Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E110032
  ruit icoon
Laatste revisie: 23-07-2015

E110032 - Voorstel voor een richtlijn inzake energie-efficiëntie en de herziening van richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG



Dit initiatief is een vervolg op het Europees energie-efficiëntieplan (zie dossier E110011). Volgens de Europese Commissie voorziet het in een uitgebreid kader voor het beleid inzake energie-efficiëntie en energiebesparing van de lidstaten, met doelstellingen, de rol van nationale actieplannen voor energie-efficiëntie, een voorbeeldfunctie voor de overheid, financiering en consumenteninformatie. Voorts worden instrumenten ontwikkeld om de markt voor energiediensten te ontwikkelen en moeten energiebedrijven bijdragen tot het bevorderen van energiebesparingen in het kader van de energievoorzieningsketen, waaronder de distributie aan eindgebruikers. Er wordt een kader gecreëerd voor een grotere efficiëntere opwekking, transmissie en distributie, met inbegrip van een sterkere maatregelen om warmtekrachtkoppeling en collectieve verwarmings- en koelingsinstallaties te promoten.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

nationaal

Op 14 september 2011 is een brief verstuurd aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie met vragen van de PVV-fractie over het richtlijnvoorstel. De PvdA-fractie heeft zich bij één vraag aangesloten. De reactie van de minister van 11 oktober 2011 is op 25 oktober 2011 voor kennisgeving aangenomen.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een richtlijn betreffende energie-efficiëntie en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG

document Europese Commissie

COM(2011)370PDF-document, d.d. 22 juni 2011

rechtsgrondslag

Artikel 194(2) van het Verdrag betreffende de werking van de EU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein

verwante dossiers


Implementatie

Richtlijn 2012/27/EUPDF-document werd op 25 oktober 2012 aangenomen en gepubliceerd in Pb EU L315 op 14 november 2012. Deze diende voor 5 juni 2014 geïmplementeerd te zijn. 

Implementatie zal geschieden via een Wet tot wijziging wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie, Besluit kostenoverzicht energie, wijziging van het activiteitenbesluit milieubeheer en twee regelingen. 

De implementatie in de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet in verband met de implementatie van richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (zie wetsvoorstel 33.913), in het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie en in de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektricteit is afgerond.

De ontwerpregeling van de resterende implementatie, betreffende de verplichtingen met betrekking tot de energie-audit en de kosten-baten analyse, is 9 juni 2015 aan de Eerste en Tweede Kamer gezonden. Vragen van enkele leden van de Tweede Kamer over de ontwerpregeling zijn op 1 juli 2015 beantwoord. De verwachting is dat de regeling halverwege juli 2015 in werking zal treden.

Bron: Kwartaaloverzicht omzetting EG-Richtlijnen, stand per 1 juli 2015.


Behandeling Eerste Kamer

Op 25 oktober 2011 heeft de commissie de brief van de minister EL&I van 11 oktober 2011 voor kennisgeving aangenomen.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft op 11 oktober 2011 de vragen beantwoord. Hij stelt onder meer dat de aanbestedingsregelgeving expliciet toestaat dat publieke instellingen proportionele duurzaamheideisen stellen bij het verstrekken van opdrachten. Het kabinet juicht het gebruik van proportionele duurzaamheideisen toe, omdat dit de markt ertoe beweegt duurzamer te worden. Mits de gestelde eisen proportioneel zijn, is er op dat punt geen sprake van ongelijke behandeling van bedrijven.

Op 14 september 2011 is een brief verstuurd aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie met vragen van de PVV-fractie over het richtlijnvoorstel. De PvdA-fractie heeft zich bij aangesloten bij de vraag over het juridisch verplichten van publieke instellingen om uitsluitend energie-efficiënte gebouwen, producten en diensten aan te kopen.

Tijdens de vergadering van de commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) van 13 september 2011 is besloten dat de PVV inbreng levert voor een brief aan de regering. De commissie zal kennis blijven nemen van de behandeling in de Tweede Kamer van het richtlijnvoorstel.

