E150042
  ruit icoon
Laatste revisie: 12-09-2019

E150042 - Voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud



Volgens de Europese Commissie ligt de oorzaak van het lage aantal online aankopen in een andere EU-lidstaat bij het ontbreken van duidelijke contractuele rechten voor defecte digitale content, zoals het niet werken van een app of film. Dit voorstel voor een richtlijn van de Europese Commissie, gepubliceerd op 9 december 2015, dient ertoe om tezamen met het voorstel tot een richtlijn over contracten voor online verkoop van, en verkoop op afstand van goederen (E150043) te komen tot geharmoniseerde regels voor de levering van digitale content en de online verkoop van goederen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 25 juni 2019 besprak de commissie het verslag van het schriftelijk overleg (34.211, M) en besloot om dit voor kennisgeving aan te nemen.

Europees

Op 29 april 2019PDF-document berichtte de minister van Economische Zaken en Klimaat dat de onderhandelingen in de triloog zijn afgerond en dat er een politiek akkoord is bereikt tussen de Commissie, de Raad en het Europees Parlement.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud

document Europese Commissie

COM(2015)634PDF-document, d.d. 9 december 2015

rechtsgrondslag

Artikel 114 VWEU

commissies Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwante dossiers


Implementatie

Op 22 mei 2019 is de Richtlijn (EU) 2019/770PDF-document van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (L 136/1). De richtlijn treed in werking 20 dagen na publicatie in het publicatieblad. Lidstaten dienen uiterlijk 1 juli 2021 de richtlijn te hebben geïmplementeerd.

Bron: Stand van zaken implementatie richtlijnen tweede kwartaal 2019


Behandeling Eerste Kamer

Op 25 juni 2019 besprak de commissie het verslag van het schriftelijk overleg (34.211, M) en besloot om dit voor kennisgeving aan te nemen.

Op 11 september 2018 leverde de fractie van de VVD inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. De brief aan de minister van Economische Zaken en Klimaat inzake nadere vragen over de ontwerprichtlijn werd op 8 oktober 2018 verstuurd. Op 4 juni 2019 reageerde de minister voor Rechtsbescherming (34.211, M).

Op 10 juli 2018 besprak de commissie J&V het verslag van het schriftelijk overleg over de ontwerprichtlijn inzake de levering van digitale inhoud en besloot in nader schriftelijk overleg te treden met de regering. De fractie van de VVD gaf hierbij aan inbreng te leveren.

Op 25 juni 2018 stuurde de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een brief in antwoord op de nadere vragen over de ontwerprichtlijn inzake de levering van digitale inhoud. De commissie J&V besprak op 10 juli 2018 het verslag van het schriftelijk overleg.

Op 25 oktober 2017 heeft de minister van Economische zaken per brief laten weten dat de beantwoording op de brief van 6 oktober uitgesteld werd.

Op 6 oktober 2017 is de brief met nadere vragen over het richtlijnvoorstel betreffende de levering van digitale inhoud aan de minister van Econommische Zaken verstuurd.

De commissie besprak op 3 oktober 2017 de inbreng van de fractie van de VVD (Duthler) ten aanzien van het richtlijnvoorstel betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud. De fractie van de SP gaf aan graag aan te sluiten bij de inbreng.

De commissie besloot op 26 september 2017 om op 10 oktober 2017 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

De minister van Economische Zaken heeft op 20 september 2017 gereageerd op de brief met nadere vragen van 14 juli 2017. Het verslag van dit nader schriftelijk overleg (34.211, K) besprak de commissie op 26 september 2017.

Op 5 september 2017 stuurde de minister van Economische Zaken een uitstelbrief.

Op 14 juli 2017 is de brief met nadere vragen over de levering van digitale inhoud verstuurd aan de minister van Economische Zaken.

Op 23 juni 2017 heeft de minister van Economische Zaken gereageerd op de brief van de commissie (34.211, J). De commissie besprak de brief op 27 juni 2017 en besloot om op 4 juli 2017 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

De brief met nadere vragen aan de minister van Economische Zaken is op 7 juni 2017 verstuurd. Een afschrift is ook aan de minister van V&J gestuurd.

Op 17 mei 2017 stuurde de minister van Economische Zaken antwoord. Op 23 mei 2017 besloot de commissie V&J nadere vragen te stellen aan de minister van Economische Zaken over dit voorstel. De conceptbrief zal per e-mail aan de leden van de commissie worden voorgelegd.

Op 5 april 2017 is de brief met vragen van de commissie V&J inzake levering van digitale inhoud en verkoop op afstand naar de minister van Economische Zaken verstuurd. Er is ook een afschrift van deze brief naar de minister van Veiligheid en Justitie verstuurd.

Op 7 maart 2017 besprak de commissie V&J de antwoorden van de Europese Commissie en de ministerie van Economische Zaken op de nadere vragen inzake de