Debat over AMvB grondgebonden groei melkveehouderij



28 april 2015

De Eerste Kamer heeft dinsdag 28 april 2015 gedebatteerd met staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) over een concept algemene maatregel van bestuur (AMvB) voor de grondgebonden groei melkveehouderij, die in het kader van een voorhangprocedure aan de Kamer is voorgelegd.

De Eerste Kamer heeft op 16 december 2014 de Wet verantwoorde groei melkveehouderij aangenomen, tezamen met de Motie-Reuten (SP) die de regering verzoekt om tegelijk met de uitwerking van een voorgenomen algemene maatregel van bestuur een wijzigingswet voor te bereiden waarmee de essentie van de algemene maatregel van bestuur en de betekenis van grondgebondenheid opgenomen worden in de wet. Op dinsdag 17 maart 2015 heeft senator Koffeman (PvdD) staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken geïnterpelleerd over het uitstel van de aangekondigde AMvB ter uitvoering van de Wet verantwoorde groei melkveehouderij. 

Fundamentele stap in de verkeerde richting

Senator Vos (GroenLinks) vroeg in het debat of het niet verstandiger en maatschappelijk gewenster is om in te zetten op een duurzamere productie tegen lagere kosten, dan op een groter melkproductie tegen grote investeringen en schulden aan de bank. Met de afschaffing van de melkquota is volgens Vos een fundamentele stap in de verkeerde richting gedaan. Zij gaf aan dat grondgebondenheid in de AMvB onvoldoende wordt geborgd en pleitte ervoor dat grondgebondenheid zo snel mogelijk in wetgeving wordt vastgelegd. Zij pleitte er ook voor dat er een wettelijk systeem van koeienrechten inwerking treedt zodra het fosfaatplafond wordt bereikt. De senator vroeg de minister om de normen voor grondgebondenheid aan te scherpen en toe te werken naar een situatie waarin er voldoende grond binnen 20 km van het bedrijf ligt om voer te verbouwen en mest te verwerken. Vos vroeg verder waarom is gekozen voor het referentiejaar 2014. Tot slot drong de senator er op aan dat de staatssecretaris alles doet wat in haar macht ligt om het wetsvoorstel voor 1 september 2015 bij de Tweede Kamer in te dienen.

Elegant

Senator De Lange (OSF) stelde dat het een stuk eleganter was geweest als de regering zelf de gebleken bereidheid van de Eerste Kamer om met spoed mee te werken, gehonoreerd zou hebben met vergelijkbare urgentie, voortvarendheid en daadkracht.  De Lange betoogde dat een AMvB niet een aanpak is die de voorkeur verdient. Hij vroeg de staatssecretaris of zij bereid is de inhoud van de AMvB alsnog bij wet te regelen zodat dit per 1 januari 2016 - samen met de AMvB - van kracht zal zijn. De Lange vroeg ook of de staatssecretaris een stelsel van dierrechten zal invoeren als Nederland het Europese fosfaatplafond doorbreekt.

Gevolgen van stuiten AMvB

Senator Terpstra (CDA) vroeg of het niet door laten gaan de AMvB betekent dat de melkveehouders op dit moment hun veestapel kunnen uitbreiden binnen de milieuregels zonder grondgebondenheid. Hij vroeg ook wie er belang heeft bij het niet stuiten van de AMvB en bij het niet grondgebonden uitbreiden van de veestapel.

Zekerheid voor de sector

Senator Schaap (VVD) stelde dat meer dan de helft van de melkveehouders geen opvolger heeft. De sector wordt nu geconfronteerd met een grondgebondenheid, terwijl veel bedrijven hier niet op kunnen hebben anticiperen. Senator vroeg in hoeverre deze bedrijven hiervoor worden gecompenseerd.  De senator is - in tegenstelling tot veel woordvoerders - verheugd dat de grondgebondenheid niet wettelijk is vastgelegd. Hij benadrukte dat de koe anders reageert op het weer dan de mens. Schaap: "Pas op met regelgeving gebaseerd op niet al te veel kennis van de veehouderij."  De senator bepleitte dat er omwille van investeringen zekerheid wordt geboden aan de melkveehouderij. Schaap gaf aan dat hij geen voorstander is van het invoeren van een systeem van dierrechten, omdat dit de productie per dier opjaagt.

Stuiten of toezeggen

Senator Reuten (SP) gaf aan dat er twee manieren zijn om de wens van de Kamer (het wettelijk vastleggen van de AMvB) uit te voeren: ofwel de AMvB stuiten op grond van artikel 21 Meststoffenwet ofwel de Motie-Reuten uitvoeren.  De senator heeft de voorkeur voor het laatste en vroeg de staatssecretaris toe te zeggen om dit voor 1 september 2015 te doen. Reuten betoogde dat de melkveehouderij in beginsel volledig grondgebonden zou moeten zijn. Reuten: "Nog fijner zou zijn als de grondgebondenheid zo wordt ingericht dat alle koeien ruimschoots in de wei kunnen."  Hij bepleitte dat in de AMvB en de wet stringente groeinormen worden vastgelegd. Volgens Reuten dreigt het meest intensief producerende deel van de sector verder uit te breiden tot dat de EU ingrijpt, waardoor goedwillende veehouders de dupe zijn.

Land vol megastallen

Senator Koffeman (PvdD) betoogde dat een AMvB niet bedoeld moet zijn om de volksvertegenwoordiging te passeren en ook niet om een wet te veranderen. De senator stelde dat de AMvB waarschijnlijk leidt tot een landelijke toename van honderden megastallen. Koffeman: "Nu niet ingrijpen betekent dat Nederland binnenkort een land vol megastallen zal zijn met steeds minder koeien in de wei." Koffeman stelde dat niets wijst op de voorbereiding van een deugdelijke regeling bij wet. Bovendien zijn er volgens de senator duidelijke signalen dat de staatssecretaris beloften doet ten aanzien van handhaving en naleving die niet worden nagekomen. Daarmee creëert het kabinet rechtsongelijkheid binnen de sector. Als de staatssecretaris de motie-Reuten alsnog uitvoert, hoeft de Kamer de AMvB niet te stuiten. Deze aangepaste wet kan volgens de senator makkelijk voor 1 januari 2016 klaar zijn. Bovendien is het nog maar de vraag of Brussel ingrijpt als de ammoniakemissies het Europees maximum overstijgen. Mocht de AMvB toch gestuit worden dan is het zaak om per direct een moratorium op uitbreidingen in de melkveehouderij af te kondigen, aldus de senator.

Senator Koffeman (PvdD) diende een motie in die de regering verzoekt om voor 1 november 2015 een wetsvoorstel aan beide Kamers voor te leggen, waarin grondgebondenheid tevens een duidelijke relatie kent met weidegang. Staatssecretaris Dijksma ontraadde deze motie met klem.

Soeverein Nederland

Senator Van Beek (PVV) betoogde dat het parlement onder grote druk vanuit de EU de Wet verantwoorde groei melkveehouderij heeft aangenomen. Van Beek: "Het beeld van een alleen nog in naam soeverein Nederland dringt zich in dit dossier dan ook nadrukkelijk op." De senator haalde een rapport aan van Biogeosciences waaruit blijkt dat de effectiviteit van de Nitraatrichtlijn moeilijk meetbaar is. De senator vroeg waar het 'staffelsysteem' waarbij de minst intensieve bedrijven het minst hoeven te compenseren op gebaseerd is. Van Beek vroeg ook naar de invulling van controle en handhaving van de AMvB. Hij gaf aan dat zijn fractie graag een hardere, wettelijke , inkadering wil om tot minimaal 80 procent weidegang te komen.  

Maatschappelijke wensen

Senator Van Zandbrink (PvdA) stelde dat bij de groei van de melkveehouderij niet alleen bedrijfseconomische wensen, maar ook maatschappelijke wensen een rol spelen. Hij gaf aan dat zijn fractie veel waardering heeft voor de AMvB, vanwege het gebleken maatschappelijk draagvlak. Grondgebondenheid is volgens de senator meer dan alleen 'mest op eigen grond gebruik'. Hij vroeg de staatssecretaris of deze bredere betekenis wettelijk moet worden vastgelegd. Van Zandbrink vroeg ook of  het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid kan worden ingezet om de grondgebondenheid te bevorderen. De senator stelde dat de fosfaatproductie steeds dichter bij het wettelijke maximum komt en vroeg de staatssecretaris om de Kamer over de voortgang en eventuele maatregelen te rapporteren. Verantwoorde groei ontstaat volgens de senator uit een succesvol voerspoor dat door de sector wordt uitgevoerd. Het is volgens Van Zandbrink een misvatting dat het voerspoor het dierenwelzijn aantast. Het gaat er om dat koeien niet meer fosfaat binnenkrijgen dan zij nodig hebben.

Geen ongebreidelde groei

Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) stelde dat in de Nitraatrichtlijn was geborgd dat er geen ongebreidelde groei van de melkveehouderij mogelijk was. Grondgebondenheid was geen voorwaarde uit deze richtlijn, maar is wel een maatschappelijke voorwaarde. De staatssecretaris wil grondgebondenheid met de AMvB behouden en versterken. Om te bepalen hoeveel grond nodig is, wordt een verschil gemaakt tussen intensieve en extensieve bedrijven. Deze laatste categorie, waartoe 75 procent van de sector behoort, hoeft geen extra grond te kopen om uit te kunnen breiden. Dijksma stelde dat de Eerste Kamer weliswaar erg snel het wetsvoorstel heeft behandeld, maar dat het wetgevingstraject langer is geweest dan alleen de behandeling in de Eerste Kamer.

De staatssecretaris gaf aan dat zij - conform de wens van de Kamer - de AMvB wettelijk zal vastleggen. Zij zal de motie van senator Reuten dan ook uitvoeren, gezien het belang van de sector dat er snel zekerheid is. Het wetsvoorstel zal echter niet anders zijn dan de AMvB, het zal een kopie van de AMvB zijn. Staatssecretaris Dijksma gaf aan dat zij niet kan garanderen dat een dergelijk wetsvoorstel voor 1 september 2015 wordt voorgelegd aan de Tweede Kamer, aangezien in het wetgevingsproces meerdere factoren en actoren een rol spelen. Zij gaf wel aan dat zij alles zal doen wat in haar eigen macht ligt om deze termijn te halen.

De staatssecretaris gaf aan dat ook is begonnen met het voorbereiden van een stelsel van dierrechten, voor het geval dat het fosfaatplafond wordt bereikt. Ook het voerspoor kan hier voor worden ingezet. Dijksma betoogde dat er binnen de AMvB ruimte is om een ontheffing te verlenen aan bedrijven die voor 7 november 2014 tevergeefs hebben geïnvesteerd in mestverwerking. Bovendien vallen alle extensieve melkveebedrijven buiten de AMvB.

Sociale media menu


Deel dit item: