Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
33.972

Wet aanpassing financieel toetsingskader



Dit voorstel wijzigt de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet en beoogt het financieel toetsingskader (ftk) voor pensioenfondsen te verbeteren.

Met de voorgestelde aanpassingen wordt het mogelijk financiële schokken (mee- en tegenvallers) gespreid in de tijd – en dus gelijkmatiger – te verwerken. Dat moet bijdragen aan het realiseren van een stabieler pensioen. Met de voorgestelde herstelplansystematiek biedt het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen ruimte voor een beleggingsbeleid dat past bij het realiseren van een voorwaardelijk geïndexeerd pensioen. Tegelijkertijd wordt voorkomen dat te snel wordt overgegaan tot indexatie. De combinatie van de aanpassing van het Witteveenkader (33.610 en 33.874) en het ftk leidt tot een premiedaling.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Tweede Kamer
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Afkondiging
Staatsblad(en)

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) op 16 oktober 2014 aangenomen. ChristenUnie, SGP, VVD, Van Vliet, D66, GroenLinks en de PvdA stemden voor.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 16 december 2014 na hoofdelijke stemming met 40 stemmen voor (PvdA, D66, VVD, GroenLinks en ChristenUnie) en 31 stemmen tegen (SP, CDA, PVV, 50PLUS, OSF en PvdD) aangenomen.

De tijdens de plenaire behandeling ingediende motie-Elzinga (SP) c.s. over het meerekenen van de werkelijke buffer (EK, K) is na stemming bij zitten en opstaan verworpen. PVV, CDA, SP, PvdD en 50PLUS stemden voor. De motie-Ester (ChristenUnie) c.s. over een onderzoek naar de effecten van de wet (EK, L) is met algemene stemmen aangenomen. De motie-Postema (PvdA) c.s. over het aanpassen van het strategisch beleggingsbeleid door pensioenfondsen (EK, M) is ingetrokken en de motie-Backer (D66) c.s. over toekomstige wijzigingen van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (EK, N) is aangenomen. PVV, VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie, SP, GroenLinks, D66 en 50PLUS stemden voor.

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bespreekt op 17 december 2019 het verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 2019 (EK 32.43, X) over zijn brief van 5 juni 2019 (EK 32.043, P) inzake het principeakkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel.

De commissie bespreekt op 17 december 2019 ook het verslag van een schriftelijk overleg met de minister van SZW van 12 december 2019 (EK 32.043, W) over zijn brief van 11 juni 2019 (EK 32.043, Q) inzake het advies van de Commissie Parameters.

De Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hield op 17 mei 2018 een rondetafelgesprek over de evaluatie van deze wet.

Op 18 november 2014 vond op initiatief van het Eerste Kamerlid Elzinga (SP) een deskundigenbijeenkomst over het wetsvoorstel plaats.

Voor de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) vond op 4 november 2014 een technische briefing over het wetsvoorstel door medewerkers van het ministerie van SZW plaats.

Ultimate Forward Rate (UFR)

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft op 13 januari 2016 het verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van SZW uitgebracht (EK, T) over haar brief van 17 juli 2015 over de ultimate forward rate (ufr) van pensioenfondsen (EK, Q) en de door haar bij brief van 9 november 2015 (EK, R) aangeboden kabinetsreactie op het onderzoek naar de gevolgen van de lage rente en ufr voor de financiële positie van pensioenfondsen uitgebracht. Op 19 januari 2016 vond over dit onderwerp een mondeling overleg van de commissie met de staatssecretaris en de minister van Financiën plaats.

De commissie had op 22 december 2015 kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris van 17 december 2015 (EK, S) over het kabinetsstandpunt inzake wijziging van het risicoprofiel van pensioenfondsen (naar aanleiding van de toezegging 'Onderzoek DNB' (T02087)) en besloten deze brief te betrekken bij het mondeling overleg op 19 januari 2016. Van het mondeling overleg is een verslag (EK, U) beschikbaar.

