35.518

Wijziging huurverhogingsmogelijkheden en inkomensgrenzen Woningwet



Dit voorstel omvat wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en de Woningwet om de volgende maatregelen in wetgeving te verwerken:

  • Differentiëren van de DAEB-inkomensgrens naar huishoudenssamenstelling met als doel om de toewijzing van de DAEB-huurwoningen doelmatiger te richten op de betaalbaarheid voor de doelgroep van woningcorporaties. Hiermee wordt beoogd de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor meerpersoonshuishoudens (waaronder gezinnen) met lage middeninkomens binnen de huursector te verbeteren. Hiernaast wordt lokaal ruimte geboden om prestatieafspraken te maken over een vergroting van de vrije toewijzingsruimte met als doel om woningcorporaties, gemeenten en huurdersorganisaties gezamenlijk de mogelijkheid te geven om maatwerk toe te passen in de woningtoewijzing waar zij dit noodzakelijk vinden;
  • Aanpassing van de inkomensafhankelijke hogere huurverhoging met als doel om de huidige systematiek effectiever te maken en om van huishoudens met hoge (midden)inkomens in de sociale huursector een meer bij de woningkwaliteit passende huur te kunnen vragen;
  • Het mogelijk maken van een hogere huurverhoging voor woningen met een zeer lage huur met als doel om versneld tot een meer reële balans te komen tussen prijs en kwaliteit van deze woningen.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (TK, 2) is op 8 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: Krol, 50PLUS, D66, VVD, SGP, CDA, ChristenUnie en FVD.

Tegen: SP, PvdA, GroenLinks, DENK, PVV, PvdD en Van Kooten-Arissen

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 23 maart 2021 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Voor: SGP, CDA, Fractie-Nanninga, VVD, GroenLinks, SP, 50PLUS, PvdA, OSF, D66, FVD, Fractie-Otten en ChristenUnie.

Tegen: PVV en PvdD.

Tijdens de plenaire behandeling van het voorstel op 16 maart 2021 zijn drie moties ingediend. Over twee moties werd op 23 maart 2021 gestemd. De derde motie werd aangehouden.

Dit wetsvoorstel werd door de Eerste Kamer plenair gezamenlijk behandeld met het Initiatiefwetsvoorstel-Nijboer Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten (35.488) en het wetsvoorstel Tijdelijke huurkorting (35.516).

De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) heeft op 13 juli 2021 de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 juli 2021 over actualiteit in het huurbeleid en over betere benutting van de woningvoorraad (EK 34.373 / 27.926 / 35.488 / 35.516 / 35.518 / 35.578, N met bijlagen) besproken en besloten de brief op enig moment na het zomerreces opnieuw te agenderen met het oog op schriftelijk overleg met de regering.

De Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) levert op 14 september 2021 inbreng voor schriftelijk overleg over de brief van de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst van 30 juni 2021 (EK 35.518 / 35.572, G met bijlage) over de evaluatie van de verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning en over de aangenomen motie-Van der Linden (Fractie-Nanninga) c.s. over onderzoek naar verruimen van schenking van ouders aan kinderen ten behoeve van een eigen woning (EK, F).


Kerngegevens

ingediend

3 juli 2020

titel

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en van de Woningwet (wijziging huurverhogingsmogelijkheden en inkomensgrenzen Woningwet)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld


Documenten