.

De voorgestelde wijzigingen komen voort uit de evaluatie van de in 2015 herziene Woningwet (TK 32.847, 470), het rapport van de commissie Van Bochove in opdracht van Aedes en de aanbevelingen van de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW).

Daarnaast bevat dit voorstel na de aanvaarding van amendementen door de Tweede Kamer onder andere wijzigingen van:

  • de Huisvestingswet 2014 waardoor gemeenteraden een opkoopbescherming voor (een) nader te bepalen gebied(en) kunnen invoeren, in de vorm van een verbod om woningen zonder vergunning te verhuren;
  • Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek om de mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten te verruimen.

Met dit wetvoorstel worden 8 wetten ingetrokken.


Stand van zaken

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) op 10 maart 2021 met algemene stemmen aangenomen.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 6 juli 2021 zonder stemming aangenomen.


Kerngegevens

ingediend

3 juli 2020

titel

Wijziging van de Huisvestingswet 2014, de Woningwet, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van de evaluatie van de herziene Woningwet en om de mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten te verruimen

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
  • 2. 
    Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen I, onderdeel Va, en IIa, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en terugwerken tot en met 1 januari 2021.
  • 3. 
    Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen IIb en IIc die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Documenten

Bladeren:
[1-50] [51-92] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-92] documenten