Debat Programmatische aanpak stikstof

10 september 2014

De Eerste Kamer heeft dinsdag 9 september 2014 plenair gedebatteerd met staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken over het wetsvoorstel Programmatische aanpak stikstof (PAS). Dit wetsvoorstel wijzigt de Natuurbeschermingswet 1998 om door verlaging van stikstofdepositie de doelen voor de Natura-2000 gebieden te realiseren en tegelijkertijd meer ruimte te creëren voor groei en ontwikkeling van stikstofemissie-activiteiten. Tijdens het debat werden twee moties ingediend. Op dinsdag 23 september 2014 wordt over het wetsvoorstel en de moties gestemd.

Combinatie economie en natuur

Senator Flierman (CDA) gaf in het debat aan dat zijn fractie het samengaan van economische ontwikkeling en natuurdoelstellingen onderschrijft. Wel bekritiseerde de senator de voorgestelde aanpak van de complexiteit van de vergunningverlening en het ontbreken van beleid over de oorzaken van stikstofdepositie. Flierman vroeg aandacht voor een evenwichtige verdeling van beschikbare ontwikkelingsruimte tussen prioritaire projecten en provinciaal gereserveerde projecten enerzijds en overige lokale en private ontwikkelingsbehoeften anderzijds. Ook vroeg hij hoe deze balans op Europese schaal moet worden gezocht.

Tijdig bijsturen bij onvoldoende functioneren

Senator Vos (GroenLinks) betoogde dat de uitstoot van stikstof al tientallen jaren een groot probleem vormt voor de Nederlandse natuur en vroeg waarom er in dit wetsvoorstel desondanks voor wordt gekozen om ruimte te bieden aan verdere economische ontwikkeling op dit vlak. Vos: "Steeds vaker schrikken we wakker, bijvoorbeeld door vreselijke uitbraken van veeziekten en moet het anders. Maar na een paar halfslachtige ingrepen gaan we weer door op het pad van meer dieren, steeds grootschaliger bedrijven en concentratie in een aantal gebieden waar leefbaarheid en natuur zwaar onder druk staan." Vos pleitte voor structurele en langdurige metingen in het veld en vroeg de staatssecretaris om te garanderen dat er tijdig bijgestuurd wordt als het voorgestelde programma onvoldoende functioneert, met name in de melkveehouderij.

Senator Vos diende een motie in die de regering verzoekt de emissie en depositie van stikstof structureel te meten en om over te gaan tot eventuele toedeling van ontwikkelingsruimte mits op basis van daadwerkelijk gemeten daling van emissie en depositie van stikstof zeker gesteld wordt dat de kwaliteit van de habitats in Natura2000 gebieden verbetert en de instandhoudingsdoelen van de natuur niet in gevaar worden gebracht. Staatssecretaris Dijksma gaf aan dat dit verzoek niet uitvoerbaar is tenzij er grote bedragen in worden geïnvesteerd. Zij ontraadde deze motie.

Zekerheid voor ondernemers

Senator Van Beek (PVV) vroeg de staatssecretaris wat het programma Natura 2000 aan kosten en lasten (bestuurlijk en administratief) op provinciaal en landelijk niveau met zich brengt. De senator stelde dat er in de Natura 2000 gebieden niet alleen ruimte moet worden geboden aan ondernemers voor nieuwe initiatieven, maar dat zij ook zekerheid moeten krijgen over het voortbestaan van hun onderneming. Daarnaast dient volgens de senator de snelheid van de vergunningverlening te worden vergroot.

Niet waargemaakte beloftes

Senator Koffeman (PvdD) betoogde dat de belofte van de agrarischer sector dat technische vooruitgang het stikstof-probleem zou oplossen, niet is waargemaakt. "Nergens heeft de landbouw zo'n verstikkend effect op de natuur als in ons land het geval is." Volgens Koffeman beloven bewindspersonen al circa 40 jaar dat de mest- en stikstofproblemen worden opgelost, maar worden de problemen steeds vooruitgeschoven. De senator gaf aan dat er lacunes zitten tussen de berekeningen en daadwerkelijke metingen van stikstofemissie, en dat het dus niet mogelijk is om zelfs maar bij benadering de ontwikkelingsruimte vast te stellen. Koffeman pleitte er voor om af te zien van de invoering van de Programmatische Aanpak Stikstof en om natuurbescherming en het inkrimpen van de vee-industrie als prioriteit te stellen.

Goede bedoelingen

Senator Schaap (VVD) gaf aan dat zijn fractie achter een aanpak staat die zowel het natuurbeheer ondersteunt als de economie, maar dat er twijfels zijn over de uitvoering. Schaap: "Als het maar een beetje tegenzit met de effecten die de PAS, dreigt toch weer een terugval in administratieve perfectionering en dreigen allen maar goede bedoelingen over te blijven." De senator vroeg de staatssecretaris naar de implementatie door provinciale besturen en de gelimiteerde looptijd van de PAS. Schaap pleitte voor het terugdringen van regeldruk en het investeren in generiek beleid waardoor bedrijven de ruimte krijgen om te investeren. Schaap vroeg of er in het beleidsdenken meer vooruitgeblikt kan worden op verweving in een landschappelijke context en integratie met andere omgevingsfuncties. Ook pleitte de senator voor een snelle inzet in EU-verband voor dynamischer natuurbeleid.

Meten versus berekenen

Senator Vlietstra (PvdA) merkte op dat Nederland met de PAS voorop loopt op haar buurlanden en dat het moeilijk is om te beoordelen of het voldoende ontwikkelingsruimte zal opleveren en of de kwaliteit van de natuur niet achteruit zal gaan. Zij vroeg de staatssecretaris om de resultaten van de quick scan (van de verschillen tussen de berekeningen en de feitelijke metingen) en de screening van de gevolgen van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie over het Tracébesluit A2 's Hertogenbosch-Eindhoven. Ook vroeg Vlietstra om de evaluatie van de eerste zes jaar (te zijner tijd) aan de Eerste Kamer voor te leggen. Tot slot vroeg zij om een reactie van de staatssecretaris op de zorgen binnen de provincies Zeeland en Vlaanderen over een mogelijk tekort aan ontwikkelingsruimte.

Garantie voor reductie

Senator Reuten (SP) stelde diverse vragen over het rekenmodel dat gehanteerd wordt bij het verstrekken van vergunningen voor stikstof-emitterende activiteiten. Reuten vroeg de staatssecretaris te garanderen dat het wetsvoorstel de stikstofdepositie voldoende terugdringt om de Natura 2000-doelen te halen. Ook haalde de senator de motie-Smaling c.s. aan, die de regering oproept om bufferzones in te stellen rondom de Natura 2000-gebieden. In deze zones dient dan geen intensivering van de landbouw plaats te vinden en worden stimulerende maatregelen genomen voor op ecologische leest geschoeide landbouw en streekeigen productie. Senator Reuten vroeg de staatssecretaris wanneer er een wetsvoorstel wordt ingediend ter uitvoering van deze motie.

Senator Reuten diende een motie in die de regering verzoekt de Kamer tenminste eenmaal per twee jaar te informeren over het verloop en de stand van de stikstofemissie en -depositie, onderscheidenlijk naar emissie en depositie van ammoniak en stikstofoxiden, gerelateerd aan de verplichtingen die resulteren uit de Natura 2000-afspraken. Staatssecretaris Dijksma gaf aan dat zij niet kan overzien wat er met deze motie wordt gevraagd en ontraadde de motie.

Relatief kleine aanpassing

Staatssecretaris Dijksma stelde in het debat dat het eigenlijk gaat om een relatief kleine aanpassing van de Natuurbeschermingswet, die pas later zal worden uitgewerkt in het PAS-programma, de AMvB en de ministeriële regelingen. De staatssecretaris gaf aan dat de uitkomsten van de quick scan weliswaar relevant zijn voor de vergunningverlening en het PAS programma, maar niet voor de beoordeling van het wetsvoorstel. Dijksma betoogde dat de quick scan niet aan de Kamer wordt gestuurd voordat er met de provincies is overlegd en er een beleidsappriciatie is.

De staatssecretaris stelde dat de complexiteit van de PAS eenmaal samenhangt met het intensieve ruimtegebruik en de milieudruk in Nederland. Het is volgens Dijksma zaak om zo spoedig mogelijk tot een PAS te komen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. De stikstofdepositie daalt voldoende om samen met effectgerichte maatregelen de natuurdoelen te realiseren. 

Over het rekeninstrument bij de vergunningverlening (AERIUS) zei de staatssecretaris dat het niet eenvoudig is om te meten wat er feitelijk uitkomt, maar dat het het beste is wat we nu hebben. De staatssecretaris zegde toe aan senator Vlietstra dat het ontwerp van de regeling voor de aanwijzing van prioritaire projecten ook bij de Eerste Kamer wordt voorgehangen. Ook zegde zij toe dat de evaluatie (inclusief de efficiency van de vergunningverlening) over zes jaar aan de Eerste Kamer wordt toegezonden.