Behandeling Coronatoegangsbewijzen / Quarantaineplicht voor inreizigers / Maatregelen COVID-19



Verslag van de vergadering van 25 mei 2021 (2020/2021 nr. 38)

Aanvang: 9.03 uur
Status: gecorrigeerd


  • Kijk de video van dit deel van de vergadering terug

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het stellen van tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij de bestrijding van het virus SARS-CoV-2 (Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen) (35807);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege de invoering van aanvullende tijdelijke maatregelen voor het internationaal personenverkeer in verband met de bestrijding van de epidemie van covid-19 (35808);
  • het wetsvoorstel Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen covid-19) (35526PDF-document),

en van:

  • de motie-Janssen c.s. over bepalende zeggenschap van de Staten-Generaal bij verlenging van de wet (35526, letter L);
  • de motie-De Boer c.s. over delegatie onder vereiste goedkeuring bij wet (35526, letter AK);

en van:

  • het besluit van 17 mei 2021, houdende de tweede verlenging van de geldingsduur van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Staatsblad 2021, nr. 232) (35526PDF-document).

Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Aan de orde is de gezamenlijke behandeling van de wetsvoorstellen 35807, Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen, en 35808, Wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege de invoering van aanvullende tijdelijke maatregelen voor het internationaal personenverkeer in verband met de bestrijding van de epidemie van covid-19, alsmede het debat over de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw De Boer namens de fractie van GroenLinks.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Dank, voorzitter. Vandaag bespreken we twee nieuwe wetsvoorstellen in de corona-aanpak, de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm). Daarbij kijken we ook terug en vooruit naar de wijze waarop de regering de covidepidemie aanpakt. Namens de GroenLinksfractie zal ik ingaan op de verlenging van de Twm en de Quarantainewet, terwijl Saskia Kluit straks zal ingaan op de Testwet.

Het covidvirus is inmiddels bijna anderhalf jaar onder ons. Het heeft een grote impact gehad op degenen die daardoor zijn overleden en hun naasten, op degenen die ernstig ziek zijn geweest, degenen die nog ernstige restklachten hebben, op medewerkers in de zorg, op patiënten van wie andere zorg werd uitgesteld en soms te laat kwam, en ook de impact op de samenleving was groot. Beperkingen in sociale interactie en sociale contacten troffen ons allemaal, maar sommigen harder. Ik denk aan jongeren die niet naar school konden en elkaar niet konden zien, aan ouderen die geen familie op bezoek mochten hebben, aan ouders die maanden thuisonderwijs moesten geven. Ook de economische schade is groot: voor ons land, voor bedrijven en voor mensen. Er is veel gedaan om die schade te beperken, maar dat was niet voor iedereen toereikend. Het is goed om hier stil bij te staan.

Aan de andere kant kunnen wij constateren dat de vaccinatiecampagne inmiddels op stoom is, dat de besmettingscijfers en de opnames in ziekenhuizen en ic's dalen, en dat we bezig zijn de samenleving weer te openen. Met het kabinet is mijn fractie van oordeel dat het te vroeg is om de maatregelen uit de Twm al per 1 juni los te laten. De vraag dringt zich wel op of een verlenging met drie maanden nodig is. Heeft de regering overwogen om de wet met minder dan die drie maanden te verlengen, bijvoorbeeld tot 1 juli of tot 1 augustus?

De wet wordt nu verlengd tot 1 september. Mogelijk dat we dan de enige maatregel die direct in de Twm is vastgelegd, het afstand houden, los kunnen laten. Kan de minister een inschatting geven? Met alle ophef die er is over de avondklok, mondkapjes en de Testwet zouden we kunnen vergeten dat de afstandsmaatregel op zich al een ernstige inbreuk is op onze bewegingsvrijheid en ons recht om ook fysiek interacties met andere mensen aan te gaan. Dat de regel in elk geval buiten nog slechts sporadisch wordt gehandhaafd, doet daar niet aan af. Het is nog steeds verboden om hand in hand te lopen met een geliefde met wie je niet samenwoont, om in het park te dollen met een vriendengroep, om met je oma aan de arm een stukje te wandelen. Ook deze maatregel moet vervallen zodra het kan. Wij hopen dat dat per 1 september is.

De vraag is wel wat er daarna gaat gebeuren. Naar het oordeel van onze fractie moeten we daar nú over denken, zowel procesmatig als inhoudelijk. Procesmatig, omdat we te maken hebben met een zomerreces van beide Kamers in de maanden voor 1 september, inhoudelijk omdat enerzijds een aantal tijdelijke maatregelen waarschijnlijk wat langer moet blijven gelden en we anderzijds ook moeten gaan nadenken over de vraag welke wettelijke grondslagen voor maatregelen mogelijk permanent opgenomen zouden moeten worden in de Wpg, om zowel de endemische situatie als eventuele volgende pandemieën beter het hoofd te kunnen bieden. De uitbraak van covid heeft ons immers laten zien dat het instrumentarium om snel en adequaat te kunnen reageren op een pandemie, niet op orde was. Hierbij horen ook wettelijke waarborgen ter bescherming van grondrechten, zoals bewegingsvrijheid en privacy, en een helder afwegingskader. Ook een deugdelijke parlementaire betrokkenheid bij het aan- en uitzetten van maatregelen moet daarin worden opgenomen. Ik zou de ministers willen vragen of zij het met mijn fractie eens zijn dat het belangrijk is om hier nu al over te gaan nadenken en of zij ons kunnen toezeggen dat zij onze Kamer ruim voor het zomerreces een plan doen toekomen over hoe zij dit traject voor zich zien, zowel procesmatig als inhoudelijk.

Voorzitter. We moeten het ook hebben over de uitvoering van de motie-Janssen, die vraagt om beslissende zeggenschap van de Staten-Generaal bij verlenging van de Twm, en de motie-De Boer, die een voorkeursoptie geeft voor hoe dat geregeld zou kunnen worden. De regering heeft deze voorkeursoptie gedeeld met de commissie voor JenV van de Tweede Kamer, die het voor kennisgeving heeft aangenomen en die vervolgens een motie vanuit de TK om de zeggenschap op een andere manier te regelen, heeft ontraden omdat de Eerste Kamer iets anders wilde. Dat schiet niet op.

De heer Backer (D66):

Mevrouw De Boer zei twee intrigerende dingen: aan de ene kant verkorten en aan de andere kant verlengen. Hoe moet ik dat verstaan? Wil zij midden in de zomer iets verlengen, zodat het langer duurt? Wat is de gedachte daarachter? Bij welke maatregelen denkt u dat het verstandig zou zijn als ze langer zouden duren?

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Het gaat ons er niet om dat de maatregelen langer zouden moeten duren, want daar hopen we zo snel mogelijk vanaf te zijn. Het gaat ons erom dat met de hele Twm is gebleken dat de wettelijke infrastructuur om maatregelen te kunnen treffen als er een pandemie uitbreekt, niet op orde was. Ik heb nu niet het antwoord op de vraag welke dat zouden moeten zijn, maar wij moeten er met z'n allen voor zorgen dat als er een volgende pandemie uitbreekt, we beter voorbereid zijn en dat er haakjes in de Wpg zitten als er maatregelen getroffen moeten worden, inclusief de systematiek hoe ze in werking gesteld kunnen worden, met betrokkenheid van de Staten-Generaal. Op die manier hoef je bij een volgende pandemie niet weer bij nul te beginnen en heb je niet de onvolkomenheden die de Twm wel heeft, bijvoorbeeld rondom de betrokkenheid van de Staten-Generaal.

De voorzitter:

De heer Backer.

De heer Backer (D66):

Nee, voorzitter ...

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Het zijn dus twee verschillende dingen.

De heer Backer (D66):

Ja, ik begrijp het. Ik beperk mijn aantal interrupties, conform de informele afspraak.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Ik ga verder.

Ik constateer dat we de uitvoering van de genoemde moties niet meer in de Twm gaan regelen voordat die wet gaat vervallen. Kan de regering, om in elk geval tegemoet te komen aan de geest van de beide moties, in ieder geval toezeggen dat een voornemen voor een eventuele verlenging van de Twm op een zodanig moment aan de Eerste Kamer wordt toegezonden dat deze hierover desgewenst een debat kan voeren met de regering en hierover desgewenst bij motie een standpunt kan innemen? En kan de regering toezeggen dat bij het vormgeven van mogelijke permanente wettelijke grondslagen de positie van de beide Kamers van de Staten-Generaal zal worden geborgd bij het aan- en uitzetten van maatregelen?

Bij het debat in deze Kamer over de vorige verlenging is aan mijn toenmalige collega Bikker en mij de toezegging gedaan dat er een brede afweging zou worden gemaakt, waarbij naast de gezondheidsrisico's ook gekeken zou worden naar de sociale, maatschappelijke en economische effecten, en dat die afweging ook beter inzichtelijk zou worden gemaakt. Ik wil de regering complimenteren met de verbeteringen die op dit punt zijn doorgevoerd, maar wel met een aantal kanttekeningen. Zo is wat ons betreft de afweging per maatregel en tussen de maatregelen nog onvoldoende inzichtelijk en zijn sommige keuzes onbegrijpelijk. Je mag bijvoorbeeld wel naar de IKEA, maar niet naar een museum en er is nog steeds geen praktijkonderwijs. Ook constateren we dat de informatie uit het Catshuisoverleg zich beperkt tot de uitgebrachte adviezen en de conclusies van de afweging. Een afweging van de voors en tegens per maatregel ontbreekt, net als de te verwachten effecten per maatregel, zowel wat betreft de gezondheid en het welzijn als de economie. Worden deze afwegingen per maatregel gemaakt en kunnen die afwegingen dan ook worden gedeeld? Om hierin inzicht te krijgen zouden de notulen van het Catshuisberaad wellicht kunnen helpen. Worden die notulen gemaakt en zouden die ook gedeeld kunnen worden?

Voorzitter. Ik kom bij de quarantainewet. De Raad van State vond dat de noodzaak, proportionaliteit en effectiviteit van de wet onvoldoende onderbouwd waren en hekelde het ontbreken van een hardheidsclausule. Dat laatste is door een amendement van de Tweede Kamer alsnog geregeld. Maar de noodzaak van de wet is wat mijn fractie betreft nog steeds matig onderbouwd. De gebruikte cijfers zijn oud en komen uit een andere situatie dan die nu geldt, en er wordt veel gewerkt met veronderstellingen.

Met betrekking tot de proportionaliteit zien wij dat de quarantaineplicht preciezer en minder ingrijpend kan zijn dan een vliegverbod. Een vliegverbod is een grof instrument. Het beperkt de vrijheid van inreizigers absoluut, zonder maatwerk te kunnen bieden qua uitzonderingen. Een quarantaineplicht is een inperking van bewegingsvrijheid, maar laat reizigers wel de keuze. Ze kunnen immers ook niet komen. Het laat bovendien ruimte voor uitzonderingen. De regering stelt dat een vliegverbod alleen werkt voor directe vluchten en niet voor mensen die met een transfer inreizen. Dat zou voor de quarantaineplicht anders liggen. Kan de regering uitleggen hoe de quarantaineplicht precies zal worden geëffectueerd ten aanzien van reizigers die met een transfer inreizen? Want daar hebben wij nog wel wat vragen over.

De grootste vraagtekens zetten wij bij de effectiviteit van de wet. Zo zien veel uitzonderingen op situaties met een hoog risico op verspreiding: bruiloften, begrafenissen of een afscheid van een stervend familielid. Hoe weegt de regering dit? De handhaving die wordt ingezet is minimaal. Naar schatting zal slechts een op de acht mensen worden nagebeld. Of er opvolging zal worden gegeven aan vermoedens van niet-naleving is twijfelachtig, want voor gemeenten heeft dit geen prioriteit. Ook is de hoogte van de boete zeer beperkt. De effectiviteit van een sanctie wordt bepaald door een combinatie van de pakkans en de hoogte van de sanctie. Als beide laag zijn, zoals in deze wet, is de effectiviteit dat over het algemeen ook. Ziet de regering dit ook zo en ziet zij mogelijkheden hier nog iets aan te doen?

Een lage boete kan bovendien een ander effect hebben. Als je door betaling van een relatief klein bedrag niet in quarantaine hoeft, kan dat met zich meebrengen dat welgestelde en zakelijke reizigers gemakkelijk onder plicht uit kunnen komen. Voor minder welgestelden gaat dat niet op. De relatief lage boete kan zo discriminatoir uitwerken. We hebben begrepen dat de boetes voor het overtreden van de quarantaineplicht in andere landen veel hoger zijn. Kan de regering daar iets over zeggen? Bijvoorbeeld over Frankrijk, Duitsland en België?

Mijn fractie heeft geen overwegende bezwaren tegen het invoeren van een verplichte quarantaine voor inreizigers, als dit een effectief middel is tegen verspreiding van al dan niet nieuwe varianten van het virus in ons land. Als het door een te lage sanctie in combinatie met onvoldoende handhaving geen effectief middel is, zijn we bezig met het invoeren van symboolwetgeving. Daartegen heeft mijn fractie wél overwegende bezwaren.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Eigenlijk was ik al gaan staan vóór de opmerking die u plaatst. Want in het vorige debat heeft u aangegeven dat u de komst van een quarantaineplicht wel wilde overwegen. Nu gaf u al in het tweede gedeelte van uw betoog aan dat u er op zich geen bezwaar tegen heeft, maar u geeft wel heel veel bezwaren aan tegen het voorstel dat nu voorligt. Dus misschien kunt u dan toch nog een kader aangeven waarbinnen een quarantaineplicht volgens GroenLinks wel zou kunnen werken en waarbinnen er voldoende grondslagen zijn om die in te voeren.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Dank voor deze vraag. Een quarantaineplicht voor inreizigers kan een middel zijn als het effectief is. Dat is eigenlijk onze belangrijkste afweging. Eerder heb ik in debatten gevraagd — dat staat ook in het toezeggingenoverzicht — om een wettelijke regeling van de quarantaineplicht. Toen heeft volgens mij minister Grapperhaus toegezegd: we zijn bezig met een regeling. Daarbij doelde ik echt op een heel andere quarantaineplicht, namelijk een verplichte quarantaine voor mensen die positief getest zijn. Die is er nooit gekomen. Dus ik zou graag die vraag ook aan de regering stellen. Dank voor deze interruptie, want dat maakt dat ik dat buiten mijn spreektijd kon doen.

De heer Nicolaï (PvdD):

Er is een afweging tussen een quarantaineplicht en een vliegverbod. Ik hoorde mevrouw De Boer zeggen dat een vliegverbod ingrijpender zou zijn. Dat begrijp ik niet helemaal, want als we een vliegverbod zouden invoeren voor niet-essentiële reizen, en we houden bij wijze van spreken de uitzonderingen die nu in de wet staan voor de quarantaineplicht ook aan bij het vliegverbod, hoe kunt u dan zeggen dat een vliegverbod een ernstiger inbreuk zou maken dan een quarantaineplicht? Een quarantaineplicht brengt met zich mee dat mensen die geen symptomen hebben, die verder niet ziek zijn, die alleen maar verdacht zijn, worden opgesloten.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Omdat je bij een vliegverbod die uitzondering niet kunt maken, want dan vliegt er niets. Dat is volgens mij het wezen van een vliegverbod. Maar misschien moet u deze vraag aan de regering stellen. Op het moment dat je een quarantaineplicht hebt en je dat niet wilt, kun je alsnog besluiten niet te vliegen. Dan heb je effectief hetzelfde resultaat als een vliegverbod. Ik heb uit de antwoorden van de regering ook begrepen dat als de situatie in een land heel alarmerend is, er alsnog een vliegverbod kan worden ingesteld. Dat een quarantaineplicht gerichter is dan een vliegverbod, daarvan zijn wij dus wel overtuigd.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat u uw betoog afrondt.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Ja. Ik heb één laatste vraag: is de regering van oordeel dat de mogelijkheid van een quarantaineplicht voor inreizigers ook na het vervallen van de Twm zinvol kan zijn en, zo ja, is de minister voornemens om wetgeving voor te bereiden om dit per 1 september ook mogelijk te maken, buiten de Twm? Kan de minister dan toezeggen bij de voorbereiding van die wetgeving advies te zullen vragen aan het College voor de Rechten van de Mens over de toelaatbaarheid van deze quarantaineplicht onder artikel 5 EVRM, waarover nog steeds onduidelijkheid bestaat?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Boer. Dan geef ik het woord aan mevrouw Kluit, eveneens namens de fractie van GroenLinks.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Goedemorgen, voorzitter. Gezien de rechten die met de testwet in het geding zijn, is het niet gek dat we de afgelopen dagen heel veel mails hebben gekregen. Keer op keer blijken dat fundamenten waarop wij onze democratie bouwen, met de coronacrisis tot leven komen. Ik vind dat eigenlijk een heel goede ontwikkeling, ook al is het weinig praktisch om zoveel mails in korte tijd te krijgen. De democratie doet ertoe.

Het invoeren van verplichte toegangstesten maakt ontegenzeggelijk inbreuk op belangrijke rechten van burgers, zoals het recht op lichamelijke integriteit en de vrijheid van beweging, maar ook rechten zoals het recht op een cultureel leven en het recht op onderwijs. Daarnaast speelt het risico van uitsluiting op basis van medische status. Dat aspect vraagt in deze wet nadrukkelijk aandacht, ook om spanningen tussen mensen en stigmatisering van niet-gevaccineerden en maatschappelijke segregatie te voorkomen. Deze aspecten zijn in belang toegenomen, nu via een amendement coronatesten gelijkgesteld kunnen worden met een vaccinatiebewijs of een hersteldverklaring.

Maar helaas is het ook zo dat burgerrechten niet absoluut zijn en soms ook botsen. Dan ontstaan er duivelse dilemma's. Zo wordt het virus met toegangstesten sneller opgespoord, in ieder geval in de visie van GroenLinks op toegangstesten, en kunnen testen veel ingrijpender lockdowns voorkomen. Maar het allerbelangrijkste in het kader van deze wet is dat we door kortdurend te testen bij specifieke situaties juist kunnen voorkomen dat de grondrechten van alle Nederlanders met generieke maatregelen langdurig worden ingeperkt, want dat is nu feitelijk het geval. Wij leven al veertien maanden met zeer generieke vrijheidsbeperkende maatregelen.

Kortom, tegenstrijdige belangen, waar we als samenleving keuzes in moeten maken. Deze wet zit daar vol mee. In dat licht is het goed om op deze plek expliciet te benoemen dat wij als GroenLinks een groot voorstander zijn van coronatesten als een soort hygiënemaatregel, maar ook van verplichte toegangstesten als de situatie daartoe noopt. Wij steunen de minister dan ook in de zoektocht om dat mogelijk te maken. Want laagdrempelig testen in combinatie met vaccineren kan van corona al op korte termijn een endemische aandoening maken en ik denk dat wij daar allemaal op zitten te wachten. Daarmee maken we ook de Twm overbodig.

Echter, vanwege de burgerrechten en het risico op uitsluiting die met het concept van coronatoegangsbewijzen in het geding zijn, moet een dergelijk voorstel wel proportioneel en effectief zijn. De voorkeursbehandeling moet eindig zijn. Daarmee bedoel ik dat bekend moet zijn onder welke condities je dat wel en niet kunt gebruiken als kabinet. Daarnaast moet de privacy goed geregeld zijn en moeten alle Nederlanders op gelijkwaardige wijze deel kunnen nemen. Daar zit nog wel een probleem. Er lopen nog veel spreekwoordelijke beren op de weg. Daarom de volgende vragen. Het kabinet wil geen nadere criteria stellen aan het inzetten van toegangsbewijzen, afgezien van het genoemde openingsplan. Daarmee voeden ze wat mij betreft de angst van burgers dat men met deze wet wordt opgezadeld met een permanente testsamenleving. De fractie van GroenLinks vindt daarom dat op voorhand glashelder moet zijn wanneer het kabinet verplichte toegangstesten kan inzetten en wanneer niet, vooral ook wanneer in het najaar, wanneer de cijfers zullen oplopen en we het dus niet hebben over afbouwen maar opbouwen van maatregelen, helder is wat er gaat gebeuren. Kan de minister daarom aangeven bij welke criteria — besmettingen, ic-cijfers — hij de inzet van toegangstesten proportioneel vindt? Wij overwegen samen met D66 hierover een motie in te dienen.

De minister hecht sterk aan het openingsplan als onderbouwing voor de inzet van toegangstesten per sector, dus dat is één niveau lager. Maar ondanks het openingsplan maakt het kabinet regelmatig afwijkende keuzes. Wij hebben daarom gevraagd naar de ministeriële regeling en de AMvB bij deze wet om beter zicht te krijgen op wat er gaat gebeuren, maar die hebben wij helaas niet ontvangen. Kan de minister daarom in dit debat gedetailleerd schetsen wat er in die regelingen en in die AMvB komt te staan en wat er voorzien wordt? Welke richting denkt u uit? Hoe gaat het kabinet dat doen bij een sluitingsplan in plaats van een openingsplan? Gelden dan dezelfde criteria maar in omgekeerde volgorde?

Mijn andere grote zorg: zitten we met deze wet de komende jaren ook vast aan de Tijdelijke wet Twm? Mijn collega De Boer heeft daar wat over gezegd. Mijn vraag aan de minister is: is hij bereid om deze versie van de testwet uiterlijk per 1 september te vervangen door een ander instrumentarium waarbij directe koppeling met de Twm wordt losgelaten? Wat ons betreft een testwet met heldere criteria en waarbij de positie van beide Kamers in het parlement geborgd is. In het verlengde hiervan: zowel de Raad van State als de Autoriteit Persoonsgegevens geven aan dat voor opname van vaccinatiebewijzen in de wet eigenlijk een nieuwe wet nodig zou zijn. Het antwoord van de minister stelt ons nog niet gerust. De minister geeft namelijk in de beantwoording zelf aan dat, wanneer vaccinatiebewijzen een langere periode worden ingezet, dit een fundamenteel debat vraagt. Dat is er nog niet geweest, zegt de minister ook zelf. Graag een reflectie van de minister op de vraag of hij inschat dat het instrument van vaccinatiebewijzen kan zonder fundamenteel debat.

Dan naar de testinfrastructuur. Het is voor de uitvoerbaarheid van belang dat er een testinfrastructuur is waar mensen makkelijk kunnen testen om ervoor te zorgen dat ze dat ook daadwerkelijk op regelmatige basis gaan doen en dat toegangsbewijzen inderdaad leiden tot meer toegang voor alle burgers. Ik kan daar echt heel kort over zijn. Deze huidige teststructuur voldoet daar niet aan en schiet tekort als het gaat om laagdrempeligheid. Minder dan een op de drie gemeenten krijgt een testcentrum. Het criterium van 30 minuten per auto is een uitsluitend criterium. Mevrouw Van den Nieuwenhuijzen kent mijn passie voor mensen die geen auto hebben; miljoenen mensen hebben geen auto en miljoenen gezinnen hebben ook geen auto of rijbewijs.

De heer Nicolaï (PvdD):

Het hangt allemaal vandaag op GroenLinks. GroenLinks is kennelijk voor beide wetten; dan kunnen ze in de regering. Maar ik wil daar toch nog wel een keer een vraag over stellen, want ik hoor mevrouw Kluit eigenlijk zeggen dat ze kiest voor die testsamenleving, terwijl we heel veel e-mails krijgen van mensen die heel bezorgd zijn over die testsamenleving. Waarom zet GroenLinks niet in op een versoepeling, in die zin dat bijvoorbeeld musea en theaters met inachtneming van alle andere maatregelen die mogelijk zijn eerder opengaan voor iedereen zonder dat er paspoortjes getoond moeten worden? Want dat is toch eigenlijk waar we naartoe moeten?

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Daar wilde ik later op komen, maar dat doe ik dan nu. Wij vinden dat de reikwijdte van het wetsvoorstel voor deze zomer eigenlijk precies zou moeten worden beperkt tot de sectoren zoals u die noemt, waar veel mensen samenkomen en waar je de 1,5 meter niet goed kunt aanhouden, en dat je in de overige situaties eigenlijk geen toegangsbewijzen zou moeten vragen. Maar meer principieel, want dat is eigenlijk uw vraag …

De voorzitter:

U komt hier straks in uw spreektijd op terug, begrijp ik. Want dan gaan we het in uw spreektijd doen.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Daar kom ik dan weer niet op terug, de vraag of wij voor een testsamenleving zijn. Nee, daar zijn wij niet voor, maar wij zijn wel voor een samenleving die wij zo open mogelijk kunnen houden. Als dat erom vraagt dat mensen een test op corona doen, dan vinden wij dat een goed instrument. Ik zal het ten aanzien van die mbo'ers eens schetsen.

De voorzitter:

Een kort antwoord hoort bij een korte interruptie. Meneer Nicolaï, heeft u nog een vervolgvraag of is het antwoord duidelijk?

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik hoorde mevrouw Kluit zeggen dat zij wel voor die testmaatschappij is en dat is jammer. Als tegelijkertijd blijkt dat het heel moeilijk is — dat hoorde ik mevrouw Kluit net zeggen — om een gratis test te krijgen, waar zijn we dan mee bezig? Dat is toch wel een belangrijke vraag.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Dankzij GroenLinks is er een amendement aangenomen waarmee in deze wet zelftesten mogelijk worden gemaakt. Daar zijn wij een groot voorstander van en daar vragen wij zo meteen de minister ook nog wat over.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan stel ik voor dat u uw betoog vervolgt, ware het niet dat mevrouw Baay namens 50PLUS ook een interruptie heeft.

Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):

Mevrouw Kluit, hoe beoordeelt u eventueel de betrouwbaarheid van die zelftesten?

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Je hebt eigenlijk twee manieren om met testen om te gaan. Je kunt het grootschalig inzetten. Wij vinden dat er een minimaal niveau aan besmettingen in het land moet zijn voordat je dit gaat doen. Dat is wel de vraag daarachter. Stel dat er een nieuwe virusvariant opkomt of dat de aantallen toenemen. Dan hebben wij liever dat mensen het normaal vinden om grootschalig te testen, bijvoorbeeld zoals in Denemarken. Wij vinden dat de zelftest daarbij een heel belangrijk middel is. Als je op een afgelegen plek woont en geen auto hebt, dan vraag het misschien wel ontzettend veel om naar het café op de hoek te kunnen. Dan moet je lang reizen. In dat soort situaties vinden wij zelftesten volstrekt legitiem.

Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):

Ik hoor mevrouw Kluit het weer hebben over een als-dansituatie. Daar kom ik straks in mijn eigen bijdrage nog op terug. 100% accurate testuitslagen bestaan niet, ook niet bij de PCR-testen. Maar als je testen hebt die niet voldoen aan een heel hoog percentage betrouwbaarheid, wat heeft het dan voor zin?

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

In alle parlementaire behandelingen van covidmaatregelen willen we aan de ene kant super precies zijn. Aan de andere kant nemen we te late stappen, waardoor het elke keer weer uit de hand loopt. Wij zijn er dus voor om te zorgen voor meer en grofmaziger testen aan de voorkant, zodat je niet in de situatie komt waarin wij nu terechtkomen. Ik begrijp de nadelen van zelftesten ook. Je kunt daar nog wat aan doen door begeleide zelftesten aan te bieden. Dat kan gemakkelijker dan nu met die testcentra. Maar wij hebben dus een iets andere visie op de rol van testen in een pandemie.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat u uw betoog vervolgt.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

De vraag is: ziet de minister het probleem dat ontstaat voor mensen die geen geld hebben om naar een testcentrum te gaan? Is de minister dan ook bereid om de testinfra uit te breiden naar maximaal 20 minuten fietsafstand? Is de minister ook bereid om dit op peil te houden wanneer de vaccinatie-aantallen toenemen, waardoor minder mensen daar gebruik van maken? Zo niet, ziet de minister dan met onze fractie dat regionale spreiding van toegangstesten of het begeleid zelftesten onontbeerlijk zijn om het concept toegangstesten proportioneel en op niet-uitsluitende wijze te laten plaatsvinden? Wij denken te lezen dat de minister aarzelingen heeft. Graag een reactie van de minister, of hij bij de ingangsdatum van de wet bereid is om begeleide zelftesten toe te staan, in ieder geval op locaties waar niet op 20 minuten fietsten een testcentrum beschikbaar is. Laten we helder zijn: zolang testcentra niet dichtbij of laagdrempelig zijn, zouden toegangstesten alleen ingezet moeten worden voor situaties waarin veel mensen samenkomen en de 1,5 meter niet wordt aangehouden. Voor essentiële sectoren en andere situaties lijkt ons dat dan niet proportioneel. Graag een reactie. Ook op dit punt overwegen wij een motie met de PvdA. Wij wensen de heer Karakus succes met zijn maidenspeech.

Dan het European certificate. In tegenstelling tot de Nederlandse opzet, is te zien welk vaccin iemand heeft gehad, hoeveel doses, wanneer, en of men ziek is geweest. Is de minister voornemens om het green certificate ook in Nederland in te zetten als toegangsbewijs? Zo ja, hoe wil de minister dan omgaan met het verschil in getoonde en gebruikte informatie?

Onze grootste zorg zit erin dat onervaren commerciële aanbieders, zoals schoonmaakbedrijven en glazenwassers deze dataverzameling gaan doen. Dan werken zij met hoogst gevoelige gegevens, zoals bsn-nummers en paspoortnummers. Zij hebben toegang om die op te slaan in onze medische dossiers. Hoe weegt de minister het risico op datalekken en fraude, waaronder identiteitsfraude? Waarom zijn de bewaartermijnen van een negatieve test vier weken en van een positieve test niet veel korter? Is er een opt-out, een mogelijkheid wanneer je niet langdurig als positief getest persoon geregistreerd wenst te worden? Want function creep met de data ligt wel op de loer, gezien de geruchten over één prik bij mensen die een positieve coronatest hebben gehad. Graag een reactie van het kabinet hierop, zodat de burgers zelf kunnen bepalen waarvoor de uitslag van een festivaltest wordt gebruikt.

De minister schrijft dat bedrijven een data protection impact assessment moeten doen. Hoeveel bedrijven hebben die inmiddels gedaan en doorstaan? Welk type problemen is hierbij naar voren gekomen? Wordt na de eerste goedkeurig de dataprotectie actief gemonitord, zo ja hoe, en hoe omvangrijk is de controle op de uitvoering?

Tot slot het punt van handhaving. Ik word persoonlijk altijd erg ongelukkig als we brieven krijgen van uitvoerende organisaties, zoals de VNG, dat zij een bepaalde taak niet op willen pakken. Hoe ziet de minister het gebruik van toegangstesten effectief en succesvol verlopen wanneer er in de praktijk nooit om gevraagd wordt en er nooit wordt gecontroleerd op het gebruik? Hoe gaat zij, kortom, de handhaving organiseren?

Kortom, de fractie van GroenLinks ziet nog wel wat beren op de weg van deze wet. Wij zullen vol belangstelling de reactie van de ministers horen. Naast de heer Karakus wens ik ook de heer Keunen succes met zijn maidenspeech.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kluit. Dan geef ik het woord aan de heer Janssen namens de fractie van de SP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen (SP):

Voorzitter. Ik wil beginnen met een algemeen deel over de verlenging van de Wet tijdelijke maatregelen covid-19, de Twm, en aansluitend zal ik ingaan op de wetsvoorstellen over de coronatoegangsbewijzen en de quarantaineplicht.

Voorzitter. Wanneer we ruim een jaar teruggaan, komen we in de tijd waarin het gesprek begon over het inperken van grondrechten om de COVID-19-pandemie het hoofd te bieden. Ik begin daarmee, omdat het bewustzijn dat we nog steeds, en steeds meer, grondrechten inperken aan erosie onderhevig lijkt. Er wordt gesproken over maatregelen, instrumenten in de gereedschapskist, uitzonderingen en versoepelingen, maar achter al deze termen gaan ingrepen op onze grondrechten schuil. Zeker in de Eerste Kamer moet het daarover gaan, steeds weer. Daarom is het ook goed dat we dit debat over de verlenging van de Twm vandaag hebben, want van het inperken van grondrechten moet je wakker liggen. Het uitgangspunt is dat grondrechten worden geborgd, gekoesterd en verdedigd. Van grondrechten blijf je af. Als het dan toch niet anders kan, omwille van bestrijding van de pandemie, dan moet iedere aantasting van grondrechten voelen als een steen in de schoen, die bij iedere stap zorgt voor toenemend ongemak en voor herinnering aan het feit dat het niet normaal is dat grondrechten worden ingeperkt en dat het ook nooit normaal mag worden. Deelt het kabinet deze mening? Als we kijken naar de lijst van maatregelen die aan de Twm zijn toegevoegd sinds de inwerkingtreding op 1 december 2020, dan geeft dat reden tot zorg.

Daar wil de regering vandaag nog twee verdere wetten aan toevoegen, en dan zit ook nog de bevoegdheid tot het sluiten van gebouwen, zoals gebedshuizen, in de pijplijn. Deze steeds verdergaande inperking van grondrechten leidt tot steeds grotere zorgen, ook omdat de tijdelijkheid van de Twm onder druk staat. Hoe tijdelijk is de Twm nog? Het is een tijdelijke wet die bedoeld was ter bescherming van de volksgezondheid in een tijdelijke crisis. Maar hoe tijdelijk die crisis is, staat steeds meer ter discussie. Dat betekent dat de discussie gevoerd moet worden of deze als tijdelijk bedoelde wet en de daarbij behorende parlementaire zeggenschap nog voldoen. Die vraag beantwoordt mijn fractie om meerdere redenen met nee. Deze tijdelijke wet om de volksgezondheid te beschermen, behoort tijdelijk te blijven en mag niet permanent worden. Als we ons willen voorbereiden op toekomstige pandemieën, vraagt dat een discussie over waaraan de nieuwe wettelijke kaders van maatregelen en zeggenschap moeten voldoen. We mogen de Wet publieke gezondheid niet opgetuigd laten met alle tijdelijke mogelijkheden om grondrechten te beperken op de manier zoals dat nu geregeld is.

Daar komt bij dat volgens mijn fractie de Wet publieke gezondheid meer en meer wordt gebruikt als wettelijke basis voor economische afwegingen bij maatregelen. Daar kan en mag geen sprake van zijn. De Wet publieke gezondheid is de juridische grondslag om omwille van bescherming van de volksgezondheid maatregelen te nemen. In de schriftelijke beantwoording wordt bij het aan de orde stellen van dit punt door de minister verwezen naar artikel 8 van het EVRM, dat inperking van grondrechten toestaat omwille van het economisch welzijn van het land. Ik zal hier nu niet de discussie over de jurisprudentie van dat artikel voeren, maar dat is toch echt iets anders dan het baseren van economische afwegingen op de Wet publieke gezondheid. Daar is die wet niet voor. Het is de Wet publieke gezondheid, en niet de wet economisch welzijn. Het laat zich voorspellen dat een rechter desgevraagd op enig moment tot eenzelfde oordeel gaat komen. De regering zou dat nu ook moeten inzien. Graag een reactie van de minister op dit punt.

Voorzitter. Een volgend punt is of de juridische basis voor de maatregelen met de snel toenemende vaccinatiegraad en het advies van het OMT over de besmettelijkheid na vaccinatie, nog houdbaar blijft. Met name kijkend naar de proportionaliteit kunnen daar vraagtekens bij gezet worden. Is er nog een juridische basis bij een gevaccineerd persoon of iemand die genezen is? Alle genomen maatregelen zijn immers gebaseerd en getoetst op uitgangspunten en aannames die inmiddels achter ons raken. Dat betekent dat alle maatregelen om heroverweging vragen en om een nieuwe proportionaliteitstoets. Als de regering het niet doet, zal een rechter dat in de toekomst zeker gaan doen. Begrijpt u mij goed: ik zeg daarmee niet dat COVID-19 verdwenen is of dat er geen maatregelen meer nodig zijn. Ik spreek over de juridische houdbaarheid van de bestaande maatregelen in nu sterk gewijzigde omstandigheden. Deelt de minister deze mening en wordt hier nu actie op ondernomen? Of laat het kabinet het aankomen op een rechterlijke uitspraak, waarna we dat weer moeten herstellen met spoedwetten?

De gewijzigde omstandigheden van het meer en meer gevaccineerd of genezen raken van de bevolking leiden tot, zoals de regering dat noemt, versoepelingen. Maar waar het natuurlijk over gaat — ik zei dat net al — is het afbouwen van inbreuken op grondrechten. Het beeld dat de regering met versoepelingen oproept, is dat van een regering die mensen iets geeft. Maar je kunt niet iets geven dat niet van jou is. De grondrechten waren, zijn en zullen altijd van individuele mensen zijn. Je pakt iets minder af; dat is wat er gebeurt. Dat lijkt een semantische discussie, maar dat is het niet. Een aantasting van grondrechten moet altijd zo kort als nodig duren. Het opheffen van aantasting van grondrechten door de regering is geen kwestie van willen, maar van moeten. We hebben rond de avondklok gezien dat er naar de mening van mijn fractie eigenlijk oneigenlijke argumenten werden gebruikt. Er lijkt weinig maatschappelijke weerstand te zijn en de naleving geeft weinig problemen. Dat was een naar mijn mening oneigenlijk argument dat werd gebruikt bij het verlengen van die avondklok. De maatschappelijke acceptatie brokkelt af —dat was een argument bij de opheffing — maar dat zijn natuurlijk niet de argumenten waar het over gaat bij een juridische afweging. Dit soort toch vervuilde discussies over grondrechten tonen aan dat het uitgangspunt dat je van grondrechten afblijft aan het eroderen is, zoals ik aan het begin van mijn betoog al zei.

Alle zorgen die ik tot nu toe heb uitgesproken over de Twm, de tijdelijkheid en de juridische houdbaarheid ervan, brengen de SP-fractie tot de conclusie dat de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 beëindigd moet worden en dat de verlenging per 1 juni 2021 ook de laatste verlenging moet zijn. Dat geeft de regering de tijd om voor 1 september met vervangende wetgeving te komen, die gebaseerd is op een nieuwe weging van proportionaliteit voor wat nodig is om grondrechten te beperken in het kader van de volksgezondheid in deze nieuwe werkelijkheid, en ook zoals die zich de komende maanden nog zal ontwikkelen, met daarbij passende zeggenschap voor het parlement. Maar daarvoor is nu wel actie vereist. Graag een reactie van de ministers.

Voorzitter. Dat sluit dan meteen aan bij de motie-Janssen c.s. en de motie-De Boer c.s., waardoor eigenlijk, zoals ik het nu zie, met beëindiging van de verlengingen een extra modaliteit wordt toegevoegd aan de brief zoals wij die eerder ontvingen, een modaliteit die zes maanden geleden nog de nucleaire optie geheten zou hebben, maar die nu wat ons betreft alleszins reëel is, namelijk: je verlengt niet meer. Het lego-experiment heeft de laatste tijd aandacht gekregen in de media, met name bij de schrijvende pers. Hoe los je iets op? Niet door iets toe te voegen, maar door iets weg te halen. Daarmee zou eigenlijk misschien wel het mooiste wat je van een motie kunt zeggen ontstaan: niet zozeer dat ze wordt uitgevoerd — want dat is om een situatie die je niet wilt, te herstellen — maar dat ze overbodig wordt. Dat zou al heel mooi zijn.

Voorzitter. Maar voordat ik nu inga op de twee wetsvoorstellen voor het testen en de quarantaineplicht wil ik nog een algemene opmerking maken. Het valt mij op — ik heb daar vanuit mijn bestuurlijke praktijk zelf ervaring mee — dat je als bestuurder een vertaalslag moet maken van wetenschappelijke adviezen. Mij valt op dat de adviezen door het kabinet af en toe wel heel selectief vertaald worden. Een actueel voorbeeld dat ik wil noemen, is de volledige opening van de middelbare scholen. Ik wil dat nu niet behandelen, maar ik wil het wel als voorbeeld noemen. Het persbericht van het ministerie van OCW zegt het volgende: "De middelbare scholen mogen vanaf maandag 31 mei weer volledig open. Leerlingen hoeven dan onderling geen afstand te houden. Wel moeten zij thuis twee keer per week zelftesten. Vanaf maandag 7 juni moeten alle scholen volledig open. Dat is op deze manier verantwoord, aldus het Outbreak Management Team."

Maar dat is niet wat het OMT heeft geadviseerd. Het OMT geeft het volgende advies: "Gezien bovenstaande overwegingen is het OMT van mening dat verdere opening van het voortgezet onderwijs, waarbij de 1,5-metermaatregel niet meer toegepast kan worden, alléén kan worden doorgevoerd als alle leerlingen twee keer per week onder begeleiding een zelftest uitvoeren." Dus een volledige opening van het voortgezet onderwijs, waarbij de 1,5 meter wordt losgelaten, kan alleen als alle leerlingen twee keer per week onder begeleiding een zelftest uitvoeren. Als niet alle leerlingen dat doen en het niet onder begeleiding gebeurt, kan het voortgezet onderwijs niet volledig open zonder 1,5 meter afstand te houden. Dat is wat het OMT zegt. Geeft het kabinet niet een hele vrije vertaling van het OMT-advies? Want zelftesten zijn ook nog eens vrijwillig en er wordt al helemaal niet gesproken over het onder begeleiding doen daarvan, wat ook niet te controleren valt. Daarmee wordt het dus een illusie dat de opening, zoals die nu is voorzien, gaat voldoen aan de voorwaarden van het OMT voor een veilige opening. Dat staat nog los van het feit dat alle scholen binnen het voortgezet onderwijs binnenkort de toetsweken ingaan en dat van regulier onderwijs dus sowieso geen sprake meer zal zijn.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik ga niet in debat over het punt dat de OMT-adviezen correct weergegeven moeten worden, want dat lijkt me een goed idee. Maar ik wil wel nog een vraag stellen over de vrijwilligheid en het testen op scholen versus geen maatregelen nemen. De heer Janssen schetst een situatie alsof de scholen dan open kunnen, maar als je geen gebruikmaakt van die zelftesten, dan blijft het onderwijs voorlopig dicht. De zoektocht is: wat kun je doen en wat gebeurt er als leerlingen niet twee keer in de week een test doen? Dan lopen de aantallen op en dan zal die maatregel weer teruggedraaid worden. Daarin zit toch een soort hand-aan-de-kraanprincipe, waarmee dit opgevangen wordt?

De heer Janssen (SP):

Mevrouw Kluit schetst een tegenstelling door te zeggen dat de scholen nu dicht zijn, maar de scholen zijn niet dicht. Mijn vrouw geeft les op een middelbare school. Zij geeft gewoon les. Er zijn halve klassen. Die zien elkaar allemaal en die gaan vrolijk met elkaar om. Het zijn alleen halve klassen. De scholen zijn niet dicht, dus mevrouw Kluit geeft hier een valse tegenstelling weer.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik probeer het één niveau hoger te trekken, want het gaat niet alleen over het hier en nu. Het gaat ook over het principe. Het principe is: je raadt aan om zelftesten te gebruiken voor een bepaalde groep. Die kennen bepaalde risico's, bijvoorbeeld omdat mensen het niet goed doen of omdat de test niet betrouwbaar is. Maar uiteindelijk zul je het effect daarvan terugzien in de besmettingscijfers. Als die te veel oplopen, krijg je een andere conclusie, maar misschien lopen ze wel helemaal niet op. Dat kan natuurlijk ook.

De heer Janssen (SP):

Dat kan ook. Het kan dat geen van de 80.000 medewerkers, die voor het grootste deel niet gevaccineerd zijn, ziek wordt. Maar het kan ook dat ze allemaal ziek worden en dat de gezinnen van de medewerkers en de scholieren besmet worden. Ik vind dat echt een valse tegenstelling. Mijn afweging is dat er op dit moment gedeeltelijk onderwijs gegeven wordt en dat het nu versneld openstellen van de scholen, met heel veel ongevaccineerde medewerkers, met heel veel leerlingen die besmettingen mogelijk ook weer mee naar huis nemen en met veel oude gebouwen, waarvan ook de VO-raad zegt dat de ventilatie nog niet op orde is, gewoon niet verstandig is. Het was niet mijn bedoeling om hier dit hele voorstel te behandelen, maar ik zie daarin een andere tegenstelling dan mevrouw Kluit.

De voorzitter:

Mevrouw Kluit, ten derde? Nee. U vervolgt uw betoog, meneer Janssen.

De heer Janssen (SP):

Voorzitter. Ik heb iets gezegd over de medewerkers. Het overgrote deel is nog niet gevaccineerd en wordt nu aan risico's blootgesteld. Er wordt gezegd: ja, maar er wordt nu versneld gevaccineerd. Maar zelfs in het meest gunstige geval, met het Janssenvaccin, zijn ze daarna nog twee weken onbeschermd. Ik vind dat wij dat risico mee moeten wegen. Ik maak dit punt om te laten zien dat dit een bestuurlijke vertaling van een OMT-advies is. Ik kom daar straks bij de quarantaineplicht nog op terug. Ik ken het uit de praktijk. Ik weet hoe onhandelbaar het soms kan zijn om een bestuurlijke vertaling te maken van RIVM-adviezen. Iets soortgelijks hebben wij meegemaakt rond een fabriek in Dordrecht. De minister van IenW kent dat ook. Wij vroegen: kunnen mensen nog gewoon uit hun moestuin eten en water drinken? Toen kwam er een advies over het drinken van het aantal liters puur grondwater per dag, waarvan wij dachten: wie drinkt er tegenwoordig nog puur grondwater; wat moeten we hiermee? Het is soms moeilijk om die vertaalslag te maken. Het enige wat ik aan wil geven, is dat dat soms wat optimistisch gebeurt vanuit de kant van het kabinet. Ik kom daar zo nog op terug.

Voorzitter. Dat brengt mij bij het wetsvoorstel over de coronatoegangsbewijzen. De eerste vraag die mijn fractie onderzoekt bij dit wetsvoorstel, is of het voorstel klaar is om kwalitatief op een goede wijze uitgevoerd te worden. Dat is een punt waar de Eerste Kamer toch serieus naar moet kijken. Als ik kijk naar de antwoorden op de schriftelijke vragen, dan bestaan daar meer dan grote twijfels over bij mijn fractie. Op de vraag hoeveel van de partijen momenteel beschikt over een NEN 7510-certificering is het antwoord van de minister dat op dit moment geen van de testaanbieders gecertificeerd is volgens de norm NEN 7510. Dat was toch een voorwaarde? Maar dat betekent volgens de minister niet dat er niet aan de voorwaarden van NEN 7510 wordt voldaan. Alle testaanbieders worden voorafgaand aan hun aansluiting gevraagd om hierover een eigen verklaring aan te leveren, in het kader van het proces van aansluiting op de coronacheck. Maar dat is wel heel erg dun ijs, want vervolgens wordt er alleen maar gecontroleerd of ze op papier hieraan gaan voldoen. Dat zegt nog niets over de uitvoering. Dat is wel heel dun ijs.

Uit de beantwoording blijkt verder dat vijf van de zeven partijen nog niet voldoen aan de voorwaarden voor aansluiting en er één voorwaardelijk is aangesloten. Maar volgens de minister geven de betreffende testaanbieders aan dat ze eraan werken om te voldoen aan de eisen, zodat toelating op korte termijn wel mogelijk is. Voor mijn fractie is dit een overduidelijk signaal dat de uitvoering nog niet op orde is en dat onduidelijk is of en wanneer dit het geval zal zijn. Graag een reactie van de minister op dit punt.

Voorzitter. De snelle ontwikkeling in de vaccinatiegraad lijkt de huidige voorgestelde testmaatregelen in de komende maanden in te gaan halen. Ik sprak daar al over in het deel van mijn bijdrage over de Twm. Ik sprak met name over de proportionaliteit van de beperkende maatregelen versus volledig gevaccineerde personen. Wanneer verwacht de minister een advies van het OMT op basis van het recente advies van de Gezondheidsraad? Heeft de minister het OMT gevraagd om hier met spoed over te adviseren? Zijn de testmaatregelen nog wel juridisch houdbaar wanneer de vaccinatiegraad zo hoog is als verwacht? En hoe groot is de toegevoegde waarde nog als de vaccinatiegraad zo toeneemt?

De regering geeft aan dat toegangstesten bij stap 6 van het openingsplan niet meer aan de orde zullen zijn. Om stap 6 te kunnen zetten zal er, net als bij alle stappen in het openingsplan, gekeken worden naar het reproductiegetal en de druk op de zorg, de ic-opnames en de ziekenhuisopnames, aldus de minister. Kan de minister dit verder verduidelijken en concreet maken? Want het optuigen van een dure infrastructuur voor toegangstesten, die op korte termijn al overbodig zal blijken te zijn, lijkt mijn fractie niet een gewenste route. Indien de minister van mening is dat deze testwet vooral zijn nut zal kunnen bewijzen als het virus na de zomer toch weer de kop opsteekt, dan zou mijn fractie ervoor willen pleiten om nu eerst de uitvoering op orde te brengen aan de voorkant, zodat eventuele aanbieders straks na de zomer, indien dat nodig blijkt, gecertificeerd en gekwalificeerd testen kunnen uitvoeren. Mijn advies zou dus eigenlijk zijn: komt u terug met deze wet als de uitvoering op orde is en als er een noodzaak is op dat moment.

Voorzitter. Dat brengt mij bij het wetsvoorstel over de quarantaineplicht. Als eerste wil ik de minister graag vragen om een bespiegeling op de actuele maatregel die Duitsland heeft genomen om een inreisverbod voor het Verenigd Koninkrijk af te kondigen, behoudens enkele uitzonderingen, waaronder de eigen onderdanen. Hoe verhoudt dat zich tot het voornemen van het kabinet om vliegverboden af te schaffen bij een invoering van de quarantaineplicht, nu een grote directe buur, waar veel transitverkeer mee is, deze maatregel richting het Verenigd Koninkrijk heeft genomen?

Voorzitter. Wat verder opvalt, is het vertalen van de adviezen. Ik had het daar al eerder over. Over de quarantaineplicht zegt de minister in de schriftelijke beantwoording: "Het OMT en het RIVM hebben aangegeven dat een quarantaineplicht het meest effectieve middel is om te voorkomen dat het virus en varianten hiervan worden verspreid." Twee zinnen verder zegt de minister: "Het OMT stelt in haar 102e advies dat vooraf testen met een goed nageleefde quarantaine gelijkwaardig is aan een vliegverbod." Wat is het nou? Is het nou gelijkwaardig of is het het meest effectief? Dat zijn niet dezelfde dingen. Ik heb zelf ook gezocht waar dit zou staan in het advies naar aanleiding van het 102de OMT-advies, maar het staat er gewoon niet. Wat het OMT vaststelt, is dat er nog steeds gevlogen wordt door onderdanen en EU-burgers naar hoogrisicogebieden, ook voor vakanties. Mijn vraag is: waarom doe je daar dan niets aan? Waarom moet dat reizen doorgaan? Dit is een voorbeeld van hoe het kabinet zijn wens, of zijn "politieke keuze", zoals de minister van IenW in de Tweede Kamer zei, toch weer gekleurd vertaalt uit een advies. Kan de minister duidelijk maken welke politieke afwegingen het kabinet dan heeft gemaakt om vliegverboden te willen vervangen door een quarantaineplicht? Mijn schriftelijke vragen over of daarbij ook economische belangen hebben meegewogen, zijn onbeantwoord gebleven. Daarom hoor ik het graag vandaag van de minister.

Voorzitter. Mijn tweede vraag gaat over de gewijzigde inzichten van het kabinet inzake de quarantaineplicht. Ik vraag daar nadrukkelijk naar, omdat met name de minister van JenV mij er tijdens debatten in januari en februari van heeft proberen te overtuigen dat een quarantaineplicht — zoals in Duitsland, dat als voorbeeld werd genoemd — niet effectief en niet handhaafbaar zou zijn. Nu, vijf maanden later, is die quarantaineplicht de oplossing. Gemeentelijke handhavers hadden al genoeg te doen volgens de minister, en politie eraan verspillen zou zonde zijn. Ik citeer uit het debat van 8 januari: "Als je een quarantaine goed wil doen, dan moet je natuurlijk zeker weten dat iemand niet uit die quarantaine gaat. Maar ik denk dat we het niet door uw parlement heen krijgen om mensen een enkelband om te doen of iets dergelijks." Dat "een enkelband of iets dergelijks" is dan nu een vriendelijke medewerker van het belteam van VWS geworden, maar u begrijpt dat de voorwaarde van de minister dat je zeker moet weten dat niemand uit quarantaine gaat, op deze manier bij mij grote vragen over de effectiviteit en de handhaving oproept. Graag hoor ik in een reactie hoe en waarom het kabinet tot deze gewijzigde opvatting is gekomen en hoe met de nu voorgestelde oplossing wordt voldaan aan de opvatting van de minister van JenV dat je zeker moet weten dat iemand niet uit quarantaine gaat.

Op het punt van de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van de quarantaineplicht heb ik nog een aantal aanvullende vragen. Het lijkt erop dat de situatie waarvan wordt uitgegaan vooral onderdanen betreft met een vaste woon- en verblijfplaats. Maar bij het opheffen van een vliegverbod zal het vooral ook gaan om niet-onderdanen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Iedereen zal een quarantaineverklaring moeten invullen, maar als je die bij aankomst in Nederland niet hebt en ook niet wil invullen, betaal je een beperkte boete van €95 en kun je verder gewoon inreizen. Het ontbreken van een quarantaineverklaring is geen grond om de toegang tot Nederland te weigeren. Die mensen verdwijnen dus en zijn ook niet meer te controleren. Voor minder dan €100 kun je gaan en staan waar je wilt, zonder controle van het VWS-belteam en gemeentelijke toezichthouders. Vindt de minister dit nu echt een goed systeem dat onze volksgezondheid effectief beschermt? Is dit nu werkelijk beter en meer effectief dan dat we met een vliegverbod deze mensen niet aan de grens krijgen?

Voorzitter. De capaciteit bij de gemeentelijke toezichthouders zal mede bepalen of dit voorstel eigenlijk wel op een effectieve wijze kan worden uitgevoerd en gehandhaafd. Is het straks aan de toezichthouders om zelf te bepalen of zij opvolging geven aan de signalen uit het belteam? Waar staat dit straks in de prioriteitenlijst van deze boa's, die al voortdurend en veel te lang overvraagd zijn? En wordt er eigenlijk bijgehouden hoeveel meldingen er uit het belteam komen en hoe dan de opvolging van die meldingen zal zijn? Iedereen met enige kennis van toezicht en handhaving zal zien dat dit op voorhand zo niet gaat werken, tenzij je de verwachtingen en de eisen naar beneden bijstelt, in de zin van "alles wat lukt, is mooi meegenomen". Maar dat staat wel heel erg ver af van wat het OMT en het RIVM als uitvoering zien om tot een resultaat te komen dat vergelijkbaar is met een vliegverbod.

Voorzitter. Ik ben ook zeer verontrust over de antwoorden die ik kreeg over de situatie van asielzoekers en vluchtelingen en de situatie van arbeidsmigranten. Het COA heeft op de locaties quarantaineplekken ingericht voor bewoners die besmet of mogelijk besmet zijn met COVID-19, zo antwoordt de minister. Maar zijn dit dan individuele, zelfstandige eenheden met eigen voorzieningen, of worden die voorzieningen gedeeld met anderen die ook besmet zijn? Zo zet je mensen in verschillende stadia van besmetting bij elkaar en door elkaar. Dat lijkt mij geen goede oplossing. Graag een reactie.

Op mijn vraag wat er geregeld is voor statushouders die in afwachting zijn van huisvesting, ontving ik geen antwoord. Ik krijg daar graag alsnog een antwoord op.

Voorzitter. Ten slotte kom ik op de arbeidsmigranten. Mijn vraag op welke wijze wordt voorzien in een sluitende aanpak die ervoor zorgt dat arbeidsmigranten die in quarantaine geacht worden te gaan ook daadwerkelijk daartoe in staat worden gesteld, is niet beantwoord. Deze mensen kunnen veelal niet in quarantaine, omdat ze geen zelfstandige woonruimte hebben. Als ze dan ook nog eens een keer niet kunnen werken, omdat ze ziek zijn, hebben ze geen dak meer boven hun hoofd. Als ze al een dak hebben, is dat een woning die met veel anderen wordt gedeeld. Ik verwijs maar naar de brand die wij vorige week in Den Haag hadden. Volgens de commandant van de brandweer verbleven daar tien tot vijftien mensen op een kamer, als je de matrassen ging tellen. Zelfs in tuinhuisjes lagen matrassen. Dat is de harde realiteit. Maar dat brengt dus alle risico op nieuwe besmettingen met zich mee. Nog los van het al bestaande probleem van de huisvesting van arbeidsmigranten — lees het rapport-Roemer — is het actueel een groot probleem voor de volksgezondheid. Hoe pakt het kabinet deze potentiële brandhaarden aan? Ik citeer: "Het kabinet zal in reguliere overleggen met sociale partners aandacht vragen voor een goede invulling van de quarantaineplicht." Kortom, het kabinet laat het lopen en ziet voor zichzelf geen rol. Mijn fractie vindt dat onbestaanbaar en onaanvaardbaar, omdat dit grote besmettingsrisico's met zich meebrengt. Graag een reactie op dit punt, want niets doen is voor mijn fractie geen optie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Janssen. Dan geef ik het woord aan mevrouw Baay-Timmerman namens de fractie van 50PLUS.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):

Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met een huishoudelijke mededeling. Vanwege een overlapping vandaag met een deskundigenbijeenkomst van de Parlementaire Onderzoekscommissie anti-discriminatie, waarvan ik deel uitmaak, zal ik om 15.30 uur het debat moeten verlaten en dus een gedeelte missen, waarvoor mijn excuses.

Ik wens vervolgens collega Karakus van de PvdA en collega Keunen van de VVD alvast succes met hun nog te houden maidenspeech.

Voorzitter. Ik begin met een korte inleiding, waarna ik overga tot de behandeling van de in de volksmond geheten "testwet" en de wet over de quarantaineplicht. Als afsluiting heb ik het over de voorgelegde verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.

Voorzitter. Mijn fractie heeft heel veel van de genomen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus in de afgelopen maanden gesteund. Zelfs de wet over de invoering van de CoronaMelder, die nou niet bepaald een succes was. Inmiddels zijn we een jaar verder. Er is veel meer bekend over de ontwikkeling van het virus en de medische bestrijdingsmogelijkheden ervan. Het is thans gelukt om de meest kwetsbare groepen, waaronder ouderen en personen met onderliggende ziekten, te voorzien van een vaccin op basis van vrijwilligheid. Volgens het coronadashboard van de rijksoverheid zijn op dit moment zo'n 8,3 miljoen prikken gezet. Hulde daarvoor aan de prikkers. Daarnaast staat de teller op ruim 1,5 miljoen personen die positief getest zijn op corona en daardoor antistoffen tegen covid in het bloed hebben opgebouwd, zodat langzamerhand de gewenste groepsimmuniteit in zicht komt. Mijn fractie heeft ook gekeken naar de landen waarin de vaccinatiegraad aanzienlijk hoger ligt dan bij ons en put daar vertrouwen uit.

Voorzitter. Het wordt steeds waarschijnlijker geacht dat corona, net als andere luchtwegvirussen, onder ons zal blijven. Misschien niet in de ontregelende vorm van vorig jaar, maar wel als endemische ziekte, die net als de griep met terugkerende regelmaat de kop kan opsteken. Maar zelfs een endemische ziekte rechtvaardigt niet een permanente begrenzing van burgervrijheden.

Voorzitter. De ministers zullen nu terstond aanvoeren dat alle tot nu toe genomen maatregelen en de twee voorliggende wetvoorstellen helemaal niet permanent zijn, maar slechts tijdelijk, en dat beide voldoen aan de weging van het proportionaliteitsbeginsel. In het debat in de Tweede Kamer zijn al heel veel vragen gesteld over deze proportionaliteit. Mijn fractie gaat de vragen hier niet herhalen, want de beantwoording ervan is bekend. 50PLUS sluit zich wel aan bij sprekers die hier alsnog nader op ingaan.

Ik stel slechts vast dat de tsunami van amendementen en moties vanuit de Tweede Kamer bij beide wetsvoorstellen een duidelijk signaal is. Ook vanuit de bevolking reageert men niet bepaald positief. Uit de honderden mails die ons dagelijks bereiken, zie je de weerstand toenemen, met name tegen de testwet. Blijkbaar ervaart de burger de testwet helemaal niet als een toename van vrijheden of een versoepeling van de huidige maatregelen. Nee, de burger ziet dit als opnieuw een inperking van zijn grondrechten, zoals de vrijheid van zich verplaatsen. En het wordt gezien als een inbreuk op de lichamelijke integriteit, om voor ieder bezoek aan een horecagelegenheid, een culturele instelling of een evenement, een verplichte test te moeten ondergaan. De minister is blijkbaar dol op zijn zogenaamde gereedschapskist, waaraan hij steeds meer instrumenten toevoegt voor eventuele als-dansituaties. Telkens houdt hij ons voor dat voor alle maatregelen slechts een tijdelijkheid geldt. Echter, de vervaldatum voor deze testwet is pas op 1 juli 2022. Wat dat "tijdelijk" nu precies inhoudt en welke vereisten ten grondslag liggen om dat verplicht testen te stoppen, is in dit wetsvoorstel volstrekt onduidelijk. Kan de minister hier nog eens op reflecteren?

Voorzitter. In de Tweede Kamer zei de minister van VWS al dat hij verwacht dat je voor de meeste settings in de zomer geen toegangstesten meer nodig hebt. Volgens mij breekt over vijf dagen de maand juni aan, dus gaan we nu een hele testinfrastructuur opbouwen voor slechts één maand? Heeft mijn fractie dat goed begrepen? Graag een antwoord van de minister.

In de schriftelijke vragenronde heeft 50PLUS al gewezen op de mogelijke onbetrouwbaarheid van testuitslagen en de fraudegevoeligheid ervan. Allereerst is geen enkele test 100% accuraat en er is altijd kans op een foutnegatieve of een valspositieve uitslag. De geldigheidsduur van een testbewijs is beperkt: slechts 40 uur. De testuitslag kan iemand alleen via e-mail ontvangen. Je moet dan zelf de testuitslag omzetten in een testbewijs in de app CoronaCheck of deze uitprinten. Deze handelingen mogen voor de minister vanzelfsprekend zijn, mijn fractie wijst erop dat voor ouderen, mensen met beperkte financiële middelen of laaggeletterden dit soort handelingen te complex zijn of praktisch onuitvoerbaar, omdat ze niet over iPhones, printers en computers beschikken. Verplicht testen veroorzaakt een duidelijke tweedeling in de samenleving, hetgeen mijn fractie onwenselijk acht.

50PLUS heeft grote twijfels of deze testwet zal bijdragen aan het voor eenieder veilig of versneld openstellen van de samenleving en constateert dat deze wet wel dwingt, maar dat de praktische uitoefening wringt.

Voorzitter. Dan nu de quarantainewet. De invoering van een quarantaineplicht moet voorkomen dat een reiziger vanuit een hoogrisicogebied, welke kwalificatie per definitie arbitrair is, gevaarlijke mutanten van het COVID-19-virus importeert in Nederland. De motivatie voor de quarantaineplicht is dat het geldend vliegverbod dan kan worden opgeheven. Doch in het wetsvoorstel zelf zijn wel 24 categorieën uitgezonderd van deze verplichting en dit aantal is nog eens aangevuld na behandeling in de Tweede Kamer. De quarantaineplicht, een huisarrest, duurt in principe tien dagen. De overheid heeft recht op controle op naleving ervan. De controles worden uitgevoerd door een belteam van tien personen. Bij een vermeende niet-naleving van de quarantaine kunnen buitengewone opsporingsambtenaren langsgaan om te checken of iemand wel daadwerkelijk in quarantaine zit. Overtreders krijgen een hoge boete en een aantekening in het Justitieel Documentatiesysteem. De laatste strafmaatregel baart mijn fractie zorgen. Deze werd eerder ingevoerd bij de verplichte 1,5 meter, maar werd geschrapt door de druk vanuit de Tweede Kamer, toen bleek dat de uitvoering ervan berustte op willekeur. Graag een reflectie van de minister: waarom acht hij deze maatregel thans wel proportioneel? Meent hij dat er nu geen sprake zou zijn van willekeur?

Voorzitter. Op zich acht mijn fractie het niet meer dan logisch en redelijk dat personen die volledig gevaccineerd zijn en daardoor een zeer laag transmissierisico vormen, worden ontheven van zowel de testplicht als de quarantaineplicht als aangetoond wordt dat dit veilig kan, aldus de minister. Mijn fractie plaatst daar wel de volgende kanttekeningen bij. Ten eerste hebben gevaccineerden dan profijt, een voordeel ten opzichte van de groep die op vrijwillige basis gevaccineerd wil worden, maar die door leeftijd nog niet aan de beurt is: de jongeren. Ten tweede kan het leiden tot indirecte dwang tot vaccinatie, terwijl 50PLUS vrijwillige vaccinatie als uitgangspunt hanteert. Ten derde geldt dat deze ontheffing niet ziet op landen waar een mutant rondgaat waartegen het vaccin niet beschermt, maar dat zal niet direct bekend zijn. Hoe gaat de minister de ontheffing van gevaccineerd zijn in combinatie met de door hem vereiste veiligheid aantonen? Graag een reactie.

Voorzitter. Het is bekend dat de registratie van vaccinaties in Nederland geen schoonheidsprijs verdient, omdat de registratiesystemen niet op elkaar zijn afgestemd. Nu al blijkt dat sommige mensen twee keer worden opgeroepen om een vaccin te halen: een keer omdat ze in een bepaalde leeftijdsgroep vallen en een keer omdat ze bijvoorbeeld in de zorg werken. Hoe wil de minister het probleem van eenduidig bewijsbare vaccinatie oplossen op zo'n korte termijn?

Meerdere fracties hebben in de schriftelijke ronde hun bezorgdheid geuit over de handhaafbaarheid van de quarantaineplicht. Zoals gezegd komt er een belteam van tien personen, maar als de toeristische sector opengaat, met een grote instroom als gevolg, is het niet erg realistisch om te verwachten dat zo'n aantal toereikend is. Denkt de minister dat ook, of vindt hij die tien mensen wel voldoende?

Voorzitter. De minister heeft financiële middelen toegezegd aan de gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de invulling van de mobiele teams die voor controle op de naleving van de quarantaineplicht moeten zorgen. Dat is mooi. Gemeenten kunnen dus extra mensen aannemen voor deze taak. Maar realiseert de minister zich ook dat deze mensen moeten worden opgeleid, dat ze bevoegdheden toegewezen krijgen die niet iedere burger heeft, zoals het uitschrijven van boetes en het verzorgen van aantekeningen in het Justitieel Documentatiesysteem? Dus zomaar een uitzendkracht of een flexwerker inzetten is niet mogelijk, terwijl de zomervakantie al binnen vier weken voor de deur staat. Heeft de minister rechtstreeks contact gehad met de uitvoerende instanties om te verifiëren of ze deze extra belasting aankunnen en voldoende voorbereidingstijd hebben? Graag een reactie.

Voorzitter. Tot slot de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, de Twm. De looptijd van deze wet loopt af op 1 juni 2021, waardoor beperkende maatregelen worden opgeheven. Vandaag ligt opnieuw een verlenging van drie maanden voor. Met instemming van deze Kamer geldt de Twm dan tot 1 september 2021. Verlenging kan blijkens de memorie van toelichting alleen als er nog een directe bedreiging bestaat van een epidemie. In het begin van mijn betoog wees ik al op de door ons inmiddels afgelegde weg en de verbeterde situatie in Nederland met betrekking tot COVID-19. Thans lijkt het alsof de verzochte verlenging voornamelijk gebaseerd is op vermijding van risico. Komt het neer op om veiligheidshalve verlengen van beperkende maatregelen, puur omwille van de eventualiteit van een mogelijke nieuwe uitbraak? Kan de minister in dit kader nog eens ingaan op het vereiste van directe dreiging van de epidemie? Of beschikt hij over gegevens die ons niet bekend zijn en die verlenging absoluut noodzakelijk maken? Graag een antwoord.

Afrondend, voorzitter. Mijn laatste vraag is dit keer aan de minister van JenW. Hoeveel verlengingen van een tijdelijke wet zijn juridisch toelaatbaar: is dat gelimiteerd of oneindig?

Dank u wel, voorzitter. Wij kijken uit naar de beantwoording.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Baay. Dan is het woord aan mevrouw Prins namens de fractie van het CDA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Prins (CDA):

Meneer de voorzitter. Allereerst natuurlijk graag de felicitaties aan de heren Karakus en Keunen met hun maidenspeech die zij straks zullen uitspreken.

Graag begin ik de bijdrage namens mijn fractie met te zeggen dat wij blij zijn dat het aantal besmettingen met het coronavirus en het aantal opnames in ziekenhuizen en op de ic's significant dalen en dat de vaccinaties goed op stoom komen. En ook dat het kabinet daar alert op reageert door middel van het versoepelen van diverse maatregelen. Het is goed nieuws dat de samenleving beetje bij beetje weer open kan. We willen het kabinet en de vele werkers daarachter en rondom dan ook dankzeggen voor het vele werk dat in de afgelopen anderhalf jaar met onvermoeibare inzet is verzet. Wij hebben daar respect en veel waardering voor. Tegelijkertijd heeft de CDA-fractie ook behoefte aan enige reflectie. Wij beseffen dat je in deze spannende en onzekere tijden, waarin besluiten over wet- en regelgeving en diverse maatregelen onder hoge tijdsdruk moesten worden genomen, niet alles van tevoren kunt voorzien en dat ook niet alles loopt zoals je had verwacht. Maar juist daarom zijn onzes inziens de komende maanden zo waardevol. Natuurlijk voor een meer dan welverdiende vakantie, maar hopelijk ook voor enig terugkijken en het onder minder tijdsdruk kijken naar de toekomst. Want in de afgelopen maanden hadden wij ondanks onze waardering ook enige vraagtekens. We noemen er een paar.

Was het stopzetten van het vaccineren met het AstraZeneca-vaccin voor personen onder de 60 nu echt het meest geëigende besluit? Vaccineren, en wel zo snel mogelijk. Iedereen vaccineren is immers de beste manier om kwetsbare burgers te beschermen, om de reguliere zorg erop goed op de rails te zetten en om de samenleving te heropenen. De kans te overlijden aan het coronavirus was 1 tot 1,3% volgens het RIVM. De kans te overlijden aan het AstraZeneca-vaccin 0,000072% volgens de cijfers van het Europees Geneesmiddelenbureau, oftewel achttien overlijdensgevallen op 25 miljoen vaccinaties in heel Europa.

Het advies van de Gezondheidsraad om dan maar een ander vaccin in te zetten lijkt logisch, maar dan moet dat wel beschikbaar zijn. Natuurlijk, één sterfgeval als gevolg van het vaccin AstraZeneca krijgt veel aandacht. Dit wordt een mens met een gezicht, zeker in verhouding tot de meer — als ik het voorzichtig zo mag zeggen — onzichtbare overledenen als gevolgen van het coronavirus. Zouden wij als samenleving, en zeker wij hier in de politiek en dus ook wij hier in de Eerste Kamer, ons niet meer daadwerkelijk bewust moeten worden van het feit dat het leven nu eenmaal vol risico's is, oftewel, dat elk besluit risico's in zich draagt? Met andere woorden, dat je juist dán als overheid op rationele gronden keuzes moet maken en die moet uitleggen: welke overwegingen en welke risico's bij besluiten horen. Om zo, als regering en parlement, uit te dragen dat er geen samenleving zónder risico's bestaat; dat elk besluit het vinden is van een zorgvuldige balans tussen voor- en nadelen.

Ook vragen wij aandacht voor de aansturing van de GGD's. Met waardering en respect voor het vele werk dat de medewerkers van de GGD hebben gedaan, merken wij tóch op dat er door het ontbreken van een uniforme aansturing tijd verloren is gegaan en de effectiviteit echt beter had gekund. Het is voor de burger niet te begrijpen. In Limburg zet de GGD eerst wel, dan weer niet en later toch weer wel de spillage van vaccins in voor andere doelgroepen. Is de ene GGD bereid om je vaccinatiebewijs op te nemen in het vaccinatiepaspoort, de andere blijkt dat niet te zijn. De GGD bepaalt op voorhand luid en duidelijk dat, ook al staan diverse teststraten regelmatig leeg, zij zeker niet commerciële testen gaan doen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik bemerk ineens een opmerkelijk voortschrijdend inzicht bij mevrouw Prins van het CDA, want tijdens de discussie over de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 vorig jaar heb ik duidelijk aangegeven dat de polderstructuur in Nederland met die GGD 's niet werkbaar is om snel deze corona-epidemie te bestrijden. Dat werd toen door minister Grapperhaus ten enenmale ontkend. Het was allemaal perfect in orde volgens de minister. Waar komt dit plotseling voortschrijdende inzicht — de heer Rouvoet heeft vanochtend ook gezegd dat de organisatie niet crisisbestendig is — vandaan, vraag ik aan mevrouw Prins.

Mevrouw Prins (CDA):

Soms is het tijd om terug te kijken. Maar overigens hebben wij nooit in een bijdrage die wij hier hebben geleverd in de Eerste Kamer gezegd dat wij daar anders over dachten. Wij hebben het onderwerp van de GGD niet aan de orde gehad. Wij hebben wel een ander onderwerp aan de orde gehad, namelijk de tijdelijkheid van de wetten in een crisissituatie. Daar wil ik straks nog even op terugkomen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Nee, maar het is wel aan de orde geweest. Ik weet zeker dat ik — we kunnen het straks in de Handelingen even terugzoeken — het kabinet daar vorig jaar heel erg op gewezen heb: ga die organisatie stroomlijnen, want zo komen we er niet met het vaccinatiebeleid; dat is veel te ingewikkeld en te stroperig. Maar toen werd van de zijde van het kabinet, door de twee CDA-bewindslieden, van uw partij, gezegd: nee hoor, niks aan de hand, het gaat allemaal perfect. Ik constateer nu dat u in ieder geval tot de conclusie bent gekomen dat dat dan toen niet de correcte constatering was. Dat doet mij deugd.

Mevrouw Prins (CDA):

Ik constateer dat u twee dingen door elkaar haalt: de mening van het kabinet aan de ene kant en onze bijdrage hier in de CDA-Kamerfractie.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Prins (CDA):

De voor velen onduidelijke argumentatie om bijvoorbeeld wel de sportscholen te openen ten behoeve van het werk aan de lichamelijke conditie maar dan niet de musea en de andere culturele instellingen of, zoals filosofe Joke Hermsen het noemde, "wel in de Python mogen maar niet mogen luisteren naar Bach of kijken naar Mondriaan", alsof we in deze tijden ook niet keihard zouden moeten werken aan onze mentale en geestelijke conditie.

Mijnheer de voorzitter. Wij vragen ons ook af welke taken een ministerie juist wel of niet ter hand moet nemen. Het is ongekend wat de afgelopen tijd aan werk is verzet. Zoals eerder gezegd, dat verdient een groot compliment. Toch is de vraag welke activiteiten het beste aansluiten bij de sterkten en competenties van een ministerie. Beleidsontwikkeling is echt een ander metier dan beleidsuitvoering. Was de inzet van Defensie inzake logistieke vraagstukken zoals bij het testen of het vaccineren niet logisch en efficiënt geweest? Wat is in een crisis de beste sturing van de GGD's?

Mijnheer de voorzitter. Intussen woedt de coronacrisis al anderhalf jaar. Wij ontkomen toch niet aan de indruk dat er nog weinig proactief wordt geacteerd, zoals ook bijvoorbeeld bij de voorliggende wetsvoorstellen inzake de coronatoegangsbewijzen en de quarantaineplicht. Bij het ontwikkelen van scenario's en routeplannen zouden deze opties allang gesignaleerd kunnen zijn. Voorsorteren op die mogelijkheden en de consequenties daarvan hadden onzes inziens al eerder onderwerp van gesprek kunnen zijn.

Daar komt bij dat wereldwijd de overtuiging bestaat dat het coronavirus nog wel onder ons blijft, dan wel dat onze samenleving bedreigd wordt door andere, heftige virussen. En ook is nog onbekend hoe lang de vaccins bescherming bieden. De ontwikkeling van een nieuwe, meer heftige variant is, helaas, een realistisch scenario.

De CDA-fractie vraagt zich dan ook af of de inzet van deze tijdelijke wet- en regelgeving met het oog op de toekomstverwachtingen nog passend is. Het is steeds weer een maatregel op een maatregel. In een jaar van crisis en onzekerheid is dat zeker begrijpelijk. Echter, wij bevinden ons nog wel in een crisis, maar niet meer in een crisissituatie. Is juist nu niet de tijd aangebroken om na te denken over de toekomst, scenario's uit te werken en te bezien hoe wij de komende jaren als samenleving omgaan met het coronavirus, dan wel andere besmettelijke virussen, en de ervaringen van de afgelopen anderhalf jaar, zoals ook eerder in deze bijdrage genoemd, daarbij mee te nemen? Te bezien hoe ook in een toekomst mét een virus het aantasten van onze vrijheden tot een minimum wordt beperkt?

Graag ontvangen wij van het kabinet de toezegging van een toekomstvisie in een samenleving mét virussen, en welke consequenties dit mogelijk heeft voor onze wet- en regelgeving, om zo weg te komen van tijdelijke wet- en regelgeving zodat dit in de reguliere parlementaire behandeling ter hand kan worden genomen.

Mijnheer de voorzitter. Wij onderschrijven de noodzaak dat de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 met drie maanden verlengd wordt. Met gelukkig de uitdrukkelijke toezegging van het kabinet dat afschaling waar mogelijk ook daadwerkelijk snel gebeurt. Het voornemen om stap drie van het openingsplan van 9 naar 5 juni te vervroegen, is daarvan voor ons ook een duidelijk bewijs.

In dit kader wil ik nu stilstaan bij de twee concrete wetsvoorstellen. Het inzetten van coronatoegangsbewijzen roept vele, vaak zeer emotionele reacties op. Van "gelukkig weer een stapje naar een open samenleving" tot "dramatisch, zo worden we een testsamenleving, waar blijft onze vrijheid?". De verplichting van een testbewijs voor zogenaamde niet-essentiële instellingen en evenementen ís ook heftig. Het maakt ook inbreuk op de vrijheden zoals we die gewoon zijn. Het is, heel praktisch gesproken, een extra inspanning om je eerst op een locatie te laten testen. Dat vergt tijd, is soms irritant en is natuurlijk niet wat je wilt, gewend als we waren om al naar gelang de wens, dan wel de impuls bijvoorbeeld toch maar even een bioscoopje te pakken. Vóór de coronacrisis deed je dat gewoon. Tegelijkertijd willen wij tegenover de felheid en soms agressie van de tegenstanders de nodige nuance plaatsen. Velen laten zich vaccineren tegen diverse ziekten als ze op bezoek gaan naar tropische of meer zuidelijke landen. Je neemt in zo'n geval het vaccinatiepaspoort mee op reis. Wanneer je naar zo'n land op bezoek gaat, neem je die vaccinaties voor lief. Geldt dit dan ook niet voor de tijdelijke maatregel van coronatoegangsbewijzen, zeker wanneer dit bewijs straks gestoeld is op een negatieve test, vaccinatie of immuniteit? Geen vaccinatieplicht, maar wel meer ruimte. Je kunt weer op pad, maar er wordt wel een voorzorgsmaatregel van je gevraagd; voor jezelf en voor je medemens.

De CDA-fractie heeft wel vragen over de inzet en de doelgroepbepaling van het toegangsbewijs. Uit pilots blijkt dat het aantal bezoekers van diverse evenementen of activiteiten waarvoor een testbewijs wordt gevraagd minder is dan verwacht. Het vooraf testen vermindert het enthousiasme. Tegelijkertijd hebben diverse musea en andere culturele instellingen de afgelopen tijd ervaring opgedaan met strikte protocollen, wat heel goed heeft gewerkt. Is het dan niet mogelijk om de musea en andere culturele instellingen die ruimte te geven? Óf een strak protocol, óf toegangsbewijzen. Is gehoor geven aan de roep van deze instellingen nog een optie, vragen wij de minister.

Wij vinden het ook van groot belang dat zo snel mogelijk vaccinatie en immuniteit de basis vormen voor het toegangsbewijs. We hebben begrepen dat afgelopen week de Gezondheidsraad zijn advies heeft gegeven. Op 2 maart van dit jaar is een dergelijk advies al door de minister gevraagd. Toch duurt het meer dan twee maanden voordat het advies beschikbaar komt. Het Robert Koch-Institut in Duitsland heeft het al veel eerder gedaan. Kan de minister aangeven wat de traagheid bij de Gezondheidsraad heeft veroorzaakt? Onderkent de Gezondheidsraad de urgentie hiervan niet? Is strakkere sturing in dezen niet gewenst, zo vragen wij de minister. Immers, door deze traagheid ontstaat er ook vertraging in de verwerking van het vaccinatiebewijs als optie voor het toegangsbewijs. Wij zijn overigens zeer benieuwd naar de uitspraken van de Gezondheidsraad in dezen. Wellicht is daar nog ruimte voor vanmiddag.

Meneer de voorzitter. Ik stipte zojuist het zogenaamde gele boekje al aan, een internationaal gekend paspoort dat overal in de wereld gebruikt wordt. Het is, zo hebben wij begrepen, slechts een officieel document voor de gehele zorg. Dat is de reden waarom de regering thans samen met de Europa inzet op het Digital Green Certificate. Dat is een duidelijke oplossing, maar over de uitvoerbaarheid hebben wij nog wel enige zorg, als wij lezen hoe complex de verwerking van de vaccinaties vanuit het systeem van het RIVM naar de coronacheck-app is. In het systeem van het RIVM ontbreken de gegevens van een miljoen gevaccineerden. Kan de minister ons aangeven hoe dit snel kan worden opgelost?

Dan nog een laatste vraag over deze wet. Die betreft de digitale veiligheid van de testbewijzen. De testaanbieders moeten een eigen verklaring invullen dat zij voldoen aan de NEN 7510. Er is geen check of testaanbieders daadwerkelijk een data protection impact assessment hebben gedaan. Dit lijkt ons gezien de gevoeligheid van de gegevens een ongewenste situatie. Kan de minister aangeven hoe hij de digitale veiligheid beter kan garanderen? Wordt er alsnog getoetst? Is er een verplichting alvorens testaanbieders aan het werk kunnen?

Over de tijdelijke wet quarantaineplicht kunnen wij kort zijn. Wij hebben er begrip voor dat inkomende reizigers uit zeerhoogrisicogebieden verplicht worden tot quarantaine. Het risico op besmetting is dan te groot. Wel vragen wij aandacht voor de in onze ogen moeilijk uit te oefenen handhaving, mede gelet op het groeiende beroep dat beide tijdelijke wetten doen op de toezichthoudende medewerkers, van wie de afgelopen periode op diverse fronten al heel veel is gevraagd.

Tot zover onze bijdrage, meneer de voorzitter. Wij zijn benieuwd naar de antwoorden van het kabinet.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Prins. De heer Van Strien namens de PVV.

De heer Van Strien (PVV):

Ik hoor dat het CDA voor de quarantaineplicht is, maar bedenkingen heeft bij de handhaafbaarheid. Maar als nou gewoon zwart op wit staat dat die handhaafbaarheid helemaal nergens op slaat, hoe zit het dan met het standpunt van het CDA?

Mevrouw Prins (CDA):

Ik heb wat moeite met de opmerking dat de handhaafbaarheid nergens op zou slaan, dus daar kan ik geen antwoord op geven. Ik heb daar een andere visie op.

De heer Van Strien (PVV):

Ik hoor zojuist van mevrouw Prins dat zij daar vragen over stelt aan de minister: hoe zit het met die handhaafbaarheid en kan dat? Daarom mijn vraag: als je van tevoren al kunt voorspellen dat je niet bij iedereen aan de huisdeur kunt kloppen en binnen kunt gaan kijken of ze allemaal in quarantaine zitten, en als je dat soort situaties wilt vermijden, hoe kijkt het CDA dan aan tegen deze wet?

Mevrouw Prins (CDA):

Wij vinden de gedachte achter de quarantainewet, namelijk om alles te doen tegen de besmetting van mensen die uit zeerhoogrisicogebieden komen, van groot belang. Dat is de reden waarom wij aan de minister en aan het kabinet vragen om te kijken naar de handhaafbaarheid. Kan daar nog extra energie op worden ingezet? Wij zijn positief over het uitgangspunt en hebben vragen over de manier waarop het wordt opgepakt.

De voorzitter:

Meneer Van Strien, derde.

De heer Van Strien (PVV):

Ik ben blij met deze derde gelegenheid, want het wordt nu nog verontrustender. Ik begrijp nu van het CDA dat men zelfs de vraag stelt of er voor de handhavingsmaatregel nog een tandje bij moet worden gezet om de mensen in quarantaine thuis te houden.

De voorzitter:

Mevrouw Prins, tot slot.

Mevrouw Prins (CDA):

Wij hebben inderdaad de vraag gesteld hoe je de handhaafbaarheid op een goede manier vorm kunt geven voor die mensen voor wie de quarantaineplicht gewenst is, zoals blijkt uit de diverse stukken. Dat is correct.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik hoorde dat er verwezen werd naar de aanvraag van de minister bij de Gezondheidsraad en naar het feit dat dit zo lang heeft geduurd. Maar dat advies is wel beschikbaar. Als je dat advies leest, begrijp ik het wel. Misschien heeft men lang gewacht omdat men zat te wachten op nog meer onderzoek. In het onderzoek staat dat er nauwelijks goede onderzoeken zijn waaruit je kan distilleren dat vaccineren ertoe leidt dat er geen transmissie meer zal plaatsvinden van COVID-19. Ik zou dus graag een reactie van het CDA willen op dat aspect. Ik begreep van de spreekster dat zij zegt: als je straks je vaccinatie hebt, ben je klaar.

Mevrouw Prins (CDA):

Allereerst constateren wij dat wij officieel nog geen reactie van het kabinet hebben gehad op het advies van de Gezondheidsraad. Het officiële advies is pas op 20 mei gekomen. Daarom stellen wij de duidelijke vraag of dat niet veel te lang duurt. Een degelijk instituut als het Robert Koch-Institut in Duitsland heeft daar al veel eerder advies over uitgebracht. Voor zover ons nu bekend is, lijkt het erop dat vaccinatie versus testen een uitstekende manier is om ervoor te zorgen dat de transmissie heel veel kleiner wordt.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik begrijp het niet helemaal. U zegt "voor zover mij nu bekend is", maar ik neem toch aan dat het CDA, net als de Partij voor de Dieren, dat advies van de Gezondheidsraad heeft gelezen. Dat kun je gewoon op de site raadplegen. Dan ziet mevrouw Prins toch dat daar nou juist uit blijkt dat datgene wat zij naar voren brengt niet klopt?

Mevrouw Prins (CDA):

Dat is een verschil in interpretatie, meneer de voorzitter, want wij constateren, ook op basis van andere instituten, zoals het Robert Koch-Institut, dat het heel goed wel mogelijk is. Daarom vragen wij ook een uitspraak van het kabinet in dezen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Hattem namens de fractie van de PVV.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem (PVV):

Voorzitter. Terwijl Nederland hunkert naar de terugkeer van onze vrijheid, besluit het demissionaire kabinet met een pennenstreek de spoedwet en de daaraan verbonden maatregelen weer voor drie maanden te verlengen, tot 1 september. En dat terwijl de ziekenhuisopnames en het aantal besmettingen al wekenlang met rasse schreden dalen. Het demissionaire kabinet pakt gewoon door op het volgende velletje carbonpapier, met de afdruk van de spoedwet die sinds 1 december 2020 van kracht is. Een wet die de grondrechten en burgerlijke vrijheden ernstig inperkt en grondslag biedt om, wanneer het dit kabinet goeddunkt, zeer ingrijpende maatregelen te nemen, maatregelen waarvan het onbewezen is of ze effectief zijn, zoals de avondklok, en die met deze wet in de hand zelfs overdag kunnen worden afgekondigd. Dit zijn veelal maatrelen die de samenleving opzadelen met een enorme bureaucratie, boetes en betutteling, en in de praktijk niet effectief bijdragen aan de aanpak van de coronacrisis.

Nederland wil zijn vrijheid terug. Heel veel sectoren kunnen nu al verantwoord open. Wat de PVV betreft stoppen we nu al sowieso met alle maatregelen en boetes in de buitenlucht. Daar vinden immers vrijwel geen besmettingen plaats. Deze spoedwet zou niet verlengd moeten worden alsof het een nieuw normaal is. We moeten juist werken aan de terugkeer naar het oude normaal. De verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, de Twm, is door de minister zeer summier onderbouwd. Zo stelt hij in het besluit: "De Twm en de maatregelen die op grond daarvan zijn genomen, zijn namelijk onverminderd noodzakelijk om de uitbraak van COVID-19 te bestrijden". De minister doet hier een aanname, zonder deze nader te onderbouwen. Kan de minister nader toelichten waarop deze onverminderde noodzakelijkheid gebaseerd is? Waarom geeft de minister geen toetsbare indicatoren voor de verlenging van deze wet en maatregelen, zoals gevraagd in de bij de invoering van de Twm aangenomen motie-Van Hattem? Graag een reactie van de minister.

De minister baseert het verlengingsbesluit op het 109de OMT-advies van 19 april jongstleden. Dit advies stelt nog dat in de daaraan voorafgaande week het aantal meldingen van positief geteste personen is toegenomen met 9%. We zijn inmiddels meer dan een maand en verschillende OMT-adviezen verder, en het aantal positief geteste personen en het aantal ziekenhuisopnames vertonen sindsdien een duidelijk dalende lijn, zoals ook te zien is op het coronadashboard. Kan de minister aangeven waarom hij bij het in werking laten treden van het verlengingsbesluit per 1 juni niet uitgaat van de meest actuele gegevens, die juist een heel andere tendens laten zien dan de ontwikkelingen begin april? Is de minister bereid tot een heroverweging, gelet op deze cijfers? Ook stelt de minister: "Alle indicatoren wijzen er echter nog steeds op dat de huidige situatie past bij het risiconiveau zeer ernstig." Kan de minister aangeven op welke indicatoren hij hier concreet doelt en welke wegingsfactoren en grenswaarden hij bij deze indicatoren heeft gebruikt?

Verder geeft de Raad van State in zijn advies bij dit verlengingsbesluit aan: "Zo stelt de stand-van-zakenbrief van 13 april 2021 op pagina 16 dat voor de eerste versoepeling het aantal dagelijkse ziekenhuisopnames leidend is, zonder dat wordt ingegaan op de betekenis van de eerder genoemde indicatoren. De Afdeling wijst hierbij op bijvoorbeeld de R-waarde, maar merkt overigens ook op dat de verhouding tussen het openingsplan, de inschaling op de routekaart en de betekenis hierbij van de indicatoren van het coronadashboard onduidelijk is." Daarmee gaat de Raad van State mee in de kritiek die ik eerder in het interpellatiedebat heb geuit op de omgang van het kabinet met indicatoren. De minister geeft wel bepaalde zaken als indicator aan, zo stelde hij in het interpellatiedebat "dat ziekenhuisopnames het meest bepalend zijn als epidemiologische parameter", maar blijven de wegingsfactoren bij die indicatoren onduidelijk. Kan de minister aangeven hoe hij wil omgaan met deze opmerking van de Raad van State dat de betekenis van deze indicatoren onduidelijk is? Kan de minister aangeven of hij deze kritiek van de Raad van State ter harte wil nemen voor een effectievere uitvoering van de motie-Van Hattem?

En om terug te komen op de verlenging van de maatregelen: als de ziekenhuisopnames de meest bepalende indicator zijn, dan zou de verlenging van de spoedwet, gelet op de eigen logica van de minister, niet onverminderd noodzakelijk zijn. Kan de minister dit toelichten en ook aangeven waarom allerlei maatregelen nog worden gecontinueerd die totaal geen bewezen effect hebben, zoals de maatregelen in de buitenlucht, zoals de beperkingen voor terrassen en daarnaast bijvoorbeeld de verboden verkoop van alcohol door supermarkten na 20.00 uur 's avonds? Wat zijn de indicatoren en wegingsfactoren om de effectiviteit van deze maatregelen te kunnen beoordelen? Waarom moeten horecaondernemers, winkeliers en hun klanten nog langer en onnodig lastig worden gevallen met deze staatsdwang en willekeur, als er geen enkel effect aangetoond kan worden?

Voorzitter. Tot slot: in 1984 stelde de vrijemarkteconoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman in zijn boek Tyranny of the Status Quo: "Nothing is so permanent as a temporary government program". Deze Tijdelijke wet maatregelen covid-19 moet ook niet steeds een permanenter karakter krijgen. Hij moet niet het nieuwe normaal worden. Nederland moet juist af van deze spoedwet en zo snel mogelijk terug naar ons oude normaal.

Voorzitter, tot zover in eerste termijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Hattem. Dan geef ik graag het woord aan uw fractiegenoot, de heer Van Strien.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Strien (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Het is nog niet zo lang geleden dat corona door het RIVM werd weggewuifd als niet belangrijk voor ons land. Het zou wel in China blijven. Mensen zonder verschijnselen, de zogenaamde asymptomatische gevallen, konden het niet overbrengen, mondkapjes dienden nergens toe, en ga zo maar door. Ongeveer een jaar geleden breekt massaal de paniek uit: de staatsomroep verkondigt iedere dag de levensgevaarlijke gevolgen van corona. Het rampjaar 1672, zoals we dat vroeger bij de vaderlandse geschiedenis leerden, leek zich te herhalen: het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos.

Inderdaad blijkt de ziekte in veel gevallen ernstiger dan een gewone griep. Maar over het hele jaar blijkt de oversterfte uiteindelijk toch mee te vallen, hoe tragisch ook voor de mensen die wel slachtoffer werden. Ik heb me voor deze gelegenheid maar eens verdiept in de statistiek. Laten we eerst eens kijken naar de 20.000 coronadoden die het CBS onlangs voor 2020 noteerde, inmiddels opgehoogd tot 25.000, veel meer dan de 11.500 sterfgevallen die tot 31 december 2020 bij het RIVM zijn gemeld. Als je op de betreffende CBS-site doorklikt, dan krijg je een linkje naar de achterliggende tabellen. Als je daar onder de kop "Sterfte naar doodsoorzaak" kijkt, dan blijkt in 2020 opeens een record lage sterfte bij ademhalingsziektes en hart- en vaatziektes, dus niet zijnde corona. Alle ziektes die op dit gebied voorkomen, zijn scherp gedaald en in de plaats daarvan is het aantal coronadoden extreem hoog. Daaruit is maar één conclusie te trekken: dat aantal van 20.000 of 25.000 coronadoden is onbetrouwbaar. Je kunt derhalve alleen kijken naar "all-cause excess mortality". En dan is er wel degelijk oversterfte.

Nu heb je de standaard oversterftecijfers, maar als je een goede wetenschappelijke benadering wilt nemen, dan moet je eigenlijk naar het meerjaarsgemiddelde van de oversterfte per leeftijdscategorie kijken. Dat vind je onder andere op EuroMOMO, de European mortality monitoring activity, die als doel heeft het opsporen en meten van overmatige sterfgevallen als gevolg van seizoensgriep, pandemieën en andere bedreigingen voor de volksgezondheid. Een Deense overheidsorganisatie publiceert dit. Dan kan je bijvoorbeeld zien dat de oversterfte, vrijwel zeker door corona, alleen significant is boven de 65 jaar en dat onder de 45 jaar de sterfte binnen de normale range valt. Een tweede site, met een schat aan informatie, is Our World in Data. Daar zie je bijvoorbeeld het verschil tussen Nederland en Zweden in oversterfte en het effect van lockdowns, avondklokken en mondkapjes. Dat effect is er vrijwel niet.

De heer Van der Voort (D66):

Ik ben toch even in verwarring, want in mijn eigen praktijk zie ik toch best veel patiënten die door corona ziek zijn en ook sterven. Heb ik het niet goed voor ogen of heb ik de diagnose verkeerd? Kunt u daar wat duidelijker over zijn?

De heer Van Strien (PVV):

Ik kijk gewoon naar de statistieken, over het hele land genomen. Ik kijk niet naar individuele gevallen. Ik weet dat er op jongere leeftijd ook coronapatiënten zijn; dat is helder.

De heer Van der Voort (D66):

Ik wil meneer Van Strien toch uitnodigen om een keertje langs te komen bij mij in de kliniek. Dan kunnen we samen eens kijken wat er gebeurt. Misschien dat hij dan een verdiepend inzicht krijgt.

De heer Van Strien (PVV):

Nogmaals, ik kijk naar de landelijke statistieken. Daarin zie je bijvoorbeeld ook het verschil tussen Zweden en Nederland. Er is bijna geen verschil in oversterfte. De ene keer ligt Zweden ietsje hoger en de andere keer ligt Nederland hoger. Over het totaal genomen is er geen verschil. Veel belangrijker voor de sterfte is de regio. De sterftecijfers blijken bijna volledig voorspelbaar op basis van de regio waarin een land ligt. Heel Oost-Azië heeft bijna geen oversterfte, ongeacht de maatregelen die men nam, terwijl de sterfte in Europa zeer veel hoger ligt dan in Oost-Azië. Het verschil tussen delen van Oost-Azië en West-Europa wordt waarschijnlijk veroorzaakt door kruisimmuniteit of T-celimmuniteit op basis van eerdere coronavirussen, zoals SARS, MERS en dergelijke.

Van de maatregelen die dit kabinet genomen heeft, heeft ook niemand enig idee wat het werkelijke effect is of is geweest, behalve dan dat de hele middenstand te gronde wordt gericht. We hebben niet voor niets een interpellatiedebat gehad over de motie-Van Hattem. De minister kan simpelweg niet aangeven wat het effect is van iedere afzonderlijke maatregel. Hij kan niet aangeven of een avondklok of een om 18.00 uur gesloten terras een ander effect heeft op de coronaverspreiding dan het opsteken van wierookstokjes of kaarsen, het slachten van een offerschaap of het bidden van een rozenhoedje. Voor de niet-katholieken: dat is het één keer rond bidden van de rozenkrans.

De heer Backer (D66):

Ik blijf toch moeite houden met de twee invalshoeken van de PVV-fractie. Aan de ene kant probeert u statistisch aan te tonen, hoewel dat niet uw vak is, dat er niks aan de hand is, maar tegelijkertijd moeten er meetbare doelen zijn om het aan te tonen. Maar als er niks is, is er toch niks te meten en aan te tonen? Kan de heer Van Strien mij dat uitleggen? Want anders zijn we weer de hele dag met de motie-Van Hattem bezig.

De heer Van Strien (PVV):

Ik heb heel duidelijk aangegeven dat er sprake is van oversterfte, dat die oversterfte significant is boven de 65 jaar en dat uit de statistieken blijkt dat de sterfte onder de 45 jaar binnen de normale range blijft. Dat betekent dat er wel degelijk gesproken kan worden over maatregelen. Dat is helder, lijkt me.

De heer Backer (D66):

Het is toch wonderlijk dat ik een heel andere teneur uit het betoog van de heer Van Strien destilleer dan wat hij nu kort samenvat. Maar goed, ik zal er nog eens over gaan nadenken. Misschien moet ik de heer Van Strien statistisch beter gaan begrijpen, maar ik kan de twee nog steeds niet combineren.

De heer Van Strien (PVV):

Ik ga verder, voorzitter.

Ik memoreer ook even wat Ernst Kuipers, de voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, enige tijd geleden zei bij de RTL-talkshow Beau, namelijk dat de invoering van de avondklok geen enkel effect heeft gehad op de ziekenhuisopnames. Er is één ding waarvan we wel weten dat het werkt: vaccineren. En juist daarin schiet deze minister schromelijk tekort. Wetenschappers die niet iedere dag voor de camera stonden, gebruikten namelijk hun gezond verstand en hun werklust, en ontwikkelden enkele vaccins. Daarvan zijn er nu diverse goedgekeurd en ze werken. In plaats van een efficiënt vaccinatieprogramma op touw te zetten, met als doel zo snel mogelijk iedereen die dat wil, vaccineren, heeft deze regering haar tijd besteed aan persconferenties en het bedenken van maatregelen om het volk zijn vrijheid af te nemen.

Het vaccinatieprogramma verliep ondertussen traag en was slecht georganiseerd. Om de haverklap werd naar lobbyclubs geluisterd en werd het krakkemikkige vaccinatieprogramma verder vertraagd. Lees de reconstructie van Marcia Nieuwenhuis in het Algemeen Dagblad van 17 april. Het AstraZenecaprogramma werd tijdelijk, om ondoorgrondelijke redenen, gestopt, met als gevolg dat een grote groep twijfelaars zich niet meer laat vaccineren. Ondertussen komt door vaccinatie, zij het veel te traag, toch het einde van de pandemie in zicht. En wat doet onze regering? Die bedenkt nieuwe wetten om onze vrijheid in te perken, om te beginnen: de Tijdelijke wet testbewijzen covid-19. De regering erkent dat het verplichten van een testbewijs grondrechten raakt, waaronder het recht op lichamelijke integriteit en het recht op privacy. Voor een beperking van deze rechten door de overheid is dus een wettelijke basis vereist.

Voorzitter. Ondanks het chaotische vaccinatieprogramma komt er ergens deze zomer een moment waarop we over de kritische grens van vaccinatie heen zijn. Volgens de huidige schattingen wordt dat juli. Het had — dat beklemtoon ik nog maar eens — veel eerder gekund, maar het komt. Zodra de vaccinatiegraad bereikt is, dient de overheid op te houden met het schenden van grondrechten van burgers en definitief weg te zijn uit hun privésfeer. Dus weg met de testbewijzen.

Voorzitter. Met het tweede voorstel worden aanvullende maatregelen genomen ten opzichte van de bestaande maatregelen die gelden voor reizigers uit aangewezen hoogrisicogebieden. Hierbij wordt geregeld dat reizigers die in een aangewezen hoogrisicogebied hebben verbleven en met eigen vervoer Nederland inreizen, ook verplicht kunnen worden om bij het inreizen te beschikken over een negatieve testuitslag. Voorts wordt met dit voorstel voorzien in een algemene quarantaineplicht tot thuisquarantaine voor reizigers die voor het inreizen in een aangewezen hoogrisicogebied hebben verbleven.

Voorzitter. Dat werkelijk dictatoriale bevoegdheden nodig zijn om dit tweede aspect effectief te controleren, is genoegzaam bekend. Als je maar beperkt gaat controleren, leidt dat tot willekeur. Bovendien bevind je je op een levensgevaarlijk hellend vlak. Waarom zou je dat doen in een voldoende gevaccineerde samenleving? Er zijn volgens mijn fractie maar twee antwoorden mogelijk: óf de regering is inmiddels verslaafd aan dictatoriale bevoegdheden óf de regering gelooft zelf niet in haar vaccinatieprogramma. Ze geeft met dit wetsvoorstel een zeer slecht voorbeeld. Ik verneem graag de precieze redenen van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Strien. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Voort namens de fractie van D66.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Voort (D66):

Voorzitter. Ik wil vooraf benoemen dat ik als intensivist en epidemioloog werkzaam ben, en vanuit die hoedanigheid professioneel betrokken ben bij het onderwerp covid, waar we vandaag over spreken. De D66-fractie vindt dat echter geen bezwaar. Zij vindt het eerder faciliterend dat de praktijk en de politiek elkaar hier ontmoeten.

Vandaag spreken we over de verlenging van de wet Tijdelijke maatregelen covid-19. Het heet "19", omdat het virus vanaf 2019 bekend is, maar ondertussen zitten we ruim in 2021. Een pandemie duurt, zo leert de historie, altijd meerdere jaren. Ik noem de pest, polio, H2N2- of H1N1-influenza, hiv, wat al meer dan 40 jaar bestaat, en nu SARS-CoV-2. Mijn vraag aan de minister is hoe het eigenlijk kan dat het RIVM en het ministerie niet vanaf het begin de verwachtingen gemanaged hebben op een termijn van meerdere jaren. Adequaat verwachtingsmanagement maakt de ervaren last draaglijker. Daarnaast zouden de maatregelen en de communicatie daarover met een dergelijke tijdslijn wellicht anders zijn ingericht.

Voorzitter. De Tijdelijke wet maatregelen, als onderdeel van de Wpg, wordt per drie maanden verlengd. De vraag die voorligt, is of de verlenging van de wet nu weer noodzakelijk is. Uitgaande van de veronderstelling dat ook deze pandemie meerjarig is en dat er tijdens het beloop van de pandemie handelingsruimte moet zijn voor de beleidsmakers is het antwoord ja. De uitvoering ervan, die in ministeriële regelingen wordt vormgegeven, dient zich echter dynamisch, op basis van de ontwikkelingen van de pandemie, aan te passen. Het ingewikkelde in een fase van afnemende besmettingsaantallen is dat op een goed moment sommige maatregelen wel en andere maatregelen niet meer nodig zijn. De D66-fractie vraagt aan de minister hoe wij ervan verzekerd kunnen zijn dat de invulling en toepassing van de maatregelen passend zijn naar de stand van de pandemie. Dit is relevant, nu de pandemie in ieder geval tijdelijk op haar retour lijkt. Als slechts een of weinig van de maatregelen langduriger moeten blijven, moeten we dan keer op keer de gehele tijdelijke wet blijven verlengen, zo vraagt de D66-fractie aan de minister.

Maar niet alleen in duur, ook in inrichting moeten de maatregelen dynamisch zijn. Hoe kan het bijvoorbeeld dat de warenhuizen wel tientallen bezoekers tegelijk kunnen ontvangen, maar culturele instellingen zoals musea en theaters nog niet? Wat is de achterliggende argumentatie voor deze afweging van prioriteiten? Musea zijn goed in staat om de basisregels, waaronder de 1,5 meter afstand, te handhaven, net zoals een Zweeds woonwarenhuis dat kan. Musea kunnen dat zelfs beter, zo vermoeden wij, dan dat sekswerkers dat kunnen. Deze afweging van prioriteiten is onbegrijpelijk, alsook de toon waarop de minister zich over cultuur heeft uitgelaten. Die toon heeft onze fractie diep bedroefd en geraakt. Wij overwegen daarom in tweede termijn een motie in te dienen ten behoeve van een snelle opening van musea. Die motie zouden we in dat geval graag vandaag nog in stemming willen brengen.

De D66-fractie vraagt verder: wat kan het kabinet leren van omringende landen, zoals België, waar musea open zijn gebleven, zodat in een volgende verheffing musea ook in Nederland zoveel mogelijk openblijven ten behoeve van onze mentale gezondheid?

Voorzitter. Het managen van een epidemie behoeft epidemiologische weging. In onze schriftelijke inbreng heeft de D66-fractie om een epidemiologische weging gevraagd, betreffende het inzetten van de coronatoegangsbewijzen. Niet alleen de inzet van coronatoegangsbewijzen, maar alle stappen in het stappenplan voor de opening van de samenleving zouden op basis van de epidemiologische situatie moeten worden gezet. Dat doet de regering ook, alleen is men daar vooraf niet duidelijk over. Die informatie staat nu niet in het stappenplan. Er staat alleen een datum, en die is onzeker, want die hangt af van de epidemiologische situatie. Wij hebben gevraagd om deze situatie te definiëren voor wat betreft de inzet van de toegangstesten. Maar het antwoord van de regering was dat de maatregel stopt als we naar code groen gaan. Code groen stelt echter geen enkel criterium of datum. Het antwoord van de minister is dus vrij vertaald: we stoppen de toegangstesten als we de toegangstesten stoppen.

Toch denken we dat er een ondergrens is in het vóórkomen van covid in de samenleving, een grens waaronder de toegangstesten niet meer zinvol zijn. Ik reken voor dat als er 5.000 besmettelijke personen zijn in Nederland — dat was de vorige zomer het geval — 3 op de 10.000 geteste personen de ziekte dan bij zich dragen. Van de 10.000 geteste personen zijn er dan nog 20 getesten foutpositief. Dus slechts 15% van alle positief geteste personen heeft dan ook daadwerkelijk de ziekte. Bovendien is het onzeker of deze drie personen met de ziekte in staat zijn om een epidemie weer te laten verergeren in een grotendeels gevaccineerde bevolking. Die ondergrens waaronder toegangstesten niet meer zinvol zijn, zouden wij graag gedefinieerd zien. In tweede termijn overweegt onze fractie samen met GroenLinks een motie, waarin verzocht wordt om de epidemiologische criteria, zoals het RIVM die dagelijks publiceert, op te nemen in het stappenplan en in de ministeriële regelingen, zodat het vooraf helder wordt in welke epidemiologische situatie welke maatregelen gelden.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik ben erg verheugd dat de heer Van der Voort als intensivecarespecialist hier het woord voert. Ik heb de afgelopen dagen kennis genomen van een zeer verhelderend filmpje op YouTube van uw collega in Amsterdam, Armand Girbes, ook epidemioloog en intensivecarearts, over de sensitiviteit en de specificiteit van de testen. Hij gaat uit van 90% sensitiviteit en legt in die video op overtuigende wijze uit dat dan ongeveer de helft van de mensen ten onrechte de toegang zou worden geweigerd, omdat ze eigenlijk de ziekte niet hebben. De consequenties van een test die per ongeluk aangeeft dat je het wel hebt terwijl je het niet hebt, en andersom, zijn heel erg groot. Ondersteunt u die analyse? En zo ja, waarom gaat de D66-fractie dan akkoord met deze testwet?

De heer Van der Voort (D66):

Ik ben zeker op de hoogte van de berekeningen die collega Girbes heeft gedaan. Die zijn ook correct. Dus het is inderdaad waar dat op een goed moment, als er niet al te veel besmettelijke personen meer zijn, er meer foutpositieve uitslagen dan waarpositieve uitslagen komen. Daar heeft hij gelijk in. Dat is ook juist waarom wij deze vraag stellen aan de minister: om die ondergrens waaronder het niet meer zinvol is om die testen zo in te zetten, vast te stellen en te gaan gebruiken.

De heer Otten (Fractie-Otten):

De heer Girbes is heel uitgesproken en onderbouwt het ook. Hij zegt: het is een onwerkbare, onbetaalbare en ondoordachte wet. Deelt u dat standpunt?

De heer Van der Voort (D66):

De wet is minder zinvol als het aantal besmettingen afneemt. Dus ik deel met hem de gedachte dat je op een goed moment zou moeten besluiten dat het niet meer iets toevoegt om zo'n test te gaan doen. Dat is ook precies waar wij om vragen: om die grens te bepalen.

De heer Nicolaï (PvdD):

In aansluiting op de vorige vraag over hoe zinvol het is om die testwet aan te nemen, zou ik graag van de heer Van der Voort willen horen of hij ermee bekend is dat op 11 mei op Follow the Money een artikel is verschenen waarbij verschillende branches zijn geïnterviewd over de vraag: gaan jullie aan die hele testsituatie meewerken? Dan zie je dat de branchevereniging van de bioscopen zegt "hier doen we niet aan mee". Koninklijke Horeca Nederland vindt het "onbespreekbaar", de Museumvereniging is kritisch en de helft van de theaters en concertpodia gaat ook niet meedoen. Hoe ziet uw fractie dat?

De heer Van der Voort (D66):

Ik denk, zoals ik net zei, dat je heel goed moet kijken: wanneer is het testen van personen die mee gaan doen aan een evenement zinvol en wanneer niet meer? Als die grens duidelijk is, kun je gewoon op basis van rationele argumenten besluiten wie wanneer zo'n test zou moeten inzetten. Dat instellingen dan besluiten er niet aan mee te doen, staat ze natuurlijk vrij.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dat is mijn vraag niet. Mijn vraag is hoe D66 aankijkt tegen het feit dat het niet gaat werken voor waar het voor bedoeld is, omdat de mensen zelf zeggen: wij werken niet mee aan dat domme getest en we gaan aan de deur mensen niet weigeren.

De heer Van der Voort (D66):

Stel dat we deze wet zouden hebben gehad in december, toen het aantal besmettingen hoog was, dan is van tevoren testen een manier om juist ruimte te geven om toch naar de bioscoop te gaan. Nu zitten we natuurlijk langzamerhand in een andere situatie. Vandaar dat de vraag relevant is wanneer deze manier van werken nog zinvol is en wanneer niet. Maar in een situatie waarin de epidemiologische verheffing groot is, is dit zeker een bruikbaar instrument, menen wij.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Nicolaï.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik vraag niet of het testen zinvol is ja of nee, ik vraag of D66 een wet gaat ondersteunen, terwijl de organisaties waarvoor die bedoeld is, zeggen: we vinden het onzin.

De heer Van der Voort (D66):

Wij gaan dit testbeleid ondersteunen, maar het liefst in een situatie waarin het zinvol is. Nogmaals, dan is het aan de instellingen en aan de sectoren om te bepalen of ze daarin mee willen gaan of niet.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik hoor de heer Van der Voort van D66 een oproep doen om de musea weer te openen. Die zouden inderdaad niet onnodig lang gesloten moeten blijven. Hij wil dit vanwege het geestelijk welzijn en het geestelijk vermaak. Maar het punt is: er is ook een andere vorm van geestelijke vermaak, die ook heel belangrijk is. Ik bedoel de kermissen. Die vinden in de buitenlucht plaats en die moeten gewoon verantwoord open kunnen. Is de heer Van der Voort het met de PVV eens dat de kermissen ook gewoon open zouden moeten kunnen, in het kader van geestelijk vermaak en belangrijke broodwinning voor al die families en gezinsbedrijven in de kermissector die al ik weet niet hoe lang geen droog brood meer kunnen verdienen?

De heer Van der Voort (D66):

Iedere sector die veilig open kan, onder de maatregelen die we dan met elkaar nemen, moet van ons zo snel mogelijk open. Als voor de kermissen geldt dat het kan binnen de basismaatregelen, vinden wij dat het ook voor de kermissen moet gelden.

De heer Van Hattem (PVV):

Begrijp ik het antwoord van de heer Van der Voort goed dat hij, als hij oproept om de musea te openen, dan vindt dat minstens net zo snel de kermissen ook open moeten kunnen?

De heer Van der Voort (D66):

Onder voorwaarden, zoals de 1,5 meter en alle andere basisvoorwaarden, zou dat moeten kunnen. Maar het is de vraag of dat te doen is in de kermissector; dat weet ik niet en daar ga ik ook niet over. Maar in beginsel is het zo dat als je kunt voldoen aan de maatregelen die voldoende zijn om een verdere verspreiding van de epidemie te voorkomen, zo'n sector open zou moeten kunnen.

De voorzitter:

De heer Van Hattem, derde.

De heer Van Hattem (PVV):

Blijkbaar kan de heer Van der Voort die inschatting wel maken voor musea. De kermissector zegt zelf verantwoord open te kunnen, dus ik neem aan dat dat een haalbare kaart moet zijn. Ik hoop dat de heer Van der Voort dat met mij eens is.

De voorzitter:

Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.

De heer Van der Voort (D66):

Voorzitter. Sprekend over preventie: hoe kan het dat het afgelopen jaar de focus niet gelegen heeft op het behandelen en voorkomen van overgewicht als belangrijkste beïnvloedbare risicofactor voor een ernstig ziekteverloop en een grote zorgbehoefte? We begrijpen dat deze focus geen zin heeft als de verwachting is dat deze pandemie slechts een paar weken duurt, maar wel als de pandemie, en de vraag naar zorg, meer dan een jaar aanhoudt. De rol van overgewicht is al in maart 2020 door mijzelf onder de aandacht gebracht en daarna in vele wetenschappelijke publicaties bevestigd. Op 20 mei is er een Kamerbrief gestuurd over Nederland vitaal en in beweging. Dat is natuurlijk heel mooi. Daarnaast is er het Preventieakkoord. Maar de D66-fractie vraagt de minister of dit beleid niet wat te laat, te beperkt en te weinig gericht is op de belangrijkste risicofactor, namelijk overgewicht, om nog een impact op het verloop van de pandemie te hebben. De overheid had naar de mening van de D66-fractie verbindende initiatieven kunnen en ook moeten nemen.

Regeren is vooruitzien, zo luidt het spreekwoord. Daarom vraagt onze fractie aan de regering om een langetermijnplanning voor covidbeleid, omdat de pandemie niet blijvend weg is na deze zomer. De vaccinatiegraad zal naar verwachting op ongeveer 70% blijven steken. Dit heeft helaas ook te maken met de verwarrende besluitvorming over vaccinatiestrategieën die het vertrouwen in de vaccinaties heeft benadeeld. Dus 30% van de bevolking blijft vatbaar voor infectie. Nieuwe varianten die de opgebouwde immuniteit omzeilen, blijven mogelijk en waarschijnlijk zolang corona in de wereld endemisch is. Er moeten uiteraard voldoende vaccins beschikbaar blijven, dus de aankoop ervan in de komende jaren vinden wij vanzelfsprekend. Maar een langetermijnplanning is nodig om de zorg zo in te richten dat die kan surfen op de golven van de huidige en de komende pandemieën zonder de dreiging om te kapseizen, zoals ik in april jongsleden aan den lijve heb ondervonden: heel spannend en voor sommigen ook traumatiserend waren die dagen, zo kan ik uit eigen ervaring zeggen. Dus: hoe denkt de minister om te gaan met de alleen al binnen de ic-zorg bestaande honderdduizenden overuren en niet opgenomen verlofdagen naast een stuwmeer aan zogenaamde inhaalzorg? Deze situatie maakt een goed doordacht plan noodzakelijk. Visie, doortastendheid en daadkracht zijn geboden. Daarom horen we graag van deze minister een meer gedegen covidvisie en toekomstplan voor de zorg voor zowel de korte als de lange termijn. We overwegen hierover een motie in te dienen in tweede termijn.

Terug naar de wetgeving die vandaag aan de orde is. Een interessant fenomeen is dat in deze pandemie verschillende domeinen elkaar ontmoeten: orde en veiligheid binnen de veiligheidsregio's, publieke gezondheid via de GGD's en de Wpg en de curatieve zorg die via de ROAZ-regio's wordt gecoördineerd. Onze waarneming is dat er geen natuurlijke samenwerking en coördinatie tussen deze domeinen is. De wetgeving is ook maar beperkt ingericht op het samen optrekken van deze domeinen. Graag horen wij een reflectie van de minister. Waar ziet hij knelpunten? Wanneer en hoe denkt hij deze op te lossen? Het lijkt sowieso nodig om de Wpg blijvend aan te passen, per 1 september of later, om toekomstige pandemieën te kunnen bestrijden. Aan welke aanpassingen denkt de minister?

Voorzitter. Tot zover onze bijdrage in eerste termijn. Ik wil de beide heren alvast succes wensen met hun maidenspeech. Wij wachten met belangstelling de beantwoording van de vragen door de minister af.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Voort. Dan geef ik het woord aan de heer Backer, eveneens namens de fractie van D66.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Backer (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik zal het tweede deel van de D66-bijdrage voor mijn rekening nemen. Ik zie een brede delegatie van het kabinet voor dit belangrijke onderwerp. Dank voor deze aanpak.

Voorzitter. De voorstellen komen hier op de agenda op een moment dat veel burgers denken: waarom nu nog? De urgentie neemt af, vaccinaties nemen toe. Is het dan nog zinvolle wetgeving? Toen ik sinds lange tijd het prachtige supporterslied You'll Never Walk Alone weer hoorde klinken — ik wou even naar het afscheid van Wijnaldum kijken — dacht ik: dit is eigenlijk wel symbolisch voor de problematiek die wij bespreken. Wij willen het gewone leven hernemen. Ik geloof dat de PVV-fractie en wij daar niet in verschillen. Maar helemaal gewoon is het niet, want ook in het stadion golden strikte gedragsregels, namelijk 1,5 meter en een mondkapjesplicht, waardoor het gezang ook niet geweldig klonk. Maar goed, het kon weer. De vaccinatiegraad in het VK is ook veel hoger, dus kan men daar ook al meer.

Collega Van der Voort wees er al op dat het verloop van elke pandemie grillig is. Ik probeer me bij de toets van de wetgeving van vandaag met name te concentreren op de coronatoegangsbewijzenwet en de quarantaineplicht. Beide kunnen zinvol zijn als de pandemie weer verder uitbreekt en zich grillig blijft ontwikkelen.

Voorzitter. De Tweede Kamer heeft ongeveer dertien uur over de coronatoegangsbewijzenwet gedebatteerd. Die is ook vrij substantieel geamendeerd. Naar ons inzicht is de wet hierdoor ook verbeterd. Er zijn ook een aantal moties aangenomen. Ik wil over de quarantaineplicht een paar korte opmerkingen maken. Het is een logische opvolger. Wij hadden hier een debat met minister Grapperhaus tijdens een van onze vrijdagdebatten. Ik herinner me dat we toen lang hebben gesproken over het mogelijke muizengaatje voor als reizigers toch urgent mee moesten maar geen PCR-test konden overleggen. Dan arriveerden ze zonder een test in ons land en daar moest iets voor gedaan worden. Net als collega Janssen herinner ik mij nog dat de minister zei: dan hebben we wel een probleem met de handhaving. Nou zag ik dat er veel categorieën zijn uitgesloten. Ik zag ook dat de burgemeester een ontheffing kan geven. Ik kan me bij veel van de vragen van collega Janssen op dit punt aansluiten, hoewel ik misschien toch tot een andere eindconclusie kom.

Voorzitter. Dan de coronatoegangsbewijzen. Wij leven in een democratische rechtsstaat waar het contra-intuïtief voelt als het bezoek aan theater, stadion of horeca aan voorwaarden wordt gekoppeld. Maar als we het voorstel nou typeren als een tijdelijke uitzondering op een geldend verbod dat aan voorwaarden is verbonden, is het ook wel weer begrijpelijker. Het is in essentie ook ingediend — ik geloof dat collega De Boer dat ook zei — om sectoren weer te kunnen heropenen, uitgaande van de situatie waarin we nu zijn. De vraag waar de regering, net als wij, zich voor gesteld zag is: hoe kun je de samenleving nou zo ordenen dat je zowel invulling geeft aan de grondwettelijke opdracht om de volksgezondheid te blijven bevorderen, als aan de opdracht om de vrijheid van burgers niet nodeloos te beperken? Die balans is gewogen en eerder zijn ons voorstellen voorgelegd. Vandaag gebeurt dat weer.

Voorzitter. Inderdaad bereiken ons, zoals net werd vermeld, veel berichten uit de samenleving dat burgers zich zorgen maken over deze regulering. Wij nemen die zorgen serieus, maar ik ben ook bezorgd over de grote hoeveelheid feitelijk en wetenschappelijk ongefundeerde berichten en complottheorieën. Het is kennelijk not done om daarover te spreken, maar ik doe het wel. Als experts als Van Dissel en Gommers worden bedreigd — de Belgische expert moet onderduiken — dan is dat toch wel zorgelijk. Ik vind dat we dat niet ongenoemd moeten laten. Ik wens hun ook sterkte in de voortzetting van hun taak. In de uitzending van Pointer op NPO 2 zag je dat een deel van de mails mechanisch worden verstuurd. Dat zie je trouwens ook bij de honderden mails die wij ontvangen. Natuurlijk is het zo dat je de discussie over grondrechten en vrijheidsbeperkingen helder moet voeren. Daar is niks mis mee, maar je moet haar wel voeren op inhoud en feiten.

Voorzitter. De Gezondheidsraad heeft ernaar gekeken en de Raad van State heeft ernaar gekeken. Er zijn natuurlijk weer opmerkingen gemaakt over proportionaliteit. Overigens is de amendering van de corona toegangswet wel enigszins tegemoetgekomen aan de bezwaren, maar burgers zijn meestal niet verbaasd en weigeren ook vaak niet op principiële gronden als landen in de EU eisen stellen of een testbewijs vragen aan Nederlandse reizigers. In heel Europa wordt die discussie ook gevoerd. Er is nu ook overeenstemming over een coronapaspoort.

Voorzitter. Wij zijn in beginsel niet tegen een dergelijke beperking van de vrijheid, mits proportioneel en mits het grotere belang van de pandemiebestrijding maar aantoonbaar blijft, en anders natuurlijk niet. Dat past ook in het sociaalliberale gedachtegoed, vrijheid in verbondenheid, zeg maar onze versie van "You'll never walk alone".

Voorzitter. Met rechtmatigheid ben ik dan natuurlijk eigenlijk al bezig. Wij zijn in een situatie van een algehele lockdown geweest en wij gaan langzamerhand weer terug. Wij hebben die situatie gesteund, met kritiek, met kanttekeningen. Collega Van der Voort heeft daar net ook over gesproken, mevrouw Prins ook trouwens. Ja, er hadden een heleboel dingen anders gekund. Maar goed, we zijn waar we nu zijn. Het is ook in onze ogen niet vruchtbaar om die oude discussie weer opnieuw te openen. Er zijn ook rechtszaken gevoerd over "mocht dit, mocht dat niet?". Er zijn ook bepaalde uitspraken gedaan en die zijn dan ook weer gerepareerd in de wetgeving. Dat hebben we hier ook gedaan.

Dan blijft altijd de vraag, ook vanuit de cultuursector, die net al is besproken: waarom moet dit nou nog voor ons gelden? Als dat per beperkingenstelsel via een ministeriële regeling zo precies mogelijk kan worden geregeld, zoals collega Van der Voort ook zei, dan is dat te billijken. Maar dan moet het wel een hoog betrouwbaarheidsgehalte hebben op de testen en voldoende representatief zijn.

Voorzitter. We hebben in die discussie nog wel de vraag van de subsidiariteit. Had het ook anders gekund in deze fase? Sommigen suggereerden: "het kan makkelijk anders, want je gooit het gewoon open". Dat lijkt mij niet verantwoord. De vraag moet altijd zijn: "is er een mogelijkheid om het anders te doen?". Wij hebben die niet aangetroffen in de OMT-adviezen. Sterker nog, soms zijn de OMT-adviezen zelfs nog voorzichtiger dan de uiteindelijke keuzes die gemaakt zijn. Ja, het beste is het natuurlijk als iedereen gevaccineerd is. Dan is het restrisico volgens alle experts laag. Maar dat is niet alleen een kwestie van tijd en van voldoende vaccins. Er is een groep die zich om hen moverende redenen niet wenst te laten vaccineren. Nu is natuurlijk de hamvraag: moet de wel gevaccineerde groep wachten tot iedereen gevaccineerd is? Dat is denk ik ook een omgekeerde vorm van solidariteit die wij niet zouden steunen.

Voorzitter. Ik vind de routekaart onduidelijk in wetgevende zin. Dat is ook de vraag van collega Van der Voort. De routekaart is een managementinstrument, maar uiteindelijk moet de wetgeving natuurlijk zijn toegesneden op de handhaafbaarheid en de uitvoerbaarheid daarvan. Dat is niet een managementvraag.

Uiteindelijk is er nog één punt dat aan de discussie ontbroken heeft, namelijk het blootstellen van personeel in ondernemingen, horeca, theater en andere instellingen. Het gaat steeds over de burger die in zijn vrijheid wordt beperkt. Dan zouden de theaters open moeten omdat sommigen dat graag willen, zoals de heer Nicolaï zei. Maar er is toch ook zoiets als de bescherming van de eigen mensen die daar werken, het personeel dat daar werkt? Want dat wordt dan blootgesteld aan niet-gevaccineerde mensen of aan niet-geteste mensen. Het mag niet worden opgelegd aan personeel om zich te laten vaccineren; die wettelijke bevoegdheid is er niet, maar ik zou denken dat een bijvangst van het testen en het coronatoegangsbewijs is dat ook degenen die in theaters, horeca en andere instellingen werken in ieder geval beter beschermd worden. Daar hebben we al een hele discussie over gehad in het onderwijs, waar het toch voor docenten een lastige situatie was dat zij zich bloot dienden te stellen aan mogelijke besmettingen. Ik zou het in andere sectoren bevorderlijk vinden om die bescherming aan te brengen door deze regeling. Een bijvangst, die ik nergens genoemd zie, maar die me wel belangrijk lijkt. Zie ik het goed dat dat inderdaad een niet-genoemde doelstelling is, maar wel een goede bijvangst?

Afrondend, wij kijken uit naar de beantwoording door de minister of ministers van de vragen. Er leven nog een aantal vragen en dilemma's. Daarna kunnen we afwegen hoe we uiteindelijk zullen stemmen. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Backer. Dan geef ik nu het woord aan de heer Verkerk namens de fractie van de ChristenUnie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Voorzitter. Als eerste wil ik de betrokken ministers en de ambtenaren danken voor het ontzettend vele werk dat ze in de afgelopen maanden hebben verzet. Ook wil ik de medewerkers in de zorg danken voor het feit dat ze op hun tenen lopen en moeten lopen. En ook de GGD, die een geweldig aantal prikken heeft gezet.

Voorzitter. Ik heb veel mails en brieven uit de samenleving gekregen, over de testsamenleving, over dreigende tweedelingen, over vrijheid, over niet-essentiële activiteiten. Uiteindelijk liggen hier allemaal ethische en filosofische vragen aan ten grondslag. In een van mijn eerdere bijdragen heb ik verwezen naar de filosoof Dooyeweerd die heeft gesproken over beheersing en vrijheid. Ik herinner me nog dat minister Grapperhaus extra geraakt was omdat het hem zelf terugbracht tot zijn studententijd.

In dit debat wil ik de filosofische en ethische vragen wat meer op de achtergrond laten. Wel wil ik graag een citaat geven van de katholieke theoloog Romano Guardini. In zijn boek Freiheit, Genat, Schicksal schreef hij het volgende over de mens: "Darum ist der Mensch von Wesen ein Suchender und im Menschen ist suchend auch die Welt." "Daarom is de mens van nature zoekende, en in de mens is zoekende de wereld." Voorzitter. Dit zijn hele fundamentele uitspraken over vrijheid. In de visie van Guardini spelen religieuze en levensbeschouwelijke vragen een belangrijke rol in de zoektocht. Het zou zomaar kunnen zijn dat al die mails en brieven die ik uit de samenleving ontvangen heb juist te maken hebben met die zoektocht naar vrijheid.

De fractie van de ChristenUnie wil zich graag concentreren op de vraag: hoe kijken we naar de toekomst? Of, misschien scherper: hoe kijkt het kabinet naar de toekomst? Onze fractie denkt dan met name aan de periode na de zomervakantie. Vanuit die focus wil onze fractie ook kijken naar de werkingsduur van de Twm en naar de andere twee wetten. Dan is de kernvraag: dragen deze wetten bij aan de bloei van de samenleving en kunnen individuele burgers — vooral ook kwetsbare burgers — dan tot hun recht komen?

Ik begin met een constatering. De afgelopen maanden heeft het kabinet scherp aan de wind gevaren. Stap voor stap wordt er versoepeld. Het zwarte scenario is niet opgetreden. De scherpte van de koers mag blijken uit het volgende. Lange tijd was de ic-bezetting ongeveer 65%. Op dat moment lag de R-waarde rond de 1. Als die R-waarde door onvoorziene omstandigheden 20% gestegen zou zijn, dan waren we binnen twee weken, c.q. drie cycli, in het zwarte scenario terechtgekomen. Ik geef dit voorbeeld niet om een oordeel te vellen over het beleid van het kabinet — achteraf is iedereen wijs — maar wel om de vraag te stellen: was deze scherpte verantwoord?

Voorzitter. Om op die vraag een goed antwoord te krijgen, is een evaluatie van de coronacrisis van groot belang. Allereerst met het oog op de maatregelen, het aantal besmettingen, de oversterfte, uitgestelde zorg en de ziekenhuis- en ic-bezetting. Maar ook met het oog op het geheel van de sociale en economische effecten. Kan de minister toezeggen dat er zo'n evaluatie komt van een onafhankelijke commissie? Wanneer zou die kunnen rapporteren?

Het kabinet heeft geprobeerd een balans te zoeken tussen het beperken van de pandemie en het openhouden van de samenleving. Uit alle rapportages bleek dat de bezetting van de ziekenhuizen en de ic's een belangrijk ijkpunt was. Begrijpelijk: het zwarte scenario is zonder meer een horrorscenario. Collega Van der Voort heeft het al even genoemd. Er zijn echter landen die een veel stringenter beleid hebben gehad. Ik denk aan Denemarken, Australië, Nieuw-Zeeland, Taiwan en vele andere.

In dit verband wil ik ook wijzen op het beeld dat de Amerikaan Tomas Pueyo heeft voorgesteld, namelijk het beeld van de hamer en de dans. In zijn visie moet je twee fasen onderscheiden. In de eerste fase, als er sprake is van een forse uitbraak, moet je drastische maatregelen nemen om het virus terug te dringen, zoals een complete lockdown, een avondklok, een in- en uitreisverbod et cetera. Dit noemt hij de klap met de hamer. Als die klap succesvol is en het virus vrijwel verdwenen is, dan krijg je de volgende fase, namelijk de fase van de dans. Als samenleving beweeg je dan mee met het virus door uitgebreid bron- en contactonderzoek te doen, door grootschalig te testen bij kleine uitbraken en door quarantainemaatregelen voor inreizigers uit hoogrisicogebieden te nemen et cetera. Je danst mee om een volgende golf te voorkomen.

Er zijn aanwijzingen dat beleid gebaseerd op de hamer en de dans uiteindelijk tot betere resultaten leidt, zowel vanuit het perspectief van de gezondheidszorg als vanuit de economie. Daarom is de fractie van de ChristenUnie erg geïnteresseerd in deze strategie.

Als het verloop van het coronavirus vergelijkbaar zal zijn met dat van vorig jaar — het zou zelfs beter moeten zijn omdat veel burgers gevaccineerd zijn — dan bereiken we in de zomer weer de situatie dat het aantal besmettingen weer erg laag is. Dat zou het moment zijn om een ander beleid te overwegen. Bijvoorbeeld een beleid in termen van de hamer en de dans. Is de minister bereid om deze strategie te overwegen? Ik zeg niet "voor te stellen", maar ik zeg: te overwegen. Welke toezegging kan de minister doen?

Voorzitter, in de aanpak van corona staan twee strategieën centraal. Eigenlijk is dat heel simpel. De eerste strategie is: voorkom dat het aantal besmettingen in een regio toeneemt. De tweede strategie is: voorkom dat er besmettingen vanuit een andere regio naar je eigen regio komen. Op beide strategieën wil ik ingaan vanuit die gedachte van de hamer en de dans.

Als we in die lijn doordenken, is het heel interessant om de vraag te stellen: hoe ziet zo'n regio eruit? Zou dat bijvoorbeeld een veiligheidsregio kunnen zijn? Of een deel daarvan? Wie zou dan het initiatief moeten nemen om een klap met de hamer te geven? Het kabinet? De regio zelf? Of mogen beide dat doen? Hoe kom je tot een democratische controle van dit soort besluiten? Dat zijn allemaal relevante vragen. Graag een reactie van de minister.

Dan kom ik bij de tweede strategie. Natuurlijk moet je voorkomen dat een uitbraak overslaat van de ene regio naar de andere. Dan komen bijvoorbeeld in- en uitreisverboden en quarantaineplichten in het vizier. Graag een reactie van de minister. Is hij bereid om een meer regionaal beleid te voeren en eventueel regionale lockdowns in te voeren? Kan de minister dit toezeggen?

Ik kom nu tot de drie wetten. Als eerste de verlenging van de Twm. In de visie van de fractie van de ChristenUnie is het noodzakelijk dat deze wet verlengd wordt, in ieder geval tot 1 september. De risico’s voor een volgende golf zijn nog te groot. Ik denk daarbij aan het optreden van nieuwe varianten, de afnemende bereidheid van de bevolking om zich aan de maatregelen te houden, de noodzaak van rust in de zorg, et cetera. Maar dat wil niet zeggen dat onze fractie "automatisch" met elke verlenging meegaat. Daarom vraagt onze fractie de minister om een beleid in termen van de hamer en de dans te overwegen. En daarom vraagt onze fractie om eventueel een regionale lockdown te overwegen. Dat is nodig om de noodzaak en proportionaliteit van de verlenging te kunnen beoordelen.

Daar komt het volgende bij. Kan het kabinet toezeggen dat bij elke verlenging per instrument c.q. per wetsartikel aangegeven wordt waarom dat verlengd moet worden? Juist om de inperking van de grondrechten te minimaliseren. Heel belangrijk is ook in dit geval: wanneer kunnen wij het debat voeren over na 1 september, gezien het feit dat 1 september in het reces valt?

Kan de minister ook iets zeggen over de toekomst van deze wet in relatie tot de Wpg? Als ik goed begrijp wat biologen zeggen over de huidige pandemie, dan staat ons in de toekomst nog het nodige te wachten. Zouden we ons niet moeten voorbereiden op een — het is niet denigrerend bedoeld — gedegen wettelijke structuur? Een structuur die natuurlijk alleen in werking kan komen met toestemming van het parlement. Graag een reactie van de minister.

De fractie van de ChristenUnie begrijpt de noodzaak voor de Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen. Maatschappelijk en economisch is het belangrijk dat de samenleving zo snel mogelijk opengaat. Ook begrijpt ze dat het kabinet wil voorkomen dat er een tweedeling in de maatschappij ontstaat tussen burgers die gevaccineerd zijn en wel vrijheden hebben en burgers die niet gevaccineerd zijn en minder vrijheden hebben. Daarom begrijpt onze fractie de wens tot deze wet.

De betrouwbaarheid van de PCR-test staat niet ter discussie. Daarover is consensus. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de notitie "Over de betrouwbaarheid van de PCR-test voor SARS-CoV-2" van het RIVM. De klinische sensitiviteit ligt tussen 67% en 98% en de klinische specificiteit tussen 96% tot 99,5%. Een belangrijke vraag is: hoe zit dat bij de sneltesten? Zijn de sensitiviteit en specificiteit daarvan net zo goed, of misschien zelfs beter?

Als ik me even beperk tot de getallen van de PCR-test, dan leidt dat tot een bijzondere situatie. Als we kijken naar de getallen van de sensitiviteit en specificiteit, dan blijkt dat bij de huidige besmettingsniveaus het aantal waarpositieven ongeveer even groot is als het aantal valspositieven. In concreto: bij een groot evenement zullen x bezoekers niet toegelaten worden omdat ze corona hebben, terecht, en zullen nog eens x bezoekers niet toegelaten worden omdat de test ten onrechte aangeeft dat ze corona hebben. Bij lagere besmettingsniveaus is die verhouding nog slechter. De vraag is dan ook: bij welke prevalenties zou de minister dit instrument, de PCR-test of een andere test, willen inzetten? En bij welke prevalenties niet meer vanwege de problematiek van de valspositieven? Kan het testbeleid zo ingericht worden dat dit percentage zo klein mogelijk wordt? Wat leren de fieldlabs ons? Graag een reactie van de minister.

Over de wetgeving voor de quarantaineplicht voor inreizigers uit hoogrisicogebieden kan onze fractie kort zijn. Zij is van mening, gezien de bovenstaande overwegingen, dat de quarantaineplicht kan bijdragen aan het voorkomen van nieuwe uitbraken.

Voorzitter. Ik kom tot mijn slotafwegingen. Waarom zijn veel van de afwegingen die we maken bij de betreffende wetten zo lastig? In de visie van onze fractie heeft dat te maken met het "samen" van de samenleving. In een samenleving kan het nooit vanzelfsprekend zijn dat de vrijheid van de een kan of mag leiden tot de onvrijheid van de ander. Als iemand bijvoorbeeld de vrijheid wil hebben om in te reizen vanuit een hoogrisicogebied, dan is het niet vanzelfsprekend dat die persoon de vrijheid heeft om anderen te besmetten en daarmee hun vrijheid af te nemen. Daarom heeft Guardini ook gelijk, want hij zegt: "Im Menschen ist suchend auch die Welt", in de mens zoekt de wereld, in de mens zoekt ook de hele samenleving. Uiteindelijk zoeken we hier als samenleving naar vrijheid. Daarom ben ik ook begonnen met de vraag of de genoemde wetten bijdragen tot de bloei van de samenleving, van individuele burgers en van kwetsbare burgers. Ik heb namelijk ook heel indrukwekkende mails gekregen van kwetsbare burgers die het heel moeilijk hebben in deze pandemie. Daarom gaat dit debat ook over de verantwoordelijkheid van de wetgever.

Rest mij om de heren Keunen en Karakus nog een heel goede maidenspeech toe te wensen. De fractie van de ChristenUnie ziet uit naar de antwoorden van de ministers. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Dan geef ik nu het woord aan de heer Raven, namens de Onafhankelijke Senaatsfactie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Raven (OSF):

Dank u wel, voorzitter. Vaccineren en testen is het thema van vandaag. Drie maanden geleden, toen we het vorige debat hadden over de covidmaatregelen en de verlenging van de Tijdelijke testwet, was er nog een behoorlijk hoge infectiegraad, waardoor de maatschappij helemaal stillag. Toen heb ik een motie ingediend met dezelfde strekking als de coronatestwet nu heeft, namelijk om zo snel mogelijk weer de maatschappelijke activiteiten te kunnen opstarten. Over die motie werd verschillend en genuanceerd gedacht: iedereen was tegen, behalve ik. We zijn inmiddels drie maanden later, en ik constateer dat de niet aangenomen motie wel is uitgevoerd. Ik dank de regering daar uiteraard voor. Want wat wij met z'n allen willen, is dat de maatschappij zo snel mogelijk weer een open karakter krijgt. Ik denk dat dat de strekking is van de vele reacties die ons in de afgelopen weken hebben bereikt.

Een van de commentaren die onze fractie kreeg bij de voorbereiding van de discussie was: spannen jullie met dit debat het paard niet achter de wagen, nu de infectiegraad met grote sprongen vermindert, ziekenhuizen leger worden en het aantal dodelijke slachtoffers als gevolg van de pandemie fors daalt? Het is drie maanden later, dus we hadden het iets sneller kunnen doen. Dat lijkt een terechte vraag, ook omdat inmiddels al meer dan 8 miljoen vaccinaties werden gezet tegen de dodelijke ziekte en de Amerikaanse president Joe Biden afgelopen week zelfs aankondigde, de covidmaatregelen fors te versoepelen door bijvoorbeeld de vermaledijde mondkapjesplicht af te schaffen voor gevaccineerden.

Dat brengt mij op de eerste vraag aan de ministers: wanneer wordt de mondkapjesplicht voor Nederlandse gevaccineerden afgeschaft? Tijdens de eerste fase van de pandemie werd door vooraanstaande leden van het OMT ernstig getwijfeld over het nut van die maatregel. Het duurde meer dan een halfjaar voordat het kabinet om was. Uiteindelijk is om politieke redenen toch besloten om die plicht maar in te voeren. Onomstotelijk wetenschappelijk bewijs dat mondkapjes veel bijdragen aan een veiliger omgeving is er nog steeds niet. De maatregel is een forse inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Het lijkt gerechtvaardigd de mondkapjesplicht op korte termijn af te schalen. In de routekaart van 13 april jongstleden is hierover niets opgenomen. Dat lijkt op z'n minst een omissie te zijn. Welke datum, zo vraag ik aan de ministers, kunnen we hiervoor inplannen?

Voorzitter. De kille cijfers over de huidige stand van de pandemie zijn weliswaar positiever dan de afgelopen maanden, maar er is toch nog een grote waakzaamheid te betrachten. De coronavijand is een veelkoppige draak, een virustsunami met gigantische en onvoorspelbare golven die een groot spoor van menselijk leed nalaten. Afgelopen week bleken de cijfers in exacte zin nog steeds erg hoog: meer dan 30.000 nieuwe besmettingen. In de bijna voorbije maand — want we zitten pas op 25 dagen — waren er maar liefst 501 dodelijke slachtoffers. Met respect voor de slachtoffers: dat is een kerkhof vol. Daar moeten we iets aan doen. Dat is een onacceptabel hoog aantal voor een land met vrijwel de beste gezondheidszorg ter wereld.

Het sociaal grondrecht dat is vastgelegd in artikel 22 van de Grondwet verplicht de overheid om haar burgers te beschermen. De overheid, aldus de Grondwet, treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. Dat hoor je niet al te veel in de discussies, maar het staat er wel. Burgers hebben hier recht op. Overheidsingrijpen blijft dan ook noodzakelijk indien er voor burgers rechtstreeks gevaar dreigt. Dit ingrijpen rechtvaardigt ook dat daarmee een zekere inbreuk wordt gedaan op andere grondrechten. De meer dan 1.000 e-mailreacties die wij in de afgelopen week hebben mogen ontvangen, gaan op dat punt mank. Er wordt wel gesproken over een aantal andere grondrechten, maar voor ons is in dit geval artikel 22 van de Grondwet leidend, dat de overheid opdraagt om maatregelen te treffen ter bevordering van de gezondheid. Zowel artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als de artikelen 10 en 11 van de Grondwet staan beperkingen toe. Daarmee is overheidshandelen, zoals nu wordt voorgesteld, gerechtvaardigd.

Voorzitter. Daarbij geldt wel een algemeen principe: wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen. Met andere woorden, de belangrijke dingen gaan voor. Het recht op bescherming van de gezondheid van de mens gaat voor. In onze ogen is noodwetgeving ter bestrijding van de pandemie, die nog steeds zeer grote aantallen slachtoffers onder de Nederlandse bevolking maakt, van het grootste belang. Dit rechtvaardigt dat de bewegingsvrijheid van burgers enigszins wordt ingeperkt, bijvoorbeeld door quarantainemaatregelen of door via testen aan te tonen dat er geen besmettingsgevaar is voor anderen bij evenementen, bezoek aan musea, horeca et cetera. Het voorliggende wetsvoorstel mengt zich weliswaar in een aantal grondrechten, maar het doet dit juist om méér vrijheid aan burgers terug te geven. De wet heeft immers tot doel om meer mogelijk te maken, mits die testen geen sociale ongelijkheid tot gevolg hebben en voor iedereen toegankelijk zijn. Kortom, wij zijn voorstander van voldoende, voorradig en gratis.

Voorzitter. Het spreekt voor zich dat deze inperkingen moeten gelden voor een zo kort mogelijke duur en zo beperkt mogelijk moeten zijn. Mijn vraag aan de minister is hoe burgers het vertrouwen kunnen hebben dat de regering de beperkingen niet langer laat duren dan strikt noodzakelijk is, de gegevens van burgers vertrouwelijk houdt en de informatie niet misbruikt voor andere doeleinden. Welke objectieve maatstaven biedt de regering daarvoor?

Ook dient er bij voorkeur geen inbreuk te worden gepleegd op de integriteit van het lichaam. Als het al moet, dan niet met een wattenstaafje dat diep in de neus pulkt, maar met een weinig belastende antigeentest of, nog liever, met integere ademtesten, waarbij het resultaat vrijwel meteen bekend is. Het grootschalig toepassen van zo'n ademtest bij de ingang van een etablissement kan de hele maatschappij, zonder veel overlast voor de afnemer, weer openen, terwijl de betrouwbaarheid hoog is. De vraag aan de minister is dan ook: worden deze ademtests ná de coronapandemie door de overheid beschikbaar gesteld, of gaat de regering in dit geval over tot actie en stelt ze die testen binnenkort, per 1 juni, beschikbaar?

Ik heb nog een opmerking over de betrouwbaarheid van het testen. Ik heb deze opmerking ook in het vorige debat gemaakt: pas op voor schijnnauwkeurigheid. Streef naar een maatschappelijk aanvaardbaar risico. Het is een farce om 100% betrouwbaarheid van een test te betrachten. Een test van 70% betrouwbaarheid met veel draagvlak bij de bevolking is beter dan geen test of een test die mensen afschrikt.

Voorzitter. Na vandaag wordt het nieuwe adagium voor de bestrijding van het virus "vaccineren en ventileren". Dus bij ons staat niet het testen voorop. Want naarmate de cijfers steeds positiever zullen worden door het vaccineren, zal het testen steeds meer overbodig worden. De Onafhankelijke Senaatsfractie gaat er dan ook van uit dat de coronatestwet maximaal drie maanden geldt. We verzoeken om voor september 2021 een evaluatie aan de Kamer aan te bieden en de noodwetgeving, mede gezien de inperking van sommige grondrechten, zo spoedig mogelijk in te trekken.

Voorzitter. De hele bevolking snel voorzien van een beschermende vaccinatie was in december 2020 nog een nobel en simpel doel. Hoe moeilijk kan dat nou zijn? Ja toch? De weg die de regering insloeg aangaande het vaccinatieprogramma lag bezaaid met moeilijk begaanbare keien. Wat een ongelofelijke problemen: instellingen die fout op fout stapelden, samenwerking die niet voldeed, leveranciers die niet leverden, vaccinatieprogramma's die van het ene op het andere moment werden stopgezet, terecht of ten onrechte, leiders van instellingen die het formele leiderschap van de regering ondergroeven, "voor 1 juli" werd 15 juli, et cetera. Het was één organisatorische janboel met veel gelijkenis met opportunistisch voetbal. En dat in het land met vrijwel de beste gezondheidszorg ter wereld; niet sterk. Graag een verklarende reactie van de minister.

Ventileren is het nieuwe target waar veel virologen en wetenschappers aandacht voor vragen om het virus definitief te bestrijden. Hoe gaan we dat doen? Moeten onze kinderen in de winter wederom koukleumen in klaslokalen met open ramen of zijn er dan in alle lokalen goede ventilatiesystemen? En zijn die er ook in alle openbaar toegankelijke gebouwen? Hoe staat het met de particuliere openbaar toegankelijke gebouwen, zoals winkels, kantoorgebouwen, et cetera? Hoe doen we dat ventileren trouwens in deze klimaatneutrale tijd? Het is een volgende grote uitdaging die voor de winter van dit jaar moet zijn gerealiseerd. Heeft de regering al een uitvoeringsplan uitgewerkt en volgt er een passende subsidieregeling om alle gebouwen van voldoende ventilatie te voorzien?

Voorzitter, tot slot. De burgers hebben het grondwettelijk recht op een overheid die hen beschermt tegen een aanval op hun gezondheid. Tegelijkertijd biedt de Grondwet dezelfde burgers belangrijke rechten als het recht op privacy en het recht op onschendbaarheid van het lichaam. Dat knelt en vraagt om een zorgvuldige belangenafweging bij de overheid. Maar het vraagt ook burgers er alles aan te doen om elkaar te vrijwaren van onderlinge besmetting. Wij zien dat als een burgerplicht voor iedereen. Wij roepen iedereen dan ook dringend op om in het belang van de hele Nederlandse bevolking mee te werken aan het bestrijden van de pandemie en de noodzakelijke beschermende gezondheidsmaatregelen te nemen. Testen werkt preventief en vaccineren — zo is wetenschappelijk bewezen — voorkomt besmetting. Onze oproep aan alle Nederlanders is dan ook om niet te verslappen en eensgezind het virus te bestrijden, want alleen samen kunnen we corona verslaan.

Ter afsluiting noem ik nog twee citaten om te overdenken. "Ik laat me niet inenten met die rotzooi", aldus de stoere burger. "Wat denk je wat ze je inspuiten als je straks met corona op de ic in het ziekenhuis ligt?", aldus de bezorgde buurman.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Raven. Dan geef ik het woord aan de heer Otten namens de Fractie-Otten.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Otten (Fractie-Otten):

Voorzitter. Van "too little, too late" naar "too late, too much". Dat is de kernachtige samenvatting van de corona-aanpak van het kabinet-Rutte en van minister De Jonge. De voorgenomen Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen is daar het zoveelste voorbeeld van.

Toen Nederland in de zomer van 2020 massaal moest gaan testen, was het testbeleid een chaos en ging minister De Jonge op vakantie. Terwijl het vuur voor de tweede en derde golf smeulde, ging onze nationale brandweercommandant ervandoor, denkend dat de brand bedwongen was. Tóén had het kabinet voorbereidingen moeten treffen voor de testsamenleving, en niet nu, een jaar later. Deze testwet is nu mosterd na de maaltijd. Wat er nu moet gebeuren, is het vaccinatiebeleid versnellen om het virus zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Veel tijd is verdaan met typisch Nederlands geneuzel over wie eerder een prik mocht hebben, en hoe het allemaal binnen de stroperige, onwerkbare polderstructuur en via de huisartsen ingepland moest worden. Dat had natuurlijk veel grootschaliger en daadkrachtiger aangepakt moeten worden. Daarmee is erg veel kostbare tijd verloren gegaan, tijd waarin mensen niet beschermd zijn en waardoor het coronavirus zich onnodig verder heeft kunnen verspreiden.

In de zomer van 2020 had vol op het plannen van het vaccinatiebeleid ingezet moeten worden, en had de stroperige polderstructuur, die ten enenmale ongeschikt is om de coronacrisis daadkrachtig aan te pakken, effectief gestroomlijnd moeten worden. Dat is iets waar GGD-chef Rouvoet eindelijk, na ruim een jaar, nu blijkbaar achter is gekomen, gezien zijn betogen in de media vandaag.

In de zomer van 2020 verloor het kabinet de strijd met het coronavirus, zei ik al in oktober vorig jaar bij de behandeling van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, die tijdelijke wet die het kabinet ook vandaag weer wil verlengen. Zo zie je maar, tijdelijke maatregelen duren het langst. Dat is iets waar onze fractie ook vele malen voor gewaarschuwd heeft. Onze fractie heeft vorig jaar tegen deze tijdelijke wet gestemd omdat deze niet proportioneel is en ook niet de rol van deze Eerste Kamer voldoende waarborgt. Wij zullen nu dan ook tégen de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 stemmen.

Voorzitter. Dit kabinet en deze minister ontbreekt het aan gevoel voor timing, overzicht en intuïtie. Het is het kabinet helaas niet gegeven om vooruit te denken en proactief te handelen. Dat heeft de coronacrisis wel erg pijnlijk duidelijk gemaakt. De piloot van de crisis zit in de coronacockpit als een wilde op allerlei knopjes te drukken. "Wat zou er gebeuren als ik op het knopje "coronamelder" druk? Hm, er gebeurt helemaal niks, dus laat ik eens op de knop "testwet" drukken." Het vliegtuig begint alle kanten op te stuiteren, de passagiers grijpen massaal naar de kotszakjes, maar de minister vindt het allemaal prachtig en gaat doodleuk op de ingeslagen koers verder. En de coalitie, gesteund door de fractie van GroenLinks die tegenwoordig werkelijk door elke hoepel van het kabinet springt om maar te mogen meeregeren, gaat er tegen beter weten in mee akkoord.

Waar is hier het voortschrijdend inzicht? De coronasituatie verandert van dag tot dag. We moeten niet doorgaan met een ondoordachte en onlogische wet omdat het kabinet nu eenmaal aan dit wetgevingsproject is begonnen. Het doet denken aan een piloot die koste wat kost en tegen beter weten in de landing door wil zetten terwijl de copiloot zegt: zou je dat nou wel doen? Mij bekruipt steeds meer het gevoel alsof we naar een aflevering van Aircrash Investigation zitten te kijken. De piloot vliegt te langzaam en te laag, drukt op de verkeerde knopjes en verliest steeds meer de controle over het vliegtuig. Als kijker zit je te wachten op de onvermijdelijke crash. Laten we hopen dat het eindigt met een buiklanding en dat de passagiers op tijd met de schrik vrijkomen.

Voorzitter. Deze Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen brengt ook een miljard euro aan kosten met zich mee voor de zogenaamde testsamenleving. Dit gratis belastinggeld wordt uitgedeeld door een speciaal daarvoor in het leven geroepen stichting, die dat ook nog eens naar geheel eigen inzicht kan doen en niet onderworpen is aan democratische controle. Dit is Sywert on Steroids. Er hebben zich dan ook al meteen allerlei handige lieden gemeld die denken: als de overheid geld uit het raam gaat smijten, dan gaan wij wel klaarstaan om het op te rapen. We hebben de berichten in de kranten kunnen lezen over allerlei dubieuze testbedrijven die nu als paddenstoelen uit de grond schieten.

Laat het duidelijk zijn: wij zijn zeker niet tegen het uitgeven van veel geld om de coronacrisis te bestrijden, maar doelmatigheid moet daarbij wel vooropstaan. Onze fractie heeft de wonderlijke gang van zaken rond de 100 miljoen voor de ongebruikte, afgekeurde mondkapjes van Sywert van Lienden dan ook met grote interesse gevolgd. Bijzonder knap hoe deze CDA-charlatan met zijn kompanen onder het mom van liefdadigheid tientallen miljoenen heeft op weten te strijken. Hoeveel is er eigenlijk aan Sywerts strijkstok blijven hangen, vraag ik aan de minister van VWS. Maar de oorzaak van dit fiasco ligt natuurlijk vooral bij de verantwoordelijke bewindspersonen. Eerst werden de aanwezige mondkapjes naar China gestuurd en daarna werd in het wilde weg en in blinde paniek maar van alles aangekocht. Er liggen nu elf pakhuizen vol met ongebruikte mondkapjes en hulpmiddelen, ter waarde van ruim 1 miljard euro, die binnenkort vernietigd moeten worden. Misschien kunnen we deze dure mondkapjes verbranden voor energieopwekking in plaats van onze bomen daarvoor te gebruiken via biomassa. Dan doen we toch nog iets duurzaams met deze hulpmiddelen.

Voorzitter. Vorige week sloeg president Arno Visser van de Algemene Rekenkamer alarm over de ruim 5 miljard die is uitgegeven door het ministerie van VWS en die niet verantwoord kan worden bij het ministerie van minister De Jonge. Het blijkt dat dit probleem al langer speelt bij het ministerie van VWS, maar door de coronacrisis en de enorme bedragen die daarmee gemoeid zijn, komen deze zaken nu op schrikbarende wijze aan het licht.

Wij vrezen dan ook dat de gang van zaken rondom de kersverse CDA-miljonair Van Lienden nog maar een tipje van deze financiële ijsberg is. De Algemene Rekenkamer constateerde ook dat het toezicht van het ministerie van Financiën op het ministerie van VWS niet afdoende is. Daarom wil onze fractie dat minister De Jonge per direct onder curatele wordt gesteld om nog meer geldverspilling te voorkomen. Dat kan op basis van de Comptabiliteitwet. Artikel 7.23 van de Comptabiliteitwet bepaalt namelijk dat de Algemene Rekenkamer op verzoek van elk van de Kamers der Staten-Generaal een onderzoek kan instellen. Daarom dienen wij dan ook al in eerste termijn een motie hierover in, die ik nu graag wil voorlezen.

De voorzitter:

Door de leden Otten en De Vries wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er door het ministerie van VWS miljarden worden uitgegeven aan allerlei maatregelen verband houdende met de coronacrisis;

constaterende dat de Algemene Rekenkamer onlangs concludeerde dat het ministerie van VWS het afgelopen jaar 5,1 miljard euro belastinggeld op onrechtmatige wijze heeft uitgegeven aan coronamateriaal zoals mondkapjes en testen;

overwegende dat de Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen voorziet in forse bedragen aan extra belastinggeld om een testsamenleving te creëren;

verzoekt de Algemene Rekenkamer op grond van artikel 7.23 van de Comptabiliteitswet op korte termijn een onderzoek in te stellen naar de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de uit te geven bedragen direct of indirect verband houdende met de Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter BG (35526, 35807).

De heer Otten (Fractie-Otten):

Tot slot zou onze fractie het kabinet willen oproepen om de vaccinatiebereidheid omhoog te krijgen, de voorlichting aan de bevolking te verbeteren en de confrontatie aan te gaan met allerlei antivaxers en complotdenkers, en dit niet alleen aan de Belgische viroloog Marc van Ranst over te laten.

Voorzitter. Wij zien uit naar de beantwoording van de zijde van het kabinet en wensen de heren Karakus en Keunen alvast veel succes met hun maidenspeech.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Otten. Dan geef ik het woord aan de heer Van Dijk namens de fractie van de SGP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Dijk (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Ik ga mijn collega's Karakus en Keunen nog niet feliciteren met hun maidenspeech. Ik wil eerst even horen wat voor verhaal ze gaan houden. Ik wens ze natuurlijk alvast wel veel succes daarbij.

Voorzitter. Een koning mag niet te veel paarden aanschaffen. Dat is een concreet voorschrift uit het bijbelboek Deuteronomium. Paarden betekenden macht. Te veel macht concentreren bij de koning, bij de overheid zouden we zeggen vandaag, is niet zomaar goed, zo zegt dit bijbelgedeelte. Macht kan ontsporen en verslavend werken. En het blijkt moeilijk om er op een gegeven moment weer afstand van doen. Dat is best een tijdloze les, zeker nu we zijn aanbeland in een tijd waarin de overheid beslist dat het voor mij kennelijk essentiëler is om een vrouwenlichaam te kunnen huren dan om naar een schilderij te kijken.

Volgens oud-president van de VS, Ronald Reagan, waren de engste woorden die je als burger kon vernemen: ik ben van de overheid, en ik kom u helpen. Een oneliner waarop uiteraard het nodige is af te dingen, zeker in tijden waarin de volksgezondheid acuut wordt bedreigd. Toch schuilt achter deze zin een diepe waarheid. De overheid moet haar grenzen kennen. Het is niet per definitie socialer of veiliger om zo veel mogelijk verantwoordelijkheden toe te kennen aan de overheid. Opeenhoping van macht is voor ieder instituut riskant. Achter elk instituut schuilen immers mensen, die niet als vanzelf zijn aangelegd op het goede. Juist de zondigheid en onvolmaaktheid van mensen moet ons principieel voorstander maken van democratie en machtenspreiding.

Gezien de routeplanner van het kabinet zijn we op weg naar de uitgang van de pandemie. Steeds meer mensen hebben het ziekteproces doorlopen of worden ingeënt. Het einde komt dichterbij, zo is de inschatting. Ik verwijs natuurlijk ook naar de gunstige cijfers. Gelukkig, vanuit het oogpunt van de zorg, maar ook vanuit sociaal en economisch oogpunt. Het is ook gelukkig vanuit een ander gezichtspunt. De overheid heeft het afgelopen jaar immens veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden naar zich toegetrokken. Noodzakelijk vanwege de volksgezondheid, maar diep ingrijpend voor de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke vrijheden. Daaraan mogen we niet wennen.

Vanuit de SGP zien wij de overheid als dienares van God; een hoge roeping. Maar een overheid kan ook een schadelijke albedil worden en haar bevoegdheden overschrijden, met een beroep op een hoger doel. Zij kan boven haar macht grijpen ten koste van de burger en zijn vrijheden, maar ook van bijvoorbeeld kerken. Daarom is het bij uitstek een verantwoordelijkheid van het parlement om er scherp op toe te zien dat het uitzonderlijke geen regel wordt. Zodra de situatie het toelaat, moet de overheid terugtreden. Dat laatste gaat niet automatisch, integendeel.

Bijzonder is dat het kabinet nu, met de haven in zicht, opnieuw met forse wetgeving en maatregelen komt, die grondrechten inperken en hoge kosten met zich brengen. Voor een korte periode. Althans, dat is de hoop. We weten best hoe rekbaar het begrip "tijdelijk" is. En dan de kosten! Waarom steekt het kabinet die befaamde één miljard euro niet in ic-bedden, gezondheid en preventie? Ik verwijs ook naar het recente manifest van ziekenhuizen, zorgverzekeraars en artsen die de investering in testevenementen "een kostbare impulsaankoop" noemen. Komen de huidige voorstellen niet als de befaamde mosterd na de maaltijd? Ook op dit moment, nu we de testwet bespreken, spoelt het geld voor de testsamenleving weg. De betrokken commerciële testbedrijven worden niet betaald per verrichte test, maar slechts voor beschikbaar gestelde capaciteit. Hoe valt te verdedigen dat commerciële partijen al sinds 1 mei jongstleden worden betaald voor diensten die niet worden afgenomen? Klopt het dat die partijen zelf juist wel per uitgevoerde test betaald wilden worden? Graag nadere uitleg over deze bijzonder filantropische financieringsconstructie vanuit VWS.

Voorzitter. Het voorgaande maakt dat de SGP kritisch staat voorgesorteerd ten opzichte van de onderhavige voorstellen. Heeft het kabinet, ook zonder de nieuwe voorstellen, al geen royale gereedschapskist ter beschikking om ons door de pandemie te leiden?

Voorzitter. De Afdeling advisering van de Raad van State merkt naar aanleiding van het wetsvoorstel quarantaineplicht op dat de noodzaak, de proportionaliteit en de effectiviteit van de quarantaineplicht onvoldoende vaststaan in het licht van de verregaande inbreuken die het maakt op een aantal grondrechten. Wat de SGP betreft staat deze kritiek op het wetsvoorstel nog als een huis. Deze kritiek wordt bepaald niet malser als we hierbij expliciet de handhaving van de maatregelen betrekken. Erkent de minister dat er op deze terreinen niet wezenlijk tegemoet is gekomen aan het negatieve oordeel van de Raad van State?

Zo wordt er gecontroleerd via belteams: goedemorgen, u spreekt met de overheid en ik wil graag controleren of u thuis bent. Je zou zomaar verlangen naar een drastische uitbreiding van het bel-me-nietregister.

Voorzitter. Controle via belteams, maar wie niet bereikbaar is, krijgt geen boete. En voor het wegverkeer heeft de politie subiet aangegeven dat ze geen extra mensen hebben voor handhaving van de quarantainewet. Ik noem uiteraard ook de hartenkreet van de VNG dat de sliert aan coronaregels zowel voor burgers en bedrijven als voor de handhavers niet meer te behappen is. De handhaving is niet sluitend meer te krijgen, zo waarschuwt de VNG. Ze voegt hieraan toe dat invoering van de beoogde testsamenleving gaat leiden tot een belangrijke tweedeling. Leggen de ministers deze kreet dan gewoon naast zich neer? Hebben we nog steeds niet geleerd hoe essentieel uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid dienen te zijn in het wetgevingsproces?

Voorzitter. Volgens het kabinet dienen de toegangstesten ertoe om sectoren in de samenleving op verantwoorde wijze sneller te kunnen heropenen en maatregelen eerder te versoepelen. Een fors deel van de organisaties waar dit wetsvoorstel betrekking op heeft en voor wie het kabinet dit dus allemaal wil doen, heeft zich echter bijzonder negatief geuit over het voorliggende wetsvoorstel. Ik denk aan het overgrote deel van de horecaondernemers die niet bereid zijn om een testbewijs als voorwaarde voor toegang in een horecabedrijf in te zetten. De culturele sector noemt de voorstellen zelfs een nekslag voor de culturele sector. Waarmee zijn we dan bezig?

Ik verwijs bovendien naar de vernietigende commentaren van medici —collega Van der Voort raakte daar ook aan — die zeggen dat het grootschalig testen van mensen zonder indicatie een onzuivere methode van diagnostiek is die pseudoveiligheid creëert. Het testen van gezonde mensen is simpelweg niet doelmatig, zo becijferen zij. Ik verwijs onder meer naar het stevige artikel van gisteren van Follow the Money. Daarom mijn vraag: is het kabinet in staat om de voorstellen - met de coronacijfers van nu - nog eens op afstand te bekijken en daarbij uitdrukkelijk de optie te beschouwen om af te zien van de voorgestelde geldverslindende maatregelen?

Voorzitter. Alleen samen krijgen we corona onder controle, zo luidt de slogan.

De heer Van der Voort (D66):

Ik vraag me af of meneer Van Dijk er misschien voorstander van is om een drempelwaarde in te bouwen waaronder het niet meer zinvol is om die test in te zetten en waarboven het wel zinvol is om die test in te zetten. Is dat een manier die voor hem wel acceptabel is?

De heer Van Dijk (SGP):

Ik vond het interessant en ook best heel dapper, eerlijk gezegd, dat u de minister die vraag stelde, omdat u daarmee suggereerde dat als het kabinet niet heel helder inzichtelijk kan maken of we momenteel aan die drempelwaarde zitten, u nog best even wilt nadenken over uw stemgedrag. Althans, zo heb ik u beluisterd. Ik vond de heer Backer ietsje royaler, maar ik wil uiteraard geen wig drijven tussen de woordvoerders van D66. Ik vond het dapper. Ik heb aangegeven — en ik ga uiteraard straks goed luisteren naar de ministers — dat, als dit wetsvoorstel in november of december had voorgelegen, ik het heel moeilijk had gevonden. Dan had ik gezegd: misschien heeft het echt wel nut en wil ik er serieus over nadenken of het helpt. Maar nu — ik liet de term al vallen — vind ik het mosterd na de maaltijd. Het is te laat in mijn ogen. Ik zou nu niet durven zeggen "laten we dit nog gaan doen", tenzij de ministers echt weten aan te tonen dat de besmettingscijfers nu nog zo hoog zijn, dat ook al die voorgenomen testen wel degelijk een betrouwbare uitslag kunnen laten zien en geen pseudoveiligheid tonen.

De heer Van der Voort (D66):

Je zou je dus voor kunnen stellen dat je een maatregel als deze wel in je zogenaamde gereedschapskist hebt, maar dat je dan met elkaar afspreekt wanneer je die maatregel wel en wanneer je die niet inzet.

De heer Van Dijk (SGP):

Ik begrijp het. Dan verwijs ik naar de rest van mijn betoog. Ik denk dat de gereedschapskist van de overheid op dit ogenblik meer dan voldoende gevuld is. Als ik kijk waar we nu zitten en ik kijk naar de routeplanner van het kabinet, dan kan ik concluderen dat we op weg naar de uitgang zijn en dat we het hiermee gaan redden. Dan vind ik dit instrument, met alle kosten en juist voor zo'n korte termijn, niet proportioneel. Ik heb ernstige vragen over de effectiviteit.

De voorzitter:

De heer Van der Voort, derde.

De heer Van der Voort (D66):

Ik begrijp dat u dit instrument hoe dan ook niet nodig acht naast de maatregelen en de instrumenten die er al zijn.

De heer Van Dijk (SGP):

Nee. Nogmaals, u kent de SGP, ik ga echt heel goed luisteren naar wat minister De Jonge en de andere ministers gaan zeggen, maar op dit moment staan wij inderdaad echt kritisch voorgesorteerd.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

U refereert aan de situatie vorig jaar, waarin we geconfronteerd werden met scherp oplopende cijfers. We gaan deze zomer min of meer hetzelfde doen als vorig jaar. We gaan namelijk op vakantie, we komen weer terug en we gaan daarbij ook naar plaatsen toe waar het grootste deel van de mensen nog niet is ingeënt, waar nieuwe varianten kunnen ontstaan en we ook nieuwe varianten mee terug kunnen nemen. Daarnaast zijn er ook mensen die op vakantie zullen gaan zonder dat ze zijn ingeënt, bijvoorbeeld op basis van een negatieve test. Ook deze mensen kunnen natuurlijk varianten mee terug nemen. Mijn fractie denkt dat het heel realistisch is dat we daardoor in september/oktober oplopende cijfers zullen zien onder groepen die zich nog niet hebben ingeënt. Dat is ook een van de redenen waarom wij denken dat het wel belangrijk is …

De voorzitter:

Wat is uw vraag, mevrouw Kluit?

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik kom daarop. Wij denken dat het belangrijk is om dit instrument in de koffer te hebben, omdat het vergeleken met het sluiten van hele sectoren voor iedereen, een relatief beperkt instrument is. Bent u dat met mij eens?

De voorzitter:

De heer Van der Voort.

De heer Van Dijk (SGP):

Van Dijk.

De voorzitter:

De heer Van Dijk! Hoe kan ik u door elkaar halen?

De heer Van Dijk (SGP):

Dat geeft niet. Ik vind het best ook een compliment.

De voorzitter:

Het is een compliment hoor.

De heer Van Dijk (SGP):

Ik begrijp uw punt, maar wij kijken er echt anders naar. Nogmaals, daarbij baseer ik me juist op wat het kabinet uitstraalt. We zitten inmiddels geloof ik op 8 miljoen prikken. Over een of twee maanden zijn we nog veel verder. Volgens mij moeten we dan een situatie hebben waarin we wel in control zijn. Kijk, u zegt: misschien komt er een nieuwe variant uit het buitenland. Ja, risico's zullen altijd blijven bestaan, maar dat vind ik eerlijk gezegd ook een gevaar. Die risico's zullen er altijd zijn en het zal voor de overheid altijd verleidelijk zijn om die gereedschapskist nog voller te maken, want je weet maar nooit. Zo'n samenleving is niet wat ik versta onder vrijheid. Dus: nee, toch niet.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik wil het even goed formuleren …

De voorzitter:

Denkt u rustig even na.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik hoor een aantal fracties in deze Kamer die de minister behoorlijk op de grill leggen over dat wij too little, too late zijn in ons beleid, maar daar spelen wij zelf als parlement ook een rol in. Wij houden het kabinet kort op de momenten dat er in het besmettingsniveau ruimte is. Als parlement voorkomen wij soms dat er maatregelen worden voorbereid die zorgen dat we nieuwe uitbraken snel kunnen aanpakken. Het instrument van de toegangstesten en de toegangsbewijzen is er juist om ervoor te zorgen dat we het snel in de vingers kunnen hebben en dat we grote uitbraken kunnen voorkomen. Ik houd nog een keer een pleidooi bij de heer Van Dijk: is het in dat licht dan toch niet een goed instrument, met de waarborgen van bijvoorbeeld het minimumaantal besmettingen?

De heer Van Dijk (SGP):

Ik begrijp uw vraag. Uw vooronderstelling is wel: beste mensen, we zijn helemaal nog niet op weg naar de uitgang en de kans is reëel dat we weer een keer een duik maken. Nogmaals, juist gegeven de informatie die we krijgen van het kabinet en de ontwikkeling van de cijfers — en we weten hoe het gaat met het vaccineren; steeds meer mensen hebben het proces doorlopen — ben ik dus optimistischer dan u.

Dan uw eerste punt. Ja, we moeten wel klaar zijn op het moment dat het ertoe doet. Dat is nu precies mijn verwijt naar dit wetsvoorstel. Als dit hier een halfjaar geleden gelegen had, had ik gezegd: we kunnen een aantal sectoren eerder openen dan we gehoopt hadden. Nu zijn we al heel dicht bij de uitgang. Nu zeg ik: jongens, laten we erop inzetten dat alle sectoren voor alle inwoners weer opengaan en dat we geen selecties maken.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Laatste vraag: mocht de minister in zijn beantwoording aangeven dat we helemaal niet op weg zijn naar de uitgang, dat we hem misschien wel zien, maar dat we ook nog wel wat omwegen kunnen tegenkomen, is de SGP dan bereid om haar standpunt te herzien?

De heer Van Dijk (SGP):

Ik heb al meerdere keren gezegd: ik ga heel goed luisteren naar minister De Jonge en naar andere ministers. Dat doen we ook nu.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik kan me een heleboel argumenten die de collega noemt, voorstellen bij de kritische vragen die hij heeft rondom de testwet. Maar ik heb wel een vraag. Wat wilt u uiteindelijk als SGP? U wilt veel vrijheid en u hebt als partij moeite om aan te geven dat het goed is om je te laten vaccineren. Stel je voor dat de besmettingsniveaus weer toenemen en we dan toch de gelegenheid geven aan ondernemers en aan vele andere hardwerkende mensen, waaronder de culturele sector, om in bepaalde gevallen iets te doen, waarom stelt u dan toch uiteindelijk die kritische vragen? Welk alternatief heeft u dan?

De heer Van Dijk (SGP):

Ik heb geprobeerd in mijn hele betoog aan te geven dat ik het op dit moment niet meer proportioneel en onvoldoende effectief vind. Nogmaals, had dit er een halfjaar geleden gelegen, dan hadden we het perspectief kunnen schetsen van: een heleboel is nog dicht, maar via deze route kunnen we een aantal sectoren toch naar voren halen. Maar nu zitten we zo dicht bij het moment dat we het voor iedereen naar voren kunnen halen. Dan vind ik het inderdaad niet meer proportioneel en ongelofelijk duur om nu nog een testsamenleving op te tuigen voor de relatief korte tijd voordat iedereen is ingeënt of het hele proces heeft doorgemaakt. De proportionaliteit en de effectiviteit zijn voor mij gewoon niet vastgesteld.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik kan me daar echt wel iets bij voorstellen, en dat is ook het punt niet. Maar we gaan nu de zomer tegemoet; we weten niet wat er in het najaar gebeurt. Dus als ik uw woorden positief interpreteer, dan kunt u zich voorstellen dat we bij toenemende besmettingscijfers toch dit soort wetten nodig hebben, als alternatief.

De heer Van Dijk (SGP):

Ja, daar zegt u wat. Laten we hopen dat het niet gebeurt. Maar zouden we weer terugvallen naar de situatie van vorig jaar, dan zullen we elkaar hier weer ontmoeten en dan gaan we dan weer bekijken hoe het met proportionaliteit, effectiviteit, kosten et cetera zit.

Voorzitter. Ik was bij mijn laatste alinea. Alleen samen krijgen we corona onder controle, luidt de slogan. Als dat zo is, laten we daar dan ook naar handelen. Samen werken we momenteel aan immuniteit, via vaccinatie of via het meemaken van het ziekteproces, en samen houden we ons aan de beperkingen voor iedereen, inclusief de afgesproken hygiënemaatregelen: afstand houden, mondkapje op, handen wassen. Alleen samen krijgen we corona onder controle. Betekent dit dan ook niet: samen thuis, samen uit? Daarom een dringende oproep aan het kabinet: stop al het geld en alle inzet voor de nu gepresenteerde voorstellen in het sneller openen van de samenleving voor alle inwoners en voor alle sectoren.

Voorzitter. Ik zie dat ik nog een minuut heb voor een juridisch punt dat ik nog graag wil maken. Er is inmiddels zo'n 300 miljoen uitgegeven aan pilots met toegangstesten voor voetbal, het Songfestival en dat soort vertoningen. Dat is gelopen via artikel 2.27, lid 2 van de Comptabiliteitswet. Daarvoor is een beroep gedaan op "in het belang van het Rijk". Al luisterend naar de andere collega's heb ik de memorie van toelichting erop nageslagen. Ik vraag me werkelijk af of dit een juridisch houdbare route is. Rekt het kabinet langs deze weg de bevoegdheden niet enorm op? Betekent dit geen inperking van het begrotingsrecht van het parlement? Daar nog graag een reflectie op.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u daarmee aan het eind van uw inbreng bent gekomen. Mevrouw De Bruijn-Wezeman, namens de VVD.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Samen krijgen we corona eronder. Ik denk dat dat een terechte oproep van meneer Van Dijk is. Ik wil niet stigmatiseren, maar ik weet dat een deel van uw achterban toch om principiële redenen tegen vaccineren is. Bent u ook bereid om daartoe op te roepen, omdat dat ook een onderdeel van het "samen" is? Laat je vaccineren, want zo krijgen we samen corona eronder. Hoe staat u tegenover dat soort oproepen, ook aan uw achterban?

De heer Van Dijk (SGP):

Oproepen om je te laten inenten ... Waar wij vooral in geloven, ook omdat dat het meest effectief is: zorg dat mensen eerlijke en betrouwbare informatie krijgen aangereikt en dat ze zich inderdaad niet hoeven te laven aan allerlei bizarre websites en dergelijke. Uiteindelijk is wel of niet inenten een persoonlijke vraag. U heeft het over mijn achterban en dit is een vraag die de achterban beantwoordt door op te zien, omhoog, naar de Heere God: wat is de weg die de Bijbel ons wijst? Daar wordt door ons verschillend over gedacht en dat respecteren wij. Maar nogmaals, dat vaccinatie meehelpt aan het indammen van deze pandemie, zal ik op geen enkele manier weerspreken. Dat zijn de feiten en die eerlijke informatie proberen wij ook waar mogelijk te delen, ook met onze achterban.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dijk. Ik schors de beraadslaging en de vergadering voor de lunchpauze tot 13.30 uur.

De beraadslaging wordt geschorst.

De vergadering wordt van 12.13 uur tot 13.34 uur geschorst.