35.927

Belastingplan 2022



In dit wetsvoorstel zijn maatregelen opgenomen die per 1 januari 2022 budgettair effect hebben, zoals maatregelen die raken aan de koopkracht van burgers. In het wetsvoorstel is sprake van budgettaire samenhang. De opbrengst van bepaalde maatregelen wordt gebruikt als dekking voor andere maatregelen.

Dit wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2022 c.a.


Stand van zaken

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, B herdruk) op 11 november 2021 aangenomen.

Voor: SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, PvdA, Fractie Den Haan, D66, ChristenUnie, VVD, SGP, Lid Omtzigt, CDA, JA21, BBB, PVV, FVD en Groep Van Haga.

Tegen: PvdD.

De Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) heeft op 3 december 2021 de nota naar aanleiding van het verslag (EK, F met bijlage) ontvangen.

De plenaire behandeling van het voorstel door de Eerste Kamer vindt plaats op 13 en 14 december 2021. Eventuele stemmingen vinden daarna plaats op 21 december 2021.

Op 15 november 2021 vond een technische briefing over het wetsvoorstel door medewerkers van het ministerie van Financiën plaats.


Kerngegevens

ingediend

21 september 2021

titel

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2022)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat:

  • a. 
    artikel XXIII terugwerkt tot en met 1 januari 2020;
  • b. 
    de artikelen III en VII terugwerken tot en met 1 januari 2021;
  • c. 
    artikel XXII, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 april 2021;
  • d. 
    artikel IX, onderdelen A, B, C, D, E, F, G, H, Ha, I en J, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2022;
  • e. 
    artikel VI, onderdeel D, toepassing vindt voordat artikel 35o, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 met ingang van 1 januari 2022 wordt toegepast;
  • f. 
    artikel I, onderdelen Ba en D, onder 1, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2022 is toegepast;
  • g. 
    het in artikel VI, onderdeel C, opgenomen artikel 31a, dertiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor het eerst toepassing vindt met ingang van 1 januari 2023;
  • h. 
    artikel VI, onderdeel Aa, eerst toepassing vindt nadat artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2022 is toegepast.

Documenten

Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-108] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-108] documenten