Reparatiewet Nationale Politie aanvaard



De Eerste Kamer heeft op 18 december 2012 de Reparatiewet Nationale Politie aangenomen. Dit wetsvoorstel versterkt de positie van de minister van Veiligheid en Justitie ten opzichte van de korpschef, beperkt de rol van de korpschef in het beheer van de nationale politie en versterkt de rol van het parlement hierin. Daarnaast wordt de positie van de regioburgemeester versterkt. Aanleiding voor de reparatiewet vormden de in de Eerste Kamer geuite bezwaren bij de behandeling van de wetsvoorstellen nationale politie (Politiewet 2012 en Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 201X). De Eerste Kamer nam de wetsvoorstellen aan in juli 2012, met de toezegging dat de minister met een reparatiewet zou komen.

In het debat van 18 december werd ook de motie-De Graaf aangenomen, die regering verzoekt de Commissie Bestuur en Veiligheid van de VNG aan te wijzen als orgaan dat de aanbeveling voor de benoeming van twee burgemeesters van kleinere gemeenten in het "artikel 19-overleg" doet. Hiermee is een laatste, dertiende wijziging aangebracht aan de wetsvoorstellen nationale politie.

Zelfstandige rechtspersoon

Senator De Graaf (D66) gaf aan dat de reparatiewet zijns inziens een duidelijke verbetering is: “Niet iedereen is een believer , maar zelfs de sceptici willen de nationale politie een kans geven en zullen daar ook loyaal aan meewerken.” Wel vroeg hij waarom de nationale politie een zelfstandige rechtspersoon moet zijn. Het nadeel hiervan is dat de begroting van de nationale politie zich hierdoor ontrekt aan het budgetrecht van het parlement.

Senator Koole (PvdA) vroeg of de rechtspersoonlijkheid van de politie betekent dat de politieke verantwoordelijkheid van de minister zich niet uitstrekt tot het lokale gezag. Hij vroeg: "Als iets in een bepaalde plaats gebeurt en er Kamervragen over komen vanuit het nationale parlement, zegt u dan: ik ga daar niet over want dat valt onder het lokale gezag en daartoe strekt mijn politieke verantwoordelijkheid niet?"

Minister Opstelten gaf aan dat het hem tot nu toe gelukt is die benadering uit te dragen en dat hij van plan is zich daaraan te blijven houden. Op de vraag van senator Koole om de aanwijzingsbevoegdheid van de minister aan de korpschef te monitoren, antwoordde de minister dat dit niet mogelijk is, omdat het moeilijk vast te stellen is wanneer precies sprake is van een aanwijzing. "De aanwijzing moet vormvrij zijn en vooral mondeling worden gegeven. Het monitoren van de bevoegdheid zou een effectief gebruik daarvan in de weg staan."

College van Burgemeesters versus VNG

De reparatiewet bepaalt dat er vier keer per jaar overleg is van de minister met de regioburgemeesters plus twee burgemeesters van kleinere gemeenten. Senator Strik (GroenLinks) merkte op dat het naar haar mening enigszins willekeurig over komt wie deze twee functies mogen vervullen en welke opvattingen deze personen naar voren brengen. Senator Strik vroeg waarom de regering voornemens is om het Genootschap van Burgemeesters deze twee burgemeesters te laten aanwijzen en niet de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook senatoren De Graaf en Koole vroegen naar de motivatie achter de keuze voor het Genootschap van Burgemeesters.

Minister Opstelten gaf aan dat zijns inziens VNG meer de behartiger is van de belangen van gemeenten en het Genootschap zich juist bezig houdt met de inhoud van het burgemeesterschap. Senator De Graaf diende hiertoe een motie in, die de regering verzoekt de Commissie Bestuur en Veiligheid van de VNG aan te wijzen als orgaan dat de aanbeveling voor de benoeming van het lidmaatschap van twee burgemeesters van kleinere gemeenten in het "artikel 19-overleg" doet. Deze motie werd aangenomen, met tegenstemmen van de PVV, VVD en SGP.

Communicatie en evaluatie

Senator Reynaers (PVV) gaf aan dat zijn fractie voorstander is van de nationale politie. Hij  onderstreepte het belang van goede communicatie en regie. "Draagvlak onder de mannen en vrouwen die de hooggespannen verwachtingen van de maatschappij en de politiek straks moeten waarmaken, is van levensgroot belang."

Senator Knip (VVD) pleitte voor een grondige evaluatie op korte termijn, bij voorkeur binnen drie jaar. De minister gaf aan dat deze evaluatie er komt, voor de regio Oost-Nederland. Die evaluatie betreft de rechtspersoonlijkheid, de positie van de korpschef en de positie van de regioburgemeester.

Delegatie

Senator Hoekstra (CDA) gaf aan dat de reparatiewet wat zijn fractie betreft tot een aanzienlijk betere wet nationale politie leidt, vooral wat betreft de rol van de korpschef. Hoekstra haalde artikel 36 van de reparatiewet aan en vroeg de minister om de expliciete toezegging dat de bevoegdheid voor het verdelen van sterkte en middelen van de politie niet verder gedelegeerd wordt maar in handen blijft bij de minister. Minister Opstelten gaf aan zo veel mogelijk bij AMvB te willen regelen en de kleinere technische punten bij ministeriële regeling. Op deze manier kan zijns inziens het beste invulling worden gegeven aan "hoe het normaal in deze organisatie zal gaan."


Deel dit item: