Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Wet verantwoorde groei melkveehouderij aangenomen



17 december 2014

De Eerste Kamer heeft na een plenair debat op maandag 15 december en dinsdag 16 december 2014 staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) de Wet verantwoorde groei melkveehouderij aangenomen. De fracties van de PVV, VVD, PvdA, CDA en CU stemden voor, de fracties van GroenLinks, SP, D66, PvdD en 50PLUS stemden tegen. De fracties van de SGP en OSF waren afwezig.

Dit wetsvoorstel reguleert de groei van de melkveehouderij door aan de fosfaatproductie bepaalde voorwaarden te verbinden. Alle fosfaatproductie die boven de melkveefosfaatreferentie van 2013 ligt moet ofwel op eigen grond plaatsvinden, ofwel voor 100% worden verwerkt. Een combinatie van beide is ook mogelijk.

Moties

Senator Reuten (SP) diende een motie in die de regering vraagt om bij aanvaarding van het wetsvoorstel tegelijk met de uitwerking van de AMvB een wijzigingswet voor te bereiden waarbij de grondgebondenheid en de juridische betekenis van de beschikkingsmacht worden opgenomen. De motie werd door staatssecretaris Dijksma ontraden omdat dit in strijd is met de kern van de wet en bovendien wetstechnisch niet mogelijk. De staatssecretaris merkte in het debat op dat er voor het parlement nog steeds de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de inhoud van de AMvB, aangezien de concept-AMvB wordt voorgehangen bij het parlement. Zij zegde toe dat eventuele door de Eerste Kamer (in meerderheid) gewenste aanpassingen zullen worden meegenomen voordat er een adviesaanvraag naar de Raad van State gaat. De staatssecretaris zal overwegen of een aantal essentiële elementen van de AMvB ook in een wijzigingswetsvoorstel worden opgenomen. De motie werd met algemene stemmen aanvaard.

Senator Thissen (GroenLinks) diende tijdens het debat eenmotie in die de regering verzoekt weidegang verplicht te stellenin de Melkveehouderijwet; minimaal 8 uur per dag en minimaal 200 dagen per jaar op basis van 3 graasdiereenheden per hectare. De motie werd door staatssecretaris Dijksma ontraden en bij de stemming verworpen. De fracties van de CU, SP, GroenLinks, D66, PvdD en 50PLUS stemden voor.

Senator Koffeman (PvdD) diende een motie in die de regering verzoekt de melkveefosfaatreferentie vast te stellen op de hoogte van de quotum van 2013. De motie werd door staatssecretaris Dijksma ontraden en bij de stemming verworpen. De fracties van GroenLinks, SP en PvdD stemden voor.

Financiële risico's voor boeren

Senator Terpstra (CDA) vroeg hoe de begrenzing van groei in de melkveehouderij zich verhoudt tot de lage melkprijzen waar de melkveehouders mee worstelen en de wereldwijd toenemende vraag naar zuivelproducten. Terpstra betoogde dat Nederland moet profiteren van het gunstige klimaat voor zuivelproducten. Hij gaf aan dat zijn fractie er geen voorstander van is dat in een AMvB en beperking van het aantal dieren wordt vastgelegd. Terpstra betoogde dat boeren veel financieel risico dragen, in tegenstelling tot milieu- en natuurorganisaties. In het overleg met alle belanghebbenden moet daar rekening mee worden gehouden. Tot slot vroeg de senator naar de mogelijkheid dat mestverwerking wordt gedaan door 'buren' van de boer.

Niet te remmen overheidsbemoeienis

Senator Schaap (VVD) betoogde dat het wetsvoorstel bijdraagt aan een niet te remmen overheidsbemoeienis, die de continuïteit van bedrijfsvoering in de agrarische sector frustreert. Het zou volgens Schaap veel eenvoudiger, effectiever en efficiënter zijn om wenselijke innovatieve maatregelen aan te laten sluiten op de natuurlijke schaalvergroting in de agrarische sector.  Het verwerven van dierrechten en grond belemmert de investeringscapaciteit van boeren volgens Schaap. Echter, vanwege de eisen van de Europese Commissie rondom derogatie staat de VVD-fractie "noodgedwongen positief tegenover het wetsvoorstel". De senator vroeg de staatssecretaris of de beschikkingsmacht in de sfeer van pacht, huur en gebruiksrecht geregeld kan worden zonder een overdaad aan administratieve rompslomp en zonder belemmering van investeringen. Schaap merkte ook op dat een harde weideverplichting bij natte omstandigheden en hoge temperaturen ook het melkvee niet ten goede komt en vroeg waarom dit wettelijk wordt vastgelegd. De senator vroeg de staatssecretaris om toe te zeggen dat er niet vooruitgelopen wordt op de uitvoeringsmaatregelen die worden vastgelegd in de AMvB.

Senator Van Zandbrink (PvdA) hield in het debat zijn maidenspeech. De senator betoogde dat de hiërarchische sturing van de overheid deels plaats heeft gemaakt voor sturing door burgers en bedrijven zelf en dat regelgeving hierop moet aansluiten. Van Zandbrink complimenteerde de sector en de maatschappelijke organisaties dat zij in veel zaken zelf verantwoordelijkheid nemen. Van Zandbrink merkte op dat de volledig grondloze groei in het wetsvoorstel wordt begrensd door een nog op te stellen AMvB en vroeg of dit op deze manier voldoende is afgebakend. Ook vroeg hij waarom het fosfaatplafond niet juridisch is verankerd en welke grond meetelt voor de eisen van de grondgebruiksverklaring. De senator vroeg hoe het kabinet de effectiviteit van de voermaatregelen volgt en wat de financiële gevolgen zijn voor de overheid als het fosfaatplafond wordt overschreden. Van Zandbrink vroeg of er kan worden bijgestuurd als het voerspoor (vermindering van het fosforgehalte in voer) ontspoort. Ook vroeg hij of het kabinet zich zal inspannen om in Brussel aan de orde te stellen dat de Nitraatrichtlijn het gebruik van stikstof uit kunstmest bevordert boven dat uit dierlijke mest. Tot slot vroeg Van Zandbrink of de 'compensatie voor knelgevallen' bedoeld is voor ondernemers die al geïnvesteerd hebben op basis van de eerdere voorstellen van de wet.

Onvoldoende tijd, overleg en inhoud

Senator Thissen (GroenLinks) betoogde dat de staatssecretaris onvoldoende maatschappelijk overleg heeft gevoerd over dit wetsvoorstel en dat de Eerste Kamer onvoldoende gelegenheid heeft gehad om dit goed te behandelen. Hij vroeg of de staatssecretaris zich bij dit wetsvoorstel heeft laten leiden door de lobby van de melkvee-industrie en hoe zich dit verhoudt tot de positie van de gewone melkboer. Ook vroeg Thissen aan Dijksma om toe te zeggen dat de normen van respectievelijk 80 en 100 kg fosfaatoverschot per hectare niet zullen worden gehanteerd in de AMvB. De senator betoogde dat mestverwerking het probleem van mineralenoverschot niet oplost en vroeg hoe wordt omgegaan met een mogelijk exportverbod van mest. Tot slot vroeg hij de staatssecretaris of zij vindt dat de weidegang en de grondgebondenheid in het wetsvoorstel moeten worden geborgd om te voorkomen dat de doelstellingen in gevaar komen.

Ook senator Reuten (SP) betoogde dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om het wetsvoorstel naar behoren te behandelen. De senator vroeg de staatssecretaris om een opsomming van de belangen en de belangentegenstellingen die bij het wetsvoorstel een rol spelen. Ook vroeg hij om een beargumentering van de keuzes die het wetsvoorstel hierin maakt. Verder vroeg senator Reuten of de groei van de melkveesector alleen moet worden geremd of ook teruggedrongen en of de regering het verantwoord vindt om de productie op termijn af te stemmen op het binnenlands gebruik. Tot slot vroeg de senator wat op jaarbasis de maatschappelijke kosten en baten van derogatie zijn; of de regering het gat tussen de ontheffing en de EU-norm gaat afbouwen en of derogatie valt binnen de gelijke concurrentievoorwaarden voor EU-landen.

Carte blanche

Senator Koffeman (PvdD) stelde dat de melkveehouderij met dit wetsvoorstel carte blanche krijgt. Koffeman vroeg of de staatssecretaris iets heeft gedaan met de waarschuwing van de World Health Organization dat het subsidiëren van zuivel "een systeem is dat op controversiële manier te omschrijven valt als ontworpen om Europese burgers te doden via hart- en vaatziekten". De senator vroeg waarom de melkveehouder zelf mag bepalen hoeveel leed hij zijn dieren laat ondervinden en waarom de ecologische grenzen niet in het wetsvoorstel staan. Koffeman betoogde dat de grote hoeveelheden mest funest zijn voor de Nederlandse natuur en het oppervlaktewater. Hij vroeg waarom de ongebreidelde grondloze groei niet is begrensd in het wetsvoorstel en wat de consequentie is van het overschrijden van het fosfaatplafond voor de derogatie. Ook vroeg Koffeman aan de staatssecretaris of zij kan uitleggen hoe het begrenzen van de productie door dieren naar de slachterij te sturen afhankelijk van de prijs van een liter melk, past binnen de kabinetsvisie van een duurzame veehouderij.

Spoedige inwerkingtreding

Senator Van Beek (PVV) betoogde dat nationale overheden helaas niets kunnen veranderen aan het EU landbouwbeleid. Hij gaf aan dat de PVV-fractie voorstander is van een spoedige inwerkingtreding is van het wetsvoorstel. Van Beek gaf aan dat de keuze tussen drie methodieken voor mestverwerking grote gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering, uitstoot en productie in de melkveesector. Hij vroeg de staatssecretaris om de gemaakte keuze dan ook met redenen te omkleden en om de beide Kamers uitgebreid te informeren over de implementatie van de maatregelen uit de AMvB. Tot slot vroeg de senator naar een toelichting op de positie van kleinere gezins- en familiebedrijven in de melkveehouderij.

Grenzen stellen

Senator Holdijk (SGP) vroeg waarom de Europese Commissie niet vatbaar was voor het argument dat er nu vanwege de voorwaarden voor derogatie met grote haast een wetsvoorstel moet worden aangenomen waarvan de kern nog onbepaald is. De senator betoogde dat er een bovengrens moet zijn aan het aantal dieren per hectare, de hoeveelheid geproduceerde melken de hoeveelheid mest. Hij betwijfelde of de groei van het mestoverschot binnen de perken van het fosfaatplafond is te houden. Om grenzen te stellen aan de groei van de melkveesector is meer nodig dan alleen mestverwerking. Holdijk haalde aan dat de Raad van State geen kans krijgt om advies uit te brengen over de AMvB, waarin onder andere de grondgebondenheid wordt vastgelegd. Dit aspect kan volgens Holdijk niet aan de sector zelf worden overgelaten en moet bindend worden vastgelegd op een manier waarop het eerlijk is verdeeld.     

Senator De Graaf (D66) vroeg wat de financiële consequenties zijn van het verliezen van de derogatie. De senator vroeg waarom in het wetsvoorstel is opgenomen dat melkveehouderijen mest voor 100 procent kunnen laten verwerken als het de bedoeling is dat dit bij AMvB onmogelijk wordt. De senator haalde aan dat er uit de sector het signaal klinkt dat een aantal melkveehouders er steeds minder goed in slaagt om goede balans te creëren tussen het aantal koeien en de beschikbare grond. De Graaf bekritiseerde bovendien dat het wetsvoorstel in belangrijke mate wordt uitgewerkt in de AMvB. De senator betoogde dat de Hooflijnenbrief van de staatssecretaris onvoldoende duidelijkheid biedt over de uitwerking van de AMvB.

Wereldspeler in land- en tuinbouw

Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) stelde dat Nederland wereldspeler is in land- en tuinbouw. Het kabinet zet dan ook in op het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie, maar tegelijkertijd ook op verduurzaming van de economie. Dijksma stelde dat het vervallen van de melkquota in april 2015 weliswaar kansen schept maar dat er geen sprake mag zijn van onbegrensde groei binnen de melkveesector omdat dan het bestaande stelsel onder druk komt te staan. Zij betwistte dat er sprake is van een 'lege wet', want alleen met dit wetsvoorstel kan worden voldaan aan de voorwaarden voor derogatie van de Nitraatrichtlijn. Deze uitzonderingspositie voor Nederland is zwaar bevochten maar kan gemakkelijk worden ingetrokken door de Europese Commissie als niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Een norm voor grondgebondenheid is op nationaal niveau weliswaar van belang, maar wordt op Europees niveau niet vereist.

Het is de ambitie van de staatssecretaris om de dierrechten en grondgebondenheid af te schaffen zodra dat verantwoord is. Er is momenteel echter nog geen zekerheid dat de mest tijdig en voldoende zal worden verwerkt. Het frauduleus exporteren van mest is volgens Dijksma onacceptabel. Zij merkte ook op dat de groei van de sector geen premisse is en altijd binnen milieurandvoorwaarden moet plaatsvinden. Kleine familiebedrijven blijven centraal staan in de ontwikkeling van de Nederlandse landbouwsector volgens de staatssecretaris. Onder andere voor die bedrijven is dan ook een overdrachtsregeling opgenomen in het wetsvoorstel.

De staatssecretaris stelde dat mest ook op andere plekken mag worden verwerkt, maar dat het niet zo kan zijn dat één perceel door twee landbouwers wordt bemest. Er moet sprake zijn van eigendom, huur, erfpacht of een grondgebruikovereenkomst. Grondgebondenheid is vanuit milieuoverwegingen niet zo zeer van belang, maar wel vanuit maatschappelijke overwegingen. De staatssecretaris probeert de AMvB voor 1 maart 2015 voor te hangen bij de beide Kamers. Dit om te voorkomen dat ondernemers tevergeefs financiële verplichtingen aangaan. Het verdient volgens de staatssecretaris geen aanbeveling om de uitvoeringselementen uit de AMvB alsnog wettelijk te regelen aangezien dit het proces vertraagt, de melkveesector in onzekerheid laat en moeilijk aan te passen is als de situatie in de sector daarom vraagt. Deze punten worden uiteraard wel nadrukkelijk meegenomen in de evaluatie van het wetsvoorstel.

De sector moet volgens Dijksma het voortouw nemen in het stimuleren van de weidegang, maar dit ontslaat het ministerie niet van haar verantwoordelijkheid om hier op aan te sturen. Het zal niet worden opgenomen in de AMvB, maar zal wel onderwerp zijn van discussie met de sector. De staatssecretaris is niet voor het verplicht stellen van schaduwrijke beschutting. Dit hangt af van de omstandigheden ter plaatse.  

Sociale media menu


Deel dit item: