Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 20.. aangenomen

12 juli 2017

De Eerste Kamer heeft dinsdag 11 juli 2017 de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 20.. aangenomen. De fracties van de ChristenUnie, SGP, VVD, PvdA, CDA, 50PLUS, OSF en PVV stemden voor. De fracties van de GroenLinks, PvdD, SP en D66 stemden tegen. Voorafgaand aan de stemming heeft de Eerste Kamer over het wetsvoorstel gedebatteerd met minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en minister Hennis-Plasschaert (Defensie).

Recht op veiligheid

Senator Rombouts (CDA) betoogde tijdens het debat dat het recht op veiligheid een fundament is van de Nederlandse samenleving. Nederland beschikt volgens de senator over professionele inlichtingendiensten. Bij het toekennen van bevoegdheden aan deze diensten is het belangrijk dat effectiviteit van de diensten in balans is met het toezicht op de waarborging van grondrechten.

Om effectief te kunnen werken, moeten de bevoegdheden van de diensten volgens Rombouts worden aangepast aan de moderne tijd. Hij merkte daarbij op dat bij het bewaren van gegevens ook het recht op privacy moet worden gerespecteerd. Rombouts juichte toe dat onder dit wetsvoorstel slechts één promille van de gegevens langer dan drie jaar wordt bewaard. 

De senator stelde dat het belangrijk is dat de ministeriële verantwoordelijkheid onder dit wetsvoorstel in tact blijft. Zo vroeg hij wat het bindend advies van commissie Toetsing Inzet Bevoegdheden (TIB) waard is als dit meermaals wordt afgewezen. De uitwerking hiervan in de praktijk moet goed worden geëvalueerd. De senator pleitte voor krachtige 'Chinese walls' tussen de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de TIB op de werkvloer.

Modernisering is hoognodig

Senator Van Kappen (VVD) stelde in het debat dat de huidige wetgeving niet goed aansluit op de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Aanpassing is volgens de senator dan ook hoog nodig. Zo hebben de diensten bijvoorbeeld nu niet de bevoegdheid om ongericht kabelgebonden datastromen te onderscheppen en te analyseren. Dit betekent dat de veiligheidsdiensten "op de tast hun werk moeten doen". Van Kappen betoogde dat het wetsvoorstel stevige waarborgen voor grondrechten bevat. Ook wordt het toezicht op de diensten verzwaard. De senator stelde wel nog een aantal vragen. Zo vroeg hij of het bindende advies van de commissie Toetsing Inzet Bevoegdheden (TIB) wel in lijn is met de Grondwettelijk vastgelegde ministeriële verantwoordelijkheid. Volgens de senator moet er ruimte blijven om af te wijken van het standpunt van de TIB. Dit is immers geen democratisch gekozen orgaan, noch een rechterlijke instantie. Van Kappen vroeg de minister om toe te zeggen dat het functioneren van de TIB na twee jaar wordt geëvalueerd.

Verder merkte de senator op dat de bewaartermijn van drie jaar tamelijk arbitrair is. Dit kan soms te kort zijn voor een goede taakuitoefening van de diensten. Van Kappen vroeg ook waar het TIB-budget op is gebaseerd. Daarnaast vroeg de senator naar de samenwerking tussen de Nederlandse diensten en de veiligheidsdiensten van de Caribische landen van het Koninkrijk. Dit zou meer structureel moeten gebeuren. Over het onderwerp cyberspace merkte de senator op dat de operaties van de Defensie Cyber Commando helaas zijn onderworpen aan trage politieke besluitvorming. Deze (offensieve) operaties zouden ook onder de Wet op de veiligheidsdiensten moeten vallen; onder aansturing en verantwoordelijkheid van de MIVD. Tot slot pleitte de senator ervoor dat het probleem van de 'dubbele pet' van de KMAR en de Inlichtingendienst Belastingdienst wordt opgelost.

Van Kappen benadrukte aan het eind van het debat dat het werk van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten er ook op gericht is om burgers te beschermen tegen schendingen van hun privacy.

Beschermen van democratische rechtsstaat

Ook senator Beuving (PvdA) betoogde dat de veiligheidsdiensten de democratische rechtsstaat beschermen en bijdragen aan het waarborgen van grondrechten van burgers. Modernisering en uitbreiding van de bevoegdheden van de inlichten- en veiligheidsdiensten is volgens Beuving dan ook noodzakelijk. Dit moet echter wel gepaard gaan met het waarborgen van grondrechten.

