Verslag van de plenaire vergadering van dinsdag 2 juni 2015



Parlementair jaar 2014/2015, 33e vergadering

Aanvang: 13.30 uur
Sluiting: 16.20 uur
Status: gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Broekers-Knol

Tegenwoordig zijn 74 leden, te weten:

Backer, Barth, Beckers, Van Beek, Beuving, Van Bijsterveld, De Boer, Van Boxtel, Brinkman, Bröcker, Broekers-Knol, Bruijn, Duivesteijn, Dupuis, Duthler, Elzinga, Engels, Essers, Ester, Faber-van de Klashorst, Flierman, Franken, Frijters-Klijnen, Ganzevoort, Gerkens, Fred de Graaf, Thom de Graaf, De Grave, Hermans, Hoekstra, Holdijk, Ter Horst, Huijbregts-Schiedon, Van Kappen, Kneppers-Heijnert, Knip, Koffeman, Kok, Koning, Koole, Kops, Kox, Kuiper, De Lange, Van der Linden, Linthorst, Lokin-Sassen, Martens, Meijer, Nagel, Popken, Postema, Quik-Schuijt, Reuten, Reynaers, Ruers, Schaap, Scholten, Schouwenaar, Schrijver, Sent, Slagter-Roukema, Sörensen, Van Strien, Strik, Swagerman, Sylvester, Terpstra, Thissen, Vlietstra, Vos, De Vries-Leggedoor, De Vries en Van Zandbrink,

en de heer Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken,

alsmede de heer Hamilton, Griffier van de Eerste Kamer.


Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Van Dijk, wegens bezigheden elders.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.


Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek, in verband met verduidelijking van het toepassingsbereik van de koopregels van titel 7.1 BW (34071);

het wetsvoorstel Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn 2014/60/EU betreffende teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (herschikking) (PbEU 2014, L 159) (34097).

Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen.


De voorzitter:

Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die namens de regering bij de stemmingen aanwezig is, van harte welkom in de Eerste Kamer.


Stemmingen

Stemming Verhoging van de AOW-leeftijd

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in verband met de versnelling van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd (34083).

(Zie vergadering van 19 mei 2015.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.


Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Voorzitter. Toch wel bijzonder dat ik op mijn laatste dag nog een stemverklaring mag afleggen.

Tijdens dit debat heb ik namens de fractie van GroenLinks aangegeven dat onze fractie geen principiële bezwaren heeft tegen de verdere of versnelde verhoging van de AOW-leeftijd, maar wel de nodige vragen en bedenkingen had bij de effecten van het voorstel op bepaalde groepen mensen, waarbij onze grootste zorg uitging naar die mensen met een laag inkomen die toch geen beroep zouden kunnen doen op de overbruggingsregeling en dientengevolge voor een aantal maanden de bijstand in zouden moeten. De fractie van GroenLinks is blij met de toezegging van de staatssecretaris om zich maximaal in te spannen door er, door aanpassing van de overbruggingsregeling of anderszins, voor te zorgen dat wordt voorkomen dat mensen ter overbrugging van het inkomensgat tussen VUT of prepensioen en AOW een beroep op de Participatiewet, ofte wel bijstand moeten doen. Met deze toezegging kan de GroenLinksfractie, alles afwegende, voor het wetsvoorstel stemmen.

Ik maak graag van de gelegenheid gebruik om te melden dat ik, gezien de genoemde toezegging, de door mij bij het wetsvoorstel ingediende motie aanhoud.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw De Boer stel ik voor, haar motie (34083, letter G) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.


De heer Postema (PvdA):

Voorzitter. Met het aanvaarden van dit wetsvoorstel wordt de noodzakelijke verhoging van de AOW-leeftijd, waartoe deze Kamer reeds eerder besloot, versneld. Dit is belangrijk voor de instandhouding van de AOW als basispensioen voor alle generaties en voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Mijn fractie heeft tijdens dit debat aangegeven, grote moeite te hebben met het gegeven dat er voor mensen die het aangaat maar beperkte tijd is om zich op de nieuwe situatie voor te bereiden en ze betreurt dan ook het late moment waarop dit wetsvoorstel is ingediend. Het gegeven dat de overbruggingsregeling naar aanleiding van het sociaal akkoord en de wetsbehandeling in de Tweede Kamer aanzienlijk is verbeterd en uitgebreid, waarderen wij daarentegen zeer. Voor mijn fractie is het evenwel essentieel dat de regering, in de persoon van de staatssecretaris, de uitvoering van de overbruggingsregeling nauwgezet blijft volgen en ingrijpt wanneer dit nodig mocht blijken.

Dit gezegd hebbend, zal het grootst mogelijke deel van mijn fractie voor het wetsvoorstel stemmen.


De heer Reuten (SP):

Voorzitter. Dit wetsvoorstel vermindert het begrotingstekort, maar de urgentie daarvan is het afgelopen jaar aanzienlijk afgenomen. Bovendien overschat de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de tekortreductie tot mogelijk 1,5 miljard euro, doordat zij de lasten van extra bijstandsuitkeringen door verdringing geheel negeert. Gezien naar de mensen treft het wetsvoorstel 1,5 miljoen 65-plussers, van wie velen op disproportionele wijze. Ook treft het de werklozen. Kabinet en Kamer hebben de maatschappelijk plicht om al het mogelijke te doen om werklozen aan een baan te helpen. Maar de aan dit wetsvoorstel inherente versnelde verdringing doet het omgekeerde. De SP-fractie stemt tegen dit wetsvoorstel, omdat het wringt met de rationaliteit, maar vooral met de moraliteit.

Hiermee en hier, voorzitter, heb ik gezegd.


De heer Backer (D66):

Voorzitter. De fractie van D66 pleit al lange tijd voor een generatiebestendige oudedagsvoorziening. Met deze versnelling komt die uit op een tijdstip dat wij altijd hebben bepleit. Er zijn overgangsproblemen, waarvan een deel is gerepareerd in de Tweede Kamer. Daar is nog wat aan toegevoegd in de motie van mevrouw De Boer en de toezegging van het kabinet. Dat alles samen brengt ons tot een positieve overweging: wij zullen dit voorstel steunen.


De heer Van Strien (PVV):

Voorzitter. De afgelopen jaren zijn er drastische ingrepen geweest in de AOW en de pensioenvoorziening, ingrepen die al veel verder gaan dan mijn fractie verantwoord vindt. Nu nog een keer daarbovenop dezelfde groep die gepakt wordt om een specifiek financieel probleem van de overheid op te lossen, vinden wij onverantwoord. Wij zullen in z'n geheel tegenstemmen.

De voorzitter:

Er is hoofdelijke stemming gevraagd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

Vóór stemmen de leden: Bröcker, Broekers-Knol, Bruijn, Dupuis, Duthler, Engels, Essers, Flierman, Franken, Ganzevoort, Fred de Graaf, Thom de Graaf, De Grave, Hermans, Hoekstra, Holdijk, Ter Horst, Huijbregts-Schiedon, Van Kappen, Kneppers-Heijnert, Knip, Koning, Koole, Van der Linden, Linthorst, Lokin-Sassen, Martens, Postema, Schaap, Scholten, Schouwenaar, Schrijver, Sent, Strik, Swagerman, Sylvester, Terpstra, Thissen, Vlietstra, Vos, De Vries-Leggedoor, De Vries, Van Zandbrink, Backer, Barth, Beckers, Beuving, Van Bijsterveld, De Boer, Van Boxtel en Brinkman.

Tegen stemmen de leden: Duivesteijn, Elzinga, Ester, Faber-van de Klashorst, Frijters-Klijnen, Gerkens, Koffeman, Kok, Kops, Kox, Kuiper, De Lange, Meijer, Nagel, Popken, Quik-Schuijt, Reuten, Reynaers, Ruers, Slagter-Roukema, Sörensen, Van Strien en Van Beek.

De voorzitter:

Ik constateer dat dit wetsvoorstel met 51 tegen 23 stemmen is aangenomen.


Over de motie-De Boer c.s. (34083, letter G) wordt niet gestemd, aangezien deze zojuist is aangehouden.


Stemmingen

Stemming Wet aanpak schijnconstructies

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter verbetering van de naleving en handhaving van arbeidsrechtelijke wetgeving in verband met de aanpak van schijnconstructies door werkgevers (Wet aanpak schijnconstructies) (34108).

(Zie vergadering van 26 mei 2015.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.


De heer Backer (D66):

Voorzitter. Wij hadden het debat afgerond met de mededeling dat ik het in de fractie zou overleggen, omdat wij nog de nodige aarzelingen bij het wetsvoorstel hadden. Die hebben wij ook geuit. Wij hebben het debat gevoerd met de minister en zijn na intern beraad tot de conclusie gekomen dat wij het uiteindelijk zullen steunen.

De voorzitter:

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Wet veiligheidsonderzoeken

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet veiligheidsonderzoeken in verband met het opnemen van een grondslag voor het doorberekenen van kosten verbonden aan het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken alsmede enkele andere wijzigingen,

te weten:

de motie-Thom de Graaf c.s. over een beschouwing omtrent het doorberekenen van kosten van handelingen en diensten in het kader van de uitvoering van de overheidstaak en een aanzet van een afwegingskader (33673, letter D).

(Zie vergadering van 14 april 2015.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.


De heer Meijer (SP):

Voorzitter. Onder de motie van de heer Thom de Graaf staan als ondertekenaars leden van zes fracties vermeld. De SP-fractie ontbreekt. Dat zou de indruk kunnen wekken dat wij het oneens zijn met het streven om ten behoeve van de rechtszekerheid een afwegingskader te ontwikkelen voor de doorberekening van kosten voor veiligheidsonderzoeken. De heer De Graaf had die motie weken van tevoren aangekondigd, maar ik heb uiteindelijk niet de kans gekregen om haar op 14 april mede te ondertekenen. De eerste indiener heeft mij verzekerd dat dit een gevolg is van het feit dat hij nog bezig was met inzameling van de handtekeningen, terwijl ik in tweede termijn het woord voerde. Tegen zijn verwachting in was hij onmiddellijk daarna zelf aan de beurt. Zonder die complicatie zou ik de motie zeker hebben medeondertekend. Aanvaarding van deze motie betekent een verbetering met betrekking tot een van onze kritiekpunten, maar biedt overigens geen oplossing voor de andere bezwaren die we tegen dit wetsvoorstel behouden.


De voorzitter:

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Thom de Graaf c.s. (33673, letter D).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PvdA, het CDA, de ChristenUnie, de SGP, GroenLinks, de SP, D66, 50PLUS, de PvdD en De Lange voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming Wet veiligheidsonderzoeken

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet veiligheidsonderzoeken in verband met het opnemen van een grondslag voor het doorberekenen van kosten verbonden aan het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken alsmede enkele andere wijzigingen (33673).

(Zie vergadering van 14 april 2015.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.


De heer Schouwenaar (VVD):

Voorzitter. Nu de motie van D66 is aangenomen, geeft dat voor de VVD de ruimte om voor het wetsvoorstel te stemmen. De minister heeft aangegeven dat hij de motie zal uitvoeren. Dat betekent dat hij zal komen met de aanzet tot een afwegingskader. Mocht toetsing aan dat afwegingskader tot knelpunten leiden, dan verwacht de VVD-fractie dat de minister terugkomt bij de Kamer met een voorstel tot aanpassing of in het uiterste geval tot intrekking van dit wetsvoorstel.


De heer Thom de Graaf (D66):

Voorzitter. Ik ben blij dat ik de fractie van de VVD heb kunnen helpen in de afweging van haar stembesluit. Bij mijn fractie is het precies andersom. Juist omdat de motie is aanvaard, is de logische volgorde omgedraaid om eerst met het afwegingskader te komen en dan het wetsvoorstel te beoordelen. Dat hebben wij eerder ook betoogd, en daarom zullen wij nu tegen het wetsvoorstel stemmen.


Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Voorzitter. Mijn fractie sluit zich aan bij de woorden van Thom de Graaf. Ook voor ons is de logische volgorde: eerst een afwegingskader en dan bezien of dit wetsvoorstel daarin past. Om die reden zullen wij dan ook tegen het wetsvoorstel stemmen.


De voorzitter:

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PvdA en het CDA voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de PVV, de ChristenUnie, de SGP, GroenLinks, de SP, D66, 50PLUS, de PvdD en De Lange ertegen, zodat het is aangenomen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.


Onderzoek geloofsbrieven nieuw benoemde leden der Kamer

Aan de orde is het onderzoek van de geloofsbrieven van de nieuw benoemde leden der Kamer.


De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat door mij zijn benoemd tot leden van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde leden der Kamer in groep I: de heer Franken, voorzitter, mevrouw Slagter-Roukema en mevrouw Scholten.

In groep I zijn in alfabetische volgorde opgenomen: de heer E.B. van Apeldoorn, de heer J.J. Atsma, de heer J.P. Backer, mevrouw M.A.M. Barth, mevrouw J. Beuving, mevrouw S.C. van Bijsterveld, mevrouw M.H. Bikker, mevrouw A.L. Bredenoord, de heer L.C. Brinkman, mevrouw A. Broekers-Knol, de heer J.A. Bruijn, de heer R.G.J. Dercksen, de heer D.J.H. van Dijk, de heer H.M. Don, mevrouw A.W. Duthler, de heer A. Elzinga, de heer J.W.M. Engels, de heer P. Ester, mevrouw M.H.M. Faber-van de Klashorst, de heer A.H. Flierman, de heer R.R. Ganzevoort, mevrouw A.M.V. Gerkens, de heer Th.C. de Graaf, de heer F.H.G. de Grave, de heer A.W.J.A. van Hattem, de heer L.M.L.H.A. Hermans, de heer W.B. Hoekstra, de heer H. ten Hoeve, mevrouw W.H. Huijbregts-Schiedon, mevrouw A. Jorritsma-Lebbink, de heer F.E. van Kappen, de heer N.J.J. van Kesteren, de heer H.P.M. Knapen, de heer M.A.J. Knip, de heer N.K. Koffeman, de heer F. Köhler, de heer C.J. Kok en de heer A. Kops.

Ik deel aan de Kamer mede dat de reeds ingekomen missiven van de voorzitter van het centraal stembureau en de geloofsbrieven van eerder genoemde leden in groep I inmiddels in handen zijn gesteld van de commissie tot onderzoek van deze geloofsbrieven. Het is mij gebleken dat de commissie haar taak reeds heeft verricht. Ik geef derhalve het woord aan de heer Franken, voorzitter van de commissie, tot het uitbrengen van het rapport.


De heer Franken, voorzitter van de commissie:

Voorzitter. De commissie die de geloofsbrieven van de benoemde leden van de Kamer, in alfabetische volgorde opgenomen in groep I, heeft onderzocht, heeft de eer te rapporteren dat de geloofsbrieven en de daarbij ingevolge de Kieswet overgelegde bescheiden van de volgende personen in orde zijn bevonden: de heer E.B. van Apeldoorn te Haarlem; de heer J.J. Atsma te Surhuisterveen; de heer J.P. Backer te 's-Gravenhage; mevrouw M.A.M. Barth te Wassenaar; mevrouw J. Beuving te 's-Gravenhage; mevrouw S.C. van Bijsterveld te Rijen; mevrouw M.H. Bikker te Utrecht; mevrouw A.L. Bredenoord te Utrecht; de heer L.C. Brinkman te Leiden; mevrouw A. Broekers-Knol te Overveen; de heer J.A. Bruijn te Wassenaar; de heer R.G.J. Dercksen te Bosch en Duin; de heer D.J.H. van Dijk te Benthuizen; de heer H.M. Don te Waalre; mevrouw A.W. Duthler te 's-Gravenhage; de heer A. Elzinga te Overveen; de heer J.W.M. Engels te Eelderwolde; de heer P. Ester te Baarn; mevrouw M.H.M. Faber-van de Klashorst te Hoevelaken; de heer A.H. Flierman te Markelo; de heer R.R. Ganzevoort te Utrecht; mevrouw A.M.V. Gerkens te Haarlem; de heer Th.C. de Graaf te Nijmegen; de heer F.H.G. de Grave te Amsterdam; de heer A.W.J.A. van Hattem te Steensel; de heer L.M.L.H.A. Hermans te Beetsterzwaag; de heer W.B. Hoekstra te Bussum; de heer H. ten Hoeve te Stiens; mevrouw W.H. Huijbregts-Schiedon te Oosterhout (NB); mevrouw A. Jorritsma-Lebbink te Almere; de heer F.E. van Kappen te Doorn; de heer N.J.J. van Kesteren te Katwijk; de heer H.P.M. Knapen te Amsterdam; de heer M.A.J. Knip te Almelo; de heer N.K. Koffeman te Vierhouten; de heer F. Köhler te Amsterdam; de heer C.J. Kok te Almere en de heer A. Kops te Apeldoorn.

Het rapport van de commissie is neergelegd ter Griffie ter inzage voor de leden.

De commissie adviseert de Kamer, voornoemde personen als leden van de Kamer toe te laten.


De voorzitter:

Ik dank de heer Franken voor het uitbrengen van het rapport en de commissie voor het verrichten van haar taak.

Ik stel aan de Kamer voor, het advies van de commissie te volgen en het rapport in de Handelingen te doen opnemen.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:

Ik deel voorts aan de Kamer mede dat door mij zijn benoemd tot leden van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde leden der Kamer in groep II: mevrouw Linthorst, voorzitter, de heer Thissen en mevrouw Frijters-Klijnen.

In groep II zijn in alfabetische volgorde opgenomen: de heer M.J.M. Kox, mevrouw P.C. Krikke, de heer R. Kuiper, de heer F.C.W.C. Lintmeijer, de heer G. Markuszower, mevrouw M.J.T. Martens, mevrouw M.P. Meijer, de heer J.G. Nagel, mevrouw J.E.A.M. Nooren, mevrouw M.G.H.C. Oomen-Ruijten, de heer H.J. Pijlman, mevrouw G.J.F. Popken, de heer A. Postema, mevrouw H.M. Prast, de heer M.L.A. van Rij, de heer A.H.G. Rinnooy Kan, de heer A.G.J.M. Rombouts, de heer M.J. van Rooijen, de heer R.F. Ruers, de heer S. Schaap, de heer P. Schalk, de heer H.A. Schaper, de heer P. Schnabel, de heer J.M. Schouwenaar, de heer N.J. Schrijver, mevrouw E.M. Sent, mevrouw C.P.W.J. Stienen, de heer G.A. van Strien, mevrouw M.H.A. Strik, mevrouw C. Teunissen, de heer M.P.M. van de Ven, de heer L.H.J. Verheijen, mevrouw M.B. Vos, de heer R.L. Vreeman, mevrouw G. de Vries-Leggedoor, mevrouw V.D.D. van Weerdenburg en mevrouw A.M.T. Wezel.

Ik deel aan de Kamer mede dat de reeds ingekomen missiven van de voorzitter van het centraal stembureau en de geloofsbrieven van eerdergenoemde leden inmiddels in handen zijn gesteld van deze commissie tot onderzoek van deze geloofsbrieven. Ik geef derhalve het woord aan mevrouw Linthorst, voorzitter van de commissie, tot het uitbrengen van het rapport.


Mevrouw Linthorst, voorzitter van de commissie:

Voorzitter. Ik denk dat de namen van deze leden niet gauw vergeten zullen worden nu deze dubbel worden voorgelezen.

De commissie die de geloofsbrieven van de benoemde leden van de Kamer, in alfabetische volgorde opgenomen in groep II, heeft onderzocht, heeft de eer te rapporteren dat de geloofsbrieven en de daarbij ingevolge de Kieswet overgelegde bescheiden van de volgende personen, in orde zijn bevonden: de heer M.J.M. Kox te Tilburg; mevrouw P.C. Krikke te Arnhem; de heer R. Kuiper te Amsterdam; de heer F.C.W.C. Lintmeijer te Vleuten; de heer G. Markuszower te Amstelveen; mevrouw M.J.T. Martens te Nijmegen; mevrouw M.P. Meijer te Amsterdam; de heer J.G. Nagel te Hilversum; mevrouw J.E.A.M. Nooren te Linschoten; mevrouw M.G.H.C. Oomen-Ruijten te Maasbracht; de heer H.J. Pijlman te Groningen; mevrouw G.J.F. Popken te 's-Gravenhage; de heer A. Postema te Maastricht; mevrouw H.M. Prast te Amsterdam; de heer M.L.A. van Rij te Wassenaar; de heer A.H.G. Rinnooy Kan te Aerdenhout; de heer A.G.J.M. Rombouts te 's-Hertogenbosch; de heer M.J. van Rooijen te Oegstgeest; de heer R.F. Ruers te Utrecht; de heer S. Schaap te Emmeloord; de heer P. Schalk te Veenendaal; de heer H.A. Schaper te 's-Gravenhage; de heer P. Schnabel te Utrecht; de heer J.M. Schouwenaar te Middelburg; de heer N.J. Schrijver te Oegstgeest; mevrouw E.M. Sent te Nijmegen; mevrouw C.P.W.J. Stienen te 's-Gravenhage; de heer G.A. van Strien te Arcen; mevrouw M.H.A. Strik te Oosterbeek; mevrouw C. Teunissen te 's-Gravenhage; de heer M.P.M. van de Ven te Rijpwetering; de heer L.H.J. Verheijen te Nijmegen; mevrouw M.B. Vos te Amsterdam; de heer R.L. Vreeman te Tilburg; mevrouw G. de Vries-Leggedoor te Nieuw-Buinen; mevrouw V.D.D. van Weerdenburg te Amstelveen; mevrouw A.M.T. Wezel te Amsterdam.

Het rapport van de commissie is neergelegd ter Griffie ter inzage voor de leden.

De commissie adviseert de Kamer, voornoemde personen als leden van de Kamer toe te laten.


De voorzitter:

Ik dank mevrouw Linthorst voor het uitbrengen van het rapport en de commissie voor het verrichten van haar taak.

Ik stel aan de Kamer voor, het advies van de commissie te volgen en het rapport in de Handelingen te doen opnemen.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:

Ik zou nu de vergadering voor enkele ogenblikken schorsen in afwachting van de minister-president, maar hij komt iets later. De minister-president is namelijk dringend gesommeerd voor het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Wij wachten niet tot hij komt, maar gaan verder met de vergadering. Op het moment dat hij komt, schors ik de vergadering heel kort.


Afscheid van de vertrekkende leden

Aan de orde is het afscheid van de vertrekkende leden.


De voorzitter:

Collegae. Vandaag komen wij voor het laatst in deze samenstelling bijeen. Vandaag en volgende week is de wisseling van de wacht. Dat gaat met enig ceremonieel gepaard: 35 van u nemen afscheid. Dit betekent dat wij veel kennis, visie en ervaring kwijtraken. Wij troosten ons met de gedachte dat deze hopelijk volgende week vernieuwd wordt met het aantreden van de nieuwe leden. Een instituut is immers zo krachtig als zijn mensen.

Vandaag staat echter niet alleen in het teken van het afscheid van een groot aantal collega's. Wij markeren ook het einde van de Kamerperiode 2011-2015. Voordat ik de collega's die afscheid nemen met een enkel woord toespreek, wil ik dan ook graag van de gelegenheid gebruikmaken om kort stil te staan bij de ontwikkelingen die de Kamer in deze periode heeft doorgemaakt.

Een Kamerperiode laat zich in beginsel niet louter vatten in cijfers en statistieken, maar om een kleine indicatie te geven van wat er de afgelopen jaren door deze Kamer is behandeld, kan ik het volgende vermelden. Wij hebben 990 wetsvoorstellen behandeld, waarvan er 8 zijn verworpen. Er zijn 263 moties ingediend, waarvan er 99 zijn aanvaard. 18 moties werden zelfs met algemene stemmen aanvaard. Ruim 680 toezeggingen werden geregistreerd, waarvan 68% inmiddels is voldaan. Speciaal voor de heer Reuten heb ik deze cijfers in een voetnoot aan mijn bijdrage toegevoegd!

De politieke ontwikkelingen hebben de afgelopen jaren ontegenzeggelijk hun effect gehad op deze Kamer en op de manier waarop er naar deze Kamer wordt gekeken. Al tijdens het kabinet-Rutte I was de aandacht voor de Eerste Kamer groter dan voorheen. Onder Rutte II werd deze lijn exponentieel doorgezet. Meer dan ooit was er aandacht voor het feit dat ook de Eerste Kamer een politiek orgaan is. Ik kan mij de tijd nog goed herinneren dat we de pers hier met geen stok door de deur kregen. Dat is nu wel anders. Het neemt niet weg dat de Eerste Kamer het onverminderd als haar taak ziet om wetsvoorstellen te beoordelen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Ook de komende jaren zullen de Kamer en het kabinet hun weg moeten vinden in de huidige betrekkelijk unieke politieke situatie waarbij het kabinet geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer.

De Kamer heeft deze periode een groot aantal opvallende debatten gevoerd. Een kleine greep uit de reeks: de verhoging van de AOW-leeftijd, de hervormingen van de woonsector, de pelsdierhouderij, de Zorgverzekeringswet en de vrije artsenkeuze, de Nationale Politie, de herziening van de gerechtelijke kaart en de Prostitutiewet. In al deze gevallen heeft de Kamer ernaar gestreefd, de rechtmatigheid in brede zin te beoordelen. Het gaat daarbij onder andere om rechtsbescherming, rechtszekerheid en verenigbaarheid met de Grondwet en verdragen. In sommige gevallen moest de Eerste Kamer een oordeel geven over fundamentele en controversiële kwesties, zoals de inbreuk op een grondrecht. Dat was onder andere het geval bij de wetsvoorstellen over ritueel slachten, weigerambtenaren en lesbisch ouderschap.

Voor volgers van de staatsrechtelijke ontwikkelingen bood deze parlementaire periode ook voldoende interessante casus: het debat over het rapport van de Staatscommissie Grondwet, het correctief en raadgevend referendum, het kiesrecht van de eilandsraden in Caribisch Nederland en het Huis voor klokkenluiders. Ook heeft de Kamer bij een aantal gelegenheden gereflecteerd op de wijze van haar verkiezing en haar positie in het staatsbestel ten opzichte van de andere staatsmachten.

De vele staatsrechtelijke ontwikkelingen leiden ertoe dat de Kamer meermaals overleg heeft gevoerd met de Raad van State. In februari 2012 heeft de Kamer voor het eerst gebruikgemaakt van de mogelijkheid om aan de Afdeling advisering van de Raad van State rechtstreeks voorlichting te vragen. Het betrof de Wet normering topinkomens en de Wet op het accountantsberoep. Sindsdien is nog tweemaal voorlichting gevraagd over respectievelijk artikel 13 van de Zorgverzekeringswet en de democratische controle in de Europese Unie. De band tussen de Eerste Kamer en de Raad van State is een bijzondere. Wij zijn in zekere zin staatsrechtelijke bondgenoten, respectievelijk aan het eind en aan het begin van het wetgevingsproces. Hoe serieus en consciëntieus de Kamer haar staatsrechtelijke verantwoordelijkheid neemt, bleek tijdens het debat over de staat van de rechtsstaat in maart 2014.

Op staatsrechtelijk vlak speelde ook de uitvoering en de uitwerking van de wet- en regelgeving in de nieuwe structuur van het Caribisch deel van het Koninkrijk. Door middel van werkbezoeken en het Interparlementair Koninkrijksoverleg kon worden overlegd over de nieuwe status van de eilanden, de consequenties daarvan voor het dagelijks bestaan van hun inwoners en de toekomst van het Koninkrijk in brede zin.

De Eerste Kamer heeft in deze periode verder opvallend veel gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot het houden van deskundigenbijeenkomsten ter voorbereiding op de plenaire behandeling van een wetsvoorstel of nota of een beleidsdebat. Wij hebben ervaren hoe belangrijk het is om deskundigen en belanghebbenden rechtstreeks te kunnen bevragen over de onderliggende problematiek en de uitvoerbaarheid van een wetsvoorstel. De kwaliteit van deze bijeenkomsten droeg dan ook bij aan de kwaliteit van de debatten in de Kamer.

De Eerste Kamer heeft de laatste jaren steeds nadrukkelijker ook voor- en nagehangen Algemene Maatregelen van Bestuur tegen het licht gehouden. AMvB's bevatten in toenemende mate bepalingen met verstrekkende gevolgen voor de uitvoerbaarheid van wetgeving. Mede daarom rekent de Kamer het tot haar taak om hierop toezicht uit te oefenen. In een enkel geval spreekt de Kamer zelfs de wens uit dat een onderwerp dat in een AMvB is geregeld, toch bij wet wordt geregeld. Recentelijk speelde dit bij de Melkveewet. Ook heeft de Eerste Kamer in de afgelopen jaren steeds vaker gewezen op de gevaren van en de bezwaren tegen het vooruitlopen op wetgeving.

Op Europees vlak speelden met name de coördinatie en de harmonisatie van economisch beleid en begrotingsbeleid. De Kamer heeft zich meermaals sterk gemaakt voor de verankering van de democratische controle bij de hervormingen in het economisch en financieel bestuur in Europa. Zo heeft de Kamer geageerd tegen het uithollen van het budgetrecht van nationale parlementen door de invoering van het Europees semester. Verder heeft de Eerste Kamer met een nipte meerderheid bezwaar gemaakt tegen het instellen van het Europees Openbaar Ministerie, is er veelvuldig aandacht besteed aan de implicaties van het Oostelijk Partnerschapsbeleid en werden de eerste voorbereidingen getroffen voor de parlementaire dimensie van het Nederlandse voorzitterschap van de EU in 2016.

In het kader van het onderhouden van internationale betrekkingen heeft de Eerste Kamer ook deze periode weer verschillende buitenlandse delegaties ontvangen. Ik noem de meest in het oog springende: de Chinese president Xi Jinping, de Italiaanse president Napolitano, de Franse president Hollande, de Israëlische president Peres, NAVO-secretaris-generaal Rasmussen, koning Filip en koningin Mathilde van België en koning Felipe en koningin Letizia van Spanje. Ook werden er verschillende buitenlandse bezoeken afgelegd.

De Kamer is in deze periode ook bijzonder betrokken geweest bij Parlementaire Assemblees. Wij zijn inmiddels zo gewend geraakt aan de afkortingen, dat ik de namen niet meer voluit hoef te noemen: PACE, COSAC, OVSE, NAVO PA, Benelux en IPU. Door al deze activiteiten op het internationale vlak heeft de Kamer haar bijdrage aan de parlementaire diplomatie verder invulling gegeven en uitgediept.

Nog tien dagen geleden hadden wij hier vrijwel alle Europese senaatsvoorzitters met hun delegaties te gast voor de conferentie van de Association of European Senates. De rapportage van deze bijeenkomst, die nog wordt verspreid, biedt een prachtige staalkaart van de functies die bicamerale stelsels in onze tijd vervullen.

Een unicum in de geschiedenis van de Kamer was het parlementaire onderzoek naar het Nederlandse privatiserings- en verzelfstandigingsbeleid. Voor het eerst in de geschiedenis deed de Kamer een dergelijk omvangrijk parlementair onderzoek. Dit betekende dat de Kamer haar eigen aanpak heeft moeten en kunnen bepalen bij het organiseren hiervan. Het onderzoek leidde tot een degelijk rapport waaraan veel wordt gerefereerd. Deze aanpak biedt dan ook een blauwdruk voor eventuele parlementaire onderzoeken van de Eerste Kamer in de toekomst.

Een andere bijzondere commissie die de Kamer in deze periode instelde, was de commissie-GRECO, die tot taak had om een reactie van de Eerste Kamer voor te bereiden op het rapport van de Groep van Staten tegen Corruptie van de Raad van Europa over de preventie van corruptie en de bevordering van integriteit bij parlementariërs en de rechterlijke macht in Nederland. Dit rapport leidde tot de toevoeging van een hoofdstuk over integriteit aan ons Reglement van Orde en levert een belangrijke basis voor de Kamer om haar werkzaamheden consciëntieus te blijven uitoefenen.

In het kader van het uitoefenen van werkzaamheden wil ik graag melding maken van een andere ontwikkeling: de invoering van de iPad. In september 2011 werd met de introductie van de Eerste Kamerapp voor senatoren de mogelijkheid gecreëerd om op hun iPad de agenda's en vergaderstukken te ontvangen en te lezen. In deze Kamerperiode hebben wij vrijwel volledig gedraaid op deze digitale vergadervoorziening. Dat was in het begin even wennen, zeg ik er eerlijk bij. Niet zelden kwam er een Kamerlid bij de staf met de vraag: hoe krijg ik mijn app op het scherm? En: waar zit de printknop? En zelfs: waar zit de aanknop? Dat was nadat we er al een halfjaar mee gedraaid hadden. Met deze EK-app werd de Kamer 's werelds eerste papierarme parlement; een trend die inmiddels internationaal navolging krijgt. In het bijzonder het Europees Parlement heeft zich door ons laten inspireren.

Met het noemen van de app ben ik aanbeland bij het laatste onderwerp dat ik in deze inleiding wil aanstippen: de ambtelijke ondersteuning van de Kamer. Ik heb het al bij meerdere gelegenheden gezegd en ik zeg het vandaag weer. Bij wat wij als Kamerleden doen, is de voortreffelijke ondersteuning die wij krijgen onontbeerlijk. Die komt van een klein team. Het is een van de kleinste griffies ter wereld, maar de kwaliteit die zij onder de bezielende leiding van Griffier Geert Jan Hamilton levert, is ongeëvenaard.

(Applaus)

De voorzitter:

Ik weet dat ik namens u allen spreek als ik alle medewerkers, en daarbij ook die van de Dienst Verslag en Redactie, de beveiliging en de catering hartelijk dank voor de onvermoeibare professionele ondersteuning die wij de afgelopen vier jaar van hen hebben mogen ontvangen.

(Applaus)

De voorzitter:

Ik richt mij nu tot de leden die vandaag afscheid nemen van de Eerste Kamer. Voordat ik dat doe, wil ik niet nalaten om te vermelden hoezeer wij allen diep geraakt zijn door het verlies van Willem Witteveen als gevolg van de ramp met de MH17. Wij hebben van hem te vroeg afscheid moeten nemen en dat raakt ons zeker ook op een dag als vandaag.

Henk Beckers. Uw zuidelijke tongval verraadt uw Limburgse afkomst en Brabantse woonplaats. In combinatie met uw sympathieke karakter maakt dit dat velen u inschatten als zachtaardig. Dat bent u ook, maar u bent ook vasthoudend en principieel. In de debatten werd telkens gaandeweg duidelijk dat u een ijzeren wil hebt, een eigenschap die in de politiek goed van pas komt. In de vier jaar dat u de Kamer diende, was u met name actief op de onderwerpen sociale zaken, werkgelegenheid en zorg. Deze terreinen waren onderwerp van drie grote decentralisaties, de 3D. Het ging om zorg aan langdurig zieken of ouderen, hulp bij het vinden van werk en jeugdzorg. In uw optiek ligt de winst van deze decentralisaties in het neerleggen van verantwoordelijkheden bij gemeenten en het helpen van de burger vanuit zijn capaciteiten, bekwaamheden en verantwoordelijkheden. Er moet echter wel goed gecommuniceerd worden naar de burgers. Ook maakte u zich er sterk voor dat gemeenten niet worden geleid door financiële motieven, maar de kwaliteit van de toewijzing en de invulling van de voorziening vooropstaan. U hebt in uw bijdragen steeds bijzondere aandacht besteed aan de positie van de jeugd. U deed dit vanuit de overtuiging dat ieder mens talenten heeft en dat het zaak is om die verder te ontwikkelen en aan te spreken. Eigen verantwoordelijkheid nemen, maar wel oog houden voor de kwetsbaren onder ons: het is een van de speerpunten die u in uw politieke carrière hebt uitgedragen. Deze carrière bracht u van de gemeentelijke politiek naar de provinciale politiek en uiteindelijk naar de Eerste Kamer. Vandaag verlaat u de actieve politiek en richt u zich op het helpen van startende ondernemers in Den Bosch om hun talenten verder te ontwikkelen.

Martin van Beek. In oktober 2012 betrad u de rechterflank van deze Kamer. Ik bedoel dat letterlijk, omdat u vanuit het rostrum gezien ver in de rechtse hoek zit. Maar ik bedoel het ook een beetje figuurlijk. Dit is uw eerste politieke functie, maar maatschappelijk was u al langer breed actief. Zo kwam uw commerciële werk als zelfstandig ondernemer en als general manager Europa bij een Amerikaanse onderneming bijvoorbeeld van pas bij uw werk voor de commissie voor Economische Zaken. Als voorvechter van een sterke positie van het mkb pleitte u bij verschillende gelegenheden voor bedrijfslastenverlichting. U ziet in het mkb de werkgelegenheidsmotor van Nederland, die tevens de bron is voor de grootste vernieuwingen in onze economie. Ondernemers moeten niet alleen ruimte krijgen voor nieuwe initiatieven, maar ook zekerheid over het voortbestaan van hun onderneming. Voor het onterecht bevoordelen van buitenlandse concurrentie door Europese subsidies bent u beducht. U hebt in uw Kamerbijdragen telkens de positie van ondernemers verdedigd en zult in de toekomst ongetwijfeld het ondernemersbelang blijven bepleiten.

Margreeth de Boer. Toen u toetrad tot deze Kamer trad u tevens in de voetsporen van uw vader. Dat gaf uw Kamerwerk een extra dimensie. In uw maidenspeech bij de heffing van rechten voor Nederlandse identiteitskaarten beschuldigde u het kabinet ervan "arrogant en pedant" te zijn. U vroeg de Kamer om u niet van hetzelfde te betichten. Dat zullen wij dan ook zeker niet doen, maar van een welhaast onvermoeibare vasthoudendheid beticht ik u wel. Ik bedoel dit als compliment. U nam deel aan talloze debatten en vroeg de bewindslieden naar het naadje van de kous. De onderwerpen die u behandelde, varieerden van financiën en belastingen tot volkshuisvesting, binnenlands bestuur en justitie. In uw bijdragen stonden duurzaamheid, emancipatie en mensenrechten steeds voorop. Bij wetsvoorstellen zoals de prostitutiewet, het juridisch ouderschap vrouwelijke partner van de moeder en weigerambtenaren kwam uw expertise op het gebied van vrouwenrechten en gelijke behandeling het beste tot haar recht. Als iemand die in Friesland geboren is, kent u vast de uitdrukking "om immen tinke" als het gaat om empathie tonen voor iemands positie. Dat is precies wat u steeds hebt voorgestaan. Ook na uw vertrek uit deze Kamer is de emancipatie van de vrouw bij u in goede handen.

Roger van Boxtel. Toen u vier jaar geleden voor het eerst plaatsnam in de groene bankjes ging daar een zekere vanzelfsprekendheid en ontspannen houding van uit. Dit is deels te verklaren doordat u als minister en als Tweede Kamerlid dit huis al aardig kende, maar ik geloof ook dat het deel is van uw karakter. Als fractievoorzitter was u altijd daar als het nodig was en was u bepaald niet bang om stelling te nemen, maar kon u tegelijkertijd met een relativerende opmerking de spanning uit de lucht nemen. Dit ging vaak met enige charme gepaard. Zo werd ik aan het begin van iedere vergadering van het College van Senioren getrakteerd op een handkus: correct, net boven de hand.

In de debatten toonde u zich een fel voorvechter van de culturele sector. Het beleidsdebat cultuur dat wij in september 2013 voerden, was dan ook een kolfje naar uw hand. Of moet ik zeggen "Kuifje"? Daar schijnt u een groot fan van te zijn. U bepleitte dat onderzoek werd gedaan naar de ingrijpende gevolgen van de bezuinigingen in deze sector. Het liefst zag u dat deze bezuinigingen deels ongedaan werden gemaakt. Cultuur is in uw optiek essentieel voor het verbinden van mensen onderling, iets wat niet direct is uit te drukken in financiële waarde.

Uw affiniteit was overigens breder dan cultuur. Een met algemene stemmen aangenomen motie van uw hand verzocht de regering ervoor te zorgen dat aanbestedende diensten geen kosten hoeven te dragen voor het inschrijven bij of het informatie verkrijgen van TenderNed. Op defensiegebied hebt u betoogd dat het de hoogste tijd is dat er één gemeenschappelijke Europese defensiemacht wordt gecreëerd. Op het gebied van onderwijs hebt u steeds bepleit dat er meer aandacht komt voor kwaliteit en voor een betere aansluiting van afgestudeerden op de arbeidsmarkt. Na het herfstakkoord van vorig jaar benoemde u de D66-fractie in de Tweede Kamer tot "his majesty's most loyal opposition". In de Eerste Kamer, door u betiteld als de "chambre de passion", hebt u uw controlerende vertegenwoordigende taak onverminderd uitgevoerd. Aan die tijd komt nu een einde.

Toen u een tijd geleden in Het Financieele Dagblad over uw droomweekend mocht fantaseren, koos u voor een twaalfde-eeuws kasteel met restaurant op een uitgestrekt landgoed in het hart van Toscane. Ik gun u van harte het dolce far niente, maar vermoed eerlijk gezegd dat u ook na uw vertrek uit de Kamer steeds op zoek zult gaan naar nieuwe uitdagingen. In het FD zei u: 60 is het nieuwe 40. Over 20 jaar zegt u: 80 is het nieuwe 60.

Willem Bröcker. Een cultuurschok is een desoriëntatie die een persoon kan voelen als hij of zij kennismaakt met een andere manier van leven als gevolg van een bezoek aan een nieuw land of een verhuizing naar een nieuwe leefomgeving. Ik durf te zeggen dat u iets soortgelijks hebt ervaren toen u vanuit de internationale wereld van assurance, tax and consulting services voet over de drempel zette op Binnenhof 22. De Haagse vierkante kilometer heeft zo haar eigen manier van omgaan met strategic planning en conflict management. Uw aanvankelijke verbazing en distantie bleken echter uiteindelijk uw grootste troef. Ze maakten dat u op uw eigen nuchtere wijze de vele fiscale vraagstukken die deze Kamer heeft behandeld, kon voorzien van de nodige praktijkkennis en expertise. Ik weet dat fiscalisten gewend zijn te kwantificeren, maar voor uw fractie was u van onschatbare waarde. Samen met collega Essers bepleitte u het terugdringen van fiscaal instrumentalisme. U benadrukte in debatten steeds dat Nederland een open en constructief belastingsysteem nodig heeft om zijn concurrentiepositie te behouden. U bestreed eenzijdige en gekleurde berichtgeving over ons belastingklimaat en pleitte ervoor dat Den Haag zich niet te veel bemoeit met afspraken binnen de financiële sector.

Vorig jaar gaf u leiding aan een commissie die het rapport van de Group of States against Corruption (GRECO) nauwkeurig heeft bekeken en die de Eerste Kamer aanbevelingen deed voor preventie van corruptie. Ik refereerde er in mijn introductie reeds aan. Het rapport leidde ertoe dat vrijwel alle fracties regels over integriteit hebben opgesteld en dat ook de Kamer als geheel haar Reglement van Orde heeft aangepast. Het verbaast mij dat niemand u nog de bijnaam El Greco heeft toegedicht. Ik maak graag van deze laatste gelegenheid gebruik om deze alsnog te introduceren.

Peter van Dijk is niet aanwezig. Desalniettemin spreken wij toch over hem. Peter van Dijk heeft de Kamer één termijn gediend. Wij hebben hem leren kennen als een vriendelijke collega met sterke Zeeuwse wortels. Hij werd samen met senator Schouwenaar en senator Van Zandbrink door Omroep Zeeland zelfs betiteld als "de drie Zeeuwse strijders in de Eerste Kamer". Hij heeft zich in deze Kamer met name beziggehouden met Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Namens de commissie-KOREL is hij meermaals afgereisd naar het Caribisch deel van het Koninkrijk, ofwel vanwege een werkbezoek, ofwel vanwege het Interparlementair Koninkrijksoverleg. Het reizen zit hem in het bloed, want ook namens de commissie voor SZW heeft hij interparlementaire conferenties in Riga en Vilnius bijgewoond. Verder maakte hij deel uit van de delegatie naar de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, namens welke hij in 2012 deelnam aan de verkiezingswaarneming in Rusland en vorig jaar de integratie van de Nederlandse Luchtmobiele Brigade in de Duitse Division Schnelle Kräfte bijwoonde. Peter van Dijk heeft zich in deze Kamer uitgesproken tegen onnodige lastenverzwaringen en inmenging van Europees beleid, en voor een transparant bestuur en degelijk en zuinig financieel beleid. Ik heb er alle vertrouwen in dat hij deze uitgangspunten ook mee zal nemen in zijn werkzaamheden als fractievoorzitter namens de PVV bij de Provinciale Staten van Zeeland.

Adri Duivesteijn. Voor u deze Kamer betrad, had u uw sporen in het binnenlands bestuur en als volksvertegenwoordiger al ruimschoots verdiend. Als gemeenteraadslid, wethouder, locoburgemeester en Tweede Kamerlid was u een waar begrip geworden op het gebied van ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing. U bent een gepassioneerd politicus met een groot sociaal-maatschappelijk hart. In uw maidenspeech over huurverhoging op grond van inkomen verwierf u eeuwige roem door bij het kabinet het zweet in de handen te krijgen. U hield vast aan de principes die u al decennialang had en bepleitte een alternatief sociaal woonstelsel, waarbij de verhuurder op basis van de kwaliteit van de woning een huurprijs vaststelt, waardoor woningcorporaties worden geprikkeld om te investeren en waarbij er gelijke rechten zijn voor organisaties van bewoners. De gemoederen liepen hoog op. Ons gebouw werd welhaast belegerd door journalisten. Uiteindelijk werd er een compromis bereikt en kwam er na een lang debat geen nacht van Duivesteijn.

Een jaar later kwam u wederom in december voor een principiële keuze te staan. Ditmaal betrof het de consequenties voor vrije artsenkeuze van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet. Samen met twee collega-fractieleden stemde u tegen het wetsvoorstel, omdat het naar uw oordeel in strijd is met de rechtsgelijkheid. Het kabinet kwam opnieuw in moeilijkheden en weer werd u overspoeld door cameraploegen. Om dan de rug recht te houden als onafhankelijk volksvertegenwoordiger is niet altijd even makkelijk. Uw principiële morele houding, mede ten aanzien van uw eigen partij, heeft u door de jaren heen geliefd en ook minder geliefd gemaakt. Maar het is zoals ze zeggen: uiteindelijk is het het eigen geweten dat telt. Policies are many, principles are few, policies will change, principles never do.

Heleen Dupuis. U bent lid van deze Kamer sinds 8 juni 1999. Met een anciënniteit van 5.838 dagen bent u een van de langstzittende leden van de Kamer. Daarbij merk ik op dat alle vier langstzittende leden vandaag helaas afscheid nemen. De vijfde blijft: die zit hier voor u.

Wij hebben u leren kennen als een senator met een strijdlustig karakter. U bent iemand die helder en duidelijk opvattingen etaleert en met grote deskundigheid ministers aan de tand voelt. U hebt hun menig ongemakkelijk uurtje bezorgd. Dat is natuurlijk niet iets waar wij als Kamer op uit zijn, maar het is wel van belang dat Kamerleden laten weten waar het schuurt. Dat deed u als geen ander.

Het wetsvoorstel dat uw werk in de Kamer kenmerkt, is dat voor het elektronisch patiëntendossier. Als specialist op het gebied van medische ethiek zette u uw tanden in dit dossier en liet u niet meer los. De privacy van cliënten was volgens u zwaar onvoldoende gewaarborgd, waardoor de voorgestelde landelijke digitalisering leidde tot onaanvaardbare risico's.

