Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Voortzetting behandeling Investeringsmogelijkheden medisch-specialistische zorg



Verslag van de vergadering van 9 december 2014 (2014/2015 nr. 12)

Aanvang: 20.25 uur
Status: gecorrigeerd


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Wet toelating zorginstellingen en enkele andere wetten teneinde investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg te bevorderen (Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg) (33168).

(Zie vergadering van heden.)

De beraadslaging wordt hervat.


Minister Schippers:

Voorzitter. De Wet vergroten investeringsmogelijkheden ligt vandaag voor in deze Kamer. Sommige Kamerleden vonden dit wetsvoorstel veel te ver gaan en andere vonden het niet ver genoeg gaan. Ik zit in het midden en dat vind ik wel een comfortabele positie.

Verschillende Kamerleden waren zeer kritisch over het amendement-Bruins Slot. Het is door een van hen zelfs een destructief amendement genoemd. Anderen zeiden dat het generiek is waar het specifiek zou moeten zijn. Mij is dringend verzocht om de Raad van State te vragen, hierover een oordeel te geven. Ik zal dat doen en verzoek u dan ook, het wetsvoorstel aan te houden en de behandeling op te schorten.

De voorzitter:

Dank u. Dat verzoek heeft mij bereikt. Ik denk dat daar … Mijnheer Ganzevoort, ik zie dat u nog even naar de interruptiemicrofoon sluipt. Ga uw gang, nog voordat ik iets zeg.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

De uitdrukking "mij is verzocht" is een passieve Nederlandse uitdrukking, die het mogelijk maakt om de actor in zo'n zin weg te laten. Ik ben heel erg benieuwd wie dat verzocht heeft en wat er verder in het proces is gebeurd dat tot deze stap heeft geleid, want zo nieuw zijn deze gedachten allemaal niet. Ik ben eerlijk gezegd een beetje, hoe zeg je dat, "verrast" door deze wending.

Minister Schippers:

Wie dat waren? U was zelf bij de eerste termijn. Wat mij daartoe bewogen heeft? Dat was de felheid van de argumenten. Het amendement-Bruins Slot hebben we uitgebreid besproken. U hebt ook kunnen zien hoe ik er in de Tweede Kamer op heb gereageerd. Er waren twee dingen die mij triggerden. Ten eerste waren dat de felheid van de argumenten en het enorme verzet dat in verschillende fracties hier leeft tegen dat amendement. Ten tweede was dat de opmerking die is gemaakt door een lid van deze Kamer, dat dit een generiek amendement is daar waar een specifiek amendement beter op zijn plaats was geweest. Het is een generiek amendement dat implicaties heeft voor zorginstellingen die helemaal niet veranderen in hun financiering terwijl daar vraagtekens bij gezet kunnen worden.

Dit wetsvoorstel loopt al een tijd en u hebt gezien dat ik vaker heb gezegd: oké, ik kijk er nog een keer naar. Ik doe dat omdat ik vind dat draagvlak heel belangrijk is bij deze wet. Ik doe er liever langer over, waarna iedereen dan in ieder geval wel zegt: u hebt het zorgvuldig gedaan. Het voorstel gaat het dan halen of niet halen, zo is het leven, maar dan heb ik het in ieder geval zorgvuldig gedaan. Ik doe het liever zo dan dat ik in deze Kamer toch wel behoorlijk felle reacties krijg van mensen die zeggen: u hebt echt iets laten liggen.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Dit riekt naar gelegenheidsargumentatie, want precies ditzelfde kunnen we zeggen over het andere wetsvoorstel, dat de minister echter wel tot het einde toe fanatiek blijft verdedigen. Ook over dat voorstel waren de meningen zeer sterk verdeeld en ook daarover is zeer fel gesproken in deze Kamer. Dus om op dit moment te zeggen: nee, maar nu … Laat ik het anders vragen. Op welke wijze zijn gesprekken, in elk geval binnen de coalitie, van invloed geweest op deze stap?

Minister Schippers:

Allereerst wil ik zeggen dat de Raad van State ook apart naar artikel 13 heeft gekeken, in de Europese context. De vergelijking gaat …

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Daar hebben wij zelf naar gevraagd.

Minister Schippers:

Ja. En nu is er dus een aantal fracties dat hier expliciet om vraagt. Het zou echt heel gek zijn als ik dat weiger. Er zit immers ook wat betreft de datum niet zo'n druk achter als wanneer er bijvoorbeeld per 1 januari een bepaalde wet in werking zou moeten treden omdat anders patiënten geen rechten hadden of zo. Het is niet zo dat ik nu per se moet zeggen: het kan echt niet naar de Raad van State; daar is geen tijd voor, want dan hebben we per 1 januari een groot probleem. Als een aantal fracties dus heel fel is en zo overtuigd dat dit amendement misschien zelfs wel destructief is, vind ik dat ik moet laten kijken naar dat amendement.

Ik ben niet bij fractieoverleggen van andere partijen geweest, noch van de een, noch van de ander. Ik ben wel met een aantal mensen in gesprek over deze wet. Dat zal u niet verbazen. Dat gesprek wil ik ook heel graag voortzetten. Als er zulke sterke ideeën leven in deze Kamer, kunt u zeggen, "prettig dat u naar een aanzienlijk deel van deze Kamer luistert, minister", of, "u hoeft er niet naar te luisteren, minister".

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Ganzevoort. Daarna wil ik deze discussie beëindigen.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Het gaat er niet om dat het niet prettig zou zijn dat de minister naar de Kamer luistert. Het gaat er wel om dat ik er door de verrassende wending op dit moment niet van overtuigd kan zijn dat de argumenten die aan de oppervlakte worden gebracht, de wezenlijke argumenten zijn en dat er geen andere discussie onder zit. Dat vind ik onaangenaam in deze Kamer.

Minister Schippers:

Ik kan wel leven met het amendement-Bruins Slot, anders had ik het nooit zo ingediend in uw Kamer. Maar het zal u niet ontgaan zijn dat andere partijen er anders over denken.

De voorzitter:

De heer Reuten één interruptie en de heer Flierman één interruptie en dan wil ik echt deze discussie beëindigen.

De heer Reuten (SP):

Ik wil graag van de minister weten of er nog andere argumenten zijn in het debat tot nog toe die haar mede tot dit besluit hebben gebracht.

Minister Schippers:

Als de Raad van State komt met aanwijzingen voor aanpassingen, zal ik daar serieus naar kijken. Anders laat ik het voorstel niet naar de Raad van State gaan. Het gaat mij echt om het oordeel van een aantal fracties hier over dit amendement. U hebt zelf vandaag kunnen zien dat dit breder leeft dan ik dacht, maar ook dat de overtuiging op dit punt wel heel zwaar is. Ik wist wel dat er vraagtekens waren, maar die bleken veel forser te zijn dan ik vooraf had vermoed.

De heer Flierman (CDA):

Ik hoef niet zozeer een reactie van de minister, maar ik wil gezien deze verrassende wending wel twee opmerkingen maken. In de eerste plaats hebben we inderdaad geconstateerd dat er met name door de VVD-fractie en in iets mindere mate ook door de D66-fractie gevraagd is om commentaar van de Raad van State op het amendement-Bruins Slot. Opmerkelijk is natuurlijk wel dat andere partijen in dit huis het commentaar van de Raad van State op artikel 13 gaande de schriftelijke voorbereiding hebben gevraagd en niet pas 24 uur voor afhandeling van het wetsontwerp. Dat is op zijn minst merkwaardig, om het maar zo te zeggen.

Het tweede wat ik wil zeggen is dat de CDA-fractie en mij bij aanvang van dit debat nogal wat verwijten zijn gemaakt over het koppelen van zaken en dat ik er graag van uitga dat dergelijke koppelingen niet in de afronding van dit debat gemaakt zijn. Het zou toch een teleurstelling zijn als anderen zich tot dat gedrag zouden verlagen.

Minister Schippers:

Ik heb dit wetsvoorstel met niks gekoppeld. Als ik het wetsvoorstel aan iets kan koppelen — u hebt het gekoppeld aan artikel 13, wat jammer is, maar aan iets waarop wij elkaar wel kunnen vinden — om zo uw steun voor het wetsvoorstel te verkrijgen, ben ik daar natuurlijk nooit te beroerd voor. Maar goed, wij hebben daar geen gesprekken over gehad, zoals u weet, tussen het moment dat u hier stond in eerste termijn en het moment dat ik hier stond in eerste termijn.

De voorzitter:

Ik had gezegd dat u één interruptie kreeg, mijnheer Flierman, net zoals de heer Reuten, dus ik wil het hier eigenlijk bij laten.

De minister gaat advies vragen aan de Raad van State en vraagt om aanhouding van de behandeling. Ik denk dat we dat honoreren. De behandeling wordt op een later tijdstip voortgezet. Dit brengt mij ertoe om vast te stellen dat we aan het einde zijn gekomen van alle beraadslagingen op deze vergaderdag.

De beraadslaging wordt geschorst.