36.071

Wet kiescollege niet-ingezetenen



Dit wetsvoorstel geeft uitvoering aan de Grondwetswijziging strekkende tot het opnemen van een bepaling over een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (35.785). Die Grondwetswijziging regelt dat de Leden van de Eerste Kamer mede worden gekozen door de leden van een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege. Hiermee bewerkstelligt de Grondwetgever dat niet alleen de Nederlandse ingezetenen (via de provinciale statenverkiezingen in Europees Nederland en de kiescollegeverkiezingen in Caribisch Nederland), maar ook de Nederlanders die in het buitenland wonen (Nederlandse niet-ingezetenen) invloed krijgen op de samenstelling van de Eerste Kamer.

De vormgeving van het kiescollege niet-ingezetenen moet bij wet in formele zin worden uitgewerkt. De hoofdlijnen van de vormgeving van het kiescollege zijn door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij brief van 10 juni 2021 (35.418, G met bijlage) aan het parlement voorgelegd. In dit wetsvoorstel worden deze hoofdlijnen verder uitgewerkt.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Plenair
 
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.


Kerngegevens

ingediend

8 april 2022

titel

Regels omtrent de oprichting en inrichting van een kiescollege voor de Eerste Kamer voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn alsmede wijziging van de Kieswet ten behoeve van de verkiezing van de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn en de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van dit kiescollege (Wet kiescollege niet-ingezetenen)

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
  • 2. 
    Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop de artikelen 30, 42 tot en met 45 in werking treden. Op dit tijdstip vervallen de artikelen 35 tot en met 41.
  • 3. 
    Indien het bij koninklijk besluit van 31 maart 2021 ingediende voorstel van wet tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een bepaling over een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (35.785), na tot wet te zijn verheven in werking is getreden voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, eindigt de termijn gedurende welke artikel 55 van de Grondwet, naar de tekst van 2017, van kracht blijft, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Documenten