T02408

Toezegging Informeren Kamer over het proces inzake het verzelfstandigen van het Centrum Veilig Wonen (CVW) ten opzichte van de NAM (34.041/34.390/34.348)



De Minister van Economische Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Flierman (CDA), Pijlman (D66), Meijer (SP), Verheijen (PvdA) en Vos (GroenLinks), toe de Kamer te informeren over het proces inzake het verzelfstandigen van het Centrum Veilig Wonen (CVW) ten opzichte van de NAM.


Kerngegevens


Uit de stukken

Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 16, pagina 11-12

Minister Kamp:

Als iets gedaan wordt door de NAM, betekent dat niet per definitie dat het verkeerd gedaan wordt. Ik vind dat er heel veel goed gedaan wordt door de NAM, met een goede intentie. Ze stellen zich op de goede manier op. Ze werken mee. Toen ik begon als minister van Economische Zaken, had ik voor wat betreft de schadeafhandeling alleen met de NAM te maken. Toen was het Centrum Veilig Wonen er nog niet. Het Centrum Veilig Wonen is in mijn periode opgezet. Nu zijn we bezig om het verder te verzelfstandigen op de manier die ik net beschreven heb. De relatie met de NAM kun je op verschillende manieren regelen. Je kunt zeggen: iedere rekening die betaald moet worden, gaat naar de NAM en die moet zij betalen. Een andere mogelijkheid is dat je voor een jaar een budget krijgt, dat de NAM betaalt en dat je binnen dat budget de zaken die gedaan moeten worden, afwikkelt en aan het eind van het jaar kijkt of er nog extra geld nodig is of dat er geld over is dat naar het volgende jaar kan worden doorgeschoven. Dat is een mogelijkheid. Je zou met een fonds kunnen werken. Ik ben daar zelf geen voorstander van, maar het is een mogelijkheid. Dat zijn allemaal technische uitvoeringen. Van een situatie met alleen maar de NAM en de schademelders hebben we inmiddels een situatie met de NAM, de Nationaal Coördinator, het Centrum Veilig Wonen en de schademelders. Waar ik nu mee bezig ben, is om dat over drie instanties optimaal te organiseren, namelijk NAM, Centrum Veilig Wonen en de publieke regie, allemaal handelend ten behoeve van de mensen in Groningen. In dat proces zitten we nu en daar zijn we ook al ver in gevorderd.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Mijn fractie heeft de wens geuit om het Centrum Veilig Wonen volledig onafhankelijk van de NAM te laten opereren. Begrijp ik goed dat de minister zegt dat het Centrum Veilig Wonen onafhankelijk van de NAM opereert waar het gaat om de afhandeling van de schade?

Minister Kamp:

Dat is nu nog niet zo. Ik heb aangegeven wat de ideale eindsituatie is. De een is schadeplichtig, de ander doet de uitvoering en de derde doet de regie. Daar werken we naartoe. We zijn een eind gevorderd. Zijn we er al? Nee. Werken we ernaartoe? Ja, en ik doe dat zo snel mogelijk.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Ik begrijp van de minister dat we er nu nog niet zijn, maar dat hij ervoor gaat zorgen dat er een onafhankelijk Centrum Veilig Wonen komt dat onafhankelijk van de NAM opereert in de schadeafhandeling. Dat is het doel waar hij naartoe werkt.

Minister Kamp:

Ik heb al eerder aangegeven, ook met betrekking tot het gasgebouw, dat ik transparantie van het grootste belang vind. Iedereen moet kunnen zien en begrijpen wat er gebeurt. Dat is belangrijk met betrekking tot het gasgebouw. Het is ook belangrijk met betrekking tot de afhandeling van de schade. De NAM is schadeplichtig, maar heeft ook rechten waaraan recht gedaan moet worden. Maar vooral moet de NAM zorgen dat schade die ze veroorzaakt, vergoed wordt. Die schade moet vastgesteld en afgehandeld worden door het Centrum Veilig Wonen. Daar moet publieke regie op zijn. Ik denk dat je die zaken optimaal kunt organiseren als je die verschillende rollen uit elkaar haalt en ieder zijn eigen rol laat vervullen. De verantwoording over dat geheel moet ik afleggen aan u. Die verantwoording kan ik het beste afleggen als de zaak optimaal georganiseerd is. Ik werk dus aan een optimale organisatie, in lijn met wat u net beschreef, mevrouw Vos.

De voorzitter:

Mevrouw Vos, tot slot op dit punt.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Tot slot. Dat is heel duidelijk, voorzitter. Wanneer zal die situatie bereikt zijn? Hoe snel werkt de minister hierin? Wanneer kunnen wij van hem horen dat het Centrum Veilig Wonen inderdaad onafhankelijk opereert?

Minister Kamp:

Ik kan dat niet aangeven. Als je wilt werken met protocollen, moeten die protocollen opgesteld worden. De zaak moet georganiseerd worden. Er moeten afspraken over gemaakt worden. We zijn er in een periode van vier jaar al een heel eind mee gevorderd. Ik probeer het zo snel mogelijk af te ronden. Wanneer het klaar is, weet ik niet. Het lijkt me nuttig om de Kamer over dat proces te informeren. Ik ben van plan om dat naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Vos ook te doen, om een perspectief te schetsen, ook in de tijd, van wanneer we dit voor elkaar willen hebben.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 16, pagina 21

De heer Flierman (CDA):

Ik constateer dat de minister heeft gezegd dat hij met voorstellen zal komen om de schadeafhandelingsprocessen verder te optimaliseren. Zo noem ik het maar even, ervan uitgaande dat de schadeplicht bij de NAM blijft berusten, dat het Centrum Veilig Wonen een onafhankelijk centrum wordt, dat er een regiefunctie bij de Nationaal Coördinator Groningen ligt, inclusief de doorzettingsmacht die nodig is om die regiefunctie goed handen en voeten te geven, en dat de minister zich nog bezint op de vraag of er een fonds aan moet worden verbonden of een ander financieel arrangement om de middelen voor schadeafhandeling beschikbaar te krijgen. Dat gaat voor een deel via wetgeving en voor een deel via andere maatregelen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat de minister dat zo snel mogelijk en zo goed mogelijk vorm zal geven.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 16, pagina 22.

De heer Pijlman (D66):

Ik kom op de schadeafhandeling. De minister erkent dat nog veel punten beter kunnen. Er gaat heel erg veel wel goed, maar er zijn een aantal punten die echt nog beter moeten. Dat geldt ook voor de betrokkenheid van de NAM bij de nieuw- en verbouwregeling. Het gaat over de doorzettingsmacht van de Nationaal Coördinator en over de transparantie, die in een aantal dossiers niet bestaat. Ik noem bijvoorbeeld de relatie tussen het Centrum Veilig Wonen en de NAM. Die overeenkomsten zijn niet openbaar. De minister zegt dat hij daar niet voor kan zorgen. Dat begrijp ik, maar het leidt wel tot onrust en wantrouwen. De minister merkte op dat hij hopelijk nog in zijn periode met een voorstel komt om in ieder geval de relaties in de afhandeling te ontrafelen, de Nationaal Coördinator een stevigere positie te geven, het Centrum Veilig Wonen onafhankelijk te maken en de NAM de rekening te laten krijgen. Dat spreekt ons zeer aan. Ik denk dat dit voor de burgers en voor de bedrijven die met schade worden geconfronteerd, veel helderder van opzet is dan de relaties zoals ze nu zijn.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 16, pagina 22-23

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording. Hij was helder over een aantal zaken rond de schade. We zijn ook heel blij dat hij een onafhankelijk Centrum Veilig Wonen wil dat de schade afhandelt, dat dit "onafhankelijk" ook betekent onafhankelijk van de NAM, dat de Nationaal Coördinator Groningen de toezichthouder op het geheel moet zijn en dat de NAM uiteraard schadeplichtig blijft. De minister werkt daaraan. Hij heeft de Kamer toegezegd dat hij haar op de hoogte zal houden van de voortgang rond de operatie richting dat onafhankelijk Centrum Veilig Wonen. Wij zijn daar blij mee. Wij wachten de berichten daarover graag af.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 16, pagina 24.

Mevrouw Meijer (SP):

Voorzitter. Ik heb geschetst hoe het mensen in Groningen vergaat: leven met een koffer onder aan de trap en een huis dat onverkoopbaar is. Ik noem ook de emotionele schade en de goodwillschade. De minister zegt hier vanavond dat hij de structuur niet wil verstoren. Het lijkt mij juist verstandig om lucht te brengen in die structuur. Wie weg wil, moet weg kunnen en een eerlijke prijs krijgen voor zijn huis. Wie schade heeft, moet ontzorgd worden en niet lastiggevallen worden door een intimiderende NAM. De versteviging van de huizen moet nu voortvarend worden aangepakt. Wij moeten het niet laten bij de constatering dat er een grote achterstand is. De SP steunt de voorstellen in die richting en is heel blij met de toezegging over de onafhankelijkheid van het Centrum Veilig Wonen.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 16, pagina 26

De heer Verheijen (PvdA):

Ten slotte heeft onze fractie een dilemma, omdat de minister op het punt van de schadeafhandeling, de positie van de Nationaal Coördinator, de neutralisering van de positie van de NAM en de verzelfstandiging van de positie van het CVW ons inderdaad toezeggingen heeft gedaan waar wij zeer tevreden mee zijn. Wat ons wat ongewis maakt is het tempo waarin de voorstellen aan de Staten-Generaal worden voorgelegd. De minister noemde juli 2017 als het eerste moment waarop het kabinet voorstellen aan de Tweede Kamer kan voorleggen. Wij vragen ons af of het niet verstandig zou zijn om toch een motie op dit punt vast te stellen om uit te spreken dat we het beleid van de minister in dezen ondersteunen. De uitgangspunten die de minister heeft geformuleerd komen naadloos overeen met wat er in deze Kamer is gezegd. Daarom dien ik deze motie in.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 16, pagina 27

Minister Kamp:

Als het gaat om doorzettingsmacht, kijk ik meteen naar de motie op letter K van de heer Verheijen. De heer Verheijen vraagt om met voorstellen te komen die de Nationaal Coördinator Groningen doorzettingsmacht verschaffen bij schadeafhandeling. Laat ik daar twee dingen over zeggen aan de heer Verheijen. Het eerste is dat er op dit moment al een voorstel bij de Raad van State ligt. Ik sprak over juli volgend jaar. Ik heb de ambitie om dan de hele zaak afgewikkeld te hebben. Dat betekent behandeling in zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Dat is erg ambitieus. Als de Tweede Kamer iets controversieel verklaart, gaat het namelijk sowieso van de agenda. Ik kan me heel goed voorstellen dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, die zich zeer bewust zijn van de problematiek in Groningen en ook willen bijdragen aan het oplossen van deze problematiek, tot de conclusie komen dat het wetsvoorstel dat nu bij de Raad van State ligt, het waard is om snel af te handelen. Ik ben daar zeer toe bereid en ik zal me dus graag met beide Kamers van de Staten-Generaal inzetten om de zaak nog voor juli volgend jaar afgehandeld te hebben. Ik wil de motie van de heer Verheijen c.s. als volgt uitleggen: ik moet een wetsvoorstel indienen waarin ervoor gezorgd wordt dat de Nationaal Coördinator een stevigere en wettelijk verankerde positie krijgt en dat hij in de praktijk de bevoegdheden heeft om door te pakken als het echt nodig is. Als dat de bedoeling van de motie van de heer Verheijen c.s. is, laat ik het oordeel daarover graag aan de Kamer.


Brondocumenten


Historie