35.457

Verzamelspoedwet COVID-19



Dit verzamelwetsvoorstel bevat een tijdelijke een tijdelijke spoedvoorziening voor de betekening van exploten op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en wijziging van de Loodsenwet, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de Luchtvaartwet BES in verband met de bestrijding van het COVID-19 virus. Hiermee wil de regering zorgen dat de impact van dit virus zo beperkt mogelijk blijft.

Het wetsvoorstel betreft de volgende onderwerpen:

  • 1. 
    een tijdelijke voorziening voor deurwaarders om exploten in de bus te doen in plaats van in persoon uit te reiken;
  • 2. 
    een tijdelijke wijziging voor ledenvergaderingen van de Nederlandse Loodsencorporatie en de regionale corporaties om tijdelijk op elektronische wijze te kunnen deelnemen;
  • 3. 
    een wijziging in verband met het tijdelijk verlagen van de belasting- en invorderingsrente;
  • 4. 
    een permanente wijziging van de Luchtvaartwet BES om voor de burgerlijke luchtvaart verboden gebieden bij ‘Notice to Airman’ (NOTAM) bekend te maken.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, A) is op 26 mei 2020 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 16 juni 2020 na stemming bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen.


Kerngegevens

ingediend

12 mei 2020

titel

Regels over een tijdelijke voorziening voor de betekening van exploten op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en wijziging van de Loodsenwet, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de Luchtvaartwet BES in verband met de uitbraak van COVID-19 (Verzamelspoedwet COVID-19)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat daarbij tevens kan worden bepaald dat:
  • a. 
    de artikelen 3, onderdeel A, 4, onderdeel A, en 5, onderdeel A, terugwerken tot en met 1 juni 2020;
  • b. 
    artikel 3, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 juli 2020.
  • 2. 
    Artikel 1 werkt terug tot en met 16 maart 2020.
  • 3. 
    Artikel 1 vervalt op 1 september 2020. Het tijdstip waarop artikel 1 vervalt kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste twee maanden na het tijdstip ligt waarop de wet zou vervallen.
  • 4. 
    De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan een week nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.

Documenten

Filter op:
       
Filter op: