E160044
  ruit icoon
Laatste revisie: 20-07-2018

E160044 - Voorstel voor een richtlijn voor een gemeenschappelijke vennootschapsbelasting (Common Corporate Tax Base - CCTB)



Het voorstel bevat regels voor vaststellen van de heffingsgrondslag, zoals gezamenlijke anti-misbruik bepalingen. Nieuw ten opzichte van het voorstel uit 2011 is dat dit voorstel een extra grote aftrek biedt voor research & development activiteiten. 


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 5 juni 2018 vond er een mondeling overleg plaats met de staatssecretaris van Financiën over onder andere de CC(C)TB voorstellen. Het mondeling overleg is online terug te kijken.

Europees

In de geannoteerde agenda van de Ecofinraad van 12 en 13 juli 2018 (21.501-07, L) werd op verzoek van het Tweede Kamer lid Snels een reactie gegeven door de regering op het gezamenlijke standpunt van Duitsland en Frankrijk over het CCTB-voorstel in de Meseberg VerklaringPDF-document


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een richtlijn van de Raad voor een gemeenschappelijke vennootschapsbelasting (Common Corporate Tax Base - CCTB)

document Europese Commissie

COM(2016)685PDF-document, d.d. 25 oktober 2016

rechtsgrondslag

Artikel 115 VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

Op 5 juni 2018 vond er een mondeling overleg plaats met de staatssecretaris van Financiën over onder andere de CC(C)TB voorstellen. Het mondeling overleg is online terug te kijken.

Op 9 mei 2018 stuurde de Staatssecretaris van Financiën een brief aan de Eerste Kamer waarin onder andere wordt ingegaan op ontwikkelingen over de onderhandelingen van de C(C)CTB voorstellen in de Raad. Het verslag van een schriftelijk overleg is betrokken bij een mondeling overleg met de staatssecretaris van Financiën op 5 juni 2018.

Op 27 september 2017 voerden de leden Van de Ven (VVD) en Van Rij (CDA) een gesprek met Europarlementariër Paul Tang over het CCTB- en het CCCTB-voorstel.

Op 12 september 2017 heeft de commissie Financiën besloten om de brief van de regering van 7 september 2017 (34.604, F) voor kennisgeving aan te nemen.  

Op 7 september 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën geantwoord op de brief over de afspraken inzake de informatievoorziening over de C(C)CTB-voorstellen. Op 12 september 2017 bespreekt de commissie Financiën het verslag van het schriftelijke overleg (34.604, F).

Op 11 juli 2017 besloot de commissie om het gesprek met de rapporteurs van het Europees Parlement over de C(C)CTB-voorstellen te laten plaatsvinden op 27 september. Een aantal leden hebben zich voor dit gesprek aangemeld. 

De commissie besloot op 27 juni 2017 in te gaan op het verzoek van de rapporteurs van het Europees Parlement om te spreken over de CCTB- en CCCTB-voorstellen en vraagt de griffie om hiervoor een datum in september 2017 te plannen. 

Op 23 juni 2017 hebben de rapporteurs in het Europees Parlement, de heren Paul Tang en Alain Lamassoure verzocht om een overleg met de commissie over de C(C)CTB-voorstellen.

Op 2 juni 2017 stuurde de Europese Commissie haar reactie op de subsidiariteitsbezwaren die de Eerste Kamer had ingediend over de C(C)CTB-voorstellen en het voorstel over hybride mismatches (zie 34.604, B). Op 13 juni 2017 besprak de commissie Financiën deze reactie en heeft deze voor kennisgeving aangenomen. Naar aanleiding van het gesprek met de staatssecretaris acht de commissie het aangewezen om op niveau van de Kamer een brief aan de regering sturen om te komen tot schriftelijke afspraken over de toekomstige informatievoorziening aan de Kamer omtrent Europese voorstellen. 

De commissie besprak het verslag van een schriftelijk overleg (34.604, D) op 23 mei 2017 en besloot om mogelijk in mondeling overleg te treden met de staatssecretaris. De leden Van de Ven (VVD), Van Rij (CDA) en Backer (D66) voeren eerst op 6 juni 2017 informeel overleg met hem over de procedurele gang van zaken. 

Op 16 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën zijn reactie gestuurd op de brief van 19 april 2017 inzake de vragen die de commissie stelde over de informatievoorziening van de regering tijdens de onderhandelingen over de vennootschapsbelastingvoorstellen (34.604, D).

De commissie Financiën stemde op 18 april 2017 in met de concept commissiebrief aan de staatssecretaris van Financiën over de behandeling van het pakket vennootschapsbelastingen. De brief is op 19 april 2017 verstuurd. 

Op 4 april 2017 besprak de commissie het verslag van een schriftelijk overleg (34.604, C) en besloot zij de staf te verzoeken een brief op te stellen aan de staatssecretaris over de informatievoorziening aan de Eerste Kamer tijdens de voortgang van het dossier.  

De staatssecretaris van Financiën stuurde een reactie op 29 maart 2017 (34.604, C) over de twee brieven die de commissie Financiën op 20 en 27 januari 2017 verstuurde over de (C)CCTB-voorstellen en hybride mismatches. 

Aanvullende schriftelijke vragen van de fractie van de CDA over de (C)CCTB-voorstellen zijn op 27 januari 2016 per brief verstuurd aan de minister van Financiën. 

Op 20 januari 2017 is een brief met vragen aan de minister van Financiën gestuurd in aanvulling op de eerder gemaakte subsidiariteitsbezwaren bij de Europese Commissie over (C)CCTB-voorstellen en het voorstel inzake hybride mismatches.

Op 17 januari 2017 besprak de commissie Financiën of zij in schriftelijk overleg wil treden over de voorstellen waarop zij eerder subsidiariteitsbezwaren heeft ingediend. De fracties van de VVD en CDA hebben aangegeven schriftelijke inbreng te leveren over het voorstel inzake hybride mismatches (E160046) en de (C)CCTB-voorstellen (E160043 en E160044).  

Op 21 december 2016 is de brief met subsidiariteitsbezwaren van de Eerste Kamer over de drie voorstellen uit het Pakket Vennootschapsbelasting aan de Europese Commissie verstuurd.  

De subsidiariteitsoordelen van de fracties VVD en CDA over 3 voorstellen uit het pakket Vennootschapsbelasting over de CCTB, de CCCTB en hybride mismatches (zie E160043E160044E160046) zijn naar de plenaire vergadering doorgeleid. Op 20 december 2016 heeft de Eerste Kamer tijdens de plenaire vergadering per voorstel gestemd over deze subsidiariteitsbezwaren. Na stemming bij zitten en opstaan zijn de bezwaren vastgesteld.

Op 29 november 2016 besprak de commissie Financiën de verdere behandeling van de voorstellen bij het EU-pakket Vennootschapsbelasting en besloot het pakket te agenderen op 13 december 2016 om het te toetsen aan de subsidiariteit.   

Op 22 november 2016 besprak de commissie Financiën de BNC-fiches van de regering over de voorstellen inzake vennootschapsbelasting. Tijdens de vergadering werd aangegeven dat een aantal fracties behoefte heeft aan schriftelijk overleg met de regering. Ook gaf een aantal fracties te kennen subsidiariteitsbezwaren te hebben ten aanzien van de voorstellen. De commissie besluit kennis te willen nemen van (eventuele) inbreng vanuit de Tweede Kamer ter zake. De commissie besluit hierna het pakket opnieuw te agenderen, op 29 november 2016 of 6 december 2016.  

De commissie Financiën besprak de voorstellen met betrekking tot vennootschapsbelasting in de EU op 8 november 2016 (zie ook E160042E160043E160045 en E160046) en besloot de kabinetsappreciatie over de voorstellen af te wachten.


Behandeling Tweede Kamer

De Tweede Kamer stemde op 22 december 2016 over een motie bij het voorstel over hybride mismatsches (E160046). Op 23 december 2016 is de brief aan de Europese Commissie verstuurd over het negatieve subsidiariteitsoordeel.

Op 20 december 2016 heeft de Tweede Kamer de subsidiariteitsbezwaren bij de voorstellen over een CCTB en CCCTB naar de Europese Commissie gestuurd. 

Op 15 december 2016 heeft de commissie voor Europese Zaken een conceptbrief met de uitkomsten van een subsidiariteitstoets over de voorstellen inzake een CCCTB (COM(2016)683PDF-documentE160043) en een CCTB (COM(2016)685PDF-documentE160044) ter stemming voorgelegd aan de Tweede Kamer. Op 20 december 2016 heeft de Tweede Kamer bij stemming besloten de subsidiariteitsbezwaren zoals voorgesteld door de commissie voor Europese Zaken te ondersteunen.

De Tweede Kamer heeft op 6 december 2016 het behandelvoorbehoud bij het EU-pakket vennootschapsbelasting opgeheven.

Op 1 december 2016 is plenair het pakket Vennootschapsbelasting behandeld en is gestemd over de moties die tijdens deze behandeling zijn ingediend. 

De Tweede Kamer stemde op dinsdag 15 november 2016 voor het plaatsen van een parlementair behandelvoorbehoud bij het EU-pakket vennootschapsbelasting.  


Standpunt Nederlandse regering

In de mededeling licht de Europese Commissie de 4 bijbehorende voorstellen uit het EU-pakket vennootschapsbelastingen toe. In fiche 3, dat de regering op 19 november 2016 aan de Kamer toestuurde, reageert het kabinet met name over de twee voorstellen voor een richtlijn inzake de gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCTB) en de consolidatie (CCCTB). ''De nieuwe richtlijnvoorstellen zijn verplicht van toepassing op EU-lichamen en in de EU gelegen vaste inrichtingen van multinationale groepen met een totale geconsolideerde groepsopbrengst van ten minste €750 miljoen en zijn optioneel voor overige ondernemingen binnen de EU.'' 

De gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting is onder andere van toepassing op de wijze waarop de winst wordt berekend, het voorkomen van misbruik en de grensoverschrijdende dimensie van het voorgestelde systeem. Waar in de richtlijn anti-belastingontwijking ervoor gekozen is de switch-over bepaling niet op te nemen, komt deze terug in het CCTB-voorstel. Het voorstel introduceert verder de introductie van een aftrek of een bijtelling die afhankelijk is van de mutatie van het eigen vermogen, een aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en een beperkte grensoverschrijdende verliesverrekening binnen de EU. Het kabinet geeft aan dat er geen ruimte lijkt voor een door veel lidstaten in de belastingwetgeving opgenomen innovatiebox.

Het kabinet betwijfelt of het CCTB-voorstel bijdraagt aan het internationale BEPS-project van de OESO en vindt dat de belangrijkste maatregelen tegen belastingontwijking al in de richtlijn zijn opgenomen. Het implementeren van het nieuwe belastingsysteem zal volgens de regering veel tijd kosten en wijkt het teveel af van het Nederlandse systeem voor vennootschapsbelasting:

  • De vrijstelling op dividend of vervreemdingsresultaat is 10% deelname in plaats van 5%
  • De vrijstelling is van toepassing als het belang minsten 12 maanden wordt gehouden
  • De aftrekkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) is afhankelijk van het S&O-kostenniveau van de onderneming in plaats van de afdrachtvermindering van deze kosten in de loonbelasting
  • Het voorstel bevat geen innovatiebox
  • Onduidelijkheid over toepassing van begrippen als 'goed koopmansgebruik'

Het kabinet is van mening dat het voorstel niet bijdraagt aan de versterking van de interne markt en het klimaat voor het bedrijfsleven binnen de EU en het aanpakken van belastingontwijking. Zij ziet ook geen toegevoegde waarde om op EU-niveau een gemeenschappelijke belastinggrondslag vast te leggen en voorziet de richtlijn  anti-belastingontwijking hier al grotendeels in. De uitvoeringslasten voor de Belastingdienst worden groter, doordat voor de belastingheffing van lichamen er twee systemen ingericht en onderhouden moeten worden (de huidige Nederlandse vennootschapsbelasting en een CCTB). Daarnaast zouden de vennootschapsbelastingopbrengsten kunnen afnemen als verliezen uit andere lidstaten in Nederland in aanmerking worden genomen.

Om deze redenen ziet de regering een bezwaar voor de subsidiariteit en proportionaliteit van het voorstel.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het voorstel maakt deel uit van een initiatief van de Europese Commissie om het voorstel voor geen gemeenschappelijke geconsolideerde vennootschapsbelasting (CCCTB) uit 2011 nieuw leven in te blazen. Voor dat voorstel bleek onvoldoende steun bij de lidstaten. Het huidige voorstel is er op gericht om alsnog een CCCTB aanvaard te krijgen, door eerst regels over een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting af te spreken. Daarna, in een tweede stadium, kan worden gesproken over een geconsolideerde grondslag. Het voorliggende voorstel bevat regels voor vaststellen van de heffingsgrondslag, zoals gezamenlijke anti-misbruik bepalingen. Nieuw ten opzichte van het voorstel uit 2011 is dat dit voorstel een extra grote aftrek biedt voor research & development activiteiten. 


Behandeling Raad

In de geannoteerde agenda van de Ecofinraad van 12 en 13 juli 2018 (21.501-07, L) werd op verzoek van het Tweede Kamer lid Snels een reactie gegeven door de regering op het gezamenlijke standpunt van Duitsland en Frankrijk over het CCTB-voorstel in de Meseberg VerklaringPDF-document

De Ecofinraad hield op 23 mei 2017 een oriënterende gedachtewisseling over het voorstel. 

De Ecofinraad besprak op 7 en 8 november 2016 het Belastingpakket voor een eerlijk, concurrerend en stabiel belastingsysteem.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 15 juni 2018 publiceerde de EPRS een voortgangsrapportagePDF-document over de behandeling van het voorstel.

Op 15 maart 2018 heeft het Europees Parlement tijdens een plenaire zitting een wetgevingsresolutiePDF-document aangenomen met amendementen op het voorstel.

Op 21 september 2017 publiceerde de EPRS een voortgangsrapportagePDF-document over de behandeling van het voorstel. 

Op 13 september 2017 publiceerde de Commissie juridische zaken een adviesPDF-document gericht aan de ECON commissie over het voorstel.

Op 4 mei 2017 publiceerde het Europees Parlement een briefingPDF-document over de voortgang van de wetgeving inzake een Common corporate tax base (CCTB).

In januari 2017 publiceerde het Europees Parlement een briefingPDF-document over het CCTB.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De deadline voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar op dit voorstel is 3 januari 2017.

Het Huis van Afgevaardigden van Cyprus heeft op 3 april 2017 middels een politiek dialoog aan de Europese Commissie zijn standpuntPDF-document ingediend over de voorstellen aangaande de CCTB en de CCCTB.

De Kamer van Afgevaardigden van Luxemburg heeft op 28 december 2016 een subsidiariteitsbezwaar ingediend. 

Het parlement van Malta heeft op 26 december 2016 een subsidiariteitsbezwaarPDF-document ingediend over het voorstel. 

De Europese Commissie heeft op 19 december 2016 het standpunt van de Spaanse Cortes Generales ontvangen waarin het parlement de subsidiariteit van de voorstellen uit het pakket vennootschapsbelasting positief beoordeelt. 

Op 16 december 2016 is de Duitse Bondsraad in politiek dialoog getreden met de Europese Commissie over het voorstel. 

Op 16 december 2016 heeft het parlement van Denemarken besloten subsidiariteitsbezwaren in te dienen op zowel het voorstel voor een CCCTB (zie E160043) als een CCTB. Op 22 december 2016 heeft het parlement van Denemarken haar subsidiariteitsbezwarenPDF-document ingediend.  

De Ierse Orechtas heeft op 16 december 2016 een subsidiariteitsbezwaar ingediend op de voorstellen over de CCTB en de CCCTB (zie E160043). 

De commissie over belastingen van het Zweedse Parlement heeft op 1 december 2016 subsidiariteitsbezwaren opgesteld over de 4 voorstellen uit het pakket vennootschapsbelastingen (zie ook E160043/45/46). Op 15 december 2016 is het bezwaarPDF-document inzake het voorstel voor een CCCTB aangenomen.  

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via