T01501

Toezegging Evaluatie risicogericht toezicht (32.193)



De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de Leden Linthorst en Kuiper, toe in 2014 het risicogericht toezicht te evalueren (uitgebreide steekproef) en aan de Kamer te zenden.


Kerngegevens

Nummer T01501
Status voldaan
Datum toezegging 24 januari 2012
Deadline 1 januari 2014
Verantwoordelijke(n) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden prof. dr. R. Kuiper (ChristenUnie)
drs. M.Y. Linthorst (PvdA)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen evaluatie
toezicht
Kamerstukken Wijziging Wet op het onderwijstoezicht inzake gewijzigde rol Inspectie van het onderwijs bij het toezichtproces (32.193)


Uit de stukken

Handelingen I 2011-2012, nr. 16 - blz. 31

Mevrouw Linthorst (PvdA): De basis voor maatschappelijke participatie en ontwikkeling wordt gelegd in het onderwijs. Alle instrumenten die de kwaliteit van het onderwijs verbeteren, moeten wat mijn fractie betreft serieus worden bekeken. Het jaarlijkse bezoek van de inspectie heeft zich als instrument bewezen. Mijn fractie begrijpt dat de regering de prioriteit legt bij zwakke en zeer zwakke scholen, maar betreurt dat dit ten koste gaat van het stimuleren van scholen die voldoende en goed presteren. Is de minister bereid om het wetsvoorstel over drie jaar te evalueren om te bezien of deze zorgen al dan niet terecht zijn geweest?

Handelingen I 2011-2012, nr. 16 - blz. 35

De heer Kuiper (ChristenUnie): Ik steun het voorstel van collega Linthorst over een evaluatie van de wet, want deze ongewenste effecten mogen niet optreden.

Handelingen I 2011-2012, nr. 16 - blz. 52

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Krijgen wij het met deze detectie voldoende in beeld? Ben je op tijd, maar ben je ook adequaat met je detectie? Er is een evaluatie van het risicogericht toezicht gehouden, die naar de Tweede Kamer is gestuurd. Wij zijn op dit moment in feite aan het codificeren wat wij reeds doen. De wet loopt achter de praktijk aan. Ten behoeve van de evaluatie is er een brede steekproef geweest bij 400 scholen. Eigenlijk doen wij dat jaarlijks. Het is de jaarlijkse "terugkom" waarbij je alles goed in beeld brengt. Daarnaast doen wij themaonderzoeken, waarvoor wij ook op scholen komen. Alles bij elkaar bezoeken wij een school minimaal eens in de vier jaar. Uit de evaluatie blijkt dat het heel effectief is. Ik noem enkele aspecten die in het risicogericht toezicht onder de loep zijn gelegd.

Een van de vragen was: wat is het effect van het risicogericht toezicht? De effectiviteit is minstens gelijk gebleven. De inspectie volgt de scholen zeer nauwgezet door het jaarlijks toezichtarrangement en is er goed in geslaagd om de onderpresterende scholen te detecteren. Hoe is de kwaliteit van de risicoanalyse waarmee de inspectie de scholen detecteert? Uit de controleonderzoeken is gebleken dat het met de risicoanalyses goed lukt om risicovolle scholen te detecteren. De kans is dus zeer zeer klein dat leerlingen op een zeer zwakke school zitten die niet wordt ontdekt. Als wij minder dan 5% over het hoofd zouden zien, zouden de voordelen belangrijker wegen dan de nadelen. Maar het bleek dat maar 1% over het hoofd werd gezien. De aselecte steekproef gaf aan dat maar 1% van de scholen ook had moeten opvallen. Dat is bijzonder. Er waren wel wat te veel scholen in beeld gekomen. In het begin waren het er veel te veel, maar met aanscherpingen hopen wij het percentage terug te dringen. Wij komen steeds dichter bij de groep van scholen waar echt iets mee aan de hand is. De inspectie is in de vorige kabinetsperiode ingekrompen, maar deze aanpak blijkt vrij effectief. Ik spreek met de Kamer af dat ik over drie jaar weer zo'n uitgebreide steekproef zal doen. Wij hebben het nu in algemene zin gedaan, maar de steekproef is breder. Wij hebben bijvoorbeeld ook gekeken naar de vermindering van de toezichtslasten en de ervaring daarvan. Dat heeft mevrouw Van Bijsterveld ook al gevraagd. Er is een theoretische afname van de administratieve lasten, maar wat is de werkelijke afname, die men ervaart? Ook dat is positief: een reductie van de toezichtslasten met ruim 46% over een gehele linie. Bij zwakke of zeer zwakke scholen zijn de toezichtslasten overigens toegenomen met 60%, maar dat betekent dat we er bovenop zitten. Onze doelstelling was 25%, en het is uiteindelijk 46% geworden, wat een goede zaak is. De inspectie heeft dit met 7,5% minder personeel gedaan. Ook dat is een heel goede zaak. Het is weliswaar een keuze, maar ze is wel effectief in haar uitwerking. Nogmaals, graag doe ik het over drie jaar nog eens zo uitgebreid en rapporteer ik daarover aan deze Kamer en aan de Tweede Kamer. De algemene steekproef, die we ieder jaar doen, vertalen we in het Onderwijsverslag.

De heer Kuiper (ChristenUnie): De evaluatie waaruit u nu citeert, is meen ik uit voorjaar 2010. We zitten nu bijna in het voorjaar van 2012. Is er al een stramien bedacht van eens in de drie jaar?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik vind het geen probleem om ervoor te zorgen dat we in 2014 over 2013 evalueren. Dan wachten we dus niet tot 2016.

Handelingen I 2011-2012, nr. 16 - blz. 56

Mevrouw Linthorst (PvdA): Voorzitter. Ik ben blij met de toezegging van de minister dat in 2014 de resultaten van 2012 zullen worden geëvalueerd.


Brondocumenten


Historie