Beuving vroeg de minister om in te gaan op de bezwaren van de CTIVD dat het bewaren en gebruiken van gegevens die niet eerst inhoudelijk zijn beoordeeld leidt tot een verschil in waarborgen op het punt van gegevensvernietiging. Dit staat effectief toezicht in de weg en belemmert de rechtsbescherming voor de burger. De senator vroeg ook of het klopt dat de diensten metadata mogen bewaren als deze niet op basis van negatieve filtering zijn uitgesloten. De senator vroeg waarom er hier verschil wordt gemaakt tussen metadata en de inhoud van communicatie. Beuving vroeg ook waarom er onderscheid wordt gemaakt tussen gegevens die de diensten zelf vergaren en gegevens die door derden worden verstrekt.

Verder vroeg de senator of de TIB wordt ondergebracht bij de CTIVD en of deze commissie wel voldoende middelen en bevoegdheden heeft om haar taak te vervullen. Beuving vroeg ook of er bij het aftappen van een kabel fysieke schade kan ontstaan die misbruik door kwaadwillende derden mogelijk maakt.

Bulkinterceptie

Senator Lintmeijer (GroenLinks) stelde dat de kans op terroristische aanslagen een actief veiligheidsbeleid noodzakelijk maakt. Dit moet wel gepaard gaan met voldoende waarborging van individuele privacy. Volgens de senator draait het wetsvoorstel voornamelijk om het toestaan van bulkinterceptie. Hij merkte daar bij op dat de diensten daarbij veel gegevens verzamelen die geen connectie hebben met een strafbare zaak. Lintmeijer vroeg welke waarborgen er zijn dat het medisch beroepsgeheim niet wordt geschonden, dat advocaten vertrouwelijk kunnen communiceren met hun cliënten en dat journalisten hun bronnen kunnen blijven beschermen. Over dit laatste punt vroeg hij of alleen de rechter een uitzondering kan maken op de stelregel dat het belang van de diensten zwaarder weegt dan het belang van bronbescherming.

De senator stelde dat het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdienstencomplex is. Zo vroeg hij waarom de CTIV alleen achteraf een rechtmatigheidstoets uitvoert, en niet ook vooraf. De financiële middelen van deze dienst lijken bovendien niet afdoende te zijn. De senator plaatste vraagtekens bij de select while you collect manier van datavergaring. Diensten zullen daarbij geneigd zijn om gegevens voor de zekerheid te bewaren. Dit creëert een onveilig gevoel bij de samenleving. Lintmeijer vroeg waar precies de grens ligt of de 3-jarige bewaartermijn van dergelijke gegevens echt noodzakelijk is. Verder pleitte de senator ervoor dat Nederlandse diensten samenwerken met buitenlandse geheime diensten. Deze samenwerking mag echter niet nadelig uitpakken voor de privacy van Nederlandse burgers.

Noodzakelijk en proportioneel

Senator De Graaf (D66) stelde dat het erg moeilijk is voor volksvertegenwoordigers om de bevoegdheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten te beoordelen. De aard en de omvang van de dreigingen is immers geheim. Bovendien zijn Kamerleden onvoldoende thuis in de technische aspecten van het werk van de diensten. Onder het nieuwe wetsvoorstel is ook het aftappen van bulkinformatie over internetkabels mogelijk, mits dit binnen de onderzoeksopdracht valt. Deze opdracht kan volgens De Graaf echter ruim worden geïnterpreteerd. Het voorkomen van een te grote beperking van de persoonlijke levenssfeer is volgens de senator onvoldoende vastgelegd. De Graaf: "Bij robuuste bevoegdheden horen robuuste waarborgen."

Het onderscheppen van grote hoeveelheden data mag volgens De Graaf alleen gebeuren als dit noodzakelijk en proportioneel is. Als dit stelselmatig op grote schaal plaatsvindt, is dit niet meer in lijn met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Over de vernietiging van gegevens merkte de senator op dat een lange bewaartermijn in bepaalde gevallen wenselijk is, maar dat dit mogelijk in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. 

Verder pleitte senator De Graaf ervoor dat de artikelen over internationale samenwerking worden uitgesteld tot er betere waarborgen zijn geformuleerd. Het bindende advies van de TIB is volgens De Graaf in strijd met de ministeriële verantwoordelijkheid. Ook de CTIVD wordt hierdoor in haar taak beperkt. Het onderbrengen van de TIB onder de CTIVD creëert een (schijn van) partijdigheid. De TIB kan volgens De Graaf beter worden ondergebracht bij de Nationale Ombudsman.

Modern wettelijk kader

Senator Bikker (ChristenUnie) stelde dat er diverse cyberaanvallen zijn geweest tegen het ministerie van Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens Bikker is het aan de wetgever om te zorgen voor een modern, effectief wettelijk kader voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De techniekonafhankelijke formuleringen uit het wetsvoorstel zijn volgens Bikker echter geen blanco cheque: het legaliteitsbeginsel moet worden gerespecteerd. De inzet van deze bevoegdheden moet goed worden gemonitord en mag nooit leiden tot een schending van lichamelijke integriteit.

De senator vroeg ook of de diensten niet te lang en te veel gegevens van burgers bewaren. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou dit wel eens kunnen tegenspreken. Het uitgangspunt moet zijn dat de relevantie zo snel mogelijk wordt beoordeeld en de overbodige informatie zo snel mogelijk wordt vernietigd. Bikker vroeg wat de minister doet als het oordeel van de TIB meerdere malen afwijkt van dat van de CTIVD. Het is volgens de senator nog maar de vraag of de TIB voor deze taak robuust genoeg is. Bovendien toetst de TIB niet de politieke en internationale componenten van het besluit. Tot slot vroeg de senator waarom het doorgaans lage aantal klachten over de veiligheidsdiensten voortaan niet meer door de Nationale Ombudsman mag worden behandeld.

Nationale veiligheid

Senator Van Hattem (PVV) betoogde dat inlichtingendiensten onmisbaar zijn voor het beschermen van de nationale veiligheid. Goede inlichtingen hebben volgens de senator meerdere terroristische aanslagen weten te voorkomen. Van Hattem vroeg waarom er in bepaalde gevallen is gekozen voor nadere invulling van de bevoegdheden door rechtsvorming. De nieuwe bevoegdheden zijn volgens de senator noodzakelijk. Deze kunnen weliswaar de privacy van burgers raken, maar dit is voldoende ingekaderd in een stelsel van toezicht. Het niet meer kunnen bezoeken van een festival vanwege veiligheidsrisico's zou voor burgers bijvoorbeeld een grotere beperking zijn, aldus de senator.

Van Hattem betoogde in het debat dat communicatie via internet een cruciale rol speelt bij het inschatten van dreigingen op de nationale veiligheid. De verantwoordelijke justitiële instanties moeten volgens Van Hattem adequaat aan de slag gaan met de door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verkregen informatie. Verder vroeg de senator aan de minister om te zorgen dat het derde lid van de TIB geen rechter, maar een andere expert is. Tot slot vroeg de senator hoe met dit wetsvoorstel adequater kan worden omgegaan met informatie over mogelijke aanslagen.

Ongerichte aantasting van privacy

Senator Köhler (SP) betoogde dat de bescherming van het recht op privacy een van de belangrijkste kenmerken is van de democratische rechtsstaat. De senator stelde dat het wetsvoorstel een ongerichte aantasting van de privacy van vele burgers behelst. Köhler plaatste vraagtekens bij het nut en de noodzaak van het verzamelen van bulkgegevens. De criteria waar onderzoeksopdrachtgerichte interceptie aan moet voldoen, ontbreken. Daarmee wordt volgens de senator de rechtmatigheidstoets van het verzamelen van deze gegevens omzeild. ook noemde hij het onaanvaardbaar dat de wet toestemming geeft aan diensten om nog maximaal twee jaar zonder beperkingen gegevens met de bestaande samenwerkingspartners uit te wisselen.

Köhler vroeg de minister om de richtlijn voor het omgaan met onbekende kwetsbaarheden (eventueel vertrouwelijk) voor te leggen aan de Kamers. Verder vroeg de senator naar de rechtvaardiging van het verschil tussen het verkrijgen van realtime toegang in gegevensbestanden van informanten en het verkrijgen van informatie door de inzet van een bijzondere bevoegdheid. Tot slot bekritiseerde de senator dat er in de wet geen expliciete aandacht is voor bronbescherming van journalisten en advocaat-cliënt vertrouwelijkheid.

Kloof tussen luistervink en afgeluisterde

Senator Teunissen (PvdD) gaf aan dat het grootste bezwaar van haar fractie zit in de sleepnetbevoegdheid waarmee enorme hoeveelheden data van willekeurige bevolkingsgroepen kunnen worden onderschept en opgeslagen. Teunissen vroeg onder meer aan welke criteria deze opdrachten moeten voldoen. Dat het functioneren van het toetsingsstelsel (TIB en CTIVD) pas in de praktijk duidelijk wordt, kan volgens de senator de rechtmatigheid van de wet vanaf aanvang op losse schroeven zetten. Teunissen bekritiseerde ook dat informatie voor uitwisseling niet geanalyseerd en getoetst hoeft te worden. Volgens de senator zal het wetsvoorstel de kloof tussen luistervink en afgeluisterde alleen maar vergroten en het gevoel van onveiligheid heviger maken.

