Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Debat over initiatiefwetsvoorstel beperking wettelijke gemeenschap van goederen



21 maart 2017

De Eerste Kamer heeft dinsdag 21 maart 2017 gedebatteerd over het Initiatiefvoorstel-Swinkels, Recourt en Van Oosten Beperking wettelijke gemeenschap van goederen. Aan het begin van de tweede termijn dienden senator Van Rij (CDA) en senator Wezel (SP) een motie in die de regering verzoekt om het initiatiefwetsvoorstel te incorporeren in een nieuw wetsvoorstel, gezien de grote bezwaren die er in de Eerste Kamer leven over de uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en wetssystematiek. Initiatiefnemer Recourt gaf aan dat de initiatiefnemers de motie in beraad zullen nemen. Minister Blok (Veiligheid en Justitie, demissionair) gaf aan het voor een demissionair kabinet niet erg gebruikelijk is om te starten met ingrijpende wetsvoorstellen.

Op dinsdag 28 maart 2017 wordt over het wetsvoorstel en over de motie gestemd.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Senator Van Rij (CDA) betoogde dat de Nederlandse gewoonten ten aanzien van huwelijk en samenwonen sterk aan het veranderen zijn. Naar verwachting zal het percentage van ongehuwd samenwonende paren stijgen tot 33 procent in 2050. Als ongehuwd samenwonenden geen geregistreerd partnerschap aanvragen, blijven er allerlei vermogensrechtelijke zaken ongeregeld. Het wetsvoorstel zal hier volgens de senator niets aan veranderen. Ook patchwork-gezinnen (samengestelde gezinnen)  zijn er niet mee geholpen. Van Rij bepleitte dat een visie op de maatschappelijke ontwikkelingen vooraf zou moeten gaan aan een fundamentele stelselwijziging van het huwelijksvermogensrecht.

Van Rij betoogde dat het niet zeker is of de Nederlandse bevolking een beperkte gemeenschap van goederen wil invoeren. Verder merkte hij op dat verloofden met enig vermogen doorgaans de weg naar de notaris goed weten te vinden. Voor echtparen waarbij er een beperkt vermogen is, is het dan ook niet nodig om wettelijk vast te leggen dat er drie vermogens (twee privé en een gemeenschappelijk) moeten zijn. Voor het omgaan met eventuele schulden van een toekomstig echtgenoot kan betere voorlichting een oplossing bieden. Bovendien merkte de senator op dat het vreemd is dat voorhuwelijks gezamenlijk vermogen automatisch in de beperkte gemeenschap valt.

Dit is slechts anders als een echtgenoot kan aantonen dat het aan hem/haar toekomt. Ook vroeg Van Rij of het de bedoeling van de wetgever is dat de gehele waardestijging van aandelen die juridisch tot de ene echtgenoot behoren, toekomt aan de andere echtgenoot die de aandelen heeft gefinancierd.  De senator betoogde ook dat het een illusie is om te denken dat echtgenoten hun administratie netjes bijhouden.  Van Rij vroeg tot slot wat de toegevoegde waarde is van het nieuwe regime.

Emancipatie en vooruitgang

Senator Backer (D66) stelde dat emancipatie in het personen- en familierecht doorgaans op veel bezwaren stuit. Hij noemde het een vooruitgang dat voortaan niet meer per notariële akte in een testament hoeft te worden vastgelegd dat een schenking buiten de gemeenschap van goederen valt. Het wetsvoorstel brengt volgens Backer drie rechtsvaardigheidscorrecties aan. Het doet meer recht aan de bedoeling van de erflater of de schenker. Het is aan de ontvangende partner zelf om te bepalen hoe dit geld besteed wordt. Ook doet het recht aan het feit dat de onderlinge afhankelijkheid van elkaars inkomen de afgelopen decennia is verminderd. Er is weliswaar een reële kans dat een echtgenoot na de scheiding erg sterk op achteruit gaat. Het probleem zit echter bij de verdiencapaciteit en het uitblijven van alimentatie. Het mag volgens Backer niet zo zijn dat huwelijksvermogensrecht wordt ingezet als instrument om vermogen te herverdelen. Dit gaat uit van een heel stereotiep beeld van het huwelijk. Volgens Backer voorzien partners bij het aangaan van en huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden meestal niet dat zij nu automatisch kiezen voor het meest vergaande arrangement met de minste bescherming van het eigen vermogen. 

Maatschappelijke situatie

Senator Bikker (ChristenUnie) betoogde dat men bij een huwelijk de hoop uitspreekt om levenslang verbonden te zijn aan elkaar.  Bikker betoogde dat bij veel echtparen geen sprake is van een groot vermogen. Als zij in gemeenschap van goederen willen trouwen, wordt hen de weg naar de notaris bespaard. Bikker betoogde dat er in Nederland veel éénverdieners zijn. Het veranderen van het huwelijksvermogensrecht zal deze feitelijke situatie niet veranderen.  Het is volgens de senator een disproportionele oplossing voor de problemen die er zijn op het gebied van schulden en schenkingen/erfenissen. De maatschappelijke opvattingen over het huwelijk komen in het wetsvoorstel onvoldoende naar voren. Ook acht de senator het niet bewezen dat het wetsvoorstel een verbetering is voor de 70 procent die nu in gemeenschap van goederen trouwt. Het wordt juridisch zelfs ingewikkelder en de keuzevrijheid wordt beperkt. Tot slot betoogde de senator dat bij overlijden van een echtgenoot niet duidelijk is of er een algehele gemeenschap van goederen is.  

Geen grond en noodzaak

Senator Wezel (SP) vroeg zich af of gehuwde stellen zullen begrijpen dat het voor het huwelijk gezamenlijk opgebouwd vermogen (zoals een woning) voortaan automatisch in de huwelijkse gemeenschap valt. Het argument van de initiatiefnemers dat toekomstig gehuwden dit als rechtvaardig ervaren, acht de senator onvoldoende onderbouwd. Wezel betoogde dat de vele wijzigingen in het wetsvoorstel ertoe hebben geleid dat het internationaal gezien niet meer gangbaar is. Er is volgens de senator geen feitelijke grond en noodzaak om het basisstelsel te veranderen. Zij vroeg hoe redelijk de initiatiefnemers het vinden dat beide eigenaren recht hebben op de helft van het gemeenschappelijk vermogen vóór het huwelijk, ongeacht de inbreng. Wezel vroeg ook of de indieners een novelle willen indienen om te regelen dat de onderneming standaard buiten de gemeenschap valt. Verder merkte de senator op dat het kostbare consequenties heeft als er geen beginstand en administratie wordt bijgehouden.

Onbillijk

Senator Schouwenaar (VVD) betoogde dat de algehele gemeenschap van goederen bij de ontbinding van een huwelijk als onbillijk kan worden ervaren. De toenemende individualisering, de opkomst van patchwork-gezinnen en de veranderde klassieke rolverdeling komen onvoldoende tot uitdrukking in de algehele gemeenschap van goederen. Dit alles terwijl  de gunfactor ten tijde van ontbinding  van het huwelijk niet optimaal is. Schouwenaar merkte op dat het nog steeds mogelijk blijft om een algehele gemeenschap van goederen te creëren: dit gebeurt automatisch als de echtelieden gedurende het huwelijk niets administreren. Wel zal er op ruime schaal goede voorlichting moeten zijn. Schouwenaar gaf aan dat hij geen voorstander is van een eenmalige, brede herziening van het huwelijksvermogensrecht. Wel vroeg hij waarom er niets is vastgelegd over de redelijke vergoeding voor de arbeid van de echtgenoot die een onderneming heeft die buiten de beperkte gemeenschap valt.

Drempel

Senator Beuving (PvdA) betoogde dat het wetsvoorstel een inbreuk is op het uitgangspunt dat het voorhuwelijkse vermogen privévermogen blijft. Dit heeft verstrekkende gevolgen als een echtgenoot failliet gaat. Dit faillissement omvat immers alle goederen die in de gemeenschap vallen. De andere echtgenoot kan hierdoor materieel ook failliet gaan. Een gezamenlijk aangeschaft huis valt dan immers binnen de failliete boedel. De senator uitte ook zorgen over de fiscale gevolgen van het wetsvoorstel, als het huwelijk eindigt door overlijden van één van de echtgenoten. De langstlevende echtgenoot is in veel gevallen dan slechter af. Beuving gaf aan dat haar fractie zich eigenlijk niet kan voorstellen dat het onder het voorgestelde stelsel verantwoord is om zonder een door de notaris opgemaakte staat van aanbrengsten en zonder goede voorlichting over het huwelijksvermogensrecht en het belang van administratie in het huwelijk te treden. Dat werpt volgens de senator een financiële drempel op die uiterst onwenselijk is.

Administratie

Senator Van Dijk (SGP) betoogde dat echtelieden hun administratie doorgaans niet op orde hebben. Er wordt bij de plechtigheid immers niet gevraagd: "Belooft gij te allen tijden de bonnetjes te bewaren?" Van Dijk stelde dat er door dit wetsvoorstel veel mensen worden opgezadeld met extra kosten. Vooral notarissen zullen er aan verdienen. Bij een echtscheiding wordt achteraf vastgesteld wat het vermogen van de één en van de ander was. Van Dijk vroeg of er niet juist grote geschillen ontstaan door het feit dat er straks drie verschillende vermogens zijn. Wat gebeurt er als de man wel de administratie heeft bijgehouden en de vrouw niet? De senator betoogde dat een basisstelsel moet aansluiten bij wat gebruikelijk is en historisch is gegroeid. Bovendien zou het systeem keuzevrijheid moeten bieden. Dat doet het wetsvoorstel echter niet volgens de senator: "Waarom deze onliberale drammerij?"

Informeren

Senator Strik (GroenLinks) stelde dat voorkomen moet worden dat echtgenoten na de huwelijksvoltrekking met consequenties worden geconfronteerd die ze liever niet hadden. De wettelijke hoofdregel moet dan ook aansluiten bij de maatschappelijke praktijk. Die is sinds 1838 behoorlijk veranderd. Dat blijkt alleen al uit de lange voorgeschiedenis van het wetsvoorstel. Strik bepleitte dat Nederlandse ingezetenen tijdig en op begrijpelijke wijze worden geïnformeerd over deze wetswijziging. Verder merkte zij op dat het moeilijk zal zijn om het voorhuwelijks vermogen gescheiden te houden. Een juiste administratie is van cruciaal belang. Gebeurt dit niet, dan kan dat nadelig uitpakken. Zeker bij schulden. Ook is het nog maar de vraag of burgers de complexe regels van drie vermogens kunnen overzien en hun belang daarbij kunnen behartigen. Het huidige systeem is volgens de senator ook niet ideaal, maar het is volgens de senator nog niet duidelijk of het nieuwe systeem burgers beter beschermt.

Financieel verleden

Initiatiefnemer Swinkels (D66, Tweede Kamer) merkte op dat het basisstelsel van een gemeenschap van goederen ongewijzigd blijft. Alleen het financiële verleden van echtgenoten (voor het huwelijk) wordt uitgesloten. Ook wordt rechtgezet dat schenkingen en erfenissen automatisch in de gemeenschap vallen. De keuzevrijheid om dit anders in te richten, is onverminderd mogelijk. Hiervoor kunnen huwelijkse voorwaarden worden opgesteld. De initiatiefnemer merkte daarbij op dat het nieuwe stelsel beter aansluit bij hoe mensen het willen regelen.

De gemeenschap van goederen is volgens Swinkels vaak geen bewuste keuze. Bovendien hoeven mensen die willen schenken nu niet meer bij de notaris te laten vastleggen aan wie de schenking toekomt. Het wetsvoorstel sluit volgens de initiatiefnemer aan bij de meest gangbare Europese standaarden.

Moderner en eerlijker

Initiatiefnemer Recourt (PvdA, Tweede Kamer) merkt op dat het wetsvoorstel het doel heeft om het huwelijksvermogensrecht moderner en eerlijker te maken. De tijd dat de man kostwinnaar was en de vrouw verzorger ligt achter ons. Verder merkte Recourt op dat er een lijst kan worden gemaakt van privé vermogen en schulden vóór het huwelijk, waardoor de verdeling bij ontbinding van het huwelijk makkelijker wordt. Deze 'lijst van aanbreng' is echter niet verplicht.  Een onderneming valt niet standaard buiten de gemeenschap. Voor zzp'ers is het wetsvoorstel volgens Recourt een verbetering, aangezien het privévermogen van de partners buiten de failliete boedel valt. Een éénmanszaak valt wel in de gemeenschap, maar dat is ook in de huidige situatie zo. De nieuwe wet heeft ook geen invloed op het eigendom van een gemeenschappelijk aangekochte woning vóór het huwelijk. Een faillissement betekent niet dat de gemeenschap van goederen automatisch opgeheven wordt.  Initiatiefnemer Recourt gaf aan dat voorlichting van groot belang is, maar dat bij complexe juridische vragen een deskundige moet worden geraadpleegd.

Beschermen tegen schuld

Initiatiefnemer Van Oosten (VVD, Tweede Kamer) merkte op dat het bewijsvermoeden van eigen vermogen ziet op goederen en niet op schulden. Het feit dat huwelijke vaak op een vervelende manier eindigen is volgens Van Oosten des te meer reden om het basisstelsel meer te laten aansluiten bij wat men redelijk acht. Het wetsvoorstel is bedoeld om mensen te beschermen tegen voorhuwelijkse schulden. Het wetsvoorstel wijzigt niet de situatie dat de waardestijging van aandelen ten goede komt aan de partner die de aandelen heeft gefinancierd. Ook fiscaal verandert er niets. Tot slot merkte Van Oosten dat het wetsvoorstel allen van toepassing is op nog te sluiten huwelijken; het heeft geen terugwerkende kracht.

Geen uitvoeringsbezwaren

Minister Blok (Veiligheid en Justitie, demissionair) merkte op dat er geen uitvoeringsbezwaren zijn rondom dit wetsvoorstel. De minister gaf aan dat de staatssecretaris van Financiën eind maart per brief zijn visie op het wetsvoorstel zal geven. Hij merkte daarbij op dat het wetsvoorstel geen fiscale gevolgen heeft. Er is een open norm opgenomen voor de vergoeding van het eigen ondernemerschap omdat dit partners de ruimte geeft om zelf aan te geven wat redelijk is.  Het wordt weliswaar wenselijker om een lijst van aanbrengsten op te stellen, maar daar staat tegenover dat de kans kleiner is dat je aansprakelijk bent voor de voorhuwelijkse schulden van je partner.

Sociale media menu


Deel dit item: