Toezegging Arbeidsparticipatie kwetsbare groepen (34.775) (T02495)
De Minister van Algemene Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Strik (GroenLinks), toe het dictum van de gewijzigde motie Strik c.s. over te nemen en maximaal drie jaar na invoering een evaluatie te houden van de effecten van de maatregelen om de arbeidsparticipatie te verbeteren van mensen met een beperking, arbeidsongeschikten en Wajongers op de feitelijke inkomenspositie en de arbeidsparticipatie van deze groepen.
| Nummer | T02495 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 5 december 2017 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Participatie en Integratie |
| Kamerleden | mr. dr. M.H.A. Strik (GroenLinks) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | arbeidsparticipatie evaluaties inkomenseffecten |
| Kamerstukken | Miljoenennota 2018 (34.775) |
Handelingen I 2017-2018, nr. 11, item 3 - blz. 24
Mevrouw Strik (GroenLinks): Ik zal het komende uurtje goed besteden. Ik wil toch graag iets zeggen voordat u overgaat naar het volgende kopje. Ons viel vooral op dat u vast meer flex gaat maken en dat u in die zin dus meer gelijkheid gaat creëren. Ik denk dat dit niet de juiste richting is, maar het kabinet gaat zich daar nog verder over buigen. Ik wil het nu over het volgende hebben. U heeft het over een uitgebalanceerd pakket met het streven om juist iedereen actief te kunnen maken op de arbeidsmarkt. Wat ons opvalt — ik heb daar in de eerste termijn ook aan gerefereerd — is dat juist de mensen die al moeite hebben om mee te komen, in hun inkomen worden geraakt. De ziektewetuitkering wordt gekort. De Wajonguitkering wordt verlaagd. De WIA-uitkering wordt aangescherpt. Mensen met een handicap komen onder het minimumloon terecht, omdat er loondispensatie wordt gegeven en het minimumloon niet meer geldt. De minister-president geeft aan dat dit participatiemaatregelen zijn. Omdat wij zorgen hebben over de wijze waarop dit hun inkomenspositie raakt en over de vraag of dat daadwerkelijk iets gaat opleveren voor hun participatie in positieve of negatieve zin, zou ik de premier willen vragen of hij bereid is om, zeg over twee jaar, met een soort effectrapportage te komen voor deze groepen. Dan kunnen wij zien wat het met hun inkomenspositie en met hun arbeidsparticipatie heeft gedaan. Ik zie dat de minister-president nu al van een deskundig advies wordt voorzien.
Minister Rutte: Ik fluisterde even met de heer Koolmees. Wij zeggen net tegen elkaar dat over twee jaar te snel is daarvoor. Laten we afspreken dat wij eens even kauwen op die gedachte, maar dat we daar in dit debat nog niet op terugkomen. We moeten eerst even zien wat dat toevoegt aan het beleid dat we al voornemens zijn te maken. Zoals de heer Koolmees nu ook zegt, vindt een deel van die grote hervormingen plaats in 2019 en vooral in 2020. Over twee jaar heb je dan nog geen effecten. Ik denk dat het dus goed zou zijn om hier eerst even naar te kijken. In de wetsvoorstellen die komen — voor zover dat nieuwe wetten zijn; de Wajongverlaging is al besloten, maar een aantal andere dingen komt er nog aan — zullen wij uw woorden laten meewegen bij de opstelling van de memorie van toelichting. Sowieso zitten er in de meeste van die wetten ook evaluatiebepalingen. We zullen het op de een of andere manier daarbij betrekken, maar ik voel niets voor een soort megaevaluatie op datum X. Ik denk dat dat weinig toevoegt.
De voorzitter: Mevrouw Strik, kort op dit punt.
Mevrouw Strik (GroenLinks): Ik zou willen voorkomen dat het juist weer wordt gefragmenteerd in afzonderlijke maatregelen. Het gaat om een bepaalde groep, om de kwetsbaarste mensen op de arbeidsmarkt. Ik zou toch graag zien dat er in ieder geval over een jaar of drie, wanneer het al in werking is getreden, wordt gemonitord en gerapporteerd op welke wijze dat uitpakt voor hun inkomen en participatie.
Minister Rutte: Ik snap uw verzoek. U merkt enige terughoudendheid als het gaat om megaevaluaties, zeker als de invoeringstermijnen zo verschillend zijn. We kijken dadelijk tijdens de lunchpauze even of we hier nu al inhoudelijk op kunnen reageren en anders doen we het later. Zullen wat dat zo doen? De bewindspersoon van Sociale Zaken en ik zullen dan even op uw suggestie kauwen. Als het niet vandaag lukt, komen we daar later op terug. De onderliggende gedachte zullen we steeds voor ogen houden. Ik weet dat dit niet voldoende is voor u, mevrouw Strik, maar dat onderdeel nemen we in ieder geval mee. Bij het opstellen van wetsontwerpen zullen we rekening houden met evaluatiebepalingen et cetera. Maar u wilt meer en we gaan kijken of dat zou passen in onze aanpak.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 11, item 6 - blz. 7-8
Mevrouw Strik (GroenLinks): Onze zorg gaat het meest uit naar de meest kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt. We hebben bedenkingen bij de effecten van de maatregelen van het kabinet. We zijn blij met de toezegging van de minister-president om daarop toe te zien. Hij zou dit nog nader vormgeven in zijn tweede termijn, maar voor de zekerheid dient mijn fractie hierover een motie in. Die kunnen we altijd nog intrekken als er alsnog langs deze lijnen een toezegging volgt.
De voorzitter: Door de leden Strik, Kox, Teunissen, Koffeman, Ten Hoeve en Nagel wordt de volgende motie voorgesteld:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet zegt in te zetten op een inclusieve samenleving en dat onder meer vertaalt in maatregelen om de arbeidsparticipatie te verbeteren van mensen met een beperking, arbeidsongeschikten en Wajongers;
overwegende dat beoogde maatregelen in het regeerakkoord veelal neerkomen op minder financiële zekerheden voor mensen in een kwetsbare positie, zoals in elk geval door:
-
-de aanscherping van het schattingsbesluit waardoor meer mensen hun WIA-uitkering verliezen;
-
-de vervanging van de loonkostensubsidie door loondispensatie waardoor mensen met een arbeidsbeperking onder het wettelijk minimumloon betaald kunnen worden;
-
-het schrappen van het recht op arbeidskorting en IACK voor mensen in de ziektewet;
-
-het verlagen van de Wajong-uitkering;
verzoekt de regering om over maximaal drie jaar een evaluatie te houden naar de effecten van de maatregelen op de feitelijke inkomenspositie en de arbeidsparticipatie van de genoemde groepen, en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt letter G (34775).
Mevrouw Strik (GroenLinks): Voorzitter. Wij achten dit van belang, omdat een individuele wetsevaluatie nog steeds niet het totaaloverzicht geeft van de effecten voor kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt.
(...)
Handelingen I 2017-2018, nr. 11, item 6 - blz. 15-16
Minister Rutte: Dan de motie met letter G van mevrouw Strik over de evaluatie. Het gaat om de Wajong. Bij de invoering van de Participatiewet in 2015 is besloten 5% te korten. Het gaat om Wajongers van wie na herindeling blijkt dat zij arbeidsvermogen hebben. Wajongers voor wie dat geldt, kunnen wij stimuleren om aan de slag te gaan. Dan moet er wel kans zijn op werk en daarom is er extra ondersteuning van het UWV. Er is een banenafspraak gemaakt en begin volgend jaar komt er een beleidsdoorlichting Wajong, zodat wij kunnen zien welke verbetermogelijkheden er zijn om het werken vanuit de Wajong te stimuleren. In het regeerakkoord van dit kabinet spelen er twee dingen. Eén: meer prikkels in de arbeidsongeschiktheidsregelingen richting werk inbouwen en de kans op het vinden van een baan voor WIA-gerechtigden vergroten en daarmee het beroep op de WIA verminderen. Twee: de loonkostensubsidie in de Participatiewet vervangen voor een loondispensatie voor nieuwe gevallen en de middelen die dat oplevert inzetten om de al genoemde 20.000 extra plekken voor beschut werk te kunnen financieren.
Dat is de kern van dit regeerakkoord voor deze twee trajecten: de WIA en de loondispensatie, in combinatie met die plekken voor beschut werk. De timing is dat beide trajecten het grootste effect hebben vanaf 2020/2021. Voor de extra beschutte werkplekken is in 2019 15 miljoen beschikbaar, in 2020 42 miljoen en in 2021 69 miljoen. Dat bouwt op en dat kost tijd. Dat is ook logisch, want het moet zorgvuldig gebeuren. In beide gevallen betrekken wij in het wetgevingstraject uiteraard ook beide Kamers. Elk wetgevingstraject kent ook consultaties voor alle belanghebbenden, bijvoorbeeld ook voor Cedris, de koepel voor sociale diensten. Beide trajecten zullen evaluatiebepalingen bevatten. Daarmee komen wij denk ik al een heel eind. Ik zei het al in eerste termijn.
Dan kan ik mij nog steeds voorstellen dat het interessant zou kunnen zijn om de maatregelen in onderlinge samenhang te bezien. Dat is wellicht ook voor een komend kabinet nuttig. Maar dat zou dus pas kunnen over een aantal jaren, bijvoorbeeld in het jaar 2025, omdat je eerder simpelweg geen meetbare gegevens hebt. Het lijkt mij ook niet iets wat het kabinet zelf moet doen. Dat zal dan een externe partij moeten oppakken. Dat alles gezegd hebbend, zou ik de motie zoals die nu voorligt, willen ontraden.
Mevrouw Strik (GroenLinks): De motie vraagt om twee dingen: het monitoren van de inkomensontwikkeling en de participatieontwikkeling. De premier ging net alleen in op het bevorderen van de arbeidsparticipatie. Eigenlijk wordt hier inkomensbeleid gevoerd als instrument om de arbeidsmarktparticipatie te bevorderen. Juist dat willen wij monitoren: wat betekent het voor het inkomen en wat betekent het voor de arbeidsparticipatie? De premier geeft aan dat de beschutte werkplekken pas na 2020 worden ingevoerd. Mijn vraag is hoe het dan zit met die loonkostensubsidie. Gaat die dan ook pas worden afgeschaft of wordt die wel meteen afgeschaft?
Minister Rutte: Dat schetste ik net; die bouwt op. Dat gaat ook in een geleidelijk traject. Het geldt alleen voor nieuwe gevallen.
Mevrouw Strik (GroenLinks): Dus die inkomensgevolgen vinden niet meteen plaats?
Minister Rutte: Nee.
Mevrouw Strik (GroenLinks): Dan zou ik aan de premier willen vragen of het een optie is dat in de motie komt te staan: drie jaar na inwerkingtreding van het wetsvoorstel.
Minister Rutte: Dat is wat ik net zei: dan zit je op 2025. Dat kunnen we toch doen? Dan is het nuttig. Ik kan mij voorstellen dat een volgend kabinet dat wil weten. Ik vind het helemaal niet verkeerd, ook die samenhang niet. Ik vind uw verzoek logisch, alleen de timing is een probleem.
Mevrouw Strik (GroenLinks): Het gaat ons om het totaaloverzicht. Als de andere indieners het goedvinden dat er in de motie komt te staan "drie jaar na de invoering van de wetsvoorstellen", zie ik brede steun van het kabinet.
Minister Rutte: Dat wordt dan 2024/2025. Misschien is dan de beste formulering "drie jaar na invoering". Daarmee wordt het jaar nog even in het midden gelaten. Klopt dat? Bij de Tweede Kamer wordt de motie dan gewijzigd. Gaat dat hier mondeling? Ja? Het gaat hier veel praktischer, heel goed. Dan hoeft de motie ook niet opnieuw te worden rondgedeeld, mooi.
(...)
De voorzitter: Mag ik nog één ding vragen over de motie op letter G van het lid Strik over maatregelen om de arbeidsparticipatie te verbeteren? Is het nu: verzoekt de regering om over maximaal drie jaar na invoering een evaluatie te houden?
Mevrouw Strik (GroenLinks): Ja.
De voorzitter: Drie jaar na invoering een evaluatie. En de minister-president laat de motie oordeel Kamer?
Mevrouw Strik (GroenLinks): Hij ondersteunt de motie.
Minister Rutte: Nee, wij kunnen er goed mee leven.
De voorzitter: U ondersteunt de motie.
Minister Rutte: Ja hoor, we nemen haar over, of hoe heet dat? Ik weet …
De voorzitter: Aha, u neemt haar over.
Minister Rutte: Aan de overzijde hebben ze het allemaal veranderd, voorzitter. Ik weet niet of u dat ook gedaan hebt.
De voorzitter: Nee, ik heb het nu even met de pen veranderd.
Minister Rutte: Nee, maar ook de advisering vanuit de regering is daar veranderd.
De voorzitter: O, nee, maar daar doen wij niet aan. Wij doen het heel simpel. U vindt de motie goed of niet goed.
Minister Rutte: Het punt is wel dat er één overweging in staat waar we niet blij mee zijn, maar het dictum zoals dat is aangepast, kunnen we overnemen. Het dictum is dus akkoord, maar ik zeg er even bij — want je interpreteert de motie ook samen — dat dit niet betekent dat de regering blij is met alle overwegingen. Maar ik denk dat mevrouw Strik dat prima vindt zolang het dictum maar tot overeenstemming leidt.
De voorzitter: Oké, het dictum is akkoord, met de woorden "drie jaar na invoering", en u neemt de motie dus over. Dat is duidelijk. Dank u wel.
Brondocumenten
-
voortzetting Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2017/2018, nr. 11, item 6
-
voortzetting Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2017/2018, nr. 11, item 3
-
-
18 november 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris Participatie en Integratie -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
20 juni 2023
nieuwe deadline: 1 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 april 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 mei 2022
nieuwe deadline: 1 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 april 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
27 maart 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 maart 2018
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
5 december 2017
toezegging gedaan
Toezegging De Kamer spoedig te informeren over het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen en de lagere regelgeving (35.925 XV / 32.043) (T03367)
De Minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zegt de Kamer, naar aanleiding van in een commissiebrede brief gestelde vragen, toe de Kamer, met respect voor de staatsrechtelijke verhoudingen en de positie van de Tweede Kamer, zo goed en vroeg als mogelijk te informeren over het wetsvoorstel en de lagere regelgeving.
| Nummer | T03367 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 11 maart 2022 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | toekomst pensioenstelsel Wet toekomst pensioenen |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2022 (35.925 XV) Toekomst pensioenstelsel (32.043) |
Kamerstuk 35925 XV / 32043, H, pagina 3
Ik wil uw Kamer graag, met respect voor de staatsrechtelijke verhoudingen en de positie van de Tweede Kamer, zo goed en vroeg als mogelijk informeren over het wetsvoorstel en de lagere regelgeving. Zo zal ik uw Kamer direct informeren over de start van de internetconsultatie van de ontwerpbesluiten, zodat u daar tijdig kennis van kunt nemen.
Brondocumenten
-
17 december 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
20 juni 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
25 april 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
22 november 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
15 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
11 maart 2022
toezegging gedaan
Toezegging Indien nodig bereidheid tot het nemen van extra maatregelen halveren kinderarmoede per 2025 (36.200) (T03508)
De minister-president zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen (SP), toe dat indien nodig, aanvullend op de maatregelen in het regeerakkoord, extra maatregelen worden genomen om de halvering van kinderarmoede per 2025 te verwezenlijken.
| Nummer | T03508 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 18 oktober 2022 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Participatie en Integratie |
| Kamerleden | mr. R.A. Janssen (SP) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | aanvullende maatregelen kinderarmoede regeerakkoorden |
| Kamerstukken | Miljoenennota 2023 (36.200) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 4 item 12 - blz. 58
De heer Janssen (SP):
“Ik had de indruk dat we al aan het eind waren van het blokje inkomen en energie. Dan ga ik even helemaal terug naar het begin van het blokje inkomen. De minister-president stond toen op het punt om mij een toezegging te doen over de halvering van de kinderarmoede. Toen mevrouw Vos naar voren liep voor een interruptie, heeft de minister-president dat briefje volgens mij per abuis terzijde gelegd. Dus hij deed een aanzet, maar er is geen antwoord gekomen.”
Minister Rutte:
“Klopt. Ik ga hem terugzoeken. Als de volgende vraag gesteld kan worden, kan ik intussen het antwoord over kinderarmoede terugzoeken. De kern van het antwoord gaat zijn dat die ambitie volledig staat, maar dat het een heel, heel zware inspanningsverplichting is en dat wij het resultaat niet voor 100% kunnen garanderen, omdat het van heel veel dingen afhankelijk is. Dat is eigenlijk de korte samenvatting. Maar de inspanningsverplichting voelen wij als een opdracht.”
De heer Janssen (SP):
“Als dat al het antwoord was, heb ik nog een vraag. Het dictum van de eventuele motie had ik al in mijn spreektekst verwerkt, namelijk: indien noodzakelijk, extra maatregelen te nemen om die halvering per 2025 te realiseren. Ik zei "whatever it takes", maar dat gaat meer om de houding dan dat ik mensen aan het onmogelijke wil houden. Het gaat mij erom dat er niet door het kabinet gezegd wordt: we hebben nu eenmaal maatregelen bedacht, die zetten we door en dat is het. Als het nodig is, wil ik dat er een extra inspanning wordt gedaan, omdat kinderarmoede en het halveren ervan een dusdanig belangrijk punt is, dat we zeggen: vanuit de houding moet het echt iets zijn als "whatever it takes".
Minister Rutte:
“Daar is die motie niet voor nodig. "Whatever it takes" vind ik altijd iets te spannend. We hebben een aantal zaken opgenomen in het regeerakkoord om kinderarmoede te bestrijden, maar je ziet bij de Miljoenennota al dat we verdere stappen zetten. Waar kinderarmoede heel erg leek te stijgen, zie je nu gelukkig dat die ook weer een dalende trend laat zien, althans in de prognose als gevolg van alle plannen in de Miljoenennota. Je ziet daar al in dat we bereid zijn om meer te doen als dat nodig is. Dat betekent nog niet dat je kunt garanderen dat je het helemaal onder controle hebt in 2025. Die garantie is er niet.”
De heer Janssen (SP):
“Nee, maar het waren eigenlijk streefcijfers. Wat dat betreft zijn garanties sowieso al niet te geven. Daarmee wil ik niet mijn eigen argumenten ontkrachten, maar ik zeg "whatever it takes" als houding. Gaan we echt ons uiterste best doen om ervoor te zorgen om die stappen vooruit te zetten, ook als daar extra maatregelen voor nodig zijn? We moeten niet te snel weer afschalen, want het kan ook weer tegenvallen. We moeten met elkaar afspreken, ook in de Kamer, dat we er echt alles aan gaan doen om datgene te doen wat nodig is om ervoor te zorgen dat we de halvering in 2025 gaan halen. Nogmaals, niemand wordt gehouden aan het onmogelijke, maar we moeten niet alleen maar doen wat we opgeschreven hebben, maar ook opschalen als dat nodig is.”
Minister Rutte:
“Ja, zo doen we het.”
Brondocumenten
-
voortzetting Algemene politieke beschouwingen Verslag EK 2022/2023, nr. 4, item 12
-
14 januari 2025
nieuwe deadline: 1 januari 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
19 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris Participatie en Integratie -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
20 juni 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 april 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 oktober 2022
toezegging gedaan
Toezegging Overleg sociale partners over gezond doorwerken tot het pensioen ook na 2025 (36.067) (T03629)
De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Crone (PvdA), toe dat zij de komende tijd met sociale partners gesprekken zal voeren over wat er ook na 2025 op het thema duurzame inzetbaarheid en doorwerken of niet-doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd gedaan kan worden. De uitkomsten daarvan worden voor Prinsjesdag 2023 gedeeld met de Kamer.
| Nummer | T03629 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 23 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | doorwerken Prinsjesdag sociale partners Wet toekomst pensioenen |
| Kamerstukken | Wet toekomst pensioenen (36.067) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 33, item 8 - blz. 22.
De heer Crone (PvdA):
(…)
“Het pensioenakkoord ziet dus wel op een langere termijn dan alleen tijdelijk. Ik ben natuurlijk helemaal akkoord. Eigenlijk zouden mensen langer moeten kunnen doorwerken. Werkgevers en werknemers worden daarin geholpen. Er zijn talloze potjes bij werkgevers en werknemers. Zij moeten dat het liefst zelf betalen, want dan worden zij ook geprikkeld om voor goed werk te zorgen.
Maar er zullen toch in 2025 heel wat mensen zijn, zo vraag ik u, die toch nog niet zullen kunnen doorwerken, zoals stratenmakers, maar ook mensen in nachtdiensten, bijvoorbeeld verpleegkundigen, enzovoorts? Ik accepteer dus zeker dat u zegt nog heel veel dingen uit te gaan zoeken, zoals het anders gebruiken van de deelfactor en andere dingen. Maar er zal toch een gaatje open moeten blijven om de regeling door te laten gaan, misschien anders, beter, of slechter, en desnoods afgekapt voor hogere inkomens. Ik wil er toch wel op kunnen rekenen dat er dan op Prinsjesdag met sociale partners iets, desnoods een ruzie — we komen er niet uit — op tafel wordt gelegd. U heeft het toegezegd aan de Tweede Kamer en ik wil u en de sociale partners graag helpen om daar toch snel uit te komen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 33, item 8 - blz. 23.
Minister Schouten:
“Ik ben zeker bereid om mijn best te doen om met de sociale partners te kijken wat we ook na 2025 op het thema van de duurzame inzetbaarheid kunnen gaan doen. Ik proef bij de heer Crone dat hij eigenlijk wil dat het eerder stoppen met werken daar ook op tafel ligt. Dat gesprek wordt nu ongeveer opgestart met de sociale partners. Ik heb daar, eerlijk gezegd, nog niet aan tafel gezeten, want zij zijn eerst zelf begonnen om die gesprekken vorm te geven. Ik wil wel benadrukken dat wij nu in een tijd van arbeidsmarktkrapte zitten en dat het juist ideaal is dat wij eigenlijk iedereen in staat stellen om door te werken. Dat is echt de bedoeling van deze aanpak. Daarbij zal dit thema, wat je na 2025 doet met eventueel doorwerken of niet-doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd, ook echt wel op tafel liggen, denk ik. Als dat aan de orde komt, is dat ook een onderdeel dat gewoon op tafel ligt. Maar ik ga niet vooruitlopen op wat daaruit komt, ook met het oog op de grote arbeidsmarktvraagstukken die we in deze tijd hebben.”
De heer Crone (PvdA):
“Nee, u hoeft ook niet vooruit te lopen op iets wat we nog niet eens kunnen beoordelen, maar ik ben blij dat u die inzet wilt plegen. Dus ik denk dat we er in tweede termijn even op terug kunnen komen en dat u de maximale steun krijgt om dat te doen, want ik denk dat het breed lag in het pensioenakkoord maar ook hier in de Kamer.”
Handelingen I 2009-2010, nr. 33, item 8 - blz. 24.
Minister Schouten:
(…)
“Ik heb net aan de heer Crone toegezegd dat ik met de sociale partners ga bekijken wat er na 2025 zal zijn. Daarbij wil ik als disclaimer meegeven dat mijn primaire inzet duurzame inzetbaarheid is, maar dat ik mij kan voorstellen dat dan het vraagstuk op tafel komt wat je doet met eerder stoppen. Dat is een vraag die we daar moeten bespreken, met de werkgevers erbij, want die betalen daar nu ook voor. Over de uitkomst van die gesprekken zal ik de Kamer informeren. Ik geloof dat de heer Crone Prinsjesdag noemde. Maar ik ga niet op voorhand zeggen: dit wordt gelijk een uitgebreidere regeling, of wat dan ook. Maar binnen die kaders gaan we het gesprek met de sociale partners voeren.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 33, item 8
-
10 juni 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
3 juni 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van SZW over de uitwerking van het akkoord 'Gezond naar het pensioen'
Voor kennisgeving aangenomen op 10 juni 2025.
EK, BM
-
-
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Uitwerking vrijwillige voortzetting wezenpensioen (36.067) (T03633)
De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Oomen-Ruijten (CDA), toe dat de uitwerking van de vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen zal meelopen in het wetsvoorstel over keuzemogelijkheden nabestaandenpensioen dat naar verwachting rond de zomer 2023 in internetconsultatie gaat. Als er mogelijkheden zijn om dit eerder te realiseren in een ander wetsvoorstel dan zal de minister dat doen.
| Nummer | T03633 |
|---|---|
| Status | deels voldaan |
| Datum toezegging | 23 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | M.G.H.C. Oomen-Ruijten (CDA) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | nabestaandenpensioen Wet toekomst pensioenen wezenpensioen |
| Kamerstukken | Wet toekomst pensioenen (36.067) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 32, item 3 - blz. 71.
Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):
(…)
“Een ander punt: het nabestaanden- en wezenpensioen. De CDA-fractie heeft in de schriftelijke voorbereiding aangedrongen op reparatie van een hiaat in de nabestaandenen wezenpensioenuitkering bij overlijden voor de pensioendatum. Nabestaanden kunnen immers in de problemen komen wanneer zij niet eigenstandig gekozen hebben voor een vrijwillige voortzetting. De CDA heeft twijfels of de alertheid en het doenvermogen van deelnemers of ex-deelnemers ertoe leiden dat men zich vrijwillig gaat verzekeren. Doet men dat niet, dan is er bij overlijden een echt probleem. Onze suggestie was een keuze voor een vrijwillige voortzetting als default. De eerdere argumentatie ten aanzien van mogelijke oververzekering kon ons niet overtuigen. De minister ziet dat probleem ook, zie ik althans in de schriftelijke beantwoording. Zij geeft nu aan dat de door de CDA-fractie gesuggereerde modaliteit wel een onderzoek waard is en dat zij nog gaat kijken naar de uitvoering. Er is dus hoop gegeven. Maar de CDA-fractie wil meer en vraagt om invoering van de door ons gesuggereerde oplossing. Niets doen kan leiden tot een groter afbreukrisico, voor ons en voor de minister, omdat we iets niet gezien hebben. Een groep nabestaanden die geen uitkering zou krijgen, hoe klein die groep ook is, moeten we gewoon niet willen. Dat hiaat voor nabestaanden geldt ook voor wezen. Voor deze groep is er zelfs geen vrijwillige voortzetting. Uit de antwoorden begrijp ik dat volgens de Pensioenfederatie het betrekken van wezen in de vrijwillige voortzetting uitvoeringstechnisch tot grote problemen leidt. Maar ook hier is de CDA-fractie niet overtuigd. De herziening van het nabestaandenpensioen in de nieuwe wet gaat te lang duren. Onze oproep hier is dus: eerst invaren en na het goedkeuren van de wet is reparatie ook op dit punt mogelijk.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 33, item 8 - blz. 12-14.
Minister Schouten:
“Ja. Mevrouw Oomen heeft ook een vraag gesteld over de voortzetting van het wezenpensioen. Het is correct dat met de Wtp de vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen niet mogelijk is. Alleen een vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen is mogelijk. De pensioensector heeft mij verzekerd de vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen wel mogelijk te willen maken. Zij zien op dit moment echter met name problemen in de premiestelling en de kindadministratie die gevoerd moet worden wanneer een deelnemer ervoor kiest het wezenpensioen vrijwillig voort te zetten. Eerder heb ik ook al toegezegd dat de uitwerking van de vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen zal meelopen in het wetsvoorstel over keuzemogelijkheden bij het nabestaandenpensioen, dat denk ik ergens in de zomer in internetconsultatie zal gaan. Dat kan ik hier herhalen, maar als ik mogelijkheden zie om dit eerder te realiseren in een ander wetsvoorstel, zal ik dat ook doen. Dus die toezegging wil ik doen aan mevrouw Oomen.”
Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):
“Ik zal proberen om heel kort te zijn, voorzitter. De CDA-fractie heeft zich echt zorgen gemaakt over het doenvermogen van mensen bij vrijwillige verzekering. Wij vinden dat dit niet opweegt tegen het risico van het voor een korte termijn oververzekerd zijn. Dat is de reden dat wij zeggen: ga nu akkoord met die default en doe dat zo spoedig mogelijk. Wat bedoel ik dan met "zo spoedig mogelijk"? Als je even terugkijkt, zie je dat de Wtp, als die aangenomen wordt, bij de eerste fondsen ingaat op 1 januari 2025. Op dat moment ontstaat dus ook het risico voor deze groepen nabestaanden, en ook voor de wezen. Dus als u mij zou kunnen toezeggen dat u voor half 2024 een reparatie hebt op dat punt, dan ben ik tevreden.”
Minister Schouten:
“Ik heb een wetsvoorstel aangekondigd ten aanzien van het nabestaandenpensioen dat rond de zomer in consultatie zal gaan. Ik kom zo meteen terug op het wezenpensioen. Ik ga ze even opknippen. Als we de wet voor het nabestaandenpensioen in consultatie laten gaan, zal die waarschijnlijk ergens in de loop van volgend jaar naar de Kamers toe kunnen gaan. Dan is het uiteindelijk aan de Kamers om dat snel te behandelen. Bij het nabestaandenpensioen hebben we wel al een aantal waarborgen in de wet opgenomen. Ik denk dat daar de mogelijkheid zit om de tijd daarin te gebruiken. Ik heb net bijvoorbeeld de uitloopperiode genoemd, die er nu standaard al in zit. Bij het wezenpensioen is dat anders. Er is nu niets geregeld in de wet voor het wezenpensioen. Daarvoor is op dit moment dus niets geregeld, ook geen uitloopperiode of wat dan ook. Die zal in mijn beleving meer spoed hebben dan het andere onderdeel van de wet, dat we gewoon in het wetsvoorstel Keuzebegeleiding nabestaandenpensioen kunnen opnemen. Dat zou dan kunnen, zeg ik met enige terughoudendheid. Dat is natuurlijk ook aan uw Kamer, want uw Kamer gaat altijd over de zwaarte van een veegwet, om het zo maar even te noemen, en over de vraag of het nog inhoudelijk geladen moet zijn of niet. Ik moet daar normaal terughoudend mee zijn, maar als uw Kamer zegt dat dit onderdeel daarin opgenomen kan worden, dan zou dat sneller kunnen.”
Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):
“Ik zou niet willen verhelen dat een van de suggesties die ik namens de CDA-fractie heb gedaan, is om het probleem op te lossen in de veegwet die we eind van dit jaar krijgen. Dat is de meest snelle behandeling. Het risico van oververzekering zouden we moeten aangaan voor een jaar wanneer we kunnen voorkomen dat er één weduwe of één wees is die zonder geld achterblijft wanneer het ergste in zijn of haar persoonlijk leven gebeurt. Als dat de toezegging zou kunnen zijn, ben ik tevreden.”
Minister Schouten:
“Ik wil even heel specifiek zijn. Dat wil ik ook om helderheid te geven aan mevrouw Oomen. Zij heeft gelijk dat het wezenpensioen nu niet in de vrijwillige voortzetting in het wetsvoorstel zit. Dat is wat anders dan bij het nabestaandenpensioen. Dat zit er wel in. We hebben verschillende modaliteiten opgenomen waarin ten eerste voor de vrijwillige voortzetting kan worden gekozen, ook nog met een aantal standaard uitloopperiodes die gewoon doorlopen. Ik kan aan mevrouw Oomen toezeggen dat ik op dat punt nu al fondsen vraag om deelnemers actief te informeren over dat dat loopt. Ik wil dat onderzoek echt doen. Dat is ook onderdeel van mijn toezegging. Dat onderzoek is nodig om bijvoorbeeld te voorkomen dat ik straks een probleem krijg met leeftijdsdiscriminatie. Welke leeftijd kies je? Bij welke leeftijd ga je zeggen dat de vrijwillige voortzetting automatisch gaat lopen en bij welke leeftijd is het nog een keuze? Ik heb die stappen nodig om dit netjes en goed te kunnen doen. Nogmaals, dat is erop gericht om het op te nemen in het wetsvoorstel dat ik eind van de zomer in consultatie wil doen. Bij de nabestaanden hebben we meer mogelijkheden. Bij de wezen hebben we een kortere periode. Het is fijn als er dan een uitspraak van de Kamer onder ligt die zegt dat het rondom de wezen via een veegwet zou kunnen. Normaal mag ik die namelijk niet zo zwaar laden met inhoudelijke thema's.”
Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):
“Ja, tot slot. Ik geloof niet zozeer in de belofte om het probleem te regelen in de nieuwe wetgeving, omdat de nieuwe wetgeving mijns inziens niet op tijd klaar zal zijn. Ik vind dat voor 1 januari 2025 in elk geval voorkomen moet worden dat welke overblijvende dan ook geen uitkering krijgt omdat men niet het doenvermogen had om de vrijwillige voortzetting te vragen. Als er een motie komt, zal er niet alleen op het punt van de wezen, maar ook op het punt van de overlevenden, de weduwen en weduwnaars, een uitspraak komen.”
Minister Schouten:
“Die zie ik dan tegemoet, maar ik ben gehouden aan prudente wetgeving. We moeten dit netjes vormgeven. Dat wil ik ook op dit punt doen.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 33, item 8
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 32, item 3
-
18 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
25 juni 2024
nieuwe status: deels voldaan
Voortgang: -
19 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor APP over de voortgangsrapportage monitoring Wet toekomst pensioenen
Voor kennisgeving aangenomen op 10 september 2024.
EK, BR
-
-
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Nudging betrekken bij verbetermogelijkheden pensioen voor zelfstandigen (36.067) (T03639)
De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prast (PvdD), toe te bekijken of het element nudging meegenomen kan worden bij het verbeteren van het systeem waarbij het de zzp'er gemakkelijker wordt gemaakt om voor zijn pensioen te sparen, zonder dwang.
| Nummer | T03639 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 23 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2024 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | Prof.dr. H.M. Prast (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | pensioenen Wet toekomst pensioenen zelfstandigen ZZP'ers nudging |
| Kamerstukken | Wet toekomst pensioenen (36.067) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 32, item 3 - blz. 74.
Mevrouw Prast (PvdD):
(…)
“Zzp'ers zeggen zelf dat ze eigenlijk meer zouden moeten sparen voor hun pensioen. Het zou mooi zijn als de overheid hen daarbij hielp. Ik kom hier nog op terug. Het handhaven van verplicht sparen in de tweede pijler is dus prima. De deelnemer niet de vrijheid geven om met zijn tweedepijlerpensioenvermogen naar de beurs of in bitcoins te gaan: idem. Maar is het niet een gemiste kans dat de Wtp niet op een andere manier is vormgegeven? Waarom niet werknemers verplichten om pensioenpremie af te dragen maar ze zelf te laten kiezen bij welk fonds ze dat doen? Dus: geen verplichte winkelnering bij het fonds van de eigen werkgever of bedrijfstak, maar verplicht sparen in een fonds naar keuze. Als een werknemer van baan verandert, kan hij of zij dan ook gewoon bij het pensioenfonds blijven. Geen overdracht, geen persoonlijke pensioenvermogens bij verschillende fondsen, minder administratieve lasten. De in aanmerking komende fondsen zouden natuurlijk aan allerlei eisen van de wetgever en toezichthouders moeten voldoen, maar het kan gewoon. Waarom moeilijk maken wat makkelijk kan? Graag een reactie van de minister.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 33, item 8 - blz. 29.
Minister Schouten:
(…)
“De laatste vraag in dit blokje is van mevrouw Prast. Zij vraagt om een systeem te introduceren waarbij het de zzp'er gemakkelijk wordt gemaakt om voor zijn pensioen te sparen, zonder dwang, en het daarbij ook uitvoerbaar te maken. Ik denk juist dat we met de experimenteerwetgeving die we in het wetsvoorstel hebben opgenomen, bijvoorbeeld om de zelfstandige eerder bij het pensioenfonds te houden, als hij daarvoor als werknemer al heeft opgebouwd ... Ik denk dat dit zo'n nudge is waarnaar mevrouw Prast op zoek is. Ik heb ook al gerefereerd aan het advies van de sociale partners voor een pensioenfonds zelfstandigen. Daar ga ik ook goed naar kijken, zodra het er ligt.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 33, item 8
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 32, item 3
-
19 november 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
12 november 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van SZW met de kabinetsreactie op het IBO Pensioenopbouw in balans
Voor kennisgeving aangenomen op 19 november 2024.
EK 36.067 / 32.043, BX
-
-
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Onderzoek naar voorstel CDA opnemen vrijwillige voortzetting risicodekking als default (36.067) (T03640)
De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Oomen-Ruijten (CDA), toe het voorstel van de CDA (over default vrijwillige voortzetting) nader te onderzoeken op uitvoeringsaspecten, het risico op oververzekering en de effecten op het ouderdomspensioen. De uitkomst zal de minister beschouwen in relatie tot de reeds getroffen waarborgen in het wetsvoorstel en zij zal bij een positieve uitkomst zo snel mogelijk handelen.
| Nummer | T03640 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 23 mei 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | M.G.H.C. Oomen-Ruijten (CDA) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | nabestaandenpensioen pensioenen Wet toekomst pensioenen |
| Kamerstukken | Wet toekomst pensioenen (36.067) |
Handelingen I 2022-2023, nr. 32, item 3 - blz. 71.
Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):
“Een ander punt: het nabestaanden- en wezenpensioen. De CDA-fractie heeft in de schriftelijke voorbereiding aangedrongen op reparatie van een hiaat in de nabestaanden- en wezenpensioenuitkering bij overlijden voor de pensioendatum. Nabestaanden kunnen immers in de problemen komen wanneer zij niet eigenstandig gekozen hebben voor
een vrijwillige voortzetting. De CDA heeft twijfels of de alertheid en het doenvermogen van deelnemers of ex-deelnemers ertoe leiden dat men zich vrijwillig gaat verzekeren. Doet men dat niet, dan is er bij overlijden een echt probleem. Onze suggestie was een keuze voor een vrijwillige voortzetting als default.”
“De eerdere argumentatie ten aanzien van mogelijke oververzekering kon ons niet overtuigen. De minister ziet dat probleem ook, zie ik althans in de schriftelijke beantwoording. Zij geeft nu aan dat de door de CDA-fractie gesuggereerde modaliteit wel een onderzoek waard is en dat zij nog gaat kijken naar de uitvoering. Er is dus hoop gegeven. Maar de CDA-fractie wil meer en vraagt om invoering van de door ons gesuggereerde oplossing. Niets doen kan leiden tot een groter afbreukrisico, voor ons en voor de minister, omdat we iets niet gezien hebben. Een groep nabestaanden die geen uitkering zou krijgen, hoe klein die groep ook is, moeten we gewoon niet willen.”
Handelingen I 2022-2023, nr. 33, item 8 - blz. 12.
Minister Schouten:
(…)
“Voorzitter. Dan heb ik nog een paar vragen over het nabestaandenpensioen, die ook nog in dit blokje zaten. Mevrouw Oomen vraagt of ik het mogelijk wil maken dat vanaf een bepaalde leeftijd de risicodekking voor het partnerpensioen standaard wordt voortgezet na afloop van de dienstbetrekking. Laat ik helder zijn: ik deel de opvatting van mevrouw Oomen dat zo veel als mogelijk voorkomen moet worden dat mensen onverzekerd komen te overlijden. Het wetsvoorstel biedt daarvoor ook al verschillende maatregelen. Een default voortzetting van de risicodekking vanaf een bepaalde leeftijd, zoals mevrouw Oomen voorstelt, zorgt ervoor dat deelnemers na afloop van hun dienstverband automatisch verzekerd blijven voor partnerpensioen. Hier staat iets tegenover, namelijk het risico op oververzekering en vermindering van het pensioenkapitaal door de uitruil van het pensioenvermogen in de risicopremie; die wordt dan daaruit betaald. Die is dus aanwezig wanneer de default wordt ingevoerd, die ervoor zorgt dat iedereen vanaf een bepaalde leeftijd gedekt is. Veel deelnemers zullen immers in een andere dienstbetrekking ook een dekking hebben voor het nabestaandenpensioen. Als zij die dan niet uitzetten — laat ik het zo zeggen — dan kan er overdekking, oververzekering, ontstaan. Het risico op die oververzekering kan in theorie beperkt worden door het introduceren van checkvragen of extra informatieverstrekking richting specifieke deelnemers.
Ik volg mevrouw Oomen dus echt op dit onderwerp, maar ik wil graag één stapje inbouwen, als u mij toestaat. Ik wil namelijk nog wel onderzoek doen naar de uitvoeringsaspecten hiervan, het risico op oververzekering en de effecten op het ouderdomspensioen. De uitkomst daarvan wil ik graag beschouwen in relatie tot de al getroffen waarborgen in het wetsvoorstel. Bij een positieve uitkomst wil ik toezeggen dat ik het dan ook zo snel als mogelijk wil regelen, maar ik moet wel nog net even iets meer informatie hebben, bijvoorbeeld op wat voor leeftijd je dat dan zou moeten zetten en of dat niet tot leeftijdsdiscriminatie zal leiden, omdat je er net voor of net na zit; er net na zitten is niet het probleem, maar als je er net voor zit, val je er weer buiten. Maar ik wil hier de zaken snel inzichtelijk maken, zodat ik ook met uw Kamer kan delen welke consequenties dit heeft, ook eventueel met betrekking tot het opnemen van een wetsvoorstel, dat ik dan zo snel mogelijk aanhangig maak als dat een positieve uitkomst heeft. Dus sta mij toe dat ik die stap wel nog inbouw.”
Brondocumenten
-
-
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 33, item 8
-
behandeling Verslag EK 2022/2023, nr. 32, item 3
-
18 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
28 november 2023
nieuwe deadline: 1 juli 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
23 mei 2023
toezegging gedaan
Toezegging Navraag gemeenten niet-gebruik en ambtshalve toekenning (armoede)regelingen (36.410 XV) (T03799)
De minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat zij navraag zal doen bij de gemeenten over het niet-gebruik en het ambtshalve toekennen van (armoede)regelingen en wat gemeenten eventueel nodig hebben om daartoe over te gaan.
| Nummer | T03799 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 14 november 2023 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Participatie en Integratie |
| Kamerleden | Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | ambtshalve toekenning armoede gemeenten niet-gebruik regelingen |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2024 (36.410 XV) |
Handelingen I 2023-2024, item 7, nr. 10, p. 10
Mevrouw Moonen (D66):
“Ik vind het heel goed dat de minister echt een prioriteit maakt van het niet-gebruik van regelingen. Dat heeft ze hier ook vaker uitgelegd. Maar laat ik nou even een praktijkvoorbeeld pakken dat nu speelt. We kennen allemaal de energietoeslag. Dat is een heel gericht instrument om armoede tegen te gaan. Huishoudens tot een bepaald modaal inkomen, tot een bepaalde inkomensgrens, komen daarvoor in aanmerking. Het is een heel gerichte maatregel om armoede te bestrijden; ik ben er ook erg voor.
We zien het volgende voorbeeld over de rol van gemeenten. Als je in 2022 een aanvraag hebt ingediend en de energietoeslag hebt gekregen, dan zou ik het best gebruikersvriendelijk vinden als gemeentes bijvoorbeeld de betreffende personen een brief zouden sturen met de volgende strekking: u heeft hem in 2022 ontvangen; als uw situatie ongewijzigd is, heeft u er in 2023 ook weer recht op. In de gemeente waar ik zelf woon en waar ik een aantal mensen die in armoede leven als vrijwilliger help, komt deze brief dus niet. Deze mensen moeten er dus zelf alert op zijn: hebben we nog steeds een energietoeslag, of niet? Die moet dus opnieuw worden aangevraagd.
U had het net over de rol van gemeentes. Ik kom het dus in de praktijk tegen. Ik steun uw aanpak van niet-gebruik van regels. Mijn hypothese, mijn ervaring in het begeleiden van mensen in armoede, is dat een gemeente best een stapje extra kan zetten, door heel simpel deze groep erop te wijzen dat de regeling nog steeds bestaat en dat er opnieuw een aanvraag ingediend kan worden. Het zijn van die kleine dingen die in de praktijk naar mijn idee echt het verschil kunnen maken in het gebruik van regelingen om armoede tegen te gaan.”
Handelingen I 2023-2024, item 7, nr. 10, p. 10
Minister Schouten:
“Dat deel ik helemaal. Sterker nog, er zijn behoorlijk wat gemeenten waarvan ik weet dat ze het ambtshalve toekennen; zo noemen we dat. Dus als mensen bij de gemeente bekend zijn en de kans heel groot is dat de situatie niet veranderd is, wordt het automatisch naar deze mensen overgemaakt. Maar het is inderdaad een goed punt om op te brengen dat gemeenten daar zelf actie in kunnen ondernemen. Maar ik wil het, als het gaat over de energietoeslag, echt voor ze opnemen. Ze hebben heel veel werk verzet om mensen te bereiken. We hebben een bereik gehad van iets boven de 90%. Er is geen regeling waarbij het niet-gebruik zo laag is geweest. En dat is dankzij de inspanning van gemeenten en overigens ook van vrijwilligersorganisaties en van ongeveer iedereen die je kunt bedenken die mensen in armoede hielp. Zij hebben hier echt de schouders onder gezet, waarvoor heel veel dank. Maar als ik het zo hoor, is dit toch wat meer een uitzondering. Ik ken heel veel gemeenten die juist ambtshalve willen toekennen. Daarvoor gebruiken ze ook de gegevens van de mensen die het vorig jaar ook hebben aangevraagd. Maar ik zal navraag doen bij de gemeenten of daarvoor nog een actie of iets dergelijks nodig is. Tegelijk zie ik toch heel veel goede voorbeelden vanuit gemeenten.”
Brondocumenten
-
behandeling en stemming (zonder stemming aagenomen) Verslag EK 2023/2024, nr. 7, item 10
-
18 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris Participatie en Integratie -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
14 november 2023
toezegging gedaan
Toezegging Recente cijfers verhouding netto minimumloon en netto mediaanloon (36.488) (T03895)
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Heijnen (BBB), toe op zoek te gaan naar recente cijfers over de verhouding tussen het netto minimumloon en het netto mediaanloon.
| Nummer | T03895 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 16 april 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. E.H.J. Heijnen (BBB) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | mediaanloon minimumloon |
| Kamerstukken | Wet verhoging minimumloon 2024 (36.488) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 29, item 7 - blz. XXX
De heer Heijnen (BBB):
(…)
“De omvang van het minimumloon. Ook daarover had de minister het al. Het verschil tussen het bruto minimumloon en het mediane loon is gegroeid, zoals mevrouw Vos gister al aangaf. Tegelijkertijd heeft de overheid het netto-inkomen van mensen met het minimumloon verhoogd, zoals de minister ook al aangaf. Dat komt doordat die mensen minder belasting zijn gaan betalen en toeslagen ontvangen. Hierdoor bedroeg het nettominimumloon in Nederland in 2019 volgens de Europese Commissie circa 61% van het mediane nettoloon. Ik denk dat we het allemaal met elkaar eens zijn dat we het met name moeten hebben over besteedbaar inkomen en niet over bruto-inkomen. Maar goed, een vraag aan de minister in dat kader. Ik zag in het evaluatierapport van uw ministerie dat het een evaluatie was van de Europese Commissie van 2019. Ik vroeg mij af of er wellicht recentere cijfers beschikbaar zijn. Ik zou me namelijk kunnen voorstellen dat, gezien de stijgingen van het minimumloon de afgelopen periode, het percentage van het mediane nettoloon wellicht nog iets omhoog is gegaan.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 29, item 7 - blz. XXX
Minister Van Gennip:
(…)
“De heer Heijnen vroeg of er recente cijfers zijn over de verhouding tussen het netto minimumloon en het netto mediaanloon. De heer Heijnen noemde zelf cijfers uit 2019. Volgens mij is dit precies de discussie die we moeten hebben, omdat je dan een aantal zaken meeneemt en dan wil je daar ook nog de kosten van levensonderhoud in meenemen, dus je purchasing power. Wij hebben die niet. We gaan uitzoeken of we iets kunnen vinden waarmee we dat kunnen vergelijken. Ik denk dat dat ons ook gaat helpen als we straks de discussie over de implementatie van de Europese richtlijn gaan hebben. Ik ben er vrij zeker van dat die cijfers niet heel recent zullen zijn, want internationale vergelijkingen lopen altijd een aantal jaar achter. Dan moeten de jaren afgerond zijn, de cijfers binnen zijn en dan moeten ze vergeleken worden. Ik weet niet wanneer het zal zijn, maar het zal geen 2023/2024 zijn. Maar we gaan ernaar op zoek en we hebben hoop iets te vinden.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 29, item 7
-
1 april 2025
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
28 maart 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van SZW betreffende een verkenning over het wettelijk minimumjeugdloon
EK 36.545 / 36.488, I
-
-
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 april 2024
toezegging gedaan
Toezegging Aanpakbrief OR (35.673) (T03897)
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe dat zij vermoedelijk dit jaar nog de aanpakbrief over de naleving van de Wet op de Ondernemingsraden kan versturen aan zowel de Tweede als Eerste Kamer.
| Nummer | T03897 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 27 februari 2024 |
| Deadline | 1 september 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. M.J. van Rooijen (50PLUS) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | OR Wet op de ondernemingsraden |
| Kamerstukken | Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie (35.673) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 21, item 10 - blz. 47
De heer Van Rooijen (50PLUS):
“Ik schrok met u — maar u wist dat al — van het feit dat 31% van de bedrijven die een or moeten hebben, geen or heeft. De minister zegde in de brief aan de Tweede Kamer, die wij ook krijgen, toe welke actie zij gaat ondernemen om dat snel tot een beter resultaat te brengen en het percentage snel naar beneden te krijgen. Wat kan de minister ons daarover toezeggen?”
Minister Van Gennip:
“Ik vond het zelf ook een pijnlijk cijfer. Hetzelfde geldt overigens voor de naleving van de RI&E, de risico-inventarisatie en -evaluatie. Nog niet de helft van de bedrijven heeft een RI&E en daar weer een significant gedeelte van heeft geen kwalitatief goede RI&E. Uiteindelijk heeft dus maar een derde van de bedrijven in Nederland een risico-inventarisatie die helemaal goed is. Hetzelfde geldt voor de naleving op de or. Bij de evaluatie van de naleving op de or gaan we echt kijken hoe we dat percentage omhoog kunnen krijgen, net zoals we dat percentage van de risico-inventarisaties omhoog moeten krijgen. En als er bij de risico-inventarisatie bijvoorbeeld uitkomt dat het zwaar is voor bedrijven om die uit te voeren — daar kijken we ook naar — kunnen we die vereenvoudigen en kunnen we met een start-RI&E beginnen. We hebben al allemaal handvatten om het voor bedrijven makkelijker te maken. Met de or is dat minder goed te doen, want je kunt geen start-or hebben. We kunnen wel kijken hoe we bedrijven meer kunnen stimuleren om een or te installeren. Natuurlijk, als je maar 51 medewerkers hebt, heb je misschien een or met maar een paar leden, die over veel minder vergadert dan de or bij hele grote bedrijven, die bijna een professionele or hebben. Maar het is wel nodig dat ook de bedrijven met 51, 52 medewerkers gewoon een or hebben.”
De heer Van Rooijen (50PLUS):
“Kan de minister aangeven wanneer zij met zo'n aanpakbrief naar de Tweede en Eerste Kamer komt?”
Minister Van Gennip:
“Ik hoop dat ik hem nog kan sturen, maar dat heeft met heel veel dingen te maken. Ik vermoed in de loop van het jaar, maar ik weet het niet helemaal zeker.”
De heer Van Rooijen (50PLUS):
“Kunt u het ons laten weten zodra u het weet?”
Minister Van Gennip:
“Ik zet het ook in de brief.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 21, item 10
-
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
27 februari 2024
toezegging gedaan
Toezegging OR nadrukkelijker betrekken bij maatschappelijke thema’s zoals werving en selectie (35.673) (T03898)
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Wijk (BBB) en Van Rooijen (50PLUS) toe de OR nadrukkelijker bij maatschappelijke thema’s, zoals werving en selectie, te betrekken. Dit punt wordt meegenomen in de actualisering en evaluatie van de WOR.
| Nummer | T03898 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 27 februari 2024 |
| Deadline | 1 september 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. M.J. van Rooijen (50PLUS) A.P.M. van Wijk (BBB) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | OR selectie werving Wet op de ondernemingsraden |
| Kamerstukken | Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie (35.673) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 21, item 3 - blz. 3
Mevrouw Van Wijk (BBB):
(…)
BBB zet grote vraagtekens bij deze wet, terwijl er volgens BBB een alternatief is om bewustwording bij werving en selectie na te streven. Het alternatief is namelijk het inzetten van de ondernemingsraad, de or. In de memorie van toelichting wordt op pagina 8 al gerefereerd aan de WOR, de Wet op de ondernemingsraden, en aan de toegevoegde waarde van de or in dit perspectief. BBB is er een voorstander van dat de ondernemer conform de WOR wordt gevraagd een regeling op te stellen waaraan de or als kritisch, onafhankelijk orgaan zijn instemming dient te verlenen. De or kan voorwaarden stellen, monitoren en evalueren. Het is een intern, onafhankelijk orgaan dat dicht bij de ondernemer staat, dat in de onderneming zit met een wettelijke, onafhankelijke basis.
Door de or in zijn kracht te zetten, kunnen bijvoorbeeld de extra acties rondom het inrichten van de Arbeidsinspectie, het opzetten van extra protocollen en extra regelgeving voor met name het mkb achterwege blijven. Deze optie komt ook tegemoet aan de bezwaren van BBB die ik zojuist noemde. De kleinere ondernemingen hoeven dan geen protocollen in te richten. Vergaande eisen als meldplichten, vergewisplichten en publicatieplichten zijn overbodig. Vele miljoenen euro's structureel, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven, zijn niet nodig. De Arbeidsinspectie kan haar focus blijven houden op de activiteiten waarvoor zij primair is ingericht. Een zware administratieve inrichting met bijbehorende lastige handhaving is voor alle bedrijven overbodig. De or, de ondernemingsraad, wordt in haar kracht gezet. Maar het grootste voordeel van deze optie, is dat het een aanpak is op basis van vertrouwen en niet wetgeving op basis van wantrouwen. Kan de minister reflecteren op het idee van BBB om de or te betrekken bij de intentie van deze wet, bewustwording: een or-regeling op basis van reeds bestaande wetgeving, maatwerk per onderneming? Dat zou de onderhavige wet wellicht overbodig maken.
Handelingen I 2023-2024, nr. 21, item 10 - blz. 6.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
(…)
“Voorzitter. Ondanks het feit dat ik die kritiekpunten van VNO-NCW kan billijken, blijf ik overigens wel achter met de vraag of VNO-NCW zelf, in de lange aanloop naar deze wet, wel voldoende inspanningen heeft geleverd om deze wet niet nodig te maken, bijvoorbeeld met een ambitieuze inzet via de ondernemingsraden. Mevrouw Van Wijk sprak daar al over, en terecht. Ik begrijp dat de BBB-fractie deze route ook een zeer interessante vindt. Wellicht moeten we erkennen dat zowel de politiek als de werkgeversorganisaties en vakbonden een kansrijk pad niet hebben benut. Ik hoor graag de mening van de minister op dit punt.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 21, item 10 - blz. 16-17
Minister Van Gennip:
(…)
“Ik moet u helaas wel zeggen dat 31% van de werkgevers die verplicht zijn om een or te hebben, geen or heeft. Daar moeten we met elkaar mee aan het werk. Daar moet ik ook mee aan het werk. Dat feit en wat we daaraan met elkaar willen gaan doen, heb ik in een recente brief ook aan de Tweede Kamer gemeld. We zullen er ook in onze Arbovisie op terugkomen. Dat nalevingspercentage van de WOR moet namelijk gewoon omhoog.
Uw idee om de or nadrukkelijk, of nadrukkelijker eigenlijk, bij dit soort maatschappelijke thema's te betrekken — ik trek het dus even breder dan alleen werving en selectie — spreekt mij zeer aan. Ik wil dit punt dus meenemen in de actualisering van de WOR die wij hebben ingezet, zoals ik aan de Tweede Kamer heb gecommuniceerd. Dan trek ik het wat breder dan de discussie van vandaag. U krijgt dus eigenlijk meer dan wat u vraagt.”
De voorzitter:
“Dus dat is een toezegging.”
Minister Van Gennip:
“Maar ik was geïnspireerd.”
De voorzitter:
“Voor de Handelingen: is dat een toezegging, minister?”
Minister Van Gennip:
“Jazeker.”
Mevrouw Van Wijk (BBB):
Ik wil aan de minister graag een vraag stellen. Stel dat u deze informatie scherper had vóór het opstellen van deze wet, dan had de or echt een grotere rol kunnen pakken en dan liepen we nu niet aan tegen deze bijna Kamerbrede bezwaren in het kader van handhaving, toezicht en meldingen. Dat zouden we dan niet gehad hebben. Zou de or misschien toch nog een alternatief kunnen zijn?
Minister Van Gennip:
Voor bepaalde or's is het zeker zo dat zij die rol aankunnen, maar niet elke organisatie die 'm moet hebben, heeft een or, en niet elke organisatie die een or heeft, heeft zo'n goed functionerende or als u of ik misschien gewend zijn geweest. En sowieso is er geen or als er minder dan 50 medewerkers zijn. Het is dus niet zo dat een or dit helemaal kan vervangen. Daar waar hij stevig is, kan een or wel die rol spelen. Maar dat is natuurlijk met name zo in die hele grote bedrijven, waar je bijna een professionele or hebt.
Mevrouw Van Wijk (BBB):
Ik dank de minister voor de toezegging. Ik ben het eens met het beleid om iedere onderneming met meer dan 50 werknemers een or te gunnen. Laat ik het zo zeggen.
Minister Van Gennip:
Zeker, zeker, maar we weten dat 31% nog geen or heeft en dat er ook veel organisaties zijn waar die or nog niet zo functioneert als hij zou moeten functioneren. Dat is de andere kant van de discussie over de or. In de evaluatie van de WOR neem ik uw inzicht en dat van de heer Van Rooijen mee.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 21, item 10
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 21, item 3
-
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 september 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
27 februari 2024
toezegging gedaan
Toezegging Brief publiceren boetebeleid (35.673) (T03899)
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe dat de brief over het publiceren van het boetebeleid ook aan de Eerste Kamer verstuurd zal worden.
| Nummer | T03899 |
|---|---|
| Status | afgevoerd |
| Datum toezegging | 27 februari 2024 |
| Deadline | 1 juli 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. M.J. van Rooijen (50PLUS) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | boetebeleid |
| Kamerstukken | Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie (35.673) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 21, item 10 - blz. 26.
Minister Van Gennip:
(…)
“Op dit moment zijn er heel veel verschillende boetes die de Arbeidsinspectie sowieso
publiceert. Ik kan u daarvan in tweede termijn een lijst geven. Daarnaast heb ik de Tweede Kamer toegezegd om te komen met een brief over het publiceren van het boetebeleid: welke boetes worden er standaard openbaar gemaakt en voor welke zit dat in de pijplijn? Want er is natuurlijk ook een hele beweging — denk aan de Wet open overheid — om zo veel mogelijk transparant te zijn. Voor andere wetten zit het dus ook al in de pijplijn dat een boete sowieso gepubliceerd wordt. Dat is hoe wij … Dat is hoe u met elkaar de wet hebt opgesteld. Ik heb de Tweede Kamer al beloofd om met een brief te komen, in den brede, over het openbaar maken van boetes. Maar deze wet zit zo in elkaar — dat geldt ook voor de wetten waarop hij gebaseerd is — dat openbaarmaking van de boete er standaard in zit.”
De voorzitter:
“Tot slot, meneer Van Rooijen.”
De heer Van Rooijen (50PLUS):
“Krijgen wij die brief dan ook?”
Minister Van Gennip:
“Natuurlijk krijgt u die brief ook. Het duurt nog wel even voordat die er is, maar …”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 21, item 10
-
behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 21, item 3
-
13 januari 2026
nieuwe status: afgevoerd
Voortgang: -
2 december 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
18 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
27 februari 2024
toezegging gedaan
Toezegging Publicatie werkwijze arbeidsinspectie en ABD (35.673) (T03900)
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Perin-Gopie (Volt), toe bereid te zijn de werkwijze van de Arbeidsinspectie en de ADB te publiceren. Dit beleid wordt vervolgens gestimuleerd binnen de hele rijksoverheid.
| Nummer | T03900 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 12 maart 2024 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | G.K. Perin-Gopie MSc (Volt) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | Arbeidsinspectie publicatie |
| Kamerstukken | Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie (35.673) |
Handelingen I 2023-2024, nr. 23, item 9 - blz. 6
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
“Dank u wel, voorzitter. Ik hou het heel kort, want volgens mij heb ik al heel duidelijk gemaakt dat Volt voor deze wet en tegen discriminatie op de arbeidsmarkt is. Maar in de tweede termijn heb ik samen met mevrouw Belhirch een motie ingediend waarin we de regering verzochten om op de website van de rijksoverheid de werkwijze van de Algemene Bestuursdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie te publiceren, een werkwijze waaruit blijkt dat zij maatregelen treffen om discriminatie te voorkomen en gelijke kansen te creëren. Ik wil aan de minister vragen of zij kan toezeggen dat de regering die werkwijze zal publiceren, want dan kunnen wij deze motie intrekken.”
Handelingen I 2023-2024, nr. 23, item 9 - blz. 10
Minister Van Gennip:
(…)
“Voorzitter. Dan de vraag om de werkwijze van de ABD en de Arbeidsinspectie te publiceren. Dat was een vraag van mevrouw Perin-Gopie en mevrouw Belhirch. Ja, ik ben bereid om de werkwijze van de Arbeidsinspectie en de ABD te publiceren. Dat lijkt mij zelfs echt een goed idee. Dat heb ik u de vorige keer ook gezegd. Ik kan u toezeggen dat wat mij betreft mijn ministerie het goede voorbeeld graag wil geven door publicaties van de werkwijze. De Arbeidsinspectie gaat daarin mee. Die is onderdeel van mijn ministerie. Die zal dat dus ook doen. Op de website van de Algemene Bestuursdienst staat de werkwijze rondom het objectief vormgeven van het vacatureproces al uitgebreid beschreven. De ABD zal indien nodig publicatie van de processen volgens het wetsvoorstel, als dat wordt aangenomen, aanpassen en daarover zeer transparant publiceren.”
Mevrouw Vos (GroenLinks-PvdA):
“Ik heb een korte vraag. Dat is mooi. Als u dan toch bezig bent, gaat u dan ook stimuleren dat binnen de hele rijksoverheid die werkwijze wordt gehanteerd?”
Minister Van Gennip:
“Jazeker, want ook de rijksoverheid en andere overheden zijn natuurlijk werkgevers. Dat nemen wij dus mee in onze ondersteuning en bij het stimuleren en het uitdragen van het belang hiervan.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2023/2024, nr. 23, item 9
-
18 november 2025
nieuwe deadline: 1 juli 2026
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
17 december 2024
nieuwe deadline: 1 juli 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 december 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 maart 2024
toezegging gedaan