Debat Netherlands Commercial Court



4 december 2018

De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 4 december met minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker over zijn wetsvoorstel voor Engelstalige rechtspraak in internationale handelskamers (Engelstalige rechtspraak internationale handelskamers rechtbank en gerechtshof Amsterdam (Netherlands Commercial Court)). Dinsdag 11 december wordt over het wetsvoorstel gestemd.

Senator Lokin (CDA)
Meer afbeeldingen

Tijdens het debat uitten de fractiewoordvoerders hun zorgen over onder meer de toegankelijkheid van de Engelstalige rechtbank voor het midden- en kleinbedrijf (MKB), de kostendekkende griffierechten - een unicum in de Nederlandse rechtspraak -, en wat er met met eventuele financiele overschotten zou gebeuren.

Minister Dekker zegde in het debat toe dat er geen precedentwerking uit zal gaan van de kostendekkende griffie, betoogde dat een op Nederlands grondgebied gevestigde Engelstalige rechtbank juist drempelverlagend werkt voor het MKB en beloofde na vijf jaar een tussentijdse evaluatie te laten doen. Ook zegde hij toe dat eventuele financiële overschotten zullen terugvloeien naar de rechtspraak zelf.

Over het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel maakt in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet griffierechten burgerlijke zaken Engelstalige rechtspraak bij de internationale handelskamers van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam mogelijk. Hiermee kan bij internationale handelsgeschillen, indien daar afspraken over zijn gemaakt, in de Engelse taal geprocedeerd worden.

Met dit voorstel wordt de internationale handelskamer van de rechtbank Amsterdam (Netherlands Commercial Court (NCC)) en van het gerechtshof Amsterdam (Netherlands Commercial Court of Appeal (NCCA)) opgericht. Om de voorziening op het totale budget voor de rechtspraak kostenneutraal te kunnen aanbieden, geldt voor deze Engelstalige procedure bij de NCC en de NCCA een verhoogd griffierecht.

Impressie van het debat

Senator Lokin (CDA) stelde vast dat internationale handelskamers als paddenstoelen uit de grond op rijzen. De CDA-fractie begrijp dat dit de mogelijkheid biedt een rechtszaak in de Engelse taal te voeren in het geval van een internationaal geschil. Lokin wilde van de minister weten hoe het met de financiering van het NCC zit. Zij vroeg hem wat er gebeurt wanneer het voorschot van de Raad voor de Rechtspraak is terugverdiend in het eerste jaar, zoals de minister betoogt. Waar komen de eventuele meeropbrengsten dan terecht. Tot besluit vroeg zij of hij kon bevestigen dat kostendekkende griffierechten, zoals bij het NCC het geval zal zijn, geen precedent vormt voor alle griffierechten.

SP-senator Wezel, die mede namens de fracties van GroenLinks, 50PLUS en PvdD sprak, maakte zich eveneens zorgen over de kostendekkende griffierechten. Volgens Wezel creëert een hoger griffierecht voorrang en daarmee discriminatie. Ook vroeg zij aan de minister waarom de wet alleen geschreven voor de NCC is geschreven en niet rechtspraak-breed. De SP-senator had tot slot vragen over het toezicht op de kwaliteit van de vertaling. Ze wilde van de minister weten hoe dat is geregeld.

Senator Duthler (VVD) noemde het wetsvoorstel op het eerste gezicht een sympathieke gedachte, maar zag tegelijk haken en ogen die nog niet voldoende geadresseerd waren. Volgens Duthler werpt de invoering van kostendekkende griffierechten een drempel op voor het MKB. Ze vroeg de minister of hiermee marktwerking in de rechtspraak wordt geïntroduceerd. Wat betreft de lopende innovatie binnen de rechtspraak wilde Duthler weten waarom er niet eerst orde op zaken wordt gesteld en de begroting sluitend wordt gemaakt voordat de rechtspraak energie steekt in de NCC. Ook vroeg zij of het klopte dat er al geïnvesteerd is in een digitaal systeem terwijl de Eerste Kamer nog niet eens gestemd heeft over het wetsvoorstel. De laatste vraag van de VVD-senator betrof de bemensing van de NCC. Rechters en raadsheren hoeven niet fulltime beschikbaar te zijn. Duthler vroeg de minister of advocaten van internationale kantoren rechter-plaatsvervanger kunnen zijn.

D66-senator Andriessen noemde de Engelse taal het Latijn van nu. Ook zij stelde vast dat de minister afwijkt van de Nederlandse griffierechtensystematiek. Zij vroeg aan Dekker of het vanuit de wetssystematiek te verdedigen is om over te gaan op kostendekkende griffierechten. Andriessen vroeg de minister om een toezegging dat dit niet de ontwikkeling zal zijn. De D66-fractie is geen tegenstander van innovaties wanneer zij tot verbetering leiden. Maar in deze tijd van schrijnend geldgebrek en rechters die omkomen in het werk is er wel geld voor deze innovatie, aldus Andriessen.

Senator Vlietstra (PvdA) stelde eveneens vraagtekens bij de kostendekkende griffierechten. Zij wees erop dat de regering in de Tweede Kamer antwoordde dat een gang naar het NCC vrijwillig is en dat het nog steeds mogelijk is om naar de gewone rechtbank te gaan. Vlietstra vroeg wat dan de rechtvaardiging is van de hoge bedragen voor de griffierechten. Ze vroeg de minister of hij heeft overwogen reguliere griffierechten te heffen. Ook wilde ze weten wat de keuze voor kostendekkende griffierechten voor latere innovaties betekent.

ChristenUnie-senator Bikker sloot zich aan bij de zorgen van de andere woordvoerders. Zij vroeg aanvullend aandacht voor het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, en de BES-eilanden dat in het Nederlands vonnis wijst, terwijl het merendeel van de bewoners van deze eilanden als voertaal het Engels of het Papiaments heeft. Volgens Bikker wringt het dat in Nederland de Engelstalige rechtspraak nu wordt gefaciliteerd binnen het NCC terwijl er ook burgers binnen het Koninkrijk zijn wiens zaak niet in de eigen taal gewezen kan worden. Zij vroeg minister Dekker daarop te reageren.

Reactie minister Dekker voor Rechtsbescherming

Minister Dekker antwoordde de Kamer dat de kostendekkende griffierechten voor het NCC een uitzondering zijn en dat zij geen precedent schapen. Het NCC moet niet ten koste gaan van andere rechtszoekenden, vandaar deze oplossing, aldus de minister.

Over de reeds gemaakte kosten antwoordde Dekker dat de Rechtspraak de aanloop heeft betaald en dat deze kosten gedekt worden door de toekomstige griffierechten. Wat betreft de ontwikkeling van het digitale systeem is besloten de kosten zo laag mogelijk te houden. Daarom is er ook niet een heel nieuw systeem opgetuigd, maar voortgeborduurd op het nieuwe systeem van de Hoge Raad.

Met betrekking tot de zorgen over de bemensing en wie zullen optreden als rechter-plaatsvervanger, liet Dekker weten dat degenen die nu geselecteerd zijn beroepsrechter zijn. Verder is het beleid dat advocaten niet worden ingezet als rechter-plaatsvervanger in de regio waar ze zelf als advocaat actief zijn.

Toezeggingen aan de Kamer

De minister nam bewust afstand van de term 'winst', maar zegde wel toe dat als er een positief resultaat is, dat overschot terugvloeit naar de rechtspraak. Ook zegde hij toe dat naast de al vastgelegde evaluatie van het NCC over tien jaar er ook een tussenevaluatie zal plaatsvinden na vijf jaar. Ook zegde hij toe te zullen onderzoeken wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot de rechtspraak in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Sociale media menu


Deel dit item:
Senator Lokin (CDA)
Senator Lokin (CDA)
Senator Vlietstra (PvdA)
Senator Vlietstra (PvdA)
Senator Duthler (VVD)
Senator Duthler (VVD)
Senator Wezel (SP)
Senator Wezel (SP)
Senator Bikker (ChristenUnie)
Senator Bikker (ChristenUnie)
Senator Andriessen (D66)
Senator Andriessen (D66)
Minister Dekker voor Rechtsbescherming tijdens het debat op 4 december 2018
Minister Dekker voor Rechtsbescherming tijdens het debat op 4 december 2018
Vooruit
Terug