T02885

Toezegging Kamer nader informeren naar aanleiding van vragen over granuliet (34.864)



De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Rietkerk (CDA) en Kluit (GroenLinks), toe de Kamer de brief aan de Tweede Kamer over granuliet toe te zenden in reactie op de gestelde vragen over granuliet in het plenaire debat over het wetsvoorstel Aanvullingswet bodem Omgevingswet.


Kerngegevens

Nummer T02885
Status voldaan
Datum toezegging 11 februari 2020
Deadline 1 juli 2020
Voormalige Verantwoordelijke(n) Minister voor Milieu en Wonen
Huidige Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden Drs. S.M. Kluit (GroenLinks)
Drs. Th.W. Rietkerk (CDA)
Commissie commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Aanvullingswet bodem Omgevingswet
granuliet
Kamerstukken Aanvullingswet bodem Omgevingswet (34.864)


Uit de stukken

Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 4, blz. 4

De heer Rietkerk (CDA):

(…)

De vergunningplicht en de MER-beoordelingsplicht zijn nieuw ten opzichte van de huidige regelgeving, die nu een generieke vrijstelling van de vergunningplicht bevat voor toepassingen van grond en baggerspecie. Het CDA steunt deze wijziging. Voor het verondiepen van een diepe plas is een voorafgaande toetsing in de vorm van een vergunning en een MER-beoordelingsplicht naar ons idee wenselijk, mede vanwege de potentieel grote effecten op oppervlakteen grondwaterkwaliteit. Met de vergunningplicht is er een mogelijkheid tot bezwaar en beroep en kunnen naar ons idee locatiespecifieke voorschriften in de vergunning worden opgenomen. Daarnaast borgt de MER-beoordelingsplicht een integrale beoordeling van milieuaspecten.

Hoe werkt dat nu in de uitvoering van wet- en regelgeving? Recent was nog het verondiepen van een ontzandingsplas bij Alphen in het nieuws. Het zou gaan om een half miljoen ton granuliet. Is hier ook een MER-beoordeling voor gemaakt en kan de minister aangeven of er gevaar voor de volksgezondheid is doordat het granuliet zich zou kunnen verspreiden via water? Is onze wet- en regelgeving van voldoende kwaliteit, zo vraag ik de minister. Is deze waterdicht of blijkt bij de uitvoering dat deze niet doelmatig is?

Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 10, blz. 2-3

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

(…)

Terug naar Bodem+ van Rijkswaterstaat. Vorige week hoorden we bij ZEMBLA dat Rijkswaterstaat behoorlijk negatief in het nieuws was ten aanzien van de toelating van de stof granuliet in natuurplassen. Heeft de minister dit ook meegekregen — zij zal het wel druk hebben — want anders praat ik haar graag nog even bij. Het gaat om een toepassing in de gemeente West Maas en Waal. Daar werd de uitspraak gedaan "dat er sprake is van een illegale activiteit die mede mogelijk is gemaakt door onze hoogste ambtenaar." Hoe kwalificeert de minister een topambtenaar die zoiets doet? Het roept ook vragen op. Hoe is de onafhankelijkheid gewaarborgd van milieucategorisering voor het gebruik van stoffen onder de Aanvullingswet bodem? Is de minister het met de fractie van GroenLinks eens dat dit een onafhankelijk een milieutechnische beoordeling moet zijn en niet een mening van een topambtenaar? Kan de minister toelichten hoe de Aanvullingswet bodem wordt ingezet om te voorkomen dat de ambtelijke en of bestuurlijke top de toelating van deze stoffen beïnvloedt? En welke acties zijn er uitgezet na de uitzending van vorige week? Misschien klopt het allemaal niet. Dat moet je met kranten en mediaprogramma's altijd afwachten. Je moet die mogelijkheid altijd openhouden. Dat horen wij dan graag, maar wij vonden dit toch wel erg zorgwekkend. Voor de rest sluiten wij ons aan wat het CDA heeft gezegd over het verondiepen van plassen en de milieueffectrapportages waarbij wij graag een verplichting zouden zien. Mooi dat het verbetert, maar ons gevoel is dat je niet ver genoeg kunt gaan als het gaat over milieueffectrapportage.

Handelingen I 2019-2020, nr. 20, item 17, blz. 6

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

(…)

Er zijn een aantal vragen gesteld over granuliet. Dat is natuurlijk nu behoorlijk in de pers. Ik werk op dit moment aan een brief aan de Tweede Kamer. Ik ben graag bereid om die brief ook naar de leden van de Eerste Kamer te sturen. Dan ga ik hier niet nader in op alle vragen die daar specifiek over gesteld zijn. Ik wil die vragen namelijk graag zorgvuldig beantwoorden en daarvoor zijn we nu nog wat onderzoek aan het doen.


Brondocumenten


Historie