heropening Algemene politieke beschouwingen (derde termijnen Kamer en regering)



Verslag van de vergadering van 12 november 2019 (2019/2020 nr. 6)

Aanvang: 13.36 uur

Status: gecorrigeerd


Aan de orde zijn de Algemene Politieke Beschouwingen,

en de behandeling van:

  • de Nota over de toestand van 's Rijks financiën (Miljoenennota 2020) (35300),

en van:

  • de motie-Koffeman c.s. over het stopzetten van geplande subsidies voor houtgestookte biomassacentrales (35300, letter F);
  • de gewijzigde motie-Gerbrandy c.s. over de verhuurderheffing (35300, letter M, was letter B).

Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Aan de orde is een korte derde termijn van de Algemene Politieke Beschouwingen. Ik heet de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister voor Milieu en Wonen van harte welkom in de Eerste Kamer.

Ik heb begrepen dat de heer Koffeman zijn motie onder letter F wenst te wijzigen en dat de heer Gerbrandy zijn gewijzigde motie onder letter M nader wenst te wijzigen.

Daartoe heropen ik de Algemene Politieke Beschouwingen voor een korte derde termijn.

De beraadslaging wordt heropend.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Koffeman.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Het kappen van bossen in binnen- en buitenland en het opstoken daarvan in biomassacentrales met miljardensubsidies zijn niet te verantwoorden. Ik heb daar tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen aandacht voor gevraagd in de vorm van een motie. Om die motie breed draagvlak te verschaffen heb ik de overwegingen daarvan kunnen optimaliseren. Ik ben daarin vooral schatplichtig aan een aantal collega's die mij daarbij geholpen hebben, met name collega's Vendrik, Crone en Schalk, voor hun waardevolle adviezen. Dat heeft geleid tot de volgende motie.

De voorzitter:

De motie-Koffeman c.s. (35300, letter F) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet komend jaar een bedrag van 11,4 miljard euro subsidie heeft gereserveerd voor biomassacentrales;

constaterende dat de klimaatwinst van houtbijstook in kolencentrales op korte termijn verwaarloosbaar tot negatief is;

verzoekt de regering alle voorgenomen subsidies voor houtbijstook in kolencentrales op zo kort mogelijke termijn stop te zetten, in afwachting van het duurzaamheidskader van het PBL en het komende SER-advies over biomassa, en vaststelling van nadere regels in het parlement,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is ondertekend door de leden Koffeman, Teunissen, Otten, De Vries, Rosenmöller, Cliteur, Gerkens, Gerbrandy, Schalk en Nicolaï.

Zij krijgt letter O, was letter F (35300).

Mevrouw Faber heeft een interruptie voor de heer Koffeman, die ik vraag om dan nog even terug te komen naar het spreekgestoelte.

Mevrouw Faber-van de Klashorst i (PVV):

Ik heb een vraag aan meneer Koffeman. In zijn verzoek heeft hij het over op zo kort mogelijke termijn het stopzetten van hout-bijstook, maar dan zegt hij wel: "... in afwachting van het duurzaamheidskader," enzovoorts. Dus gaan we het nu stopzetten? Gaat de stopzetting nu direct in, of wacht hij eerst de adviezen af? Want dat is niet helemaal duidelijk in deze motie.

De heer Koffeman (PvdD):

De motie vraagt om een stopzetting, in afwachting van nadere adviezen.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Dan ter verduidelijking: u wilt het stopzetten, maar als er dan uit het advies of uit het kader iets anders komt, dan zou het weer opgestart kunnen worden?

De heer Koffeman (PvdD):

Voortschrijdend inzicht kan natuurlijk altijd leiden tot verandering van beleid, maar in eerste instantie vragen we om stopzetting.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Faber en meneer Koffeman. Dan geef ik het woord aan de heer Gerbrandy.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Gerbrandy i (OSF):

Dank u wel, voorzitter. De motie over de verhuurderheffing is verbeterd en is opnieuw verbeterd om een breder draagvlak in deze Kamer te krijgen. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen heb ik naar voren gebracht dat ik het vreemd vond dat in 2013 die verhuurderheffing is ingevoerd omdat er een begrotingstekort was en dat we nu met een woningnoodsituatie zitten. Er is voldoende in de rijksbegroting om deze verhuurderheffing weer op te kunnen heffen. Vandaar dat de motie op grond van gesprekken met collega's in de Kamer op drie punten een beetje is aangepast.

