T02497

Toezegging Laaggeletterdheid (34.775)



De Minister van Algemene Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Barth (PvdA), toe de eindrapportage van het programma Tel mee met taal over laaggeletterdheid ook naar de Eerste Kamer te sturen.


Kerngegevens

Nummer T02497
Status openstaand
Datum toezegging 5 december 2017
Deadline 1 juli 2018
Verantwoordelijke(n) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden Drs. M.A.M. Barth (PvdA)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen laaggeletterdheid
taal
taalvaardigheden
Kamerstukken Miljoenennota 2018 (34.775)


Uit de stukken

Handelingen I 2017-2018, nr. 10, item 3 - blz. 29

Mevrouw Barth (PvdA): Sowieso zijn we teleurgesteld in de beperkte ambities met onderwijs van deze coalitie. Extra investeringen in het primair onderwijs is mooi, zeker. Maar geen cent erbij voor minder werkdruk in het voortgezet onderwijs en het hoger beroepsonderwijs wordt zelfs amper genoemd. Er komt wel 5 miljoen om laaggeletterdheid te bestrijden, maar dat is de spreekwoordelijke druppel op een gloeiende plaat: welgeteld €3 per laaggeletterde. Waarom niet gewoon een even heldere als wervende ambitie: dat ieder kind in Nederland leert lezen en schrijven? Dat is nu niet het geval, terwijl het toch wel de basis is van een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. En overigens is het ook een uitstekende reden om boeken bij de btw-verhoging te ontzien.

(...)

Handelingen I 2017-2018, nr. 11, item 3 - blz. 28-29

Minister Rutte: Ik was bij de laaggeletterdheid. Mevrouw Barth deed de suggestie: zeg nu gewoon dat ieder kind moet leren lezen en schrijven. Dat zeg ik dan bij dezen. Dit is namelijk een van de kerndoelen van het primair onderwijs, alleen los je daarmee niet de laaggeletterdheid op. Dit is nu eenmaal breder dan alleen lezen en schrijven. Het gaat ook om digitale vaardigheden, het gaat om achterstanden waar mensen het in het verleden niet hebben geleerd. Maar als zij mij vraagt: doe de algemene uitspraak dat alle kinderen moeten leren lezen en schrijven? Bij dezen, het zit in de kerndoelen.

Mevrouw Barth (PvdA): Ik had het over een missie. Natuurlijk is het mooi om die woorden uit te spreken, maar vervolgens moet je er ook iets aan gaan doen om ervoor te zorgen dat dit werkelijkheid wordt. Want het is helaas in Nederland nog steeds mogelijk dat je een diploma haalt op school zonder dat je goed kunt lezen en schrijven. Zo houden wij de laaggeletterdheid in Nederland in stand. Om dat aan te pakken, zowel in preventieve als in curatieve zin, heb je volgens mij echt meer nodig dan 5 miljoen euro. Dat was meer mijn punt gisteren.

Minister Rutte: Dit komt bovenop andere initiatieven die er al zijn van de Stichting Lezen & Schrijven en allerlei andere initiatieven. Maar ik ben het zeer eens met mevrouw Barth over maatschappelijk participeren. Toen ik op Onderwijs zat, wisten wij dat een kwart miljoen mensen echt niet konden lezen en schrijven en dat anderhalf miljoen mensen daar grote moeite mee hadden. Die aantallen zijn volgens mij inmiddels afgenomen. Of zijn ze nog even erg?

Mevrouw Barth (PvdA): Ze zijn zelfs omhoog gegaan.

Minister Rutte: Nou, kun je nagaan. Wat dat betreft eens, maar ik heb hier nu niet bij de gelegenheid van de Algemene Beschouwingen een compleet beleidsplan laaggeletterdheid. Dat is er ongetwijfeld en dat lijkt mij dan iets voor de bewindslieden van Onderwijs om dit verder te bespreken.

De voorzitter: Tot slot, mevrouw Barth, op dit punt.

Mevrouw Barth (PvdA): Zou de minister-president dan met zijn collega's van Onderwijs willen delen of zij ons daarover eens een brief willen schrijven en wat nader uiteen willen zetten hoe zij die gedeelde ambitie dan meer handen en voeten zouden willen geven?

Minister Rutte: Ik ben niet zo voor al die brieven, want dat kost ontzettend veel ambtelijke capaciteit en waarschijnlijk is het er al. Laten wij in de pauze kijken of er al een beleidsplan is — dat ik nu niet paraat precies heb — en of ik daarover iets kan zeggen in tweede termijn.

(...)

Handelingen I 2017-2018, nr. 11, item 6 - blz. 12

Minister Rutte: Dan lag er nog een vraag van mevrouw Barth over laaggeletterdheid. De ambitie van het kabinet is dat elke jongere het onderwijs verlaat met voldoende taal- en rekenvaardigheid. Daarom wordt ook fors geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering van het onderwijs, in de professionals die voor de klas staan en in extra ondersteuning voor kinderen met een taalachterstand, van de voor- en vroegschoolse educatie tot en met het hoger onderwijs. Daar gaan we de komende jaren mee verder. Basisscholen ontvangen aanvullende middelen om extra taalonderwijs te bieden aan achterstandsleerlingen. Ook middelbare scholen en scholen uit het praktijkonderwijs, die relatief veel leerlingen uit achterstandswijken hebben, ontvangen extra middelen. Ook het mbo levert een inspanning.

Voor laaggeletterdheid bestaat het programma Tel mee met Taal. Op 24 november is een brief met een voortgangsrapportage hierover gestuurd aan de Tweede Kamer. In 2016 zijn de bewindslieden van OCW, Sociale Zaken en VWS gezamenlijk het actieprogramma Tel mee met Taal gestart, om laaggeletterdheid te voorkomen en aan te pakken. De inzet is om de forse inspanningen van de gemeenten en hun partners en de leerwerkloketten verder te bundelen. Dat heeft er mede toe geleid dat sinds begin 2016 meer dan 46.000 volwassenen met taalscholing zijn gestart en dat ruim 676.000 kinderen zijn bereikt met leesbevorderingsactiviteiten. Daarmee zijn de verwachtingen van het programma overigens ruim overtroffen.

Aangezien zo veel meer laaggeletterden nog bereikt moeten worden, is het nu zaak om door te pakken. Daar is extra geld voor nodig. Bij de afronding van het programma Tel mee met Taal sturen we een eindrapportage. Die zal ik ook aan de Eerste Kamer sturen. Dan zullen we ook een debat voeren over de verdere voortzetting van de aanpak van laaggeletterdheid en de leesbevordering.


Brondocumenten


Historie