33.992 (R2034)

Goedkeuring verdrag inzake de rechten van personen met een handicap



Dit voorstel strekt tot goedkeuring van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, nr. 169PDF-document en Trb. 2014, nr. 113PDF-document).

Het verdrag heeft tot doel om het volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid te bevorderen, beschermen en waarborgen en ook de eerbiediging van hun inherente waardigheid te bevorderen. Het bestaat uit een opsomming van bestaande rechten van personen met een handicap met een nadere uitwerking van die rechten. Het verdrag omvat tevens de verplichting dat verdragsstaten alle passende maatregelen nemen om te waarborgen dat redelijke aanpassingen worden verricht.

Bij personen met een handicap gedacht worden aan personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Tweede Kamer
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel (TK 33.992 (R2034), nr. 2) is op 21 januari 2016 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 12 april 2016 zonder stemming aangenomen. De tijdens de plenaire behandeling ingediende motie-Van Dijk (SGP) c.s. over het aanmerken van de bescherming van de rechten van mensen met een beperking als één van de prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid (EK 33.992 (R2034) / 33.990, D) en de motie-Teunissen (PvdD) c.s. over een plan van aanpak voor een inclusieve samenleving, ook in termen van ontwikkelingssamenwerking (EK 33.992 (R2034) / 33.990, E) zijn op 19 april 2016 aangehouden. Deze moties zijn vervallen op 25 september 2018 op basis van artikel 93, derde lid, van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer.

De Eerste Kamercommissies voor Justitie en Veiligheid (J&V) en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben bij brief van 1 mei 2019 nadere vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd naar aanleiding van het verslag van een schriftelijk overleg met de minister van 29 maart 2019 (EK, B) over de ratificatie van het Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) en de facultatieve protocollen bij het VN-Verdrag Handicap en het VN-Kinderrechtenverdrag (in verband met de toezegging 'Facultatief protocol' (T02290)). De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij brief van 31 mei 2019 gereageerd. Beide brieven zijn opgenomen in een verslag van een nader schriftelijk overleg (EK 35.000 V, D) dat de commissies op 31 mei 2019 hebben uitgebracht. De commissies bespreken dit verslag op 18 juni 2019.

De Eerste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft op 14 februari 2017 mondeling overleg (EK, C) gevoerd met de staatssecretaris van VWS over toezegging T02290 inzake Facultatief protocol en het verslag van een schriftelijk overleg van 30 januari 2017 hierover (EK, F).

Dit wetsvoorstel werd gezamenlijk behandeld met het wetsvoorstel Uitvoering verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (33.990).


Kerngegevens

ingediend

17 juli 2014

titel

Rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169 en Trb. 2014, 113)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening


Documenten

Filter op:
       
Filter op:
     

Bladeren:
[1-50] [51-61] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-61] documenten

Sociale media menu


Volg via