Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02531

Toezegging Eerste kwartaalrapportage tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius uiterlijk 1 juni 2018 (34.877)



De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van diverse leden toe, de Kamer uiterlijk 1 juni 2018 de eerste kwartaalrapportage te sturen over de voorzieningen die bij de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius zijn en worden getroffen. In de eerste kwartaalrapportage zal in ieder geval aandacht worden besteed aan de (als dan te kwantificeren) criteria en doelstellingen aan de hand waarvan kan worden bepaald dat de situatie van grove taakverwaarlozing kan worden beëindigd en het bestuur weer kan worden overgedragen aan het openbaar lichaam. Ook bevat deze brief een (inhoudelijke) kabinetsreactie op de resultaten van het onderzoek naar het sociaal minimum in Caribisch Nederland.  De staatssecretaris van BZK zal een inhoudelijke en niet alleen procesmatige kabinetsreactie bevorderen. 


Kerngegevens

Nummer T02531
Status voldaan
Datum toezegging 6 februari 2018
Deadline 1 juni 2018
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks)
M.P. Meijer (SP)
J.G. Vlietstra (PvdA)
Commissie commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Sint Eustatius
sociaal minimum
taakverwaarlozing
Kamerstukken Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius (34.877)


Uit de stukken

Handelingen I 2017-2018, nr. 5, blz. 10

Meijer (SP)

Ik hoorde gisteren de staatssecretaris aan de Tweede Kamer beloven dat hij het rapport van Sociale Zaken, waarin dus staat wat een aanvaardbaar sociaal minimum is, mee zal nemen in zijn eigen rapportage die voor 1 juni voorzien is. Ondanks dat het treurig is dat dit twee jaar op zich heeft laten wachten, hoop ik dat de staatssecretaris nu ook wil toezeggen dat hij op de kortst mogelijke termijn met de uitkomsten aan de slag gaat en ons van zijn vorderingen op de hoogte houdt. Ik mag toch aannemen dat hij het met mij eens is dat inwoners van Nederland recht hebben op een aanvaardbaar sociaal minimum, of ze nu in Europees Nederland of in Caraïbisch Nederland leven?

Handelingen I 2017-2018, nr. 5, blz. 14

Vlietstra (PvdA)

Mijn fractie acht het van belang dat inwoners betrokken worden bij en geïnformeerd worden over de resultaten van zowel de bestuurlijke als de fysieke en sociaaleconomische maatregelen en ook in de gelegenheid worden gesteld mee te denken over de toekomst van het eiland. Als fractie willen wij uiteraard ook zelf graag op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling. De staatssecretaris heeft in de Tweede Kamer toegezegd op 1 juni met een eerste rapportage te komen en daarbij ook mee te nemen het rapport van zijn collega, Van Ark, over armoede. Graag horen wij van de staatssecretaris of hij bereid is die rapportages ook voor te leggen aan deze Kamer.

Handelingen I 2017-2018, nr. 5, blz. 18

Staatssecretaris Knops

Ik snap de aan mij gestelde vraag dan ook helemaal: wat zijn de criteria waarbinnen we weer terug kunnen naar die genormaliseerde situatie, naar die, zoals sommigen het noemen, exit situatie? Daar kun je een aantal harde criteria aan hangen. Ik zeg u toe dat ik daarover ook in de brief van juni, die uiteraard ook aan deze Kamer, aan de commissie KOREL, zal worden gericht, zal berichten. Een aantal van u vroeg daar immers om. In die brief zal ik uiteenzetten welke set van criteria, doelstellingen wij ontwikkelen: wat willen wij in fysieke zin bereikt hebben?

Handelingen I 2017-2018, nr. 5, blz. 20-21

Staatssecretaris Knops:

Een punt dat in de Eerste Kamer ontzettend leeft, net als in de Tweede Kamer, is het punt van het sociaal minimum. Als u mij vraagt, nu ik een aantal maanden in functie ben, wat ik vind van de wijze waarop dit dossier behandeld is in ieder geval qua tempo, dan zeg ik dat dat buitengewoon traag is gegaan. Ik snap de frustratie ook. Een van de eerste dingen die ik hoorde toen ik op Saba was, was dit punt. Mensen heb ben echt het gevoel dat ze niet serieus genomen worden als het zo lang duurt. Dat trek ik mij aan. Ik heb daarover met collega Van Ark gesproken. Zij kan het onderzoek niet versnellen, maar ik heb wel in de richting van de Tweede Kamer toegezegd om in de brief die ik stuur, de uitkomsten van het onderzoek mee te nemen. Ik zeg dat ook hier toe. Ik vind ook dat er een debat over moet komen hoe we dat gaan oppakken.

(...)

Ganzevoort (GroenLinks):

Ik sluit mij aan bij het laatste punt waar de staatssecretaris het over had. Ik begrijp heel goed dat een versnelling van het nu lopende onderzoek er niet in zit en niet logisch is. Ik vroeg wel om een rapportage op 1 juni. Ik zou het heel jammer vinden als er dan alleen een procesvoorstel komt. Ik denk dat de Kamer en de regering zichzelf enorm op achterstand zetten als er nu niet echt concrete dingen zichtbaar worden. Anders gezegd: het zou ontzettend helpen, als u vanavond toch die kant op reist, als u morgen daarvoor eens een bedrag kon noemen. Ik snap dat dat er niet in zit, maar mijn enige vraag is om dat moment van 1 juni te gebruiken, zodat er dan ook echt een concrete uitkomst van dat rapport is waar het kabinet iets mee gaat doen. Het moet meer dan een procesafspraak zijn, want anders hebben we echt een probleem.

