T02633

Toezegging Het toezenden van een brief over de financiële sector (35.000)



De Minister van Financiën zegt de Kamer, mede naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Rinnooy Kan (D66), Van Apeldoorn (SP) en Ester (ChristenUnie), toe een afschrift te zenden van een brief aan de Tweede Kamer inzake de financiële sector.


Kerngegevens

Nummer T02633
Status voldaan
Datum toezegging 20 november 2018
Deadline 1 januari 2019
Verantwoordelijke(n) Minister van Financiën
Kamerleden prof. dr. E.B. van Apeldoorn (SP)
dr. P. Ester (ChristenUnie)
prof. dr. A.H.G. Rinnooy Kan (D66)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen financiële sector
Kamerstukken Miljoenennota 2019 (35.000)


Uit de stukken

Handelingen I, 2018-2019, nr. 8, item 3, blz. 10

De heer Van Apeldoorn (SP):

Voorzitter. Als iets het pleidooi om het kapitaal te beteugelen in plaats van het de vrije loop te laten kracht zou moeten bijzetten, dan zijn het wel de lessen van de financiële crisis. Maar welke lessen heeft deze regering hier, nu ruim tien jaar na de val van Lehman Brothers, eigenlijk geleerd? Veel reflectie hierop lezen we niet in de Miljoenennota. Hebben we de financiële sector nu echt weer dienstbaar gemaakt aan de reële economie en aan de samenleving? Daarvoor is volgens mijn fractie nog veel meer nodig. Zo praten we al jaren over de noodzaak van hogere buffers voor banken, maar nu wordt in EU-verband een eis van 3% ingevoerd, terwijl Nederland eerder nog inzette op 4%. Hoe zit dat, wil mijn fractie weten. En wanneer gaan we nou eens eindelijk over op het volledig splitsen van het zaken- en het nutsdeel van banken, destijds een van de centrale aanbevelingen van de commissie-De Wit? Waarom horen we hier niets meer van? Waar we ineens wel weer van horen, is de eigen begrotingscapaciteit voor de EU die als een duveltje uit een doosje weer terug is op de agenda nadat Macron en Merkel het hier kennelijk over eens zijn geworden. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat die duvel voor eens en altijd in zijn doosje blijft?

Handelingen I, 2018-2019, nr. 8, item 8, blz. 6

De heer Rinnooy Kan (D66):

En dan zijn ook de zorgen rond Italië nog lang niet verdwenen. Kan de minister aanduiden hoe kwetsbaar Nederland is in een financiële crisis die uitgelokt zou kunnen worden door onverantwoord Italiaans begrotingsbeleid? Die vraag geldt in het bijzonder voor de Nederlandse financiële sector, inclusief tweede-orde-effecten die kunnen ontstaan als Nederlandse banken afhankelijk zouden blijken te zijn van landen die midden in de Italiaanse vuurlinie liggen. Was dit scenario verwerkt in de recente Europese stresstest, die de Nederlandse banken naar verluidt goed zouden hebben doorstaan? De fractie van D66 heeft met enige verbazing kennisgenomen van de kennelijke bereidheid van het kabinet om mee te werken aan de verlaging van de minimumkapitalisatiegraad van de Europese banken van 4% naar 3%. Die bereidheid zou het vertrouwen moeten weerspiegelen dat de Nederlandse banken ook na die verlaging in staat zullen blijven om elke redelijk denkbare toekomstige crisis in Europa te overleven. Maar is er werkelijk vooruitgang geboekt in de brede balansverkorting, waar ik vorig jaar namens de fractie aandacht voor vroeg? En is het bailinmechanisme ten laste van aandeel- en obligatiehouders die een bedreigde bank te hulp zouden moeten schieten nu geheel op orde? Het lijkt er eerder op dat de financiële markten nog steeds rekenen op een bail-out door de Europese overheden in geval van een nieuwe bankencrisis. Kan de minister ons op dat punt geruststellen?

Handelingen I, 2018-2019, nr. 8, item 8, blz. 10-11

De heer Ester (ChristenUnie):

Voorzitter. Mijn fractie blijft zich grote zorgen maken over de bankensector. Dan gaat het zowel om de cultuur van de bank als om de hoogte van de buffers. De afgelopen maanden hebben weer laten zien dat de maatschappelijke antenne van banken pover ontwikkeld is. De salaris- en bonuscultuur beginnen weer trekken te vertonen van de precrisisperiode. De witwasaffaire bij ING leidt tot plaatsvervangend schaamrood op de kaken. En de reactie van de banken op maatschappelijke verontwaardiging blijft ons toch verbazen. Waarom slaagt het kompas van de banken er maar niet in het maatschappelijke noorden te vinden?

Zijn de actuele buffernormen niet gewoon te laag om een nieuwe crisis te voorkomen? Volgens toonaangevend Stanfordeconoom Anat Admati moet het eigen vermogen fors worden opgekrikt. En Andrea Enria, de voorzitter van de Europese Bankenautoriteit, stelde nog onlangs dat banken in de eurozone onvoldoende verliesabsorptiekapitaal in huis hebben. Onze eigen DNB-president Klaas Knot ziet de bancaire jacht naar dubbelcijferig rendement als een serieus gevaar. Hoe beoordeelt de minister deze geluiden? Moeten die buffers niet gewoon verder omhoog, zeg naar 15% tot 20% van het balanstotaal? En is ook de recente bankenstresstest in dit opzicht niet veel te mild?

Handelingen I 2018-2019, nr. 8 item 8 - blz. 37

Minister Hoekstra:

Voorzitter. Dan ben ik bij het laatste blok beland, dat onder andere gaat over de financiële sector, maar dat ook veel overige elementen in zich heeft. Eerst heb ik een aantal opmerkingen over de financiële sector. Terecht hebben diverse leden hun zorgen over de sector uitgesproken. Voor mij is cruciaal dat de sector het nodige doet en blijft doen op het gebied van stabiliteit, op het gebied van integriteit en op het gebied van innovatie. Hoewel er heel veel werk is verzet — ik zeg daar nadrukkelijk bij: ook op instigatie van mijn voorganger — is het eerlijk om te zeggen dat het vertrouwen in de sector niet is hersteld. De zaken die zijn voorgevallen, bijvoorbeeld op het gebied van die witwascasus maar eerder ook ten aanzien het salaris, helpen daarbij niet. Ik moet erbij zeggen: de goeden niet te na gesproken, want dit vindt natuurlijk niet bij iedere bank plaats. Voor mij staat de combinatie van stabiliteit, integriteit en innovatie in ieder geval hoog op de agenda. Ik kom nog met een aantal additionele gedachten, naast het handhaven van alles wat mijn voorganger in werking heeft gezet en alles wat er vanuit Europa is geïmplementeerd. Als het goed is, kom ik daar voor het einde van het jaar mee richting de Tweede Kamer. Ik zal zorgen dat ook de Eerste Kamervoorzitter daar een afschrift van krijgt.


Brondocumenten


Historie