Belang van goede inlichtingen

Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) merkte op dat recente aanslagen hebben laten zien hoe belangrijk goede inlichtingen zijn. Deze inlichtingen moeten uiteraard altijd rechtmatig worden verkregen. Het verzamelen van gegevens moet  noodzakelijk, subsidiair en proportioneel zijn. Voor het aansturen van de diensten is op het ministerie een aparte eenheid opgericht. Het streven is om het wetsvoorstel per 1 januari 2018 in te laten gaan.

Als de TIB niet akkoord gaat met het besluit tot het inzetten van een bijzondere bevoegdheid, dan kan het zo zijn dat de minister zich laat overtuigen door de motivering van de TIB. De minister kan niet afwijken van het advies van de TIB, maar kan wel een nieuw voorstel doen. Het advies van de TIB ontslaat de minister dus niet van de ministeriële verantwoordelijkheid. Minister Plasterk zegde toe dat er over twee jaar wordt geëvalueerd hoe dit uitwerkt in de praktijk. Ook zegde de minister toe dat de TIB alle middelen en ondersteuning krijgt om goed te functioneren; mede gezien de vertrouwelijkheid van de informatie waarmee deze commissie werkt.

Er zullen volgens Plasterk in de TIB twee juridische experts en een technische expert in de TIB worden benoemd. Er is volgens de minister bewust voor gekozen om de TIB niet onder te brengen bij de toezichthouder Nationale Ombudsman, aangezien dit zou leiden tot vermenging van taken. Bovendien heeft de Ombudsman geen toegang tot staatsgeheime informatie. De TIB is ondergebracht bij de CTIVD, waarbij er een strikte scheiding van taken en bevoegdheden wordt gehanteerd. De minister zegde toe dat hij aan de Kamer zal rapporteren als er ooit een clash ontstaat tussen de TIB en de CTIVD. De minister merkte daar bij op dat het verzamelen van gegevens in alle gevallen zo gericht mogelijk moet gebeuren.

Met onderzoek gerelateerde interceptie kunnen grote bundels van data worden onderzocht. Er kan volgens de minister echter alleen worden gekeken naar de inhoud van berichten als hier een concrete aanleiding toe is. Voor iedere nieuwe stap moeten de diensten opnieuw toestemming vragen, aldus de minister. Als er informatie wordt verkregen via een informant, dan moet ook de informant zich houden aan de wettelijke waarborgen voor het recht op privacy.

De wegingsnotities over internationale uitwisseling moeten in de overgangsperiode van twee jaar worden gemaakt omdat er een aantal nieuwe criteria voor internationale samenwerking worden geformuleerd. Om die criteria scherp te krijgen, moet informatie worden verzameld. De minister bevestigde aan de Kamer dat er voor het verkrijgen van gegevens geen schending van de lichamelijke integriteit mag plaatsvinden. Twijfelgevallen worden voorgelegd aan het parlement.

Over het verkrijgen van informatie van informanten die een vertrouwenspositie hebben (zoals een psycholoog, priester of een advocaat) merkte de minister op dat dit alleen toegestaan is als de informatie op geen enkele andere manier kan worden verkregen en als het noodzakelijk is voor het onderzoek. 

Blind en doof

Minister Hennis-Plasschaert (Defensie) betoogde dat het beschermen van de persoonlijke levenssfeer tot de kern van de democratische rechtsorde behoort. Het kabinet is met dit voorstel dan ook niet over 'e'en nacht ijs gegaan. De minister gaf aan dat momenteel een groot deel van de telecommunicatie zich aan het zicht van de veiligheidsdiensten onttrekt. Dit terwijl de cyberdreigingen heel reel zijn. Hennis-Plasschaert: "Onze diensten zijn in rap tempo blind en doof aan het worden." Ook het succes van internationale missies waar Nederland aan deelneemt is sterk afhankelijk van goede inlichtingen. Bevoegdheden voor het verzamelen van telecommunicatie is daarbij van zeer groot belang. Als er geen goede inlichtingen zijn, kunnen militairen niet worden uitgezonden.

Over de bewaartermijn van gegevens merkte de minister op dat de diensten hiermee doeltreffend hun werk kunnen doen. Soms krijgen gegevens in nieuwe omstandigheden (bijvoorbeeld direct na een aanslag) nieuwe betekenis. Dit stelsel is volgens de minister in lijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Er zijn ook landen die geen bewaartermijn hanteren. De specifieke keuze voor drie jaar is gebaseerd op de ervaring van de diensten. De termijn wordt alleen verlengd als hier concreet aanleiding voor is. De minister gaf aan dat de lengte van de bewaartermijn van gegevens zal worden meegenomen in de evaluatie. Verder merkte de minister op dat er bij de KMAR en de Inlichtingendienst Belastingdienst geen vermenging van taken optreedt.