De voorzitter:

De gewijzigde motie-Gerbrandy c.s. (35300, letter M, was letter B) is in die zin nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in Nederland een ernstige woningnoodsituatie is ontstaan, mede omdat de woningcorporaties en de particuliere verhuurders van sociale huurwoningen sinds 2013 een verhuurderheffing kregen opgelegd;

overwegende dat deze verhuurderheffing destijds werd opgelegd om het tekort op de rijksbegroting te lenigen;

constaterende dat de situatie nu volstrekt anders is;

constaterende dat er derhalve geen enkele reden meer is om deze verhuurderheffing te laten voortbestaan;

constaterende dat de corporaties en de particuliere verhuurders van sociale huurwoningen een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het bouwen van meer goede, duurzame en betaalbare huizen voor, met name, mensen met de lagere inkomens;

constaterende dat de woningcorporaties en de particuliere verhuurders van sociale huurwoningen met die 1,7 miljard euro per jaar het woningtekort en de klimaatdoelstellingen van de regering mede moeten kunnen oplossen;

verzoekt de regering om de verhuurderheffing per 2020 sterk te verminderen en op termijn af te schaffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze nader gewijzigde motie is ondertekend door de leden Gerbrandy, Kox, Rosenmöller, Vos, Van Rooijen en Koffeman.

Zij krijgt letter P, was letter M (35300).

Dank u wel, meneer Gerbrandy. Zijn er andere leden die in de derde termijn het woord willen voeren? Dat is niet het geval. Dan geef ik nu het woord aan de minister van Economische Zaken en Klimaat.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Wiebes i:

Voorzitter, dank. Ook dank aan de heer Koffeman voor zijn zijn aangevulde motie. Even in alle eerlijkheid: welgemeende instemming aan de ene kant maar ook gepast verzet aan de andere kant strijden hier in mij. Ik zal u proberen in een zo kort mogelijke tijd, een minuut, toe te lichten waarom dit kabinet vindt dat terughoudendheid met biomassa op haar plaats is maar waarom ik deze motie toch ga ontraden. Biomassa is onvermijdelijk onderdeel van de mix. Dat vind ik niet specifiek als een particuliere mening. Dat vindt het IPCC en het International Energy Agency, de partijen die wij nodig hebben om ook aan de rest van de bevolking uit te leggen dat we iets moeten doen aan het klimaat. Biomassa is daar een onvermijdelijk onderdeel van. Wat wel belangrijk is, is dat die biomassa echt duurzaam is en niet, om het plat te zeggen, nep. Als wij oerbossen in een kolencentrale gaan gooien, snapt iedereen dat dat nep is en niet echt. Ook aandacht voor luchtkwaliteit is gewoon op zijn plaats. Dat ben ik met criticasters eens, maar als wij het hebben over houtpallets in kolencentrales, dan zijn dat geen oerbossen. Houtpallets zijn sowieso een zeer beperkt deel van de SDE. De hoge getallen die in deze motie staan, kan ik niet thuisbrengen. Wij gebruiken als biomassa de reststromen van de al eeuwenoude reguliere houtproductie. Dat is dunningshout, snoeiafval en restafval van de houtindustrie. Dat is wat het Nederlandse duurzaamheidskader zegt. Er gaan dus geen oerbossen in kolencentrales. We doen dat van de reststromen.

Wat uitvoering van de motie betreft is het oordeel afhankelijk van hoe je die leest. Als ik "een voorgenomen subsidie op zo kort mogelijke termijn" zo lees dat de reeds afgegeven beschikkingen niet meer nageleefd moeten worden en we dus stoppen met de reeds afgegeven beschikkingen, dan moet ik de motie ontraden omdat dat zal leiden tot grote schadeclaims en het niet halen van de duurzaamheidsregels. Als hier staat dat wij geen nieuwe subsidiebeschikkingen afgeven voor houtstook in kolencentrales, dan laat ik deze motie oordeel Kamer. Bon! We gaan geen nieuwe beschikkingen afgeven voor houtstook in kolencentrales. Bij dezen. Met die toelichting laat ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan constateer ik dat het oordeel van de minister is: oordeel Kamer.

Mevrouw Jorritsma-Lebbink i (VVD):

Zou de minister dan even willen zeggen wat hij daarmee bedoelt? Betekent dit dat hij de nieuwe aanvragen opschort tot na het SER-advies en het PBL-advies? Of moet ik er iets anders uit verstaan en zegt hij: ik hou op met het subsidiëren van biomassa?

Minister Wiebes:

Nee, dat betekent dat de bestaande beschikkingen voor houtstook in kolencentrales doorgaan. Sommige daarvan lopen — maar nu ga ik het heel erg uit mijn hoofd doen — nog enige jaren en andere lopen tot na 2025. Ik zeg het even ruwweg om ervoor te zorgen dat ik geen verkeerde dingen zeg; ik doe dit uit mijn hoofd. Maar er worden geen nieuwe beschikkingen afgegeven voor subsidie in kolencentrales. Dat is kabinetsbeleid.

Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):

En daarmee bedoelt u totdat het duurzaamheidskader er is, of bedoelt u dat sowieso?

Minister Wiebes:

Nee, dat bedoelen we sowieso. In het regeerakkoord staat dat wij geen nieuwe beschikkingen honoreren voor subsidies voor bijstook in biomassacentrales. In de motie gaat het over kolencentrales. Als een centrale een volledige biomassacentrale wordt, ligt het niet in de lijn der verwachting dat daar subsidies voor zijn. Dat hebben we nog in het midden gelaten, maar dan zijn het geen kolencentrales meer. Dan zijn het biomassacentrales en daar hebben wij ons nog niet over uitgesproken.

Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):

Dus het is maar hoe je de motie leest?

Minister Wiebes:

Bestaande beschikkingen in kolencentrales worden uitgezeten. Nieuwe beschikkingen voor kolencentrales komen er niet bij. Over biomassacentrales in het algemeen hebben we ons nog niet uitgesproken. Met die interpretatie krijgt deze motie oordeel Kamer.

Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):

Dan is het dus kabinetsbeleid en is de motie overbodig?

Minister Wiebes:

Ik houd er altijd van om het positieve in een motie te benadrukken.

De heer Knapen i (CDA):

Dan is het toch goed om te weten hoe wij de motie moeten lezen volgens degene die haar heeft ingediend? Als het gaat om nieuwe beschikkingen, begrijp ik wat de minister zegt. Als het gaat om bestaande beschikkingen, dan is er sprake van een onbetrouwbare overheid. Dat zou voor ons een lastig probleem zijn.

Minister Wiebes:

Zeker. Dat zou voor die schadeclaims zorgen.

De voorzitter:

Dank u wel, minister. Wenst iemand nog het woord? Door de heer Knapen is een vraag gesteld aan de indiener, de heer Koffeman.

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter. Ik heb volgens mij die vraag al beantwoord aan collega Faber. Wij willen in eerste instantie dat er een stop komt op het bijstoken van hout bij nieuwe aanvragen. Daar kunnen nog voortschrijdende inzichten op losgelaten worden, maar daarover staat niets in deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koffeman. Wenst iemand nog het woord?

Dan geef ik het woord aan de minister voor Milieu en Wonen.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. In de motie wordt gesproken over woningnood, maar desondanks is er gelukkig ruimte voor investeringen door woningbouwcorporaties. Om het benutten van die ruimte te versnellen, heeft het kabinet een verlaging van de verhuurderheffing voorgesteld. Uit de evaluatie van de verhuurderheffing in 2016 bleek dat de verhuurderheffing door de sector op te brengen was en dat er nog ruimte was om binnen de financiële randvoorwaarden meer te investeren. In de afgelopen jaren is het tarief van de verhuurderheffing verlaagd en is er een nieuwe heffingsvermindering voor verduurzaming van huurwoningen ingevoerd. In het Belastingplan zit ook nog een nieuwe heffingsvermindering voor nieuwbouw van 1 miljard in tien jaar. Deze komt naast de woningbouwimpuls van 1 miljard. Uit de financiële kengetallen van de sector blijkt dat de sector de komende jaren over voldoende leenruimte beschikt om extra te investeren, boven op de 43 miljard aan voorgenomen plannen die tot 2023 in de boeken staan. Dit blijkt ook uit het beeld van de nieuwe indicatieve bestedingsruimte woningbouwcorporaties uit 2019. Daaruit blijkt dat de investeringscapaciteit zelfs is toegenomen met 12,6 miljard euro en is gestegen tot bijna 29 miljard in 2019.

Ik zie daarom geen reden om de verhuurderheffing op dit moment te verminderen. Er is ook geen dekking voor, dus ik zou de motie moeten ontraden. Ik zou me ook kunnen voorstellen dat de Kamer de motie aanhoudt, want in het eerste kwartaal komt er weer een nieuwe evaluatie van de effecten van de verhuurderheffing. Ik geef ook graag in overweging dat de motie-Ronnes wordt uitgevoerd die medio volgend jaar zicht zal geven op de opgave en middelen van woningbouwcorporaties. Die zal volgend jaar naar uw Kamer worden gestuurd.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw de minister. U stelt voor de motie aan te houden. Wil de indiener daarop reageren?

De heer Gerbrandy i (OSF):

Dank u, voorzitter. Ik zou de motie graag in stemming willen brengen, maar ik denk dat het heel verstandig is om haar aan te houden. Zo kan deze Kamer zich nog eens wat dieper in de materie werpen, om daarna een heel duidelijk signaal aan het kabinet te geven. U zegt dat u 1 miljard in tien jaar investeert. Maar u hebt eerst 2 miljard ingehouden in 2013. Er was een tekort. Nu is er geen tekort meer. De woningbouwcorporaties bouwden 30.000 huizen in 2013. Onmiddellijk het jaar erna was dat nog maar de helft, 15.000. We hebben in dit land een probleem.

Mevrouw de minister, ik neem uw aanbod aan en kom er mogelijk op terug.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Gerbrandy stel ik voor zijn nader gewijzigde motie (35300, letter P, was letter M) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De ambitie van het kabinet is om komende jaren 75.000 huizen per jaar te bouwen. Dat zullen we met elkaar moeten doen. Daar is de vermindering van de verhuurderheffing ook op gericht.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw de minister. Wenst een van de leden nog het woord in deze derde termijn?

De beraadslaging wordt gesloten.

De heer Knapen i (CDA):

Ik wil graag heel even schorsen om te overleggen over de motie.

De voorzitter:

Is vijf minuten voldoende? Dan schors ik de vergadering.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.