De commissie voor EL&I heeft op 5 juli 2011 geconstateerd dat de Tweede Kamer op 30 juni 2011 plenair heeft besloten om een behandelvoorbehoud te plaatsen bij onderhavig voorstel. In september 2011 zal er een algemeen overleg plaatsvinden over het voorstel. De commissie heeft vervolgens besloten om het leveren van inbreng voor een brief aan de regering opnieuw te agenderen, nadat behandeling in de Tweede Kamer heeft plaatsgevonden.

De commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft op 28 juni 2011 besloten om op 5 juli 2011 inbreng te leveren voor een brief aan de regering.

De commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie bespreekt op 28 juni 2011 de procedure.


Behandeling Tweede Kamer

Tijdens het VAO op 15 september 2011 zijn er vijf moties ingediend. Drie moties zijn aangenomen, waaronder de motie Leegte c.s. over "het van tafel krijgen van de richtlijn". De andere twee moties zijn aangehouden.

Diezelfde dag heeft de commissie EL&I een brief gestuurd aan de minister van EL&I waarin de afspraken zijn opgenomen die zijn gemaakt tijdens het algemeen overleg (AO). De minister zal onder meer het concept gemeenschappelijk standpunt ten minste twee weken voor de stemming in de Raad aan de TK sturen en de minister zal in de geannoteerde agenda voor het AO Energieraad van 22 november 2011 de Kamer informeren of het mogelijk is besluitvormende conceptstukken voorafgaand aan het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (COREPER) aan de Kamer te sturen. De procedure van het parlementair behandelvoorbehoud is hierbij formeel beëindigd.

Op 6 september 2011 heeft er in de Tweede Kamer eerst een besloten technische briefing plaatsgevonden over de richtlijn energie-efficiëntie en het behandelvoorbehoud, vervolgens heeft er diezelfde dag een openbaar AO plaatsgevonden over deze onderwerpen. Een aantal Tweede Kamerleden wenst een motie in te dienen over de behandeling van de richtlijn energie-efficiëntie. Hiertoe vond er op 15 september 2011 een Verslag Algemeen Overleg (VAO) plaats in de Tweede Kamer. Dit is een kort plenair debat ter afronding van een algemeen overleg van een Kamercommissie.

De commissie EL&I heeft tijdens de procedurevergadering van 28 juni 2011 besloten om een behandelvoorbehoud te plaatsen bij dit voorstel. De Tweede Kamer heeft hier op  30 juni 2011 plenair mee ingestemd. Er zal een algemeen overleg over het behandelvoorbehoud inzake het richtlijnvoorstel energie-efficiëntie gepland worden in de tweede week van september 2011.


Standpunt Nederlandse regering

Nederland stelt in het BNC-fiche voorstander te zijn van rendabele investeringen in energie-efficiëntie als middel om de CO²-uitstoot te reduceren, de energieafhankelijkheid te verklei-nen en concurrentiekracht te bevorderen, hetgeen is terug te zien in de ambities van dit kabinet om de nationale aanpak voor energiebesparing voort te zetten en te versterken. De juridisch bindende Europese doelen voor CO²-reductie en hernieuwbare energie zijn voor Nederland leidend. Dat betekent voor Nederland 20% CO²-reductie in EU-context en 14% hernieuwbare energie in 2020. Een aparte bindende nationale doelstelling -of verplichting tot het nemen van onrendabele maatregelen- voor energiebesparing bovenop de genoemde doelen zou ertoe kunnen leiden dat ook niet-kosteneffectieve maatregelen genomen moeten worden, die het beleid rond CO²-reductie onnodig kostbaar maken. Nederland is om die re-den geen voorstander van nationale doelstellingen voor energie-efficiëntie.

Het emissiehandelssysteem is voor Nederland de hoeksteen van het klimaatbeleid en derhal-ve het belangrijkste instrument om uitstoot te reduceren. Nederland is daarom van mening dat verplichte energie-efficiëntie maatregelen geen negatieve uitwerking mogen hebben op het emissiehandelssysteem. Het verplichten van onrendabele maatregelen in de ETS secto-ren kan leiden tot, dan wel bijdragen aan, een daling van de koolstofprijs. Nederland ver-zoekt de Commissie op korte termijn meer duidelijkheid te verschaffen over de impact van de energie-efficiëntie voorstellen in deze richtlijn op het ETS, zodat dit meegenomen kan worden in de besluitvorming. En zal dit zelf ook nader onderzoeken als aanvulling op het monitoren van de effecten na de implementatie van de richtlijn.