De commissie heeft bij brief van 10 maart 2016 (EK, V) enkele vragen naar aanleiding van het mondeling overleg aan de staatssecretaris en de minister voorgelegd. De staatssecretaris en de minister hebben bij brief van 20 mei 2016 (EK, X) gereageerd. De commissie heeft op 27 september 2016 het verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris en de minister van Financiën van 16 september 2016 (EK, Y) naar aanleiding van nadere vragen over de ufr-methode besproken en besloten de staatssecretaris en de minister uit te nodigen voor een mondeling overleg over de gehanteerde ufr voor verzekeraars en pensioenfondsen. Dat overleg vond op 7 maart 2017 plaats. De commissie heeft hiervan op 24 maart 2017 het verslag (EK 32.043 / 33.972, L) uitgebracht. De commissie heeft voorafgaand aan het mondeling overleg op 15 november 2016 een aantal deskundigen geraadpleegd. Van die deskundigenbijeenkomst is een verslag (EK, Z) beschikbaar.

De commissie heeft op 31 januari 2017 besloten de brief van de staatssecretaris van 27 januari 2017 (EK 33.972 / 32.043, AA) over de financiële positie van pensioenfondsen te betrekken bij het mondeling overleg van 7 maart.

De staatssecretaris heeft bij brief van 1 februari 2017 (EK 33.972 / 32.043, AB) de analyse van het Centraal Planbureau van de generatie-effecten van het verhogen van de rekenrente voor pensioenfondsen aangeboden. Deze analyse is betrokken bij het mondeling overleg van 7 maart 2017.

Nieuw pensioenstelsel

De commissie heeft op 3 november 2015 de brief van de staatssecretaris van SZW van 9 juli 2015 (EK, P) over de hoofdlijnen van een toekomstbestendig pensioenstelsel (naar aanleiding van de toezeggingen T02086 en T02088) besproken en besloten over de brief in overleg te treden met de staatssecretaris. De commissie besloot op 26 januari 2016 de brief van de staatssecretaris van 18 december 2015 (EK, E) over het Werkprogramma voor een pensioenstelsel met toekomst te betrekken bij het te voeren overleg met de staatssecretaris. De commissie heeft op 12 juli 2016 kennisgenomen van de Perspectiefnota toekomst pensioenstelsel. Op 7 maart 2017 vond het mondeling overleg met de staatssecretaris over het pensioenstelsel plaats. De commissie heeft hiervan op 24 maart 2017 het verslag (EK 32.043 / 33.972, L) uitgebracht.

De commissie heeft bij brief van 6 juli 2017 (EK 32.043 / 33.972, M) de staatssecretarissen van Financiën en van SZW een aantal aandachtspunten over de problematiek van BTW met betrekking tot pensioenen en pensioenfondsen voorgelegd. Met deze brief treedt de commissie in nader schriftelijk overleg naar aanleiding van de aangenomen motie-Oomen-Ruijten (CDA) c.s. over een gelijke BTW-behandeling (EK 34.117 / 34.320, H), de toezegging 'Btw-behandeling' (T02240), de toezegging 'Btw-behandeling vermogensbeheersdiensten voor pensioenfondsen' (T02400), de brief van de staatssecretaris van Financiën van 19 december 2016 (EK 34.552 c.a., L) over het arrest van de Hoge Raad over de btw-behandeling van vermogensbeheersdiensten voor pensioenfondsen en het verslag van een eerder schriftelijk overleg van 2 maart 2017 (EK 34.552, M) over de BTW-problematiek. Dit onderwerp is ook aan de orde geweest tijdens het mondeling overleg op 7 maart 2017.

De Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) heeft bij brief van 12 maart 2018 wat betreft de uitwerking van plannen met betrekking tot de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel in het algemeen en de vervanging van de Wet DBA in het bijzonder, gereageerd op de brief van de minister van SZW 'Naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt' van 15 december 2017 (EK 34.775, P).

De Eerste Kamercommissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en voor Financiën (FIN) hebben op 12 februari 2019 de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 februari 2019 (EK 32.043, N) over de vernieuwing van het pensioenstelsel voor kennisgeving aangenomen.


Kerngegevens

ingediend

23 juni 2014

titel

Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld


Documenten

Filter op:
       
Filter op:
     

Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-183] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-183] documenten

Sociale media menu


Volg via