Uit uw bezwaren tegen het epd mag overigens niet worden afgeleid dat u een tegenstander bent van digitalisering. Als lid van de Huishoudelijke Commissie was u medeverantwoordelijk voor het besluit om de iPad in te voeren. Zet het op de iPad of gooi het in de kliko, zei u toen u werd gevraagd of u nog steeds schriftelijke stukken wilde ontvangen.

Uw affiniteit met ethiek bleek ook in het debat over godslastering. Hierin stelde u dat de Staat de ruimte moet geven om godsdienst vrij te beoefenen en dat ook burgers elkaar onderling hiertoe op een respectvolle manier de ruimte moeten geven. Vrijheid is voor u een groot goed. In een toespraak als ondervoorzitter gaf u ooit aan dat dit misschien komt doordat u geboren bent in mei 1945. U zei: vrijheid kun je niet proclameren, zij moet beleefd en gedragen worden door burgers, gekozenen en bestuurders.

Na het beëindigen van uw werkzaamheden als Kamerlid krijgt u zelf ook een stukje van uw vrijheid terug, al betwijfel ik of u dit werk niet toch zult missen. U bent zich hier in de loop der jaren steeds meer thuis gaan voelen. U nam zelfs af en toe de hond mee, die dan asiel kreeg in de kamer van het hoofd Bedrijfsvoering. Zo werd het hier toch nog een beetje een menagerie. Mocht u ooit terugverlangen naar het Binnenhof, dan kan ik u verzekeren dat het gevoel wederzijds is.

Peter Essers. Het is niet veel Kamerleden gegeven om het woord te mogen voeren namens een hele commissie. Dat vereist een grote inhoudelijke deskundigheid en verbindende politieke rol. Over beide kwaliteiten beschikt u in ruime mate. Waar collega Bröcker de fiscale praktijk vertegenwoordigde, deed u dat voor de fiscale wetenschap. In de debatten pleitte u ervoor dat Nederland zijn fiscale beleid met meer trots uitdraagt, om zo zijn fiscale concurrentiepositie te verbeteren. Beschuldigingen dat Nederland een belastingparadijs is, zijn volgens u onjuist en bovendien schadelijk voor het imago. Tegelijkertijd bepleitte u hervormingen in dit belastingstelsel. Het is jammer dat de recentelijk aangekondigde hervormingen de Kamer pas na uw afscheid bereiken.

In alle jaren dat u hier lid was, zijn 47 van de 67 aan u gedane toezeggingen voldaan. De andere zijn ongetwijfeld onderweg om dat te worden. Ook werd er een motie van uw hand met algemene stemmen aanvaard over de bestaande en nieuwe vaststellingsovereenkomsten met woningcorporaties en stadsherstellichamen. In een andere motie die ruime steun van de Kamer kreeg, werd de regering verzocht om tot een novelle te komen die de verhuurderheffing in 2013 splitst van de jaren daarop volgend.

Op Europees gebied hebt u geageerd tegen de steeds grotere rol van Brussel, wiens regels de Nederlandse begrotingscyclus ernstig beïnvloeden. Naar uw mening moet bij burgers het gevoel worden weggenomen dat Brussel zijn eigen weg gaat en zij daar geen invloed op hebben. In al die twaalf jaar hebt u uw Kamerlidmaatschap steeds vervuld met een kritische én constructieve blik.

Vorig jaar beleefden we dankzij u een unicum in dit huis: een lunchpauzeconcert van de Koninklijke Harmonie Sophia's Vereeniging uit Loon op Zand. Van dat gezelschap bent u sinds 2002 voorzitter. Dat uw eigen zoon meespeelde, maakte het optreden nog unieker. Ik observeerde u, zittend in de bankjes, trots als een pauw en, zoals dat gaat bij ouders, licht gespannen of alles goed zou verlopen. Vandaag zijn de rollen omgedraaid en kijkt uw familie trots naar u.

Hans Franken. Googelt men de woorden "Hans Franken" en "rechtsstaat", dan krijgt men 114.000 hits. Dat is niet verwonderlijk: u bent een jurist pur sang. Ik zal nooit vergeten dat u ervoor hebt gestreden dat u uw maidenspeech in 2004 over een juridisch onderwerp hield. U wist: daar wordt nog in lengte van jaren aan gerefereerd en ieder ander onderwerp zou niet passend zijn.

Als rechter, hoogleraar, lid van de Raad van State en Kamerlid hebt u zich door de jaren heen ontwikkeld tot éminence grise. Maar liefst negen moties van uw hand werden aangenomen. Deze waren onder andere gericht op de bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand, op de wetgeving over en het toezicht op de inlichtingsdiensten, op de toegang tot het Juridisch Loket, op kwaliteitseisen in de rechterlijke macht en op onnodige kosten bij het bewaren van internetgegevens.

Uw bijzondere expertise op het gebied van ICT en het informatierecht was van grote waarde voor het werk van de Kamer. Deze expertise kwam recentelijk weer naar voren in het beleidsdebat over de rol van de overheid bij digitale dataverwerking. U betoogde dat vrije meningsuiting, bescherming van persoonlijke levenssfeer en vertrouwelijke communicatie oud verworven rechten zijn, die niet zomaar mogen worden beperkt. Een intelligence service moet volgens u dienstbaar zijn aan een democratische samenleving en dus onder parlementaire en justitiële controle worden geplaatst. Door de jaren heen hebt u telkens bepleit dat het automatisch opslaan van verkeers- en locatiegegevens ten behoeve van strafvordering, inlichtingen en veiligheid, strijdig is met privacygrondrechten. Dat is in 2013 door het Hof van Justitie bevestigd. Op uw initiatief werden er expertmeetings met het Rathenau Instituut georganiseerd.

Naast uw inbreng op het terrein van justitie bent u zeer actief geweest als ondervoorzitter van de Kamer en als vicevoorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking. Daar voeg ik nog uw zeer actieve inzet voor PACE aan toe, die u zowel een waarnemingsmissie bij de presidentsverkiezingen in Rusland als een pauselijke audiëntie opleverde, voor de OVSE-Assemblee en voor de IPU. Deze opsomming van uw activiteiten is slechts indicatief, niet limitatief. U hebt een zeer bijzondere bijdrage geleverd aan het werk van deze Kamer.

Als kleine persoonlijke noot wil ik nog opmerken dat ik ooit deel uitmaakte van uw staf in Leiden, en dat u later bij mijn afscheid als directeur van het Moot Court hebt gesproken. Het is mij een grote eer om u nu tijdens uw afscheid als Kamerlid toe te mogen spreken. Een gevleugelde uitdrukking van u in uw juridische onderwijs was: it ain't necessarily so. In uw fractie geldt de regel dat het beter is dat Kamerleden in principe na twaalf jaar de Kamer verlaten. Wat mij betreft, en ik denk velen met mij, zou ik in uw geval zeggen: it ain't necessarily so.

Mariëtte Frijters-Klijnen. In uw maidenspeech in 2011 zei u: als men ziet wat juist is en dat nalaat, is dat een gebrek aan moed. Dat is een citaat — u zei dat erbij — van Confucius. Het komt uit de Analecten; een geschrift dat ons door zijn leerlingen is nagelaten. Daarin draait het onder andere om mededogen, respect en toewijding. Hij was zelf een goed voorbeeld van zijn filosofie dat een mens zich in de eerste plaats door zijn eigen ervaring moet laten leiden.

Dit hebt u in uw werk in de Kamer ook gedaan. U putte uit uw ervaringen in de zorg en in het onderwijs voor uw inhoudelijke bijdrage aan de debatten. In uw maidenspeech ging dat om een voorstel dat prestatiebekostiging introduceert in de Wet marktordening gezondheidszorg. Maar u hebt ook het woord gevoerd bij de behandeling van de Jeugdwet, van de winstuitkering medisch-specialistische zorg, van de Wmo 2015 en van de concentratietoetsing zorg. U hebt in de debatten betoogd dat er een totaal gebrek is aan transparantie over de financiële situatie van ziekenhuizen. Niet alleen ontbreekt inzicht in de kwaliteit van een behandeling, maar ook de tarieven zijn onduidelijk. Daarnaast hebt u de toenemende macht van zorgverzekeraars gehekeld. U betwijfelt in hoeverre zorgverzekeraars zullen inkopen op basis van kwaliteit en of de kosten van de gezondheidszorg daadwerkelijk zullen dalen door effectief inkopen. Het opzetten van kwaliteitsprogramma's ziet u als een stap in de goede richting voor de verbetering van zorg. Interne kwaliteitsverbetering leidt volgens u zowel tot meer verantwoorde zorg als tot het aan het licht brengen van misstanden. Transparantie als basis voor extern toezicht is steeds uw credo geweest. Aan moed om dit te verdedigen bij de interruptiemicrofoon heeft het u niet ontbroken.

Fred de Graaf, in ons midden ook bekend als "de burgemeester van Nederland". U hebt een bijzondere gave tot voorzitten. U straalt natuurlijk gezag uit. Uw brede kennis, jarenlange bestuurlijke ervaring en warme karakter maken dat vrijwel iedere groep u graag tot haar voorzitter kiest. Diplomatie zit eveneens in uw bloed. Dit bleek al tijdens uw voorzitterschap van de commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, maar ook daarna tijdens uw voorzitterschap van de Kamer. U bezocht Roemenië, Kosovo, Kroatië, Australië en Zuid-Korea, zette zelfs even voet over de grens in Noord-Korea. U ontving hoogwaardigheidsbekleders uit de Palestijnse Gebieden, China, Mali, Israël, Luxemburg, Canada, waarmee u een bijzondere band hebt, Duitsland, Italië en Liberia.

Schijnbaar moeiteloos bewoog u zich in diverse internationale gezelschappen en wist u de Kamer waardig te vertegenwoordigen. Als voorzitter van de Kamer had u een belangrijke samenbindende rol. Op sympathieke wijze en met humor leidde u de vergaderingen. De woorden "staccato alstublieft", gepaard met een indringend handgebaar, waren tekenend voor de manier waarop u de woordvoerders dirigeerde. De organisatie rondom de inhuldiging van koning Willem-Alexander heeft u op voortreffelijke wijze geleid. U was de juiste man op het juiste moment. Dat dit hoogtepunt uiteindelijk moest leiden tot u aftreden als Voorzitter blijft moeilijk verteerbaar. De manier waarop u zichzelf daarna heeft herpakt, toont echter uw standvastige karakter en uw passie voor het Kamerlidmaatschap. Tijdens de Algemene Europese Beschouwingen dit jaar betoogde u dat daadkracht het laatste redmiddel is om het vertrouwen in de Europese Unie te herwinnen en om daarmee uit te stijgen boven discussies over meer of minder Europa, Noord en Zuid, Oost en West, Grexit en Brexit. Om de problemen op het gebied van economie, veiligheid en migratie aan te pakken, moet de Europese Unie volgens u meer als eenheid opereren. Een pleidooi voor daadkracht en eenheid. Het had uw bijdrage aan de Kamer niet beter kunnen samenvatten.

Guusje ter Horst. "Ik ben een pragmaticus, geen theoreticus", zei u ooit in een interview. Ik durf te zeggen dat dat klopt. Wij hebben u deze periode leren kennen als een buitengewoon kordaat Kamerlid, iemand die niet bang is om stelling te nemen en op heldere wijze die stelling verdedigt. Als voorzitter van de commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad kwam uw rijke bestuurlijke ervaring goed tot zijn recht. U wordt geprezen om de doortastende manier waarop u de commissie leidde. Ook de kleinste details ontsnapten niet aan uw aandacht. Als oud-minister was het ongetwijfeld interessant om het parlementaire proces vanuit de bankjes in plaats van achter de regeringstafel mee te maken. Het leidde tot een bijzondere situatie toen u als lid van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten oud-bewindslieden en -Kamerleden bevroeg over hun rol in dit proces. In dit onderzoek stonden het publiek belang en de relatie tussen burger en overheid centraal. Deze onderwerpen vormen de rode draad in uw lange politieke loopbaan. Een jaar geleden zat u een deskundigenbijeenkomst voor, waarin meerdere commissies geïnformeerd werden over cyberintelligence en publiek belang. Na die bijeenkomst gaf u aan hoe moeilijk het is om de balans te vinden tussen enerzijds vergaande spionagemogelijkheden voor de inlichtingendiensten en anderzijds de privacybescherming van burgers. De parlementaire controle op het vinden van deze balans ziet u het liefst in handen van Kamerleden die hier expertise in hebben. Dit onderbouwde u met het praktische argument dat zij hier nu eenmaal het meeste verstand van hebben.

Uw lidmaatschap van deze Kamer komt vandaag tot een einde. Maar wij zullen in de toekomst ongetwijfeld nog veel van u horen. Ik heb begrepen dat u jonge mensen begeleidt die aan het begin van hun politieke carrière staan. Dat belooft voor de toekomst een lichting praktisch ingestelde politici met een degelijke inhoudelijke grondslag.

Liesbeth Kneppers-Heijnert. Dit afscheid roept in zekere zin déjà vu-gevoelens bij u op. In 2003 nam u al eens afscheid van deze Kamer. Gelukkig keerde u in 2007 terug om de Kamer vervolgens nog acht jaar te dienen. U bent juridisch zeer onderlegd, met name op het gebied van ondernemingsrecht. U bent een zelfstandige denker met vooruitziende blik. Meermaals heeft, na de inwerkingtreding van een wetsvoorstel, de rechter het oordeel geveld waarvoor u reeds had gewaarschuwd. In het debat over de Wet werk en zekerheid maakte u bezwaar tegen de snelle inwerkingtreding van een aantal onderdelen van de wet en kreeg u minister Asscher zo ver dat hij deze een halfjaar uitstelde. Bij de behandeling van de uitbreiding Wet minimumloon betoogde u dat er veel mogelijkheden zijn om de criteria uit het wetsvoorstel te omzeilen en dat dat veel ruimte biedt voor schijnconstructies. Ook stelde u dat het wetsvoorstel het bedrijfsleven onnodig met veel bureaucratie en hoge administratieve lasten opzadelt. Vorige week, bij uw laatste speech over de Wet aanpak schijnconstructies, maakte u bezwaar tegen de trend dat er lege AMvB's worden voorgelegd, waarvan het parlement niet kan beoordelen wat erin staat. Ook pleitte u er, wederom met succes, voor dat bepaalde technische onderdelen van deze wet pas later in werking treden, zodat bedrijven voldoende ruimte krijgen om zich hierop voor te bereiden. U bent als geen ander in staat om meerdere stappen vooruit te denken. Bespeurt u een incongruentie of een omissie, dan zult u niet nalaten dit te vermelden. U kunt dat overigens ook erg goed non-verbaal tonen. Door één opgetrokken wenkbrauw weet men al genoeg! In een interview in 1999 zei u dat u geen politiek dier bent. U was altijd weer blij om na een drukke vergaderdag op het Binnenhof de volgende morgen de zon te zien opkomen over de weilanden achter uw huis in Sauwerd. Dat moge zo zijn, maar u hebt voor uw fractie en de Eerste Kamer een onmisbare rol vervuld. In deze Kamer was dat onder andere als voorzitter van de commissie voor Economische Zaken. Uw hart ligt dan ook bij Economische Zaken, met name bij energie-onderwerpen, zoals de slimme meter, en bij roaming en telecommunicatie. U leidde deze commissie met strakke hand en met veel kennis van zaken.

Mij werd van alle kanten toegefluisterd dat de minister-president inmiddels is gearriveerd. Ik had hem al lang gezien voordat het mij werd toegefluisterd. U bent van harte welkom, u heeft veel gemist tot nu toe!

Anne Koning, sinds 18 juni 2013 bent u lid van deze Kamer. Het was de tweede keer dat jaar dat een Koning werd beëdigd. U kwam aan toen de Kamer precies halverwege de rit was. Op knappe wijze hebt u in deze lopende trein weten te stappen. U werkte zich snel in en maakte u vrijwel moeiteloos de gebruiken van dit huis eigen. De combinatie met uw werk als Provinciale Statenlid in Zuid-Holland maakt dat u extra aandacht hebt voor de implicaties van de hier voorliggende wetgeving op provinciaal niveau. Als voorzitter van de Stichting Veilig Spelen en voormalig Hoofd Programma's bij Jantje Beton heeft het lot van kinderen uw speciale aandacht. Zo vroeg u bij het debat over de hervorming van kindregelingen aandacht voor de positie van alleenstaande ouders en hun kinderen die leven van een minimuminkomen. Daarnaast bent u bekwaam op het gebied van stedelijke ontwikkeling en heeft u een affiniteit met energievraagstukken. U toonde zich bijvoorbeeld voorstander van het stimuleren van duurzame energieproductie door woningcorporaties, scholen en zzp'ers. De overheid dient volgens u zo veel mogelijk belemmeringen weg te nemen voor individuen en kleine organisaties om initiatief te tonen in het opwekken van duurzame energie. Daarnaast sprak u zich recentelijk uit voor transparantie bij bedrijven die diensten uitvoeren in het publieke belang. Tijdens uw Kamerlidmaatschap hebt u terecht aandacht gevraagd voor kleine, private initiatieven die een belangrijke bijdrage leveren aan een betere maatschappij.

Ruud Koole. Toen u vier jaar geleden de Kamer betrad, was u al jarenlang politiek actief, onder meer als partijvoorzitter. Dit alles combineerde u met een hoogleraarschap politieke wetenschappen. Het gaf u de kans om de theorie aan de praktijk te toetsen en andersom. Onder meer voor de Wiardi Beckman Stichting schreef u wetenschappelijke artikelen over de Nederlandse politiek en haar institutionele ontwikkeling.

Met uw lidmaatschap van dit huis verplaatste uw politieke loopbaan zich van achter de schermen naar de bühne. Die overgang viel u niet zwaar. U werd woordvoerder Binnenlandse Zaken en hoger onderwijs en nam actief deel aan parlementaire activiteiten, zoals de NAVO Parlementaire Assemblee. Tijdens het debat over het raadgevend referendum bepleitte u het opnemen van een horizonbepaling in het wetsvoorstel, dat regelt dat het raadgevend referendum niet langer een mogelijkheid is als de uitvoeringswet voor het correctief referendum in werking is getreden. Ook vroeg u om het vastleggen van een opkomstdrempel van 30%. De initiatiefnemers hebben uw pleidooi overgenomen en sinds januari dit jaar zijn de beide aanvullingen op dit wetsvoorstel een feit.

U hebt met enthousiasme uw Kamerlidmaatschap vervuld maar bent tegelijkertijd ook kritisch op het instituut. Wij zullen ook in de toekomst ongetwijfeld nog van u horen in publicaties over de positie van de Eerste Kamer. Ik vertrouw erop dat u de toegevoegde waarde van deze Kamer in het systeem van checks-and-balances niet onbesproken laat.

Kees de Lange. U bent een man van de wetenschap. Wetenschap is een manier van denken, net zozeer als het een bron van kennis is. U bent voorstander van een rationele samenleving waarin kennis en belangstelling voor cultuur en wetenschap breed aanwezig en eigenlijk vanzelfsprekend zijn.

U hebt in de debatten betoogd dat wetenschappelijk onderzoek in met name de bètasfeer de bron van werkelijke innovatie is omdat het ten grondslag ligt aan alle nuttige toepassingen. Fundamenteel onderzoek, los van industriële belangen, is volgens u een absolute noodzaak. U hebt ook een kleine kruistocht tegen de euro gevoerd. De Monetaire Unie in Europa bevat volgens u onherstelbare, fundamentele weeffouten. De euro is van potentieel bindmiddel verworden tot de splijtzwam in Europa. Volgens u moet Nederland dan ook terugkeren naar een situatie waarin het onafhankelijk kan beslissen over zijn eigen financiële beleid.

Als lid van een eenmansfractie hebt u enorm veel werk verzet. Een omnivoor en een generalist, altijd in staat om op hoofdlijnen een goede, inhoudelijke inbreng te leveren aan menig debat. Ik zal u voorzichtig schuifelende tred naar de interruptiemicrofoon dan ook missen. Vervolgens volgde dan mijn contradictio in terminis: "Kort, mijnheer De Lange."

U bent een onafhankelijk denker. Dat heeft u zeer recent nog eens duidelijk laten zien. Ik hoop dat uw vertrek uit de Kamer u ruimte geeft om uw brede wetenschappelijke interesses uit te diepen.

René van der Linden, of moet ik zeggen: Mister Europe? U bent eerst Limburger — dat spreekt voor zich — dan Europeaan, dan Nederlander. Als geen ander bent u doordrongen van het geloof in Europese integratie. Maar liefst vier talen spreekt u vloeiend en als ik het Limburgs meetel, zijn het er vijf. Toen u tijdens de Algemene Europese Beschouwingen van april 2014 oog in oog stond met toen nog minister Frans Timmermans, werd duidelijk dat hier twee zwaargewichten met elkaar in debat waren over Europa op een niveau dat de meesten niet hadden. Uw maidenspeech in 1999 over het debat over de Staat van de Europese Unie sloot u af met de woorden: "Wij leven als het ware in de Europese provincie Nederland." De toon was gezet en u zette die lijn ook door. U hebt een scherp geheugen voor de totstandkoming van internationale verhoudingen. Zoals de blikken van de handelsvolkeren via het plafond op deze Kamer gericht zijn, zo was uw blik juist altijd op het buitenland gericht. Er zijn weinig plekken op de wereld waar u niet bent geweest, of waar u op zijn minst contacten heeft. Als ambassadeur van parlementaire diplomatie nam u zeer actief deel aan de diverse interparlementaire gremia. Drie jaar lang was u voorzitter van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Van 2009 tot 2011 was u Voorzitter van de Eerste Kamer, een taak die u met groot engagement en betrokkenheid vervulde. Niet alleen zorgde u ervoor dat de parlementaire processen op deugdelijke wijze verliepen, u zorgde er ook voor dat uw grote passie voor Europese samenwerking werd vertaald in een actieve inzet van de Kamer bij de beïnvloeding van Europees beleid en het onderhouden van internationale contacten.

U hebt een ongewoon snelle tred. Als een wervelwind gaat u van afspraak naar afspraak. Als ik met u mee was op een werkbezoek moest ik als een idioot achter u aan dribbelen om u bij te houden maar u betrekt mensen er wel altijd bij. De bijnaam "us Renéke" is tekenend voor uw open, vriendelijk, Limburgse karakter. Gedurende uw voorzitterschap zijn wij dan ook meermaals getrakteerd op Limburgse vlaaien.

Aan uw lange politieke loopbaan als Tweede Kamerlid, staatssecretaris, en de laatste zestien jaar als lid van deze Kamer, komt vandaag helaas een einde maar de ruim 38 jaar die u doorbracht op het Binnenhof zal niet vergeten worden. De op uw initiatief aanwezige Europese vlag op het dak van de Mauritstoren zal nog tot in lengte van jaren blijven wapperen.

Ik zou dit moment graag willen aangrijpen om de vergadering voor een kort ogenblik te schorsen, zodat wij ons even kunnen vertreden. Het is immers een lange zit en aangezien wij zojuist over één van onze meest bourgondische Kamerleden hebben gesproken, lijkt het mij zeer passend dat wij daarbij voorzien worden van een glas champagne dat hier in deze zaal wordt geserveerd.

(Geroffel op de bankjes)

De vergadering wordt van 15.01 uur tot 15.13 uur geschorst.


De voorzitter:

Marijke Linthorst. Met een onderbreking van vier jaar bent u tussen 1995 en 2015 lid geweest van deze Kamer, waarvan wij de laatste twee jaar goed met elkaar mochten samenwerken in de Huishoudelijke Commissie. Uw kandidaatstelling was indertijd mede ingegeven door een grote belangstelling voor het Caribisch deel van het Koninkrijk. U had in Rotterdam gemerkt dat er veel Antilliaanse jongeren vastliepen in de stedelijke samenleving en u wilde zich voor hen inzetten. Al snel was u een van de actiefste leden van de commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken. Van 2007 tot op heden was u voorzitter van deze commissie, die sinds 10-10-10 de commissie KOREL heet, oftewel de commissie Koninkrijksrelaties. Uw betrokkenheid bij de West is door de jaren heen steeds verder gegroeid, met name door de diverse werkbezoeken die u daar hebt afgelegd. U spreekt inmiddels een aardig woordje Papiaments en hebt een groot netwerk op de eilanden. Bij meerdere gelegenheden hebt u bepleit dat de verhoudingen tussen volksvertegenwoordigers uit het Caribisch en het Europees deel van het Koninkrijk eerlijker en directer zouden worden. U stoorde zich aan omzichtige gesprekken, vol van angst dan wel onverschilligheid. Alleen als over en weer de verwachtingen helder zijn, kunnen wij op goede voet doorgaan met elkaar. Met uw grote betrokkenheid en jarenlange ervaring was u dan ook van onschatbare waarde voor het Interparlementair Koninkrijksoverleg.

Een ander belangrijk onderwerp tijdens uw Kamerlidmaatschap was onderwijs. Maar liefst drie moties van uw hand werden met algemene stemmen aanvaard. Ze gingen over passend onderwijs, de toeslag kinderopvang en het recht op onderwijs. Ook aan de onderwijsprojecten binnen de Eerste Kamer zelf hebt u actief deelgenomen. Verschillende keren leidde u hier de finale van de Derde Kamer, het debat van 75 basisschoolleerlingen. U bent een zelfstandig denker, niet bang om tegen de stroom in te gaan. Een aantal keren hebt u als enige van uw fractie tegen een wetsvoorstel gestemd. Recentelijk behoorde u tot de minderheid van uw fractie die op principiële gronden tegen de inperking van de vrije artsenkeuze stemde. We hebben u leren kennen als voorvechter van solidariteit. Principes zijn bij u geen handelswaar.

Pia Lokin-Sassen. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die Thorbecke uit het hoofd citeren, maar u kunt zo zijn Narede te berde brengen. De wet hebt u ooit beschreven als een verzameling inktvlekken waaraan wij betekenissen hechten die vaak voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn. Als dat zo is, zitten we hier wekelijks een rorschachtest te doen. Dan laten we open of iedereen dezelfde vlinder herkent of dat het kabinet een andere vlinder voor ogen had. Met passie en bevlogenheid hebt u staatsrechtelijke vraagstukken behandeld. In Groningen leert u uw studenten dat de constitutie een breder begrip is dan de Grondwet. Het open karakter van de Grondwet betekent dat niet alle fundamenten van het Nederlands staatsrechtelijk bestel in de Grondwet zijn opgenomen. Een belangrijk fundament mist u echter wel: het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter. In een met algemene stemmen aanvaarde motie hebt u dan ook bepleit dat er een artikel in de Grondwet wordt opgenomen dat dit recht waarborgt. De minister heeft laten weten dat hij deze motie zal uitvoeren. Het was onze oud-collega Alfons Dölle die u jaren geleden overhaalde om lid te worden van het CDA en die u later bij uw komst in de Kamer achter de schermen de kneepjes van het vak leerde. Vorig jaar werkte u mee aan een boek over zijn politieke nalatenschap, getiteld "Bezield staatsrecht". Een treffende titel voor een bevlogenheid die u samen deelde.

Erik Meijer. In de relatief korte periode dat u lid was van de Kamer hebt u zich niet onbetuigd gelaten. Als expert in stedelijke ontwikkeling leverde u een gedegen inbreng in debatten over ruimtelijke ontwikkeling en stadsvernieuwing. U hield uw maidenspeech in het debat over de afschaffing van de Wgr-plusregio's. Hierbij schetste u de geschiedenis van de totstandkoming van de plusregio's, een ontwikkeling die u door uw eerdere werkzaamheden van dichtbij hebt kunnen meemaken. U betoogde dat bij kerngemeenten de stedelijke bebouwing verre over de gemeentegrenzen heen is gegroeid, hetgeen volgens u vraagt om intensievere overheidsbemoeienis op het gebied van milieubeheer, openbaar vervoer en volkshuisvesting. Ook pleitte u voor voldoende aandacht voor bestuurskwaliteit.

Uw inbrengen in deze Kamer waren steeds doordrongen van historisch besef. Als voormalig lid van het Europees Parlement kon u de ontwikkelingen en de invloed van de EU op onze binnenlandse afwegingen in een breed kader zien. Zo betoogde u in het debat over de EU-naheffing dat deze invloed sluipenderwijs veel groter is geworden dan wij ons vooraf bewust waren. Het zelf kunnen beslissen over de begroting, zonder inmenging van anderen, is volgens u een kenmerk van een soevereine staat. Wie die vrijheid niet heeft, zakt af naar het niveau van een deelstaat of een provincie. Uw bestuurlijke en politiek carrière bestrijkt een periode van 40 jaar en varieert van het niveau van de deelgemeente tot aan dat van de EU. Met uw lidmaatschap van deze Kamer hebt u ook de werking van het nationale parlement kunnen ervaren en is de cirkel in zekere zin rond.

Nanneke Quik-Schuijt. In 1967 trad u als een van de eerste vrouwen toe tot de rechterlijke macht. Hier was u vervolgens vele jaren lang kinderrechter en besliste u dagelijks over het lot van jonge delinquenten en slachtoffers van huiselijk geweld en verwaarlozing. Een complexe wereld vol dilemma's, waarin het belang van het kind niet of nauwelijks eenduidig is vast te stellen. Met uw lidmaatschap van deze Kamer werd u ook actief in een andere pijler van de trias politica. Ook hier bleek uw bevlogenheid voor de rechten van kinderen. U gelooft in het gemeenschapsgevoel. "It takes a village to raise a child". Ten aanzien van het gezin zelf hebt u bepleit dat vaders en moeders reeds voor de scheiding gelijkwaardig voor hun kinderen moeten zorgen, zodat er na de scheiding meer continuïteit is. Het zou niet alleen de kinderen, maar ook de emancipatie van mannen en vrouwen ten goede komen. Verder was u sterk voorstander van het installeren van een brede multidisciplinaire staatscommissie die de verhoudingen onderzoekt tussen juridische, biologische en sociale ouders en de kinderen die door hen worden verzorgd en opgevoed. U hebt die rechten niet beperkt tot justitiële onderwerpen. Ook vreemdelingenbeleid en koninkrijksrelaties hadden uw speciale aandacht. Meerdere malen bracht u een bezoek aan het Caribisch deel van het Koninkrijk en toonde u zich een actief en betrokken volksvertegenwoordiger. Een met brede steun aangenomen motie van uw hand verzoekt de regering, de regering van Curaçao te ondersteunen in het beperken van gezondheidsschade als gevolg van de aanwezigheid van de Isla-raffinaderij. Uw enorme vermogen tot empathie combineert u met een ijzeren overtuiging. Zodra bleek dat een bewindspersoon een in uw ogen onverstandige route koos, toonde u zich van uw felle kant. Zo zorgde u ervoor dat er door de jaren heen maar liefst 30 toezeggingen aan u zijn voldaan.

Geert Reuten. Sinds 2007 bent u lid van de Eerste Kamer. Ik refereerde er al even aan in mijn introductie: u hebt een zekere voorliefde voor cijfers en statistieken. Uw notenapparaat in uw schriftelijke inbreng was vaak een inbreng op zich en ook de schriftelijke versie van uw bijdrage tijdens debatten was steevast voorzien van uitgebreide tabellen en berekeningen tot in promillen. U hebt de ambtenaren op het ministerie van Financiën en onze eigen stenografen het leven niet gemakkelijk gemaakt. Het maakte dat uw inbreng voor de gewone sterveling niet altijd eenvoudig te volgen was, maar uw achtergrond als universitair hoofddocent economie zorgde ervoor dat u graag bereid was om enige elementaire begrippen toe te lichten. Zo legde u bij het debat over energie-efficiency uit dat een petajoule gelijk staat aan de energie die het kost om 1.000 biljoen appels een meter op te tillen. In een recent debat over de Algemene Maatregel van Bestuur bij de Melkveewet was u zelfs bereid om het geluid van een blije koe in de wei tot drie keer toe na te bootsen. Ik moet zeggen: dat is fonetisch zeer precies in de Handelingen neergelegd. Uw atypische manier van werken is overigens niet van effect ontbloot. Zo presteerde u het om bij de behandeling van de Melkveewet een motie in te dienen die vrijwel onleesbaar en onvoldoende ondersteund was, maar uiteindelijk toch met algemene stemmen werd aanvaard.

Bij een aantal gelegenheden hebt u bezwaar gemaakt tegen de scheve inkomens- en vermogensverdeling in Nederland. U drong er bij het kabinet op aan om de gevolgen van zijn beleid voor het beoogde investeringsklimaat goed uit te rekenen. Het liefst zag u dat er op korte termijn een maatregel voor een tijdelijke algemene arbeidstijdverkorting zou komen, zodat de financiële en sociale pijn van werkloosheid kan worden beperkt.

Als gastdocent politieke economie zult u de ontwikkelingen in deze Kamer ongetwijfeld blijven volgen. In de geschiedenis van deze Kamer blijft u voortleven als een senator die een geheel eigen bijdrage heeft geleverd aan het parlementaire werk.

Tobias Reynaers. U hebt de Kamer één termijn gediend. Uw achtergrond als advocaat zorgde dat u met name actief was op het gebied van justitie. In het debat over de staat van de rechtsstaat stelde u dat de rechtsstaat niet alleen iets is van de academische en politiek-bestuurlijke elite, maar vooral iets wat breed beleefd en gedragen moet worden door de samenleving. U gaf aan dat het minderheidsstandpunt vaak te gemakkelijk en onterecht wordt afgedaan als populisme. Volgens u is de democratische rechtsstaat erbij gebaat om de uitkomsten van democratische processen te respecteren, wat die uitkomsten ook mogen zijn.

In de debatten op het gebied van strafrecht toonde u zich voorstander van strenger straffen en pleitte u voor het beschermen van de belangen van slachtoffers van ernstige zedendelicten en geweldsmisdrijven. In dat kader stelde u: "Het geweten is vergevingsgezinder dan het geheugen."

In het dagelijks leven bent u werkzaam in het ruimtelijk bestuursrecht en vastgoed, hetgeen u een goede basis heeft gegeven voor uw voorzitterschap van de vaste commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening.

Marijke Scholten. Wij hebben u sinds uw aantreden in 2011 leren kennen als een zeer vaardig en bevlogen jurist, met oog voor details. In het debat over de begrotingsstaten van Veiligheid en Justitie stelde u dat de overheid de verantwoordelijkheid heeft om de burger, ook de minder vermogende, toegang tot het recht te verlenen. Het recht op toegang tot het recht en tot de rechter mag niet worden aangetast door ondoordachte bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. In een met ruime steun aangenomen motie bepleitte u dan ook dat de regering op korte termijn onderzoekt wat de oorzaken zijn van de oplopende kosten van deze bijstand.

Naast uw vele juridische inbrengen hebt u ook grote affiniteit met de diverse zorgvraagstukken getoond. U hebt aangegeven niet beducht te zijn voor meer marktwerking in de zorg. Mits dit op een verantwoorde manier gebeurt, stelt het zorginstellingen in staat om meer vermogen aan te trekken dan anders mogelijk geweest zou zijn.

Tot twee keer toe hebt u ook de zorgcapaciteiten van deze Kamer getest. Met een tijdelijke flauwte zorgde u ervoor dat de Griffie haar calamiteitenplan eindelijk in praktijk kon brengen. De dienstdoende huisarts annex woordvoerder namens de SP bood eersteklashulp, waarna u weer snel de oude was. Achteraf kon u hier zelf erg om lachen, hetgeen tekenend is voor uw nuchtere en relativerende karakter.

Tineke Slagter-Roukema. Daarmee ben ik aanbeland bij de eerdergenoemde redder in nood. Wij worden als Kamerleden wel eens bekritiseerd vanwege onze zogeheten nevenfuncties, maar ik denk dat u als geen ander hebt aangetoond hoe nuttig die maatschappelijke posities zijn. Uw professionele kennis van het zorgsysteem is van grote waarde geweest voor de Kamer als geheel en de commissie voor VWS in het bijzonder.

Het was vast niet altijd even gemakkelijk om de twee rollen te combineren. Zo kreeg u ooit een telefoontje van minister Klink op een uitermate ongelegen moment. Het leidde tot de onsterfelijke woorden: "Minister, mag ik u zo terugbellen, ik zit middenin een bevalling!".

U was één van de aanvoerders van het verzet tegen het landelijke epd en vroeg ook aandacht voor de zorgelijke ontwikkeling dat zorgverzekeraars steeds groter en machtiger worden. Ook de invoering van de Jeugdwet ging u aan het hart. Telkens keek u naar de concrete uitwerking in de praktijk van wetsvoorstellen en kwam u op voor de belangen van de minderheid. Zelf zei u hierover dat dit komt omdat u bent opgevoed met normen als verantwoordelijkheid nemen, opkomen voor zwakkeren en rechtvaardige verdeling.

Als voorzitter van de commissie voor VWS zorgde u voor een losse, open sfeer, waarin beslissingen effectief tot stand kwamen. U was niet bang om iets van uzelf te laten zien. Naar verluidt zong u ooit psalmen tijdens de vergadering en hebt u Bijbelteksten geciteerd. Uw inhoudelijke bijdrage en uw ontspannen karakter zullen zeker gemist worden.

Ronald Sörensen. Hoewel hij op dit moment niet meer aanwezig is, zal ik toch enkele woorden wijden aan zijn Kamerlidmaatschap. Na een actieve loopbaan in de gemeentelijke en provinciale politiek trad hij vier jaar geleden toe tot deze Kamer. In zijn maidenspeech gaf hij aan dat de taak van de Eerste Kamer in zijn optiek ligt in het kijken naar de menselijke maat in wetgeving. Veel problemen in de samenleving kunnen volgens hem worden opgelost door te luisteren naar de mensen op de werkvloer. Zijn eigen ervaring op de werkvloer heeft hij opgedaan als leraar biologie en geschiedenis in het voortgezet onderwijs. Een positie die hij ruim 32 jaar heeft bekleed. Die ervaring heeft hij dan ook ingebracht in zijn werk als Kamerlid.

Zo bepleitte hij in een debat over de Cito-toets dat een dergelijke objectieve test voor veel scholen zeer welkom is, ook om de kinderen te beschermen tegen te hooggespannen verwachtingen van hun ouders. Hij heeft zich uitgesproken tegen bezuinigingen op de studiefinanciering, mede omdat deze volgens hem met name de keuzevrijheid van studenten met een kleine beurs beperken. Hij is voorstander van een ruim onderwijsaanbod, dat gelijke kansen biedt voor alle studenten. Daar mag ook iets tegenover staan. Er is volgens hem niets mis mee om jongeren te laten realiseren dat ze een tegenprestatie leveren voor de investering die de maatschappij in hen doet.

Als echte Rotterdammer met, naar ik heb begrepen, Noorse voorouders heeft hij een rechtdoorzeekarakter. Om, in heel keurige bewoordingen, een oud Rotterdams gezegde aan te halen: "Niet praten, maar schoonmaken."

Ben Swagerman. In een recent interview in Het Financieele Dagblad zei u dat het in het leven gaat om humor, timing en mededogen. Ook zei u dat u geïnspireerd bent door het rechtvaardigheidsgevoel van uw oom en naamgenoot. Dit rechtvaardigheidsgevoel hebt u door de jaren heen steeds verder kunnen ontwikkelen. Aanvankelijk als advocaat, later als raio en als officier van justitie.

U hebt een goed oog voor wat strafrechtelijk wel en niet toelaatbaar is. Dit bleek onder andere in de debatten over de elektronische detentie, de voorlopige hechtenis, de illegale hennepteelt en het gebruik van biomedische gegevens van vreemdelingen. Tegelijkertijd hebt u zich ook bereid getoond om u te verplaatsen in de juridische onderbouwingen van het kabinet. Bij tijd en wijle was u het zó sterk eens met de opvatting van het kabinet, dat het leek alsof er via de interruptiemicrofoon een derde bewindspersoon deelnam aan het debat.

U hebt een sterke band met het Caribisch deel van het Koninkrijk, mede vanwege het feit dat u ooit advocaat-generaal was op de Nederlandse Antillen. Aan die betrokkenheid hebt u ook als Kamerlid invulling gegeven, door er een werkbezoek af te leggen en een actieve rol te spelen in de commissie voor KOREL.

Vandaag neemt u afscheid van de Kamer en kunt u zich met volle aandacht richten op uw werkzaamheden als Senior Vice President Security Services bij onze nationale luchtvaarttrots.

Joyce Sylvester. Sinds 2003 bent u lid van deze Kamer. Wij hebben u door de jaren heen leren kennen als een doortastend, hardwerkend en energiek persoon. In 2013 was u één van de hoofdpersonen in de documentaire Door de Senaat. Daar was goed te zien hoe u op uw eigen aanhoudende en charmante wijze wheelde en dealde om alles rond te krijgen. Ook het voorzitterschap van de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebt u voortvarend ter hand genomen. Uw ervaringen als burgemeester maakten dat u bij diverse gelegenheden aandacht hebt gevraagd voor de gevolgen van wetgeving op gemeentelijk niveau. Zo vroeg u bijvoorbeeld in het debat over bibliotheekvoorzieningen aandacht voor het feit dat gemeenten gebaat zijn bij kaders, normen en concrete afspraken om te waarborgen dat de bibliotheken beschikbaar zijn voor al hun inwoners. Ook hebt u de Kamer in het buitenland vertegenwoordigd, door deelname aan een interparlementaire conferentie in Rome, waar u wees op het belang van krachtige steden en het nut van een Europese stedelijke agenda.

U hebt een sterke affiniteit met cultuur. Cultuur heeft volgens u het vermogen om het menselijk bestaan naar ethische en esthetische maatstaven van commentaar te voorzien. Ook speelt het een rol in sociale cohesie en de individuele ontwikkeling. In het beleidsdebat over cultuur maakte u dan ook bezwaar tegen rendementsdenken, bureaucratie en administratieve lasten voor instellingen.

Het is de bedoeling dat de gemeente Naarden in januari 2016 opgaat in de nieuwe gemeente Gooise Meren, maar met uw passie, aanleg en gedrevenheid voor het openbaar bestuur lijdt het geen twijfel dat u ook in de toekomst actief zult blijven in de publieke sector.

Gerrit Terpstra. "Voor het CDA is ook een alleenstaande met een goudvis een gezin." Die uitspraak is tekenend voor uw karakter: een grote dosis humor gepaard aan een feilloos relativeringsvermogen. Er zijn legio voorbeelden te noemen van uw moeiteloos geestige improvisaties. "Thinking on your feet" noemen de Engelsen dat. Bijvoorbeeld de term "een ritueel geslachte dode mus". Toen de heer Reuten ons recentelijk tijdens het debat over de post trakteerde op een gezongen Wim Sonneveldfragment, liep u rustig naar het spreekgestoelte met de woorden: "Voorzitter, ik had graag willen rappen, maar heb mijn bijbehorende rapapparatuur thuisgelaten."

Sinds 2003 bent u lid van deze Kamer. Daarvoor was u Tweede Kamerlid, lid van Provinciale Staten van Utrecht en voorzitter respectievelijk bestuurslid van de Sociale Verzekeringsbank en het Christelijk Nationaal Vakverbond. In de Eerste Kamer refereerde u vaak aan uw vakbondsverleden. U pleitte keer op keer voor degelijk en sociaal financieel-economisch beleid dat gericht is op lastenverlichting, het terugdringen van overheidsuitgaven en het bestrijden van werkloosheid. Ook hebt u bepleit dat Nederland waar mogelijk aansluit op Europees beleid en rekening houdt met de grenseffecten van zijn nationale beleid.

U bezit een uniek vermogen om ingewikkelde vraagstukken in hun essentie te vatten en vervolgens gelijk te relativeren. Als ongekroonde koning van het eufemisme hebt u meer dan eens de angel uit een conflict gehaald.

Ik heb het u vorige week tijdens het debat al gezegd en ik herhaal het vandaag weer: wij, zowel de collega's als de medewerkers, gaan u node missen. Niet alleen uw verrassende en interessante bijdragen aan het debat, maar ook uw sympathieke, sociale karakter: hoffelijk en geïnteresseerd. U begroette mij iedere dinsdag met "President", gevolgd door een lichte hoofdbuiging. Vandaag buig ik mijn hoofd voor u.

Tof Thissen. 3.885 dagen hebt u deze Kamer gediend. Acht jaar lang was u fractievoorzitter. Wij hebben u in die jaren leren kennen als een aimabel en energiek mens, met een aanstekelijk gevoel voor humor en een groot vermogen om mensen te verbinden. U hebt ook een groot retorisch vermogen, waarvoor de basis werd gelegd op het Bisschoppelijk College te Roermond.

Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is niet uw eerste politieke functie. Eerder was u actief in de lokale politiek en hebt u een groot aantal partijpolitieke functies vervuld; eerst binnen de PSP, later bij GroenLinks.

Uw politieke gedrevenheid komt voort uit het besef dat de gemeenschap veel voor u doet en dat u dus ook iets terug wilt doen. U hebt in deze Kamer meermaals gepleit voor humanisering van de relatie tussen overheid en burger. Burgers kunnen alleen vertrouwen in elkaar wanneer zij vertrouwen krijgen van de overheid. Ook zelfrespect is volgens u nodig om medeverantwoordelijkheid te dragen voor de samenleving.

In deze Kamer hebt u een breed palet aan onderwerpen behandeld, variërend van de melkveehouderij tot aan de pensioenfondsen. Tweemaal werd een motie van uw hand met algemene stemmen aanvaard. In de eerste motie werd de regering opgeroepen om Nederlandse gemeentelijke expertise te betrekken bij de economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden. De tweede was een pleidooi voor het niet laten verdwijnen van patiëntenorganisaties als gevolg van bezuinigingen.

U stond in deze Kamer meermaals onder hoge politieke druk, bijvoorbeeld bij de verhoging van de AOW-leeftijd in 2012 en het pensioenplan in 2013. In de eerder genoemde documentaire over de Eerste Kamer werd duidelijk hoezeer u hiermee worstelde. Steeds moest er een balans worden gevonden tussen de onafhankelijke positie van de Kamerfractie enerzijds en het in stand houden van door de regering met de partij gesloten akkoorden anderzijds.

U hebt politieke belangen echter nooit laten prevaleren boven collegiale loyaliteit. In het geheugen van deze Kamer staat gegrift hoe u handelde bij de stemming over de Wmo vorig jaar. Er was een hoofdelijke stemming aangevraagd en collega Holdijk had wegens ziekte gepaird. Toen er vervolgens werd verzocht om toch fractiegewijs te stemmen, wist u dat dit zou betekenen dat het wetsvoorstel waar u tegen was het niet zou halen. Desalniettemin hield u zich aan de gemaakte afspraak en pleitte u ervoor dat de hoofdelijke stemming doorgang zou vinden. Het was een schoolvoorbeeld van loyaliteit in de Kamer.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

De solidariteit die u op persoonlijk vlak betracht, verwacht u ook van de overheid als geheel. Bij verschillende gelegenheden hebt u gepleit voor een solidaire overheid die het goede voorbeeld geeft en die zich bekommert om eenieder die dat nodig heeft. U vertrekt vandaag uit deze Kamer, maar uw passie voor en ervaring in het openbaar bestuur komen ongetwijfeld ook goed tot hun recht in uw nieuwe functie bij het UWV.

Janny Vlietstra. Een maand geleden nam u afscheid van Haren, waar u twee jaar lang waarnemend burgemeester was. Vandaag neemt u afscheid van deze Kamer, waarvan u vier jaar lang lid was. U werd als "rode Fries in het Groene Groningse Haren" geroemd om uw inzet, uw betrokkenheid en uw grote hart voor maatschappelijke doelen en cultuur. Diezelfde eigenschappen kan ik u vandaag wederom toedichten.

Een kleine 33 jaar bent u actief in het openbaar bestuur van het Noorden van Nederland. Dit heeft u de bijnaam "noordelijk PvdA-kanon" opgeleverd. Als geen ander weet u dan ook op hoeveel niveaus beleid uit Den Haag doorwerkt en hoe groot de impact is van schijnbaar kleine wijzigingen. U hebt in deze Kamer bij meerdere gelegenheden gepleit voor continuïteit in kabinetsbeleid. Op regionaal gebied hebt u ook gepleit voor het behoud van zelfstandige, onafhankelijke regionale omroepen. Op maatschappelijk gebied hebt u er, met succes, voor gepleit dat het kabinet decentrale overheden aanmoedigt om ten minste 5% langdurig werklozen en/of arbeidsgehandicapten in te schakelen bij de uitvoering van werken en diensten.

Speciale aandacht hebt u besteed aan de positie van veteranen. Reeds in uw maidenspeech benadrukte u hoe belangrijk het is dat zij erkenning krijgen voor wat zij hebben gedaan, maar vooral ook dat er zorg en begeleiding is voor diegenen die als gevolg van militaire missies met psychische problemen worstelen. Sindsdien hebt u uw betrokkenheid meerdere keren getoond, waaronder bij de ontvangst van veteranen door de Staten-Generaal in 2013. U zult in de toekomst dit doel en de andere maatschappelijke doelen die u na aan het hart liggen, ongetwijfeld blijven ondersteunen.

Klaas de Vries. Het is vandaag voor u de derde keer dat u afscheid neemt als parlementariër. Dat deed u in 1988 en in 2006 in de Tweede Kamer en vandaag in de Eerste Kamer. Bij uw afscheid in de Tweede Kamer werd u omschreven als een felle en vasthoudende debater. Ik citeer: "Uw prachtige volzinnen verbloemen nooit de scherpte die u in het debat brengt." De jaren zijn verstreken, maar de omschrijving klopt nog steeds. U begeeft zich zelden naar de interruptiemicrofoon, maar áls u dat doet dan is het telkens raak: met zachte stem velt u harde oordelen, met de nodige onderkoelde humor.

Van 2007 tot 2011 hebt u de Kamer als ondervoorzitter gediend. In die periode hebt u een waardevolle bijdrage geleverd aan de implementatie van de vernieuwing van de Kamerorganisatie.

Als woordvoerder hebt u steevast gepleit voor de bescherming van privacy, internetveiligheid en een constructieve houding ten aanzien van Europa. Op uw initiatief stelde de Eerste Kamer eind 2008 ruim 100 vragen over de Nederlandse steun aan de inval in Irak. U wist de schriftelijke vraag om te buigen tot een gevaarlijk politiek instrument en diende daarmee de waarheidsvinding over een pijnlijke kwestie in onze recente geschiedenis.

Twee weken geleden werd een motie van uw hand over de intensivering van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit met algemene stemmen aanvaard. Het vormde een passende afsluiting van uw politieke loopbaan, die in 1970 bij de gemeenteraad van Delft begon en uiteindelijk leidde tot twee ministerschappen, twee informateurschappen en het lidmaatschap van beide Kamers der Staten-Generaal. Daarnaast was u enige jaren bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit, met als leeropdracht De praktijk en de cultuur van het Nederlandse parlement. De komende tijd zult u gelukkig nog actief blijven als voorzitter van het Committee on the Election of Judges van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De politiek is weliswaar belangrijk voor u, maar is uiteindelijk slechts dagvulling waardoor kunst op de achtergrond raakt. U bent ontegenzeggelijk een man van vele talenten. Zo bracht u een paar jaar geleden een cd uit met politiek geëngageerde liedjes en publiceerde u de thriller Operatie Vuurvogel. Ik twijfel er niet aan dat u in de toekomst nog eens schrijft over de figuurlijke dan wel letterlijke lijken uit de kast op het Binnenhof. Daar zit zeker een aardige thriller in. Het wordt vast een onverbiddelijke bestseller.

Wouter van Zandbrink. Sinds september 2014 bent u lid van de Eerste Kamer. U bent deskundige op het gebied van plattelandsontwikkeling en was eerder lid van Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten van Zeeland. U hield uw maidenspeech over de Wet verantwoorde groei melkveehouderij. Een onderwerp dat u na aan het hart ligt, aangezien u bent opgegroeid in de melkveehouderij van uw ouders. In uw maidenspeech betoogde u dat de hiërarchische sturing van de overheid deels plaats heeft gemaakt voor sturing door burgers en bedrijven zelf en dat regelgeving hierop moet aansluiten. U complimenteerde de sector en de maatschappelijke organisaties dat zij in veel zaken zelf verantwoordelijkheid nemen.

Uw zwanenzang was wederom bij de Melkveewet. Ditmaal betrof het de AMvB over grondgebonden groei. Dit besluit noemde u een scharnierpunt in de ontwikkeling van de melkveehouderij in Nederland en een belangrijke stap op weg naar een circulaire economie.

Als voorzitter van de Coalitie Delta Natuurlijk blijft u zich ook in de toekomst inzetten voor een ecologisch gezonde en veerkrachtige landbouwsector.

Gerrit Holdijk. Last but not least. En niet zonder reden. Wij vieren vandaag namelijk ook uw 25-jarig jubileum, dat u ook echt vandaag op de kop af heeft gehaald.

(Applaus)

De voorzitter:

Dat is de reden waarom ik u als laatste noem.

U was lid van deze Kamer van 3 juni 1986 tot 23 juni 1987 en vervolgens onafgebroken sinds 11 juni 1991. U bent tot de dag van vandaag de nestor van de Eerste Kamer. Bovendien bent u van de 25 jaar dat u Kamerlid bent al 20 jaar fractievoorzitter. Dat kan niemand u nazeggen in de Kamer. In alle opzichten was en bent u een constante factor.

Naast uw werkzaamheden als Kamerlid was u ook nog jaren actief in Provinciale Staten van Gelderland en was u vele jaren medewerker van de SGP-fractie in de Tweede Kamer. U typeerde uzelf als: "Een simpele jurist met de uiterlijke verschijningsvorm van een Veluwse boer. Ik ben op verzoek gekomen en ik ga op verzoek weer weg." Thuis in uw woonplaats Uddel keek men dan ook niet vreemd op als er een feloranje tractor voorbijkwam met "Boer Gerrit" achter het stuur.

Uw bijdragen waren altijd interessant en zaten juridisch gedegen in elkaar. U hield niet van lange betogen of opsommingen. In uw maidenspeech op 1 juli 1986 over de gemeentelijke herindeling van de Bommelerwaard stelde u dat de politiek vaak wel ongeveer kan aangeven hoe het niet moet, maar dat het veel moeilijker is om te zeggen hoe het idealiter wel zou moeten.

In al die 25 jaar diende u één motie in, namelijk over het versterken van de positie van winkeliers in winkelcentra die volgens u niet gedwongen mochten worden om hun winkels op zondag te openen. Dat was voor u en uw fractie een zeer aangelegen en principieel punt. En ook dat typeerde u.

De publiciteit zocht u zelf nooit op, want dat vond en vindt u niet passen bij een senator. Die moeten wat u betreft opereren in de luwte. Bij het eerste kabinet-Rutte was u volgens de media ineens de machtigste man van Nederland en stond u ineens in de spotlights. Zelf zag u dat geheel anders. U deed gewoon uw werk met als uitgangspunt: "Als ik iets vind wat niet deugt, stem ik tegen. Zo simpel is het." Typerend was ook uw reactie op de vraag van een journalist of u nu meer druk voelde nu iedereen naar u keek. U antwoordde daarop: "Met zo veel druk op mij blijf ik vanzelf wel laag bij de grond." Uw unieke positie ten tijde van het kabinet-Rutte II leidde tot de term "Holdijkproof". Als een wetsvoorstel Holdijkproof is, zit het goed in elkaar.

De komst van de iPad had wat u betreft best uitgesteld mogen worden tot na uw vertrek. Echter, u ging daar professioneel mee om en kwam altijd keurig op tijd langs bij de ICT-helpdesk als dat nodig was. U had hier ook goede steun aan uw vrouw, die soms als eerste signaleerde dat er iets mis was met de vergaderapp.

Er zouden nog veel anekdotes over u te vertellen zijn. Bijvoorbeeld over het roken van de pijp, wat u zelfs de prijs van "Pijproker van het jaar 2014" opleverde en ook leidde tot een bezoek van de brandweer aan de Eerste Kamer. Maar daar zullen we verder maar over zwijgen.

Beste Gerrit, dat ik je vandaag mag en kan toespreken is heel bijzonder. Want in 2014 kreeg je een moeilijke boodschap. Er was een zeer ernstige ziekte geconstateerd en de artsen gaven je nog slechts enkele maanden te leven. Je hebt toen, zoals je dat recentelijk op de SGP-partijdag verwoordde, afscheid genomen van het leven. Iedereen hield rekening met het ergste. Het is, zoals je zelf zei, een godswonder dat je nog leeft en zo beleef je dat ook echt. De operatie mocht slagen, de zware chemokuren mocht je doorstaan en met veel geroffel op de bankjes werd je hier in de plenaire zaal weer door de collega's welkom geheten.

Vandaag is helaas het moment gekomen om afscheid van je te nemen als Kamerlid. Het is tevens jouw zilveren jubileum. En daar hoort een heel speciaal cadeau bij, namelijk het zilveren koetsje. Ik vind het een eer en een genoegen dat ik jou dat vandaag mag uitreiken.

(De Voorzitter reikt het zilveren koetsje uit)

(Staande ovatie)

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat het Zijne Majesteit de Koning heeft behaagd op grond van de zojuist geciteerde curricula vitae een aantal leden, die voldoen aan de reglementen voor de decoraties, een koninklijke onderscheiding toe te kennen. Ik heb de eer die onderscheiding aan de desbetreffende personen te mogen overhandigen. Daarom vraag ik de volgende leden om zich in het midden van de zaal op te stellen:

mevrouw Dupuis, de heer Essers, de heer Franken, de heer Holdijk, mevrouw Kneppers-Heijnert, mevrouw Linthorst, mevrouw Slagter- Roukema, mevrouw Sylvester, de heer Thissen en mevrouw Vlietstra.

Ik wijs de leden en de overige aanwezigen erop dat er straks na afloop van de vergadering, vanaf omstreeks 17.00 uur, in de Ridderzaal ruimschoots gelegenheid zal zijn om de gedecoreerden met hun onderscheiding geluk te wensen. Dus niet nu.

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de voorzitter opgespeld.)

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de minister-president.


Minister Rutte:

Mevrouw de voorzitter. Wat een bijzondere middag is dit weer. Ik mag dit nu voor de tweede keer meemaken, maar het is de eerste keer met champagne. Ik vind dat vooruitgang. Daarnaast wil ik u zeggen dat het mij spijt dat ik er niet vanaf het begin bij kon zijn. Er was even een interinstitutioneel punt; ik moest tegelijkertijd in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer zijn, vandaar dat ik helaas iets later hier kon aanschuiven.

Dat gezegd hebbende, wil ik u bedanken voor de gelegenheid om bij deze bijzondere vergadering een paar dingen te zeggen. Misschien is de belangrijkste conclusie wel dat je uit alle woorden die door de voorzitter vanmiddag gesproken zijn, kunt afleiden hoezeer de Eerste Kamer bovenop de tijdgeest zit en middenin de samenleving staat. Dat is eigenlijk op twee manieren zichtbaar. Om te beginnen natuurlijk door het goede werk dat hier in deze mooie zaal verricht wordt, en in de zalen hieromheen. We hebben daarvan al een opsomming gehoord. Maar het is vooral ook zichtbaar in de mensen die dat werk verzetten, waaronder de 35 afscheid nemende senatoren, van wie vanmiddag zo treffend de doopcelen zijn gelicht. Het zijn 35 mensen die, hoe verschillend ook en met verschillende partijpolitieke oriëntaties, met elkaar gemeen hebben dat zij de samenleving niet, of in ieder geval niet uitsluitend, vanuit de politiek en vanuit Den Haag bekijken. Want het lidmaatschap van de Eerste Kamer laat per definitie ruimte voor tal van andere maatschappelijke activiteiten. Dat is voor mij ook een van de bijzondere elementen en wellicht ook de grote kracht en het onderscheidende punt van de Eerste Kamer. Dat komt ook terug in die mooie term "Chambre de réflexion". Eerste Kamerleden brengen deskundigheid en maatschappelijke ervaring. Ze brengen ook rust in het politieke bedrijf.

Het belang daarvan is misschien wel door niemand beter en mooier verwoord dan door Willem Witteveen, wiens afwezigheid vandaag opnieuw wordt gevoeld. Zijn postuum verschenen boek "De wet als kunstwerk" is feitelijk één pleidooi voor bedachtzaamheid en kwaliteit in het wetgevingsproces. Zo beschrijft hij al in de proloog dat wetten orde scheppen in de samenleving en in ons denken en doen. Voor goede wetgeving, zegt hij, zijn van oudsher drie dingen belangrijk: praktische wijsheid, kennis van de samenleving en juridisch vakmanschap. Ik kan me eigenlijk niet anders voorstellen dan dat Willem Witteveen de Eerste Kamer op het netvlies had toen hij deze woorden schreef.

Het is een feit: in een democratie is de kiezer de baas. Ik zie dat dit een schok is voor sommigen, maar het is een feit. De kiezer heeft bepaald dat regeren met grote en vaste meerderheden iets van het verleden is. In ieder geval geldt dat voor de jaren die direct achter ons liggen en voor de komende vier jaar die voor ons liggen. Hoe we dit verder ook beoordelen, het valt niet te ontkennen dat die ontwikkeling behoorlijk heeft bijgedragen aan de zichtbaarheid van de Eerste Kamer en de breedte van de besluitvorming. Democratie wordt hierdoor meer dan de helft plus één. Ik denk dat dit winst is voor de democratie.

Mij past natuurlijk geen oordeel; dat bewaar ik voor andere gelegenheden. Vandaag past mij uitsluitend waardering. Daarom wil ik ook vandaag mijn waardering uitspreken. Dat doe ik niet alleen namens mijzelf, maar ook namens alle collega's in het kabinet. Wij hebben grote waardering voor de wijze waarop de Eerste Kamer in de afgelopen jaren heeft willen samenwerken met deze regering. Niet omdat u het ons altijd zo makkelijk hebt gemaakt, soms bepaald niet zelfs, maar wel omdat het debat steeds constructief en op de inhoud gevoerd kon worden. Soms was dat op het scherp van de snede, maar altijd met het oog op de bal. Met alle grote hervormingen die de laatste jaren in wetgeving zijn geland nog vers op het netvlies, kan ik zeggen dat dit gedaan is met een duidelijk en naar mijn mening goed resultaat.

Vanmiddag geldt mijn waardering natuurlijk vooral de 35 mensen die na vandaag niet meer in deze vertrouwde groene bankjes zullen terugkeren. Ik hoop dat zij het mij niet kwalijk nemen als ik allen bedank in één van hen, namelijk senator Gerrit Holdijk. Mijnheer Holdijk — de voorzitter mag Gerrit zeggen, maar ik ben altijd mijnheer Holdijk blijven zeggen — eigenlijk hebt u in persoon een kwart eeuw lang laten zien waarvoor de Eerste Kamer als geheel staat, namelijk voor zorgvuldigheid en een onafhankelijk oordeel, voor een nuchtere kijk op zaken en een gezonde afstand tot de waan van de dag, voor overtuigingskracht en voor overtuigingen. En wat staat de koninklijke onderscheiding u prachtig.

Mijnheer Holdijk, dames en heren, ik dank u allen voor uw inzet en voor de grote betrokkenheid in de afgelopen jaren. Ik wens iedereen die hier vandaag voor het laatst als Kamerlid aanwezig is het allerbeste voor de toekomst. Tegen de leden die blijven of na vandaag de lege plekken op gaan vullen, wil ik graag zeggen: het kabinet ziet uit naar de samenwerking in het besef dat steun van dit huis ook de komende jaren niet vanzelfsprekend is, maar op basis van argumenten iedere keer opnieuw veroverd moet worden.

(Applaus)

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Holdijk die namens de vertrekkende leden het woord zal voeren.


De heer Holdijk (SGP):

Als te doen gebruikelijk, mevrouw de voorzitter, begin ik met de volgende woorden: Voorzitter, dank u voor het woord. U herinnerde er zonet al aan dat het een lange zit is, en die is nadien natuurlijk alleen maar langer geworden. Ik hoop daar weinig aan bij te dragen. U en uw voorgangers lijken die lange zit moeiteloos te doorstaan, beter dan de meesten van ons.

Thans 29 jaar geleden, om precies te zijn op 27 mei 1986, stond op deze zelfde plaats dominee H.G. Abma, destijds voorzitter van de SGP-fractie in deze Kamer. Hij voerde het woord tijdens de bijeenkomst gehouden na de openbare vergadering op diezelfde dag, namens de zes leden van de Kamer die toen afscheid namen. Zijn naam noem ik met ere, tevens omdat ik zijn plaats in de Kamer innam en thans eveneens als oudste in dienstjaren namens de vertrekkende leden het woord mag voeren. De voorzitter en de collega's begrijpen zonder verdere uitleg waarom ik het als een bijzonder voorrecht en, wat persoonlijker uitgedrukt, als een genade beleef dat ik in de gelegenheid wordt gesteld nog een keer het woord tot u, mevrouw de voorzitter, en via u tot de Kamer te richten. Dit keer zonder opgegeven spreektijd en toch kort.

Anders dan in 1986 nemen thans niet 6 maar 35 leden van 9 verschillende fracties afscheid, onder wie veel oudgedienden en 2 ondervoorzitters. Dat is veel, misschien wel te veel, voor een Kamer die continuïteit, stabiliteit en consistentie als waarden zou willen vertegenwoordigen. Hoe dan ook, vandaag mag ik woordvoerder zijn van een ongekend gemêleerd samengestelde gelegenheidsfractie, nog bonter dan de zogenoemde regenboogfractie. Vandaag is sprake van wat in landbouwsfeer genoemd wordt de blijvers en de wijkers, met in elk geval dit grote verschil dat het aantal grondwettelijk vastgestelde leden volgende week weer op peil zal zijn. In de landbouw betekent het permanent afnemende aantal agrariërs, wijkers dus, een steeds kleiner wordende rest.

Namens de wijkers, als ik ze zo mag noemen, zou ik allereerst willen opmerken dat de solidariteit in onze gelegenheidsfractie dusdanig groot is dat wij het vertrek van hen die niet vrijwillig vertrekken oprecht betreuren. Onder de vertrekkende leden zal ongetwijfeld sprake zijn van gemengde gevoelens. Een Frans gezegde luidt niet voor niets "partir, c'est mourir un peu". Gemengde gevoelens omdat zij die al vele jaren lang dit ambt hebben mogen vervullen, dankbaar zullen zijn en vertrekken in de wetenschap dat ze hun termijn hebben mogen uitdienen en nu hun opdracht voltooid achten, vanuit het besef dat het ook een kwaliteit is om op tijd weg te gaan. Gemengde gevoelens omdat zij die hier nog maar kort zijn, mogelijk teleurgesteld zijn omdat ze niet eens de tijd gekregen hebben om echt te wennen. Gemengde gevoelens omdat er ook zullen zijn die misschien met enige bitterheid of pijn vervuld zijn omdat óf hun partij hen niet herkiesbaar heeft gesteld, óf een zodanige plaats op de kandidatenlijst heeft gegeven dat zij niet kunnen terugkeren, óf omdat zich zulke politieke verschuivingen hebben voorgedaan dat er op dit moment voor hen geen plaats meer is.

Persoonlijk, en misschien herkennen enkele collega's dit, heb ik het Eerste Kamerlidmaatschap beleefd zoals door Livius wordt verhaald met betrekking tot Cincinnatus. Hij was een Romeins politicus, consul in 460 voor Christus, en zelfs tweemaal door de senaat tot dictator geroepen. Voor die roeping, als het ware achter de ploeg, was zijn leven gewijd aan de landbouw. Indien en voor zolang als nodig, was hij bereid op verzoek de publieke zaak te dienen. Nadat die taak erop zat, nam hij afscheid om naar zijn akker en zijn voorvaderlijk erf terug te keren. Zo zullen sommigen van de wijkers weer terugkeren naar hun dagelijkse bezigheden. Afhankelijk van hun leeftijd misschien zullen anderen hun nieuwe levensvervulling vinden.

Bij alle verschillen in gemoedstoestand zijn wij echter erkentelijk voor de wijze waarop u, voorzitter, zojuist hun aandeel in het werk van de Kamer hebt getypeerd. Zij, die namens de Koning bovendien zijn onderscheiden, zouden graag zien dat u hun bijzondere dank aan de Koning overbrengt. Alle gedecoreerden van onze gelegenheidsfractie: van harte gefeliciteerd.

De vertrekkende leden zijn de blijvende leden en elkaar dank verschuldigd. Ik noem de goede collegiale verhoudingen, maar denk ook aan de samenwerking die boven de verschillende fracties uit ging.

Warme woorden zijn daarnaast op hun plaats voor alle ervaren medewerking, zonder welke wij ons werk niet naar behoren en met vreugde hadden kunnen doen, aan het adres van alle diensten en personen, van de Griffier tot en met degenen die ons ten dienste waren in de koffie- en de postkamer.

Dank bovendien aan u, voorzitter, voor de hartelijke woorden die u tot ons hebt gericht, maar evenzeer voor uw onpartijdige, voorzichtige maar soms ook resolute opstelling tijdens de vergaderingen. Daarbij betrek ik ook de vergaderingen van het College van Senioren.

Dank wil ik ook uitspreken aan het kabinet en de huidige en voormalige bewindslieden voor de gedachtewisselingen die wij in de loop der tijd hier met elkaar mochten hebben.

Als vertrekkende leden past ons de grootst mogelijke terughoudendheid als het gaat om adviezen aan de blijvers en de nieuwe leden. De nieuwe Kamer mogen wij in elk geval wijsheid en bezonnenheid toewensen, opdat men zowel de constitutionele en staatsrechtelijke ruimte alsook de grenzen van de grondwettelijke bevoegdheden nauwlettend zal bewaken. Daar wil ik aan toevoegen: laat men vooral ook een zeker esprit de corps bewaken en bewaren. Meer inhoudelijk hopen wij dat de Kamer de rechtsstaat zal koesteren en niet zal vergeten dat een bloem die van zijn wortels is afgesneden, geen lang leven meer beschoren is.

Ik moge eindigen met een persoonlijk getinte groet aan alle blijvers, alle wijkers, alle nieuwkomers en al degenen die hier dagelijks werkzaam zijn. In het dagelijks leven roepen wij elkaar in het voorbijgaan weleens, zonder veel nadenken, de groet "aju" of "ajuus" toe. Dat is een populaire, verbasterde vorm van het Franse "adieu". Een afscheidsgroet, een vorm van vaarwel zeggen, die letterlijk betekent: ga met God. Misschien mag ik ons allen deze woorden ook meegeven als een toekomstwens: moge God u vergezellen op uw verdere levensweg.

Dank u wel, voorzitter.

(Applaus)

De voorzitter:

Dank aan de nestor van de Eerste Kamer, Gerrit Holdijk.

Ik heb het genoegen om u mee te delen dat in mei 2014 kunstenares Mia Westerhof de vraag kreeg om het gebouw van de Eerste Kamer vanaf beide zijden gezien af te beelden. Het resultaat zijn twee houtskooltekeningen. Zoals Mia Westerhof zelf verklaart: het schilderachtige effect geeft een sfeervolle indruk; een gebouw dat geborgenheid en stabiliteit uitstraalt, een gebouw om in herinnering te houden. Graag reik ik de eerste exemplaren uit aan twee oud-Voorzitters die vandaag afscheid nemen van de Kamer, Fred de Graaf en René van der Linden. Mag ik jullie verzoeken om naar voren te komen? Alle vertrekkende leden krijgen vandaag zo'n houtskooltekening. Iedereen mag de keuze maken tussen een afbeelding van het gebouw gezien van de zijde van het Binnenhof of van de zijde van de Hofvijver. Voordat u straks naar de Ridderzaal vertrekt, kunt u beneden bij de balie uw keuze kenbaar maken bij Sylvia Fromberg. Na afloop van de receptie in de Ridderzaal kunt u een exemplaar van de door u gekozen versie bij de balie van de Eerste Kamer ophalen. Maar nu reik ik graag de eerste exemplaren aan de twee oud-Voorzitters uit.

(Applaus)

De voorzitter:

Ik geef nu het woord aan de Griffier voor een korte huishoudelijke mededeling.

De heer Hamilton:

Het einde van een Kamerperiode gaat ook voor de ambtelijke organisatie, de Griffie, met gevoelens van weemoed gepaard. Wij groeten met groot respect en warme gevoelens de leden die de Kamer vandaag verlaten. De afgelopen jaren hebben wij u vooral bestookt met digitale informatie. Vandaag willen wij u allen weer eens een papieren product ter hand stellen. Wij hebben een fotoboekje samengesteld met vele beelden uit de periode 2011-2015. Dat wordt u uitgereikt als herinnering aan deze zittingsperiode van de Eerste Kamer. Het eerste exemplaar bied ik nu aan de Voorzitter aan.

(Applaus)

De voorzitter:

Het boekje met foto's is er voor alle leden, dus niet alleen voor de vertrekkende.

Beste collega's, wij zijn aan het einde gekomen van deze vergadering. Ik wil nogmaals iedereen, met name de vertrekkende leden, heel hartelijk danken voor wat zij hebben betekend in de Eerste Kamer, niet alleen als collega's maar ook in hun werk als lid van de Eerste Kamer. Daarom zijn er bij het verlaten van de zaal bloemen voor alle vertrekkende leden. Na sluiting van de vergadering nodig ik alle leden uit voor het maken van een groepsfoto in deze zaal. Misschien is het wel aardig als de minister-president ook op die foto staat.

(Applaus)


Sluiting

Sluiting 16.20 uur.


Bijlages

Lijst van besluiten en ingekomen stukken

Lijst van besluiten:

De Voorzitter heeft na overleg met het College van Senioren besloten om:

a. de stemming over de volgende wetsvoorstellen en de volgende motie te doen plaatsvinden op 2 juni 2015:

Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter verbetering van de naleving en handhaving van arbeidsrechtelijke wetgeving in verband met de aanpak van schijnconstructies door werkgevers (Wet aanpak schijnconstructies) (34108);

Wijziging van de Wet veiligheidsonderzoeken in verband met het opnemen van een grondslag voor het doorberekenen van kosten verbonden aan het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken alsmede enkele andere wijzigingen (33673);

Motie van het lid De Graaf (D66) c.s. over een beschouwing omtrent het doorberekenen van kosten van handelingen en diensten in het kader van de uitvoering van de overheidstaak en een aanzet van een afwegingskader (33673, D);

b. de plenaire behandeling van de volgende hamerstukken te doen plaatsvinden op 2 juni 2015:

Wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek, in verband met verduidelijking van het toepassingsbereik van de koopregels van titel 7.1 BW (34071);

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn 2014/60/EU betreffende teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (herschikking) (PbEU 2014, L 159) (34097);

c. de plenaire behandeling van het volgende wetsvoorstel te doen plaatsvinden op

23 juni 2015:

Wijziging van de Gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht ter aanscherping van de maatregelen ter bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast (33882);

d. de plenaire behandeling van de volgende wetsvoorstellen te doen plaatsvinden op 30 juni 2015:

Goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (Tb. 2014, 207) (34114);

Goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (Tb. 2014, 210) (34115);

Goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (Tb. 2014, 160) (34116);

e. de plenaire behandeling van het volgende wetsvoorstel te doen plaatsvinden op 6 oktober 2015:

Voorstel van wet van de leden Resort, Oskam en Segers tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met het opheffen van de strafrechtelijke immuniteiten van publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers (30538).

Lijst van ingekomen stukken, met de door de Voorzitter ter zake gedane voorstellen:

1. de volgende door de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangenomen wetsvoorstellen:

Implementatie van de richtlijn 2014/62/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad (PbEU L 151/1) (34081);

Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen van diverse aard (34146);

Goedkeuring van het Besluit heffing bestrijding dierziekten (Goedkeuringswet Besluit heffing bestrijding dierziekten) (34147).

Deze wetsvoorstellen zullen in handen worden gesteld van de desbetreffende commissies;

2. de volgende regeringsmissives:

een, van de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie, de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de minister van Veiligheid en Justitie, inzake aanbiedingsbrief tussentijdse evaluatie Nederlandse bijdrage MINUSMA (griffienr. 153929.04);

een, van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie, ten geleide van het verslag Raad Buitenlandse Zaken van 18 mei 2015 (griffienr. 157289);

een, van alvorens, ten geleide van het AIV Advies herziening van het verdrag van Cotonou (griffienr. 157298);

een, van de minister van Buitenlandse Zaken, ten geleide van het verslag Raad Algemene Zaken van 19 mei 2015 (griffienr. 157244.02);

een, van alvorens, houdende mededeling van het Protocol tot wijziging van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Filipijnen inzake de export van de sociale verzekeringsuitkeringen; Manilla, 21 april 2015 (griffienr. 157286);

een, van alvorens, inzake rapportage van de inbreng van de Nederlandse regering in EU-Hofzaken waarover in 2014 uitspraak is gedaan (griffienr. 157299);

een, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, inzake OCW in Cijfers, Trends in Beeld (griffienr. 157280);

een, van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, inzake personeelsgegevens primair onderwijs niet beschikbaar op 20 mei 2015 (griffienr. 157281);

een, van alvorens, inzake scholengemeenschap Bonaire (griffienr. 156969.01);

een, van alvorens, houdende besluit van 19 mei 2015 tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO en het Inrichtingenbesluit WVO BES in verband met vakanties en andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd (griffienr. 157292);

een, van de minister van Financiën, ten geleide van het verslag van de Eurogroep en Ecoline-Raad van 11 en 12 mei te Brussel (griffienr. 157172.01);

een, van alvorens, inzake verkoop ABN AMRO (griffienr. 157294);

een, van alvorens, inzake Uitkomsten Financieel Stabiliteitscomité (griffienr. 157293);

een, van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, inzake voorhang ministeriële regeling ter implementatie Richtlijn 2013/56 EU (griffienr. 157301);

een, van alvorens, inzake voorhang koninklijk besluit decentralisatie bevoegd gezag luchthaven Twente (griffienr. 157300);

een, van de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën, inzake landenspecifieke aanbevelingen Europese Commissie 2015 (griffienr. 157288).

De Voorzitter stelt voor deze missives voor kennisgeving aan te nemen. De bijlagen zijn neergelegd op de afdeling inhoudelijke ondersteuning ter inzage voor de leden;

3. de volgende geschriften:

een, van J.Z., inzake FLO/AOW-gat (griffienr. 157275);

een, van J.J. te Z., inzake krib betalingsregeling (griffienr. 157276);

een, van C.F.M.v.d.B. te C., inzake versneld uitstel AOW-leeftijd (griffienr. 156290.29);

een, van E.T., te K.a.d.Z., inzake alvorens (griffienr. 156290.30);

een, van H.L.W. te B., inzake extra verhoging AOW-leeftijd (griffienr. 156290.31).

Deze geschriften worden van belang geacht voor de leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

een, van J.J., inzake krib betalingsregeling (griffienr. 167276).

Dit geschrift wordt van belang geacht voor de leden van de vaste commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voor Veiligheid en Justitie;

een, van H.C.v.A.K. te U., inzake scheef wonen en problemen om rond te komen (griffienr. 157296).

Dit geschrift wordt van belang geacht voor de leden van de vaste commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis van de Koning;

een, van R.R., inzake haar psychische problemen (griffienr. 157277).

Dit geschrift wordt van belang geacht voor de leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Voorzitter stelt voor deze geschriften voor kennisgeving aan te nemen.