Meer in het algemeen ziet Nederland graag een concrete analyse van de samenhang tussen de doelstellingen voor reductie van broeikasgasemissies en hernieuwbare energie met de energie efficiëntie voorstellen, waarbij naast de gevolgen voor het emissiehandelssysteem en de CO2-prijs ook gekeken moet worden naar voorzieningszekerheid, administratieve lasten, kosteneffectiviteit en betaalbaarheid voor burgers en bedrijven.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

De Commissie stelt onder meer het volgende voor:

  • Een wettelijke verplichting om energiebesparingsprogramma's in alle lidstaten uit te werken;
  • De Commissie wenst dat de publieke sector een voorbeeldrol vervult. Maatregelen van overheidsinstanties moeten er naar het oordeel van de Commissie toe bijdragen de marktpenetratie van energie-efficiënte producten en diensten te vergroten, meer bepaald via een juridische verplichting om energie-efficiënte gebouwen, producten en diensten aan te kopen. Bovendien moeten overheidsinstanties naar het oordeel van de Commissie geleidelijk het energieverbruik in hun eigen gebouwen terugdringen door jaarlijks de vereiste renovatiewerken uit te voeren met betrekking tot minimaal 3% van de totale bruikbare oppervlakte;
  • Naar het oordeel van de Commissie kunnen er grote energiebesparingen voor de consument bereikt worden, door een gemakkelijke en kosteloze toegang tot gegevens betreffende het actuele energieverbruik en het verbruik in het verleden; en door een meer nauwkeurige individuele bemetering, wat het voor consumenten mogelijk maakt hun energieverbruik beter te beheren. De facturering moet gebaseerd zijn op het feitelijke energieverbruik en moet de correcte weerslag zijn van de gegevens op de meter;
  • De Commissie wenst energiebesparing te realiseren bij de industrie door onder meer stimulansen voor kleine en middelgrote ondernemingen om energieaudits te laten uitvoeren en hun beste praktijken uit te wisselen, terwijl grote ondernemingen zelf een audit moeten uitvoeren van hun energieverbruik teneinde potentiële energiebesparingen op te sporen;
  • De Commissie richt zich daarnaast op efficiëntie bij de energieproductie middels monitoring van de efficiëntieniveaus van nieuwe faciliteiten voor de productie van energie, vaststelling van nationale verwarmings‑ en koelingsprogramma's als basis voor een solide planning voor de infrastructuur voor verwarming en koeling, inclusief de terugwinning van afvalwarmte;
  • Naar het oordeel van de Commissie kunnen er efficiëntiewinsten worden bereikt door ervoor te zorgen dat de nationale energieregulatoren bij hun besluitvorming rekening houden met energie-efficiëntiecriteria, met name wanneer zij hun goedkeuring geven aan netwerktarieven.

Behandeling Raad

Tijdens de Raad van 24 november 2011 heeft de Raad nota genomen van het voortgangsrapport over het richtlijnvoorstel energie-efficiëntie.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 4 oktober 2011 is het ontwerp-rapport gepubliceerd over het richtlijnvoorstel energie-efficiëntie. Op 6 oktober 2011 heeft er in de commissie Industrie, onderzoek en energie (ITRE) een gedachtewisseling plaatsgevonden over het ontwerp-rapport.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Zweedse Rijkdag heeft op 28 september 2011 een met redenen omkleed advies aangenomen waarin het stelt dat het voorstel niet voldoet aan het principe van subsidiariteit. Het advies is diezelfde dag naar de Europese instellingen gestuurd.  

Het parlement van Finland heeft op 22 september 2011 plenair een met redenen omkleed advies aangenomen waarin staat dat artikel 10 van de energie-efficëntierichtlijn zoals voorgesteld door de Europese Commissie in strijd is met het subsidiariteitsprincipe.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via