Toezegging Veiligheidseisen zeedijken op Belgisch grondgebied (LXXXVIII) (T01210)
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schaap, veiligheidsgaranties toe inzake de zeedijken op Belgisch grondgebied met Vlaams en Nederlands achterland.
Handelingen I 2009-2010, nr. 32 - blz. 1362-1363
De heer Schaap (VVD): Mijn laatste opmerking gaat ook over veiligheid bij ontpoldering van de Hedwigepolder; hierover hebben we het net nog even gehad in een interruptie. De Vlamingen zijn verplicht om een nieuwe dijk aan te leggen. Die ligt in Vlaams gebied. Ik wil de minister nogmaals vragen: hoe kunnen wij garanderen dat de waterkering die daar wordt gebouwd, even veilig is als de eventueel door ons aan te leggen of te toetsen waterkeringen? Het is Vlaams grondgebied. Datzelfde geldt voor hetgeen de heer Van den Berg naar voren bracht over de zetting van de kering: het zettingsproces hoort in de toetsing, maar Nederland is niet gerechtigd om te toetsen op buitenlands grondgebied. Ook dit zal dus moeten worden meegenomen in de onderhandelingen. Als de Vlamingen nu al wijzen op hun Vlaamse normen, welke garantie hebben wij dan dat de Nederlandse normen tot uitgangspunt worden genomen? Als dit niet bikkelhard vastligt, is ontpoldering van de Hedwigepolder tegelijk het terugbrengen van de veiligheid van dit gebied, van deze dijkring.
Handelingen I 2009-2010, nr. 32 - blz. 1370
Minister Verburg: Verder heeft de heer Schaap gevraagd naar de veiligheidseisen voor zeedijken op Belgisch grondgebied. De heer Van den Berg heeft daar ook naar gevraagd. Daar waar Vlaanderen verantwoordelijk is voor zeedijken met alleen een Vlaams achterland, kunnen de Vlaamse eisen en criteria gelden. Daar waar sprake is van de aanleg van dijken met Vlaams en Nederlands achterland, zal moeten worden voldaan aan de veiligheidseisen die in beide landen gelden. Dat is een traject van afstemming en overeenstemming. Nederland zal geen genoegen nemen met minder veiligheidsgaranties dan in Nederland gelden. We doen dus geen water bij de wijn. Voor Nederlandse dijken gelden natuurlijk voluit de Nederlandse criteria. Dit alles valt onder het zorgvuldig uitvoeren van de verdragen.
De heer Schaap (VVD): In het verslag staat: enkel Vlaamse normen. Dat is al eerder gezegd. De minister
zegt dat zij geen toetsingsinstrument heeft, maar dat zij in overleg nu al kan garanderen dat er geen deuk in de dijkenring komt?
Minister Verburg : Dat mag niet gebeuren en ik zeg dat hier toe. (...)
Brondocumenten
-
voortzetting debat Handelingen EK 2009/2010, nr. 32, blz: 1358-1372
-
19 mei 2020
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
11 mei 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van LNV over (deels) openstaande toezeggingen
Op 19 mei 2020 voor kennisgeving aangenomen.
EK, E
-
-
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 november 2017
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Infrastructuur en Waterstaat -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Milieu -
28 maart 2013
nieuwe deadline: 1 januari 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 februari 2012
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Infrastructuur en Milieu -
5 februari 2012
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2003-2010) -
17 november 2011
nieuwe deadline: 1 januari 2013
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake halfjaarlijks rappel toezeggingen
voor kennisgeving aangenomen op 29 november 2011
EK, B
-
-
7 juni 2011
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
7 juni 2011
commissie vervallen: commissie voor Verkeer en Waterstaat (V&W) -
30 maart 2011
nieuwe deadline: 1 juli 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
19 januari 2011
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 juni 2010
toezegging gedaan
Toezegging Kosten riolering, drinkwatervoorziening en afvalscheiding BES-eilanden (32.473) (T01461)
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Linthorst (PvdA), mede namens de fracties van VVD, CDA, PVV, SP, D66, GroenLinks en ChristenUnie, toe geen onomkeerbare stappen te zetten ten aanzien van de kosten voor de bevolking van de BES-eilanden voor beheer en exploitatie van de riolering, de drinkwatervoorziening en de afvalscheiding voordat er is overlegd met de Eerste Kamer.
| Nummer | T01461 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 19 december 2011 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat |
| Kamerleden | drs. M.Y. Linthorst (PvdA) |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | afvalscheiding Caribisch Nederland drinkwatervoorziening kosten riolering |
| Kamerstukken | Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES (32.473) |
Handelingen I 2011-2012, nr. 13, item 3, blz. 13
Linthorst (PvdA):
De staatssecretaris geeft aan dat de kosten van het beheer en de exploitatie van riolering, drinkwatervoorziening en afvalscheiding niet volledig zullen kunnen worden doorberekend aan de leefgemeenschappen en de toeristen op de eilanden. De staatssecretaris heeft toegezegd dat de kosten voor de uitvoering van de Wet vrom-BES zullen worden meegenomen in het onderzoek van het ministerie van BZK naar de draagkracht van de inwoners van Caribisch Nederland. Eventuele aanpassing van de vrije uitkering zal plaatsvinden na 2012. Tot die tijd neemt het ministerie van IenM de kosten voor zijn rekening. Het is natuurlijk lastig, iets te zeggen over de draagkracht van de inwoners van Caribisch Nederland zolang het onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden. Kan de staatssecretaris toch iets zeggen over het deel dat hij redelijk vindt dat aan de
inwoners wordt doorberekend?
De staatssecretaris onderzoekt of de eilanden onderdeel kunnen worden van bestaande (overheids)diensten in Nederland. Zien wij het goed dat de staatssecretaris daarmee gemeenten, waterschappen en waterleidingbedrijven bedoelt? Kan de staatssecretaris aangeven of er inmiddels al enige duidelijkheid bestaat over de bereidheid van de bedoelde diensten? Mocht dit niet tot resultaat leiden, is het ministerie van IenM dan bereid ook de kosten na 2012 voor zijn rekening te nemen? Wij willen namelijk graag voorkomen dat na 2012 opnieuw discussie ontstaat over de toedeling van de lasten. Is de staatssecretaris bereid om, als er zicht is op de kosten die aan de inwoners zullen worden doorberekend, onze Kamer te raadplegen over deze kosten?
Staatssecretaris Atsma:
Mevrouw Linthorst heeft gevraagd om uw Kamer te raadplegen bij eventuele vervolgstappen als het gaat om de aansluiting op het stelsel en eventueel de verrekening
van kosten via de exploitatielasten, dan wel de nog noodzakelijke investeringen. Ik zou eigenlijk wel verder willen gaan dat dit niet alleen een raadpleging is van uw Kamer.
Ik denk dat het voor mij geen enkel probleem is om toe te zeggen dat wij op dit punt geen onomkeerbare stappen zullen zetten voordat wij ook met uw Kamer hebben overlegd, wetende dat uw Kamer ook ten volle betrokken is bij dit onderwerp. Dus ik doe graag de toezegging dat wij voordat er een oplossing komt hierover eerst met uw Kamer in gesprek gaan. Overigens niet alleen met uw Kamer; ongetwijfeld zal ook met de Tweede Kamer dat gesprek dan worden gevoerd. Ik denk ook dat dat verstandig is, omdat je wel moet garanderen dat er voor de oplossing die wordt gekozen niet alleen op het eiland Bonaire en breed draagvlak is maar dat die ook hier in Nederland voldoende draagvlak heeft.
Brondocumenten
-
behandeling en stemming Handelingen EK 2011/2012, nr. 13, item 13, blz. 13- 15
-
8 november 2022
nieuwe deadline: 1 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor APP over de voortgang met betrekking tot het realiseren van het ijkpunt sociaal minimum Caribisch Nederland
Voor kennisgeving aangenomen op 8 november 2022
EK 36.200 IV / CXIX, B
-
-
2 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
27 maart 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het halfjaarlijks rappel toezeggingen die aan de Eerste Kamer zijn gedaan
Verslag voor kennisgeving aangenomen door de commissie KOREL op 2 april 2019 (toezegging T01461 gewijzigd naar legisprudentie)
EK, F
-
-
10 juli 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 juli 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu -
12 september 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
29 augustus 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
21 maart 2017
nieuwe deadline: 1 januari 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
Verslag van een schriftelijk overleg inzake de halfjaarlijkse stand van zaken van toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan
voor kennisgeving aangenomen op 21 maart 2017
EK, C
-
-
28 juli 2014
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
28 juli 2014
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu -
19 december 2011
toezegging gedaan
Toezegging Het oordeel van de Commissie voor de m.e.r. over de aantallen onafhankelijke toetsingen tot dusverre meenemen in de evaluatie (34.287) (T02445)
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Vos (GroenLinks), toe dat zij het oordeel van de Commissie voor de m.e.r. over de aantallen onafhankelijke toetsingen van de project-MER die tot dusverre zijn gedaan, zal meenemen in de evaluatie, die na de zomer van 2017 de Kamer toegestuurd zal worden.
| Nummer | T02445 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 17 januari 2017 |
| Deadline | 1 januari 2018 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Infrastructuur en Milieu |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Infrastructuur en Waterstaat |
| Kamerleden | Ir. M.B. Vos (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | Commissie voor de milieueffectrapportage milieueffectrapportage onafhankelijke toetsing |
| Kamerstukken | Implementatie herziening mer-richtlijn (34.287) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 14, item 5, blz. 1-4
Mevrouw Vos (GroenLinks):
(...)
Mijn tweede punt betreft de onafhankelijke toetsing van de project-MER door de Commissie voor de m.e.r. Zoals de minister net zelf benadrukte, is de milieueffectrapportage van cruciaal belang om het belang van het milieu te borgen in alle vormen van besluitvorming waarvoor dat relevant is. De minister zegt dat met de Omgevingswet de onafhankelijke toetsing in alle gevallen facultatief wordt. Zij gaf in haar schriftelijke beantwoording aan dat dat geen probleem zou zijn en noemde daarbij het voorbeeld van de Crisis- en herstelwet. Op basis daarvan vertrouwt zij erop dat het bevoegd gezag, bijvoorbeeld de lokale overheden, bijna altijd tot een onafhankelijke toetsing zal overgaan. Maar uit mijn informatie van de Commissie voor de m.e.r. blijkt dat slechts in 5 van de 100 projecten in het kader van de Crisis- en herstelwet een vrijwillige onafhankelijke toetsing is gedaan. Dat staat haaks op hetgeen de minister hier naar voren brengt. Ik zit daar een beetje mee. Kan de minister de Kamer in een brief nadere informatie geven over de wijze waarop wij het oordeel van de Commissie voor de m.e.r. over de onafhankelijke toetsingen die tot dusverre zijn gedaan in het kader van de project-MER, moeten duiden?
(...)
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
Mevrouw Vos sprak over de onafhankelijke toetsing van de project-MER. Zij heeft een ander beeld van hoe dat gelopen is dan de Commissie voor de m.e.r. zelf. Als de evaluatie er is, is het goed om met elkaar daarnaar te kijken. De evaluatie doen we op basis van de hoeveelheid projecten. Mevrouw Vos vraagt eigenlijk hoe de Commissie m.e.r. hierover oordeelt. Ik kan dan ook nog de Commissie m.e.r. vragen hoe zij hierover oordeelt. Dat oordeel kan ik meenemen in de evaluatie.
(...)
Mevrouw Vos (GroenLinks):
Wanneer kunnen wij de evaluatie waar de minister op duidt verwachten?
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
Volgens mij komt die in 2017. In het voorjaar van 2017 moet je de evaluatie afronden, zodat je heel 2016 kunt meenemen. Een en ander moet eerst verwerkt worden. Na de zomer van 2017 kan de evaluatie naar beide Kamers, dus ook naar de Eerste Kamer.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 14, item 5
-
6 november 2018
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
31 oktober 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg over de evaluatie Tarievenwet Commissie m.e.r.
voor kennisgeving aangenomen op 6 november 2018
EK, R
-
-
11 september 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 juli 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juli 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 juli 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 april 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 april 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 maart 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 februari 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 november 2017
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Infrastructuur en Waterstaat -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Milieu -
17 januari 2017
toezegging gedaan
Toezegging Terugkerende evaluatie van onafhankelijke toetsing en over twee jaar een evaluatie van de effecten daarvan (34.287) (T02446)
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Vos (GroenLinks), toe dat zij de periodieke evaluaties van de Omgevingswet en de Commissie voor de m.e.r. zal aanpassen, zodat gevolgd kan worden hoe vaak en in welke gevallen een onafhankelijke toets door de Commissie voor de m.e.r. plaatsvindt. Na twee jaar zal geëvalueerd worden wat de effecten zijn van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoets in het geval van complexe projecten.
| Nummer | T02446 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 17 januari 2017 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister van Infrastructuur en Milieu |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Infrastructuur en Waterstaat |
| Kamerleden | Ir. M.B. Vos (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | Commissie voor de milieueffectrapportage onafhankelijke toetsing project-mer |
| Kamerstukken | Implementatie herziening mer-richtlijn (34.287) |
Handelingen I 2016-2017, nr. 14, item 5, blz. 1-5
Mevrouw Vos (GroenLinks):
Ik noem nog snel twee voorbeelden van de Commissie voor de m.e.r. die mij niet optimistisch stemmen. Ik noem allereest het project bij de zuidelijke ringweg Groningen, de A7, dat een grote impact had op de omgeving, niet alleen op burgers en bedrijven, maar ook op allerlei andere partijen. Dat project is nooit ter toetsing aan de Commissie voor de m.e.r. voorgelegd, niet op strategisch niveau, het planniveau, maar ook niet later op projectniveau. Een ander voorbeeld is de uitbreiding van de A27 tussen Houten en Hooipolder. In 2010 heeft een toetsing plaatsgevonden op het planniveau, het strategisch niveau. De Commissie voor de m.e.r. had grote zorgen over de geluidsbelasting, maar er is later op projectniveau nooit getoetst of de geluidswerende maatregelen ook echt werden genomen. De Commissie voor de m.e.r. maakt zich nog steeds grote zorgen over de vraag of het op dat niveau voldoet. Ik dring er daarom zeer op aan om heel kritisch te zijn op dit punt. Ik wil de Kamer daarom graag de volgende motie voorleggen.
De voorzitter:
Door de leden Vos, Stienen, Teunissen, Meijer en Strik wordt de volgende motie voorgesteld:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de verplichte onafhankelijke toetsing van de project-MER wordt afgeschaft, en het voortaan aan het bevoegd gezag is om te besluiten over het al dan niet laten verrichten van een onafhankelijke toetsing door de Commissie voor de m.e.r.;
overwegende dat met name in het geval van complexe projecten een onafhankelijke kwaliteitstoets van groot belang is voor de borging van de kwaliteit van de milieueffectrapportage;
overwegende dat onafhankelijke kwaliteitstoetsing een belangrijke bijdrage levert aan objectivering, transparantie en participatie door burgers en belanghebbenden ondersteunt;
verzoekt de regering om, in het geval van complexere projecten, jaarlijks te volgen hoe vaak en in welke gevallen een onafhankelijke toets door de Commissie voor de m.e.r. plaatsvindt en de Kamer hierover te rapporteren;
verzoekt de regering daarnaast, over twee jaar een evaluatie te doen van de effecten van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoetsing door de Commissie voor de m.e.r. in het geval van complexe projecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt letter G (34287).
(...)
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
(...)
Mevrouw Vos heeft samen met een aantal andere leden de motie onder letter G ingediend. Ik krijg nog een heleboel extra spiekbriefjes binnen. Die zal ik zo proberen te ordenen. In de motie wordt gewezen op het feit dat een onafhankelijke kwaliteitstoetsing met betrekking tot de projecten niet meer bestaat. Er wordt voorgesteld om dat te evalueren en om na twee jaar ook een evaluatie te doen van de effecten daarvan. Ik zie dit punt iedere keer weer keer opduiken. Sinds de inwerkingtreding van de Wet modernisering van de regelgeving over de milieueffectrapportage in 2010 — ik zei steeds 2012, maar de wet is in 2010 in werking getreden — is er al onderscheid gemaakt tussen de uitgebreide en de beperkte procedure. Er is ook al gezegd dat de projectprocedure niet meer moet. Dat is dus niet een gevolg van deze richtlijn. De wijziging van de tarieven van de Commissie m.e.r. is ook al eerder geregeld en al eerder besproken. Ik vind het prima dat ook bij andere voorstellen steeds dezelfde vragen terugkomen, maar het zijn wel zaken die al eerder aan de orde zijn geweest.
Moet je dat dan apart evalueren? Daar zijn wel zorgen over in deze Kamer, ook gezien de brede ondertekening. Ik zou het op deze manier en in deze vorm ontraden, maar dat betekent niet dat ik ook de inhoud van de motie ontraad. Laat me dat even uitleggen. Er is een jaarlijkse rapportage van de Crisis- en herstelwet. Daar zit heel veel informatie in. Ook de Commissie m.e.r. heeft een jaarlijkse rapportage waarin deze informatie terug is te vinden. Ik ben bereid om in beide evaluaties extra aandacht te besteden aan de specifieke vragen die in de motie zijn gesteld. Anders krijgen we nog een derde evaluatie erbij die vergelijkbaar is met of soortgelijk is aan de twee evaluaties die we al kennen. Als de indieners van de motie daarmee kunnen instemmen, dan [kan] ik in die zin aan hun zorgen tegemoetkomen.
Mevrouw Vos (GroenLinks):
Ik dank de minister voor deze toezegging. Zij stelt nu voor om de vragen die in de motie zijn gesteld, mee te nemen bij de evaluatie van de Crisis- en herstelwet. In de motie wordt alleen ook gevraagd om als de wet die we vandaag bespreken, is aangenomen en de Omgevingswet van kracht is, te blijven rapporteren over de vraag hoe vaak en voor welke projecten onafhankelijke toetsing op projectniveau door de Commissie m.e.r. plaatsvindt en om de effecten daarvan te evalueren. In de motie wordt niet alleen gevraagd om de evaluatie van de Crisis- en herstelwet. Het gaat ook om de vraag hoe het de komende jaren verdergaat.
Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
We hebben nu een jaarlijkse rapportage van de Crisis- en herstelwet. Op het moment dat de Crisis- en herstelwet opgaat in de Omgevingswet worden er natuurlijk ook evaluaties van de Omgevingswet gedaan. Ik weet niet meer precies of die evaluaties jaarlijks of tweejaarlijks zullen worden gedaan, maar ook daar zal een rapportage van komen. Daarnaast heeft ook de Commissie m.e.r. een jaarlijkse rapportage met deze informatie. Daarom stelde ik ook voor om bij beide evaluaties aandacht te besteden aan dit aspect. De Commissie m.e.r. blijft bestaan zolang wij dat met elkaar willen. Als het zo wordt gedaan, is het op twee manieren geborgd.
Er is mij gevraagd om na twee jaar een evaluatie te doen van de effecten van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoets in het geval van complexe projecten. Stel dat we een en ander nu pas zouden invoeren, dan zou het niet kunnen, maar aangezien het al een tijdje loopt, kan dit volgens mij ook. De vraag is in hoeverre je dat allemaal kunt inschatten. Als iets niet is gedaan, kun je ook niet weten wat het effect is. Ik laat het aan de Commissie m.e.r. om te bekijken hoe je hier het beste invulling aan kunt geven. Ik ontraad dus de motie in deze vorm, maar ik ben wel bereid om onze eigen evaluaties erop aan te passen.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2016/2017, nr. 14, item 5
-
-
10 februari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 februari 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van I&W over toezeggingen betreffende de milieueffectrapportage
EK 34.287 / 29.383 / 34.986, AI
-
-
25 september 2024
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) -
25 september 2024
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
5 maart 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 februari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
14 september 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juli 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van I&W over milieueffectrapportages
EK 34.287 / 29.383, Q
-
-
12 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 januari 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
22 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 september 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
19 mei 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 mei 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 april 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
9 maart 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
26 november 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
24 oktober 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
10 september 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 juni 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 mei 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
9 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
27 maart 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het halfjaarlijks rappel toezeggingen die aan de Eerste Kamer zijn gedaan
Verslag voor kennisgeving aangenomen door de commissie KOREL op 2 april 2019 (toezegging T01461 gewijzigd naar legisprudentie)
EK, F
-
-
27 maart 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het halfjaarlijks rappel toezeggingen die aan de Eerste Kamer zijn gedaan
Verslag voor kennisgeving aangenomen door de commissie KOREL op 2 april 2019 (toezegging T01461 gewijzigd naar legisprudentie)
EK, F
-
-
7 november 2017
nieuwe commissie: commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) -
7 november 2017
commissie vervallen: commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (IMRO) -
26 oktober 2017
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Infrastructuur en Waterstaat -
26 oktober 2017
verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Infrastructuur en Milieu -
12 september 2017
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 januari 2017
toezegging gedaan