Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
34.117 / 34.320, H

Motie-Oomen-Ruijten (CDA) c.s. over een gelijke BTW-behandeling



In deze motie wordt de regering verzocht:

  • opdracht te geven tot een onafhankelijk extern onderzoek naar de mogelijkheden om binnen de ruimte die de BTW-richtlijn biedt ook in Nederland een gelijke BTW-behandeling toe te passen wat betreft de beheerkosten voor DC- en DB-regelingen, rekening houdend met ontwikkelingen in de jurisprudentie;
  • bij voorkeur bij de Voorjaarsnota te komen met een voorstel tot reparatie van deze problematiek die zijn neerslag kan krijgen in de Fiscale Verzamelwet 2016.


Kerngegevens

nummer 34.117 / 34.320, H
ingediend 22 december 2015
behandelstatus aangenomen
toelichting behandelstatus Op 22 december 2015 na stemming bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen.
indiener(s) M.G.H.C. Oomen-Ruijten (CDA)
mede ondertekend door A. Elzinga (SP)
Mr. C.J. Kok (PVV)
Drs. F.C.W.C. Lintmeijer (GroenLinks)
J.G. Nagel (50PLUS)
Mr. M.L.A. van Rij (CDA)
Prof.dr. A.H.G. Rinnooy Kan (D66)
dossier(s) Novelle Wet algemeen pensioenfonds (34.320)
Wet algemeen pensioenfonds (34.117)
behandelende commissie(s) commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Bijzonderheden

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft bij brief van 6 juli 2017 (EK 32.043 / 33.972, M) de staatssecretarissen van Financiën en van SZW een aantal aandachtspunten over de problematiek van BTW met betrekking tot pensioenen en pensioenfondsen voorgelegd. Met deze brief treedt de commissie in nader schriftelijk overleg naar aanleiding van deze motie, de toezegging 'Btw-behandeling vermogensbeheersdiensten voor pensioenfondsen' (T02400), de brief van de staatssecretaris van Financiën van 19 december 2016 (EK 34.552 c.a., L) over het arrest van de Hoge Raad over de btw-behandeling van vermogensbeheersdiensten voor pensioenfondsen en het verslag van een eerder schriftelijk overleg van 2 maart 2017 (EK 34.552, M) over de BTW-problematiek. Dit onderwerp is ook aan de orde geweest tijdens een mondeling overleg over de gehanteerde Ultimate Forward Rate (UFR) voor verzekeraars en pensioenfondsen en over de toekomst van het pensioenstelsel op 7 maart 2017 (zie voor het verslag van dat mondeling overleg EK 32.043 / 33.972, L).