28.085

Verlaging leerplichtige leeftijd naar vier jaar



Dit wetsvoorstel verlaagt de leerplichtige leeftijd naar vier jaar. Tevens wordt de leeftijd ten behoeve van voorschoolse activiteiten in het kader van het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid verlaagd van drie naar twee jaar.

Met dit voorstel wordt uitvoering gegeven aan de motie Ross-van Dorp c.s. over het belang van vroegtijdig schoolbezoek voor kinderen afkomstig uit risicogroepen (27.100 VIII, nr. 26). Dit voorstel moet gezien worden in het geheel van maatregelen om in het onderwijs de achterstanden te voorkomen en te bestrijden.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Tweede Kamer
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Ingetrokken

Het voorstel is op 11 april 2002 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, ChristenUnie en SGP stemden tegen. Na advisering door de Eerste Kamercommissie voor Onderwijs (fracties van de VVD, D66, de ChristenUnieWord-document en het SGP), heeft het College van Senioren op 23 april 2002 besloten dit wetsvoorstel als politiek controversieel aan te merken. Aanleiding voor dit besluit was de val van het Kabinet-Kok II. Door het aantreden van het Kabinet-Balkenende is de politieke controversialiteit vervallen.

Het voorstel is bij brief van 4 december 2002 ingetrokken door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De nadelen die aan de verlaging van de leerplichtige leeftijd zijn verbonden, stroken naar hun inhoud en te verwachten effect niet met het beleid, dat juist meer ruimte voor scholen voorstaat, de verantwoordelijkheid van ouders en leerlingen benadrukt en administratieve lasten waar mogelijk, wil beperken.


Kerngegevens

ingediend

12 november 2001

titel

Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Leerplichtwet 1969 in verband met onder meer de wijziging van enkele leeftijdsgrenzen

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
  • 2. 
    In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat artikel I, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 augustus 2002.

Documenten

Filter op:
       
Filter op:
     

Sociale media menu


Volg via