Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Debat afschaffing verplichte maatschappelijke stage



11 juni 2014

De Eerste Kamer heeft dinsdag 10 juni gedebatteerd met staatssecretaris Dekker (OCW) over een wetsvoorstel voor de afschaffing van de verplichte maatschappelijke stage. Dit wetsvoorstel geeft scholen de vrijheid om de maatschappelijke stage als facultatief programmaonderdeel aan te bieden. Verder wordt het examenvak algemene natuurwetenschappen wordt uit het gemeenschappelijke deel van de profielen van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) geschrapt en worden een aantal vak benamingen veranderd. Op 17 juni wordt over het wetsvoorstel gestemd. 

Bezuiniging

Senator Vlietstra (PvdA) betoogde dat het werkelijke doel van het wetsvoorstel niet ligt in het vergroten van beleidsvrijheid voor scholen, maar in het bezuinigen van 75 miljoen euro. De senator vroeg hoe zich dit verhoudt tot het extra geld dat als gevolg van het Regeerakkoord, Nationaal Onderwijsakkoord en begrotingsafspraken naar voortgezet onderwijs gaat. Volgens de senator is het nog maar de vraag of scholen de maatschappelijke stage voortaan zelf gaan financieren, hetgeen niet bevorderlijk is voor de beoogde 'participatiesamenleving'. Door de verplichte maatschappelijke stage al na drie jaar af te schaffen wordt bovendien het vertrouwen in lange termijn kabinetsbeleid geschaad.

Ook senator Kuiper (ChristenUnie) stelde dat het na drie jaar afschaffen van de verplichte stage geen voorbeeld is van deugdelijk overheidsbeleid. Het argument van grotere beleidsvrijheid voor scholen gold drie jaar geleden ook, maar toen is een andere keus gemaakt. Bovendien zijn er volgens de senator geen evaluaties waaruit blijkt dat het niet goed functioneert. Over de benaming van het vak 'Latijnse en Griekse taal en cultuur' merkte Kuiper op dat met name het Griekse culturele erfgoed van groot belang is geweest voor de westerse beschaving en dat het Romeinse erfgoed daarop voortbouwt.

Financiële ruimte

Senator Bruijn (VVD) stelde dat het samenvoegen van zulke diverse onderwerpen in één wetsvoorstel niet de schoonheidsprijs verdient. Over het afschaffen van de verplichte stage merkte de senator op dat zijn fractie veel waarde hecht aan de vrijheid van scholen. Bruijn vroeg wel in hoeverre er voldoende financiële ruimte blijft voor scholen om dit zelf te financieren. Volgens de senator heeft de stage inmiddels goed vorm gekregen zal deze met de nodige creativiteit ook zonder financiële steun van de overheid kunnen worden voortgezet. Bruijn vroeg de staatssecretaris om toe te zeggen dat hij ook de Eerste Kamer zal informeren over de uitkomsten van het overleg met de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen over het overbrengen van elementen uit het vak algemene natuurwetenschappen. Dit zegde de staatssecretaris toe.

Participatiesamenleving

Senator De Vries-Leggedoor (CDA) stelde dat de verplichte maatschappelijke stage een prima gelegenheid was om de maatschappelijke functie van onderwijs te vergroten. De Vries-Leggedoor stelde dat er voor de snelle afschaffing nog geen goed argument is aangedragen. De senator betoogde dat het kabinet er enerzijds op inzet om burgers meer maatschappelijk bewust te maken, maar anderzijds ook AOW verlaagt van ouders die bij hun kinderen wonen en de verplichte maatschappelijke stage afschaft.

Niet weggooien wat is opgebouwd

Senator Ganzevoort (GroenLinks) stelde dat ondanks de waarschuwingen voor teveel politieke sturing over de inhoud van het onderwijs, het onderwijs toch telkens afhankelijk is van politieke opportuniteit. De senator vroeg onder andere hoe de inspraak van leerlingen in de stage is geregeld en hoe het toezicht op de concrete invulling van de maatschappelijk-pedagogische verantwoordelijkheid van scholen plaatsvindt. Ganzevoort gaf aan dat zijn fractie de noodzaak tot bezuinigen begrijpt, maar ook dat het weggegooid geld zou zijn als de inzet van de afgelopen drie jaar wegvloeit. Ganzevoort vroeg de staatssecretaris om in overleg met het onderwijsveld, gemeenten en maatschappelijke organisaties hiertoe beleid te ontwikkelen. Dit zegde de staatssecretaris toe. Ook zegde Dekker toe om te monitoren hoe scholen invulling geven aan hun wettelijke burgerschapstaak. De staatssecretaris zal aan de onderwijsinspectie vragen om bij te houden hoeveel scholen de maatschappelijke stage blijven aanbieden en welke eventuele alternatieven ervoor in de plaats komen. 

Penny wise, pound foolish

Senator Gerkens (SP) stelde dat de maatschappelijke stage net zijn vruchten begint af te werpen en wat een enorme meerwaarde heeft voor zowel het onderwijs als de maatschappij. Zij vroeg waarom dit wordt afgeschaft terwijl een brede coalitie van maatschappelijke organisaties ons ertoe oproept om dat niet te doen. Gerkens: "Uiteindelijk blijft er bij mijn fractie een groot onbegrip over deze rücksichtsloze bezuiniging, die in mijn ogen niet alleen een kapitaalvernietiging is maar ook nog een die penny wise, pound foolish is."

Onverantwoord besluit

Senator Sörensen (PVV) gaf aan dat het afschaffen van de verplichte maatschappelijke stage volgens zijn fractie een goed besluit is, omdat het onderwijs en de onderwijskrachten dan zelf de vrijheid hebben om te bepalen wat goed is voor de leerlingen. Er is volgens Sörensen echter geen enkele noodzaak om op dit moment het vak klassieke culturele vorming samen te voegen met het onderwijs in de klassiek talen Grieks en Latijn. Ook het schrappen van algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijke deel van de bovenbouw vwo acht hij een onverantwoord besluit.

Alleen de verplichting wordt afgeschaft

Staatssecretaris Dekker (OCW) benadrukte dat alleen de verplichting  en niet de maatschappelijke stage zelf wordt afgeschaft.  De staatssecretaris betoogde dat scholen graag zelf hun identiteit willen vormgeven en daartoe een bepaalde ruimte nodig hebben in hun curriculum. De stage is weliswaar zinvol voor oriëntatie op de arbeidsmarkt, maar is vooral bedoeld om maatschappelijk en onbezoldigd vrijwilligerswerk in maatschappelijke organisaties te verrichten. Het wetsvoorstel biedt daar volgens staatssecretaris Dekker meer ruimte voor. Dekker: " De facto verandert er niets voor de scholen die heel erg enthousiast zijn over de maatschappelijke stage." De staatssecretaris verwacht niet scholen de stage niet meer zullen aanbieden omdat het niet meer verplicht, extra regelwerk vraagt of duurder is dan reguliere lesuren.

Sociale media menu


Deel dit item: