Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E160005
Laatste revisie: 22-10-2019

E160005 - Voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken die de werking van de interne markt rechtstreeks schaden



Dit voorstel voor een richtlijn heeft als doel om belastingontwijkingspraktijken te bestrijden die de werking van de interne markt tegen gaan.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

nationaal

Op 20 september 2016 stuurde de staatssecretaris van Financiën een brief aan de Staten-Generaal waarin hij informeert over de toekomstvisie van het kabinet over het fiscale vestigingsklimaat. De commissie besprak de brief van de staatssecretaris op 27 september 2016 en besloot de brief te betrekken bij de Algemene Financiële Beschouwingen en de behandeling van het Belastingplan 2017.

Europees

De Ecofinraad heeft op 21 juni 2016 een politiek akkoord bereikt over het anti-belastingontwijkingspakket.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken die de werking van de interne markt rechtstreeks schaden

document Europese Commissie

COM(2016)26PDF-document, d.d. 28 januari 2016

rechtsgrondslag

Artikel 115 VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwante dossiers


Implementatie

Richtlijn (EU) 2016/1164PDF-document werd op 12 juli 2016 gepubliceerd in Pb EU L193/1. Op 31 augustus 2016 werd een rectificatie van de richtlijn gepubliceerd in publicatieblad L 234/26PDF-document. De rectificatietekst is verschenen in publicatieblad L 167/58PDF-document van 30 juni 2017. De richtlijn diende uiterlijk 31 december 2018 geïmplementeerd te zijn. Op 2 januari 2019 is de richtlijn geïmplementeerd middels een wijziging op de wet op de vennootschapsbelasting 1969. Voor de wijziging van de Invorderingswet geldt een uiterste implementatiedatum van 31 december 2019. De implementatie van dit deel van de richtlijn in nationale wetgeving ligt niet op schema.

Bron: Stand van zaken implementatie richtlijnen derde kwartaal 2019

Kamerstukdossier 35.030 geeft een volledig overzicht van de behandeling van de implementatiewet in zowel de Eerste Kamer als de Tweede Kamer.


Behandeling Eerste Kamer

Op 20 september 2016 stuurde de staatssecretaris van Financiën een brief aan de Staten-Generaal waarin hij informeert over de toekomstvisie van het kabinet over het fiscale vestigingsklimaat. De commissie besprak de brief van de staatssecretaris op 27 september 2016 en besloot de brief te betrekken bij de Algemene Financiële Beschouwingen en de behandeling van het Belastingplan 2017.

De commissie besloot op 17 mei 2016 geen inbreng te leveren ten behoeve van schriftelijk overleg inzake het voorstel voor een richtlijn over automatische uitwisseling van belastinggegevens (E160004) en het voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken, maar het verloop van de besprekingen even af te wachten.

Op 12 mei 2016 is het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld tussen de commissie Financiën en de staatssecretaris.

De commissie besloot op 26 april 2016 inbreng voor nader schriftelijk overleg te leveren op 17 mei 2016.

De commissie Financiën besprak het voorstel samen met de andere richtlijnen uit het anti-belastingontwijkingspakket (zie E160004 en E160011) op 26 april 2016.

Op 19 april 2016 heeft de commissie aangegeven eventueel in mondeling overleg te willen treden met de staatssecretaris over de belastingontwijkingsvoorstellen.

De commissie Financiën heeft schriftelijke inbreng geleverd over het voorstel op 5 april 2016. De brief aan de regering is op 8 april 2016 verstuurd.

De commissie Financiën heeft op 15 maart 2016 besloten de richtlijn over verplichte uitwisseling van gegevens (E160004) en de richtlijn tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken die de werking van de interne markt rechtstreeks schade levert in behandeling te nemen.

Op 9 februari 2016 heeft de commissie Financiën besloten de BNC-fiches van de regering af te wachten voordat behandeling van de voorstellen plaatsvindt.


Behandeling Tweede Kamer

De staatssecretaris van Financiën heeft op 4 oktober 2016 aan de Tweede Kamer een afschrift van een brief aan Eurocommissaris Moscovici gestuurd met het verzoek impact assessments op te nemen bij de komende voorstellen over belastingontwijking.

Op 21 juni 2016 heeft de Tweede Kamer een debat gevoerd over het rapport van de OESO over de aanpak van belastingontwijking. Op 28 juni 2016 is over de ingediende moties gestemd.

Op 16 juni 2016 is gestemd over de ingediende moties bij het VAO Eurogroep/Ecofinraad van 15 juni 2016. Daarbij is een motie aangenomen (21501-07, 1381).

Tijdens het VAO Eurogroep/Ecofinraad van 15 juni 2016 zijn verschillende moties ingediend over het ATAP-pakket.

Op 19 mei 2016 vond een algemeen overleg plaats over het pakket anti-belastingontwijking (zie ook E160004 en E160011). Hierbij is over de verschillende ingediende moties gestemd.

De staatssecretaris van Financiën heeft op 13 mei 2016 de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de besprekingen over het voorstel.

Op 26 april 2016 heeft de Tweede Kamer gestemd over het beëindigen van het behandelvoorbehoud bij de richtlijn.

Op 15 april 2016 reageerde de staatssecretaris middels een brief op een aantal verzoeken van de Tweede Kamer over het pakket anti-belastingontwijking (afgekort: ATAP).

De Tweede Kamer heeft op 5 april 2016 gestemd over de aangehouden motie Omtzigt (nr. 2098) en deze is aangenomen.

Op 29 maart 2016 heeft de Tweede Kamer gestemd over de moties inzake de voorstellen over het belastingontwijkingspakket.

De Tweede Kamer heeft op 22 maart 2016 een Algemeen Overleg gevoerd over de Europese Commissievoorstellen van het anti-belastingontwijkingspakket. Er zijn verschillende moties ingediend.

Op dinsdag 8 maart 2016 heeft de Tweede Kamer bij stemming het behandelvoorbehoud op het voorstel voor een richtlijn bevestigd.


Standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse regering ziet plus- en minpunten in de minimumnormen die de richtlijn stelt, omdat deze flexibiliteit geven voor lidstaten die al strengere normen hebben ingevoerd, maar tegelijkertijd ruimte geven voor verschillende implementatie en toepassing van de richtlijn. Op elk van de 6 onderwerpen in de richtlijn geeft de regering haar standpunt in het fiche weer:

  • 1. 
    Beperking van de aftrekbaarheid van de rente

    In het voorstel worden 2 BEPS-maatregelen overgenomen. Het verschil met de BEPS-criteria is dat de Commissie een rentepercentage voorschrijft van 30% in tegenstelling tot het flexibelere percentage van de OESO van 10 - 30% en geeft de groupsescape anders vorm.

  • 2. 
    Exitheffingen

    Een gelijke exitheffing zorgt volgens het kabinet voor een ''gelijk speelveld'' binnen Europa.

  • 3. 
    Een switch-overbepaling

    De switch-overbepaling is niet opgenomen in de BEPS-afspraken. De bepaling vereist dat een bijheffing van inkomen bij de moedermaatschappij in een EU-lidstaat plaatsvindt als het inkomen bij de dochtermaatschappij in een ander land lager is dan 40% van het geldende tarief van de moedermaatschappij in de EU-lidstaat. De implicatie voor Nederland is dat de bepaling hierover in de Nederlandse vennootschapsbelasting aangepast dient te worden.

  • 4. 
    Een algemene antimisbruikregel

    Er wordt gesproken over verschillende antimisbruikmaatregelen. De regering vraagt zich af hoe deze zich tot elkaar verhouden. Ook betreft dit geen uitkomst van het BEPS-project.

  • 5. 
    Wetgeving betreffende gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (cfc's)

    De cfc-regels gelden binnen de EU. Een vergelijkbare bepaling rondom de cfc is opgenomen in de Nederlandse vennootschapsbelasting. De Europese Commissie stelt echter verdergaande regels voor welke volgens de regering verduidelijkt dienen te worden.

  • 6. 
    Hybride mismatches

    Het voorstel van de Commissie heeft betrekking op hybride mismatches binnen de EU. Het kabinet verwacht dat dit beperkte gevolgen heeft voor de recent gewijzigde Moeder-dochterrichtlijn om mismatches tegen te gaan.

De regering beoordeelt de subsidiariteit van dit voorstel positief, maar maakt wel een kanttekening bij de proportionaliteit. De in de richtlijn opgenomen switch-overbepaling maakt namelijk geen onderscheid tussen actief en passief inkomen waardoor ook bonafide structuren, transacties etc. geraakt kunnen worden.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Deze richtlijn (de "anti-ontgaansrichtlijn") bevat regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken die de werking van de interne markt rechtstreeks schaden. Zij maakt deel uit van het pakket anti-ontgaansmaatregelen (ATAP) waarin de Commissie zich toelegt op een aantal belangrijke nieuwe ontwikkelingen en beleidsprioriteiten op het gebied van de vennootschapsbelasting.

Deze richtlijn bouwt voort op het actieplan voor eerlijke en doeltreffende vennootschapsbelasting, dat de Commissie op 17 juni 2015 gepresenteerd heeft. Daarin betoogde de Commissie dat een gezonde interne markt een eerlijk en efficiënt bedrijfsbelastingstelsel nodig heeft dat bijdraagt aan economische groei en dat is gebaseerd op het beginsel dat bedrijven belasting moeten betalen in het land waar de winsten worden gemaakt. Dit vereist een gemeenschappelijke aanpak op het niveau van de EU en de introductie van specifieke antimisbruikbepalingen, zowel interne maatregelen als gemeenschappelijke acties tegen externe bedreigingen van uitholling van de belastinggrondslag.

Het richtlijnvoorstel tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken bevat regels met betrekking tot de zes hieronder genoemde fiscale onderwerpen. Door middel van de richtlijn worden enkele uitkomsten van het OESO/G20-project 'Base Erosion and Profit Shifting' (BEPS) in bindende Europese wetgeving vastgelegd. De zes onderwerpen zijn (tussen haken de BEPS acties waarop zij betrekking hebben ):

  • 1. 
    beperking van de aftrekbaarheid van rente; Artikel 4 (BEPS actie 4 );
  • 2. 
    exitheffingen: een heffing over een latente belastingschuld bij het verplaatsen van activa of een fiscale woonplaats naar een ander land; Artikel 5,
  • 3. 
    een switch-overbepaling: heffing over dividenden van laag belaste deelnemingen onder verrekening van eerder door een dochteronderneming betaalde winstbelasting bij de moederonderneming; Artikel 6;
  • 4. 
    een algemene antimisbruikregel die kunstmatige constructies bestrijdt; Artikel 7,
  • 5. 
    wetgeving betreffende gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (controlled foreign companies, ofwel cfc's); Artikel 8 & 9 (BEPS actie 3 );
  • 6. 
    hybride mismatches (BEPS actie 2 ). Bij hybride mismatchstructuren spelen internationaal opererende ondernemingen in op kwalificatieverschillen tussen nationale vennootschapsbelastingstelsels. Hybride mismatches leiden er bijvoorbeeld toe dat een betaling aftrekbaar is, maar nergens wordt belast, of dat één betaling meerdere malen aftrekbaar is; Artikel 10.

De voorgestelde richtlijn stelt minimumnormen vast. Lidstaten kunnen derhalve, binnen de grenzen van het primaire EU-recht, verdergaande (strengere) maatregelen treffen ter voorkoming van misbruik.


Behandeling Raad

De Ecofinraad heeft op 21 juni 2016 een politiek akkoord bereikt over het anti-belastingontwijkingspakket.

Op 25 mei 2016 besprak de Ecofinraad het anti-belastingontwijkingspakket.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 8 juni 2016 conclusies aangenomenPDF-document over het voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken die de werking van de interne markt rechtstreeks schaden.

Op 2 juni 2016 heeft het Europees Parlement een memo met achtergrondinformatie uitgebracht over het anti-belastingontwijkingspakket en een briefing uitgebracht over het wetgevingsproces.

Het Europees Parlement heeft in mei 2016 een rapport gepubliceerd over de rol van de financiële sector in fiscale planning.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De Roemeense Kamer van Afgevaardigden heeft op 23 juni 2016 een standpunt ingenomen over het voorstel.

Op 29 maart 2016 heeft het Assemblée van de Republiek van Portugal een subsidiariteitstoets uitgevoerd op het voorstel en geen bezwaren gevonden.

Het Zweedse Parlement heeft op 24 maart 2016 een subsidiariteitsbezwaar ingediend op het voorstel, omdat deze de beoogde doelen niet zou bereiken en de soevereiniteit van de lidstaten zou aantasten.

Het Maltese parlement heeft op 24 maart 2016 een subsidiariteitsbezwaar ingediend op het voorstel. Ook vindt zij dat de proportionaliteit niet gerespecteerd wordt.

De Duitse Bondsraad heeft op 18 maart 2016 een standpunt ingenomen over het voorstel en geeft aan dat zij het voorstel verwelkomd, maar dat het ook teleurgesteld is dat niet alle OESO-aanbevelingen door de Commissie zijn overgenomen.

De volgende lidstaten hebben het dossier als prioritair geselecteerd:

Denemarken, Litouwen, Roemenië en Groot-Brittannië.

De deadline voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar was 30 maart 2016.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via