Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02725

Toezegging Informeren van de Eerste Kamer over de toezichts- en handhavingsstrategie van de Belastingdienst (35.074)



De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, mede namens de staatssecretaris van Financiën, naar aanleiding van vragen van de leden Oomen-Ruijten (CDA), Sent (PvdA) en Ganzevoort (GroenLinks) toe dat de regering de Eerste Kamer nog voor de zomer 2019 zal informeren over de toezichts- en handhavingsstrategie omtrent de positie van ZZP’ers.


Kerngegevens

Nummer T02725
Status voldaan
Datum toezegging 20 mei 2019
Deadline 1 juli 2019
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks)
M.G.H.C. Oomen-Ruijten (CDA)
Prof.dr. E.M. Sent (PvdA)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen arbeidsrelatie
Belastingdienst
handhaving
ZZP
Kamerstukken Wet arbeidsmarkt in balans (35.074)


Uit de stukken

Handelingen I 2018-2019, nr. 29, item 3 p. 6-7

Mevrouw Sent:

Voorzitter. Tegen die achtergrond heeft mijn fractie reikhalzend uitgekeken naar de wet die de broodnodige balans op de arbeidsmarkt zou herstellen. Maar pakt deze wet de belastingvoordelen voor zzp'ers aan? Regelt deze een minimumdekking voor ziekte en arbeidsongeschiktheid? Krijgen opdrachtgevers naheffingen of boetes als achteraf blijkt dat de zzp'er toch in loondienst werkte? Niets van dat alles!

(…)

De "dingetjes" uit het voorliggende wetsvoorstel pakken de positie van zzp'ers nu juist niet aan. Erger, die vergroten de kansen op allerlei waterbedeffecten. Deze effecten worden nog eens versterkt door de opkomst van de platformeconomie. Digitale werkplatformen, zoals Uber, Temper en Roamler, kunnen ertoe leiden dat het aantal zzp'ers in Nederland sterk toeneemt. Niet alleen uitzendkrachten, maar ook werkenden met kortdurende en oproepcontracten kunnen op grote schaal op een zzp-platform terechtkomen. Platforms maken zzp-werk namelijk veel makkelijker. En hier gaat het vaak om mensen die liever geen zzp'er willen zijn.

Handelingen I 2018-2019, nr. 29, item 3 p. 18 en 20

Mevrouw Oomen-Ruijten:

Onder de zzp'ers zijn er twee groepen te onderscheiden. Een deel van de zzp'ers beschikt over schaarse kennis en kan dus bewust kiezen voor het zelfstandigenbestaan. Een ander deel beschikt niet over deze schaarse kennis en kiest er ook niet bewust voor om zzp'er te zijn. Deze laatste groep heeft geen ontslagbescherming, is niet verzekerd voor loondoorbetaling en re-integratie bij ziekte en geniet geen gegarandeerd minimumloon.

Wij moeten met elkaar vaststellen dat daar waar flexibiliteit niet de drijfveer is voor flex- of zzp-contracten, het de Nederlandse wetgeving is die het mogelijk maakt voor werkgevers om met het aanbieden van flexibele contracten, kosten maar ook risico's te vermijden.

(…)

Voorzitter. De beoordeling die wij als Eerste Kamer geven aan voorstellen van wet, is wat ons betreft geen politieke. Het is in de eerste plaats, ook als ik kijk naar deze wet, een toets op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De CDA-fractie houdt vragen over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het voorstel. Immers, bij een aantal van de voorstellen die in deze wet worden gedaan zijn er mogelijkheden tot ontwijkgedrag. De weg naar zzp of schijn-zzp wordt door dit wetsvoorstel niet afgesloten. Schieten wij het doel dat wij beogen dan ook niet voorbij? De belangrijkste adviseur, de Raad van State, doet de aanbeveling het ontwerp van wet terug te nemen en uit de vrees dat er een waterbedeffect zou kunnen ontstaan naar zzp. De minister zegt nu al in zijn antwoorden dat de regering over het te verwachten effect van de beleidswijzigingen geen kwantitatieve uitspraken kan doen. Het hoeft ook niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat het aandeel vaste contracten toeneemt. Een omslag in de conjunctuur kan ervoor zorgen dat, los van het gevoerde beleid, het aantal vaste contracten afneemt. Ik haal dat uit de nadere memorie van antwoord.

Handelingen I 2018-2019, nr. 29, item 3 p. 22

De heer Ganzevoort:

Voorzitter. Het is duidelijk dat vast wat minder vast wordt, maar wordt flex nu ook minder flex? Dat brengt ons bij de zzp'ers. Het duurder maken van flexwerk om daarmee het geven van een vast dienstverband aantrekkelijk te maken kan werken, maar alleen als werkgevers niet kunnen vluchten in schijn-zzp-constructies. Maar maatregelen op dat punt ontbreken en betere zzp-wetgeving is uitgesteld. We kunnen hier dan ook een groot waterbedeffect voorspellen — sterker nog, dat doen wij niet; dat is al voorspeld — waardoor de arbeidsmarkt juist niet in balans wordt gebracht, maar de tweedeling tussen kansrijk en kwetsbaar wordt vergroot.

(…)

Welke garanties kan de minister geven dat het zzp-pakket aan maatregelen tijdig en effectief zal zijn? Hoe gaat hij het waterbedeffect voorkomen? Een afdoend antwoord op deze vraag is voor mijn fractie van groot belang bij de weging van dit wetsvoorstel, precies omdat — politiek of niet in de afweging, zoals mevrouw Oomen net zei — de uitwijkmogelijkheden een belangrijk deel zijn van de handhaafbaarheid en de uitvoerbaarheid van deze wet.

Handelingen I 2018-2019, nr. 29, item 5 p. 22

Minister Koolmees:

Tot slot: ook de uitwerking van de wetsmodule die een onderscheid moet geven tussen wie er wel zzp'er is en wie niet, ligt op schema. De verwachting is dat deze in 2020, dus begin volgend jaar, gereed is. De staatssecretaris van Financiën komt nog voor de zomer met een brief waarin de verdere toezichts- en handhavingsstrategie van de Belastingdienst wordt toegelicht. Samen moeten deze maatregelen er dus gefaseerd voor gaan zorgen dat er meer zekerheid en meer duidelijkheid komt voor alle werkenden, ook richting de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving, met name als het gaat om het beter beschermen van de onderkant van de zzp-kant en de vrijheid aan de bovenkant.


Brondocumenten


Historie