Dit verzamelwetsvoorstel bevat het inkomensbeleid voor het jaar 2023 en fiscale maatregelen met (budgettaire) gevolgen die samenhangen met de begroting voor het jaar 2023, zoals maatregelen die raken aan de koopkracht van burgers. In het wetsvoorstel is sprake van budgettaire samenhang. De opbrengst van bepaalde maatregelen wordt gebruikt als dekking voor andere maatregelen.

Het wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2023 c.a.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) op 10 november 2022 aangenomen.

Voor: SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, PvdA, D66, Lid Omtzigt, ChristenUnie, VVD, SGP, CDA, BBB en PVV.

Tegen: BIJ1, PvdD, JA21, FVD en Groep Van Haga.

Lid Gündoğan was niet aanwezig bij de stemmingen.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 20 december 2022 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Voor: OSF, Fractie-Nanninga, PvdA, GroenLinks, D66, SP, PVV, SGP, ChristenUnie, CDA, VVD en 50PLUS.

Tegen: PvdD, Fractie-Otten, FVD en Fractie-Frentrop.

De stemmingen over de tijdens de plenaire behandeling ingediende moties vonden ook plaats op 20 december 2022.

De plenaire behandeling van de wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2023 en de wetsvoorstellen Fiscale verzamelwet 2023 (36.107), Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie (36.063), Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage (36.235), Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (35.496) en Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten (35.929) door de Eerste Kamer vond plaats op 12 en 13 december 2022.

Op 14 november 2022 vond een technische briefing over de wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2023 c.a. plaats.

De Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) heeft bij brief van 13 februari 2024 vragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst over het ambtelijk rapport Aanpak fiscale regelingen (EK 36.202 / 32.140, AH met bijlagen) (naar aanleiding van Toezegging T03650 Voorstel vereenvoudigen fiscale regelingen in eerste helft 2023).

Tevens heeft de commissie bij brief van 13 februari 2024 vragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst over de uitvoering van de motie-Koffeman (PvdD) over de implementatie van de aanbevelingen uit het Ex’tax Project (EK 36.202, N)

De Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) heeft besloten om;

  • de brief van de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst over inventarisatie inflatieneutrale belastingheffing (EK, AC met bijlage);
  • de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst over mogelijkheden uitstel afschaffing inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) en alternatieven (EK, AG met bijlage);
  • het verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst over aftopping periodieke giftenaftrek en verwachte effecten op ANBI's (EK, AI met bijlage); en
  • het verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst over uitkomsten vervolgonderzoek bedrijfsopvolgingsregelingen (BOR) (EK, AJ met bijlage),

te betrekken bij de behandeling van het Pakket Belastingplan 2024.


Kerngegevens

ingediend

20 september 2022

titel

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2023)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat:
  • a. 
    artikel I, onderdelen F, G, H, I, J, K, L, N, P, Q, R, S, T, U, V en KK, in afwijking van artikel 3.66, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en artikel XLII voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023;
  • b. 
    artikel I, onderdeel II, en artikel IX, onderdeel J, terugwerken tot en met 1 april 2017;
  • c. 
    artikel I, onderdeel HH, terugwerkt tot en met 1 januari 2022;

ca. artikel IX, onderdeel Ja, terugwerkt tot en met 1 januari 2020;

  • d. 
    artikel XLI, onderdeel B, terugwerkt tot en met 24 februari 2022;
  • e. 
    artikel I, onderdelen A, B en X, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van kalenderjaar 2023 is toegepast;
  • f. 
    artikel IX, onderdelen E en F, eerst toepassing vindt nadat de artikelen 20a, tweede lid, en 20b, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2023 zijn toegepast;
  • g. 
    artikel XVI, onderdeel B, toepassing vindt nadat artikel 35a van de Successiewet 1956 bij het begin van het kalenderjaar 2023 is toegepast.
  • h. 
    artikel XLV, onderdelen B en C toepassing vinden voordat artikel VII van de Wet aanvullende koopkrachtmaatregelen 2022 wordt toegepast;
  • i. 
    artikel LII, onderdeel A, en artikel XLV, onderdelen A, D en E eerst toepassing vinden voordat artikel V van de Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022 en de artikelen XI en XIA van de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord in samenhang met artikel XXX, eerste lid, onderdeel b, van die wet worden toegepast; en
  • j. 
    artikel II, onderdeel J, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2024 is toegepast.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid, treedt artikel XLI, onderdeel C, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In dat besluit kan worden bepaald dat artikel XLI, onderdeel C, terugwerkt tot en met de datum waarop het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging daarvan geen tijdelijke bescherming meer verleent aan ontheemden uit Oekraïne en kan zo nodig worden voorzien in overgangsrecht.
  • 3. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel XIII in werking met ingang van 1 januari 2024.
  • 4. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdelen Na en Wa, in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen in werking treedt.
  • 5. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel XLA in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet ligt voor 1 januari 2029.

Documenten

257
Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-200] [201-250] [251-257] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-200] [201-250] [251-257] documenten