Staatssecretaris Knops:

Ik heb uw vraag heel goed gehoord. Ik kan inderdaad niet morgen een bedrag noemen. Dat valt echt onder de portefeuille van de staatssecretaris. Zij heeft mij verzekerd dat ze het buitengewoon serieus neemt en waar mogelijk het proces versnelt. Uiteindelijk zal die inhoudelijke afweging altijd moeten plaatsvinden. Ik heb haar overigens uitgenodigd om die kant op te gaan om met eigen ogen te zien, voordat zij met het rapport naar buiten komt, hoe de situatie is. Ik denk dat dit ook belangrijk is. Het klinkt heel plat, maar je moet het gezien hebben, je moet het ervaren hebben en je moet de mensen gesproken hebben om te snappen hoede schaalgrootte in elkaar zit en hoe groot het probleem is. Zij heeft daar positief op gereageerd. Het is ook aan mij om te proberen om dit soort signalen vanuit de Kamer, die nu via het deel Koninkrijk terecht aan mij gesteld worden, maar die toch tot het domein van de staatssecretaris van Sociale Zaken behoren, op een goede manier over te brengen. Ik zeg toe dat ik dat doe. Het signaal dat u vandaag heeft afgegeven in den brede — u heeft het heel duidelijk gezegd, maar een aantal van uw collega's waren er ook heel vocaal in — zal ik overbrengen aan mijn collega.

Ganzevoort (GroenLinks):

Dat waardeer ik van de staatssecretaris. Het is niet uitwantrouwen, maar we hebben al een aantal jaren met zijn voorgangers gewerkt in verschillende rollen. Ik begrijp heel goed dat de staatssecretaris het zal doorgeleiden. Daar heb ik alle vertrouwen in. Kunnen we ruim voor dat moment te horen krijgen van zijn collega, die daar uiteindelijk ook iets zinnigs over moet zeggen, of het haalbaar is om op 1 juni wel met concrete bedragen en een concreet beeld te komen? Dan worden we niet daardoor overvallen, maar houden we daarbij de vinger aan de pols.

Staatssecretaris Knops:

Ik kan het verzoek dat u zojuist deed doorgeleiden om duidelijkheid te verschaffen over wat er dan in die brief komt: komt er een procesvoorstel of komt er al iets van een inhoudelijk standpunt? Ik wijs erop — dat weet u ook — dat als er uit dat rapport iets voortvloeit wat budgettaire consequenties heeft, dat meestal niet heel snel geregeld is. Ik heb de afgelopen weken een aantal discussies meegemaakt in de ministerraad — ik zie dat iedereen meteen rechtop gaat zitten — maar ik mag daar uiteraard niet over vertellen anders dan op hoofdlijnen. Ik kan wel zeggen dat er buitengewoon veel begrip en bereidheid was voor de situatie op Sint-Eustatius en voor de wil om daar iets aan te doen. Hetis aan mij om dat contact te maken bij de verschillende collega's.

Handelingen I 2017-2018, nr. 5, blz. 22-23

Staatssecretaris Knops

Voorzitter. Volledigheidshalve misschien nog even het volgende. Ik heb het zojuist al even gezegd, maar wat zijn nu de criteria die ik graag wil kwantificeren in de brief van1 juni? Het gaat om de criteria waaraan voldaan moet zijn om terug te kunnen keren naar een normale situatie. Dan praten we natuurlijk toch over het feit dat de financiën en het ambtelijk apparaat echt op orde moeten zijn. We moeten kunnen zeggen: we zijn in control; we weten wat erin komt en wat eruit gaat. Het gaat om het financieel beheer, de beleidskaders, het vergunningensysteem, dat nu ook willekeur is, en de manier waarop je documenten publiceert ,zodat mensen daartegen ook beroep kunnen aantekenen en bezwaar maken. Het gaat om dat soort procedures..

Dan gaat het om de rechtsbescherming. Dat moet gewoonlopen. Dat is gewoon bureaucratie, maar dat moet wel worden opgezet. Dat geldt evenzeer voor handhaving. Dat hebben we ook hier, in het Europese deel van Nederland: je kunt wel wet- en regelgeving hebben maar mensenhouden zich daar niet altijd aan. Hoe ga je daarmee om? Dat is dus wel een belangrijk punt. Ik zeg toe dat ik daar in de brief van 1 juni wat concreter op inga, want ik wil die regeringscommissaris echt de gelegenheid geven om dat zelf mee op te bouwen. Dan zetten we niet hier vanuit Den Haag overnight even op papier. Het moet een gedragen iets worden op basis waarvan we met z'n allen kunnenzeggen: dit willen we bereikt hebben. Dan is het nog geen hogere wiskunde. Daarbij komen nog die cultuur en het gevoel of het volwassen genoeg is, maar dan wordt het wat concreter. Ik heb het gevoel dat u daarnaar op zoek bent.

zie ook T02532 Kwartaalrapportages tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius

T02405:  Toezending onderzoeksopzet sociaal minimum Caribisch Nederland

T02383: Toezegging stappenplan objectieve methodiek sociaal minimum Caribisch Nederland

Kamerstukken II, 34.877, nr 3.  p. 9

Mede met het oog op het uitwerken van de te nemen maatregelen, het zo nodig nader bepalen van de criteria voor het beëindigen van de ingreep en het volgen van de voortgang van de uitvoering roept het kabinet een bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland in het leven. Doel hiervan is om de thema’s die voor Sint Eustatius en de andere eilanden van belang zijn in samenhang te bespreken. Hierbij zal bijzondere aandacht uitgaan naar de voortgang in Sint Eustatius en de maatregelen die nodig zijn om de ingreep te kunnen beëindigen. Over de voortgang zal de Staatssecretaris van BZK de Kamers periodiek informeren.


Brondocumenten


Historie