T02312

Toezegging Een- en tweeverdieners, motie Schalk (34.302/34.303/34.304/34.305/34.306/34.276)



De Staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer toe, naar aanleiding van onder andere een opmerking van de heer Ester (ChristenUnie) over de motie van het lid Schalk, waarin de regering wordt verzocht met voorstellen te komen om de substantiële verschillen te verkleinen en de Kamer hierover nader te informeren,  volgend jaar weer diepgaand over

dit koopkrachtverhaal en deze verhoudingen te zullen spreken. 


Kerngegevens


Uit de stukken

Handelingen I 2015-2016, nr.12  item 4, - blz. 11

De heer Ester (ChristenUnie):

Terwijl tweeverdieners met twee kinderen al snel mogen rekenen op zo'n €1.500, blijft een eenverdienersgezin met twee kinderen steken op €700.Het is gezien deze cijfers onbegrijpelijk hoe het kabinet omgaat met de motie-Schalk. Ik zou graag een reactie van de staatssecretaris krijgen hoe hij de relatie legt tussen het Belastingplan en de motie-Schalk. Ouderen moeten het veelal doen met een plusje tussen de €100 en €200 per persoon — de heer Van Rooijen is daar net uitvoerig op ingegaan — terwijl uitkeringsgerechtigden blijven steken op een bedrag van enkele tientjes.

Handelingen I 2015-2016, nr.13  item 8, - blz. 4/ 5

Staatssecretaris Wiebes:

Nu komen wij bij de een- en tweeverdieners. Om te beginnen gaat het natuurlijk over de motie-Schalk. Het gedachtegoed van die motie heeft niet alleen hier veel discussielosgemaakt, maar ook in de Tweede Kamer. De SGP heeft bij velen een gevoelige snaar geraakt. Ik heb in de Algemene Financiële Beschouwingen gezegd dat niet te ontkennen valt dat je soms moet vaststellen dat het wringt, als je het van allerlei kanten bekijkt. Welk gewicht er aan dat wringen wordt toegekend, mag iedereen bij zijn eigen afweging betrekken.

Wat mij betreft heeft de heer Schalk natuurlijk inhoudelijk raak geschoten met het onderwerp. De voorstellen en de amendementen die er her en der lagen om daar iets aan te doen, waren dermate groot, vroegen dus dermate grote financiële verschuivingen en hadden ook dermate grote effecten op de werkgelegenheid dat wij er vanuit de doelstelling "meer banen" eigenlijk bijna niet voor konden kiezen. Tegelijkertijd was er natuurlijk ook een moeilijkheid. De motie-Schalk is in die zin ingewikkeld dat er in de Eerste Kamer een meerderheid voor is, terwijl de motie tegelijkertijd oproept tot maatregelen die nooit door de Tweede Kamer zouden komen. Dat maakt de motie tot een soorttegenspraak in zichzelf. Dit is geheel en al niet de schuld van de heer Schalk, maar die tegenspraak doet zich wel voor bij deze politieke situatie. Ik zou dit niet willen verbinden aan toezeggingen van het kabinet over wat er volgend jaar aan deze problematiek moet worden gedaan. Ik kan wel alvast zeggen dat dit onderwerp natuurlijk terugkomt. Het is geen doelstelling van het kabinet om het verschil te vergroten en ook niet om het verschil substantieel te verkleinen, zeker niet als dat een belangrijk werkgelegenheidseffect zou hebben. Ik kan dan ook niet anders dan toezeggen dat wij ongetwijfeld volgend jaar weer diepgaand over dit koopkrachtverhaal en deze verhoudingen zullen spreken. Dit onderwerp zal dan opnieuw aan bod komen. Het zal dus niet verdwijnen. Dat is een voorspelling van mijn kant die ongetwijfeld gelijkloopt met het voornemen van de heer Schalk. Ik denk dat wij beiden naar waarheid en in alle oprechtheid denken dat dit onderwerp niet verdwijnt.


Brondocumenten


Historie