35.845

Niet-indexeren basiskinderbijslagbedrag over de jaren 2022, 2023 en deels over 2024 of totdat de beoogde dekking is gerealiseerd



Dit wetsvoorstel regelt het niet-indexeren van de bedragen in de Algemene Kinderbijslagwet in 2022 en 2023 en het met 0,1%-punt minder indexeren in 2024. Concreet betekent dit dat het basiskinderbijslagbedrag in de Algemene Kinderbijslagwet niet wordt geïndexeerd in januari en juli over het jaar 2022 en 2023. Over het jaar 2024 wordt de indexatie in januari verlaagd met 0,1%-punt.

Deze maatregel om (deels) niet te indexeren heeft als doel bij te dragen aan de dekking die nodig is voor extra investeringen in de uitvoering van de dienstverlening bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen (BKWI).

Om te voorkomen dat niet-indexering leidt tot een te hoge opbrengst, voorziet dit voorstel in de mogelijkheid om in 2023 (gedeeltelijk) te indexeren en voor 2024 om het indexeringspercentage met minder dan 0,1%-punt te verlagen.


Stand van zaken

Plenair
 
Afkondiging
Staatsblad(en)

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) na hoofdelijke stemming op 26 oktober 2021 aangenomen.

Voor: 71 stemmen (VVD, ChristenUnie, CDA en D66).

Tegen: 65 stemmen (Lid Omtzigt, Groep Van Haga, Volt, SGP, BBB, SP, PvdA, PVV, FVD, DENK, JA21, PvdD, GroenLinks, BIJ1 en Fractie Den Haan).

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft op 30 november 2021 het voorlopig verslag (EK, B) uitgebracht en wacht op de memorie van antwoord.


Kerngegevens

ingediend

27 mei 2021

titel

Het niet-indexeren van het basiskinderbijslagbedrag in de Algemene Kinderbijslagwet over de jaren 2022, 2023 en deels over 2024 of totdat de beoogde dekking is gerealiseerd

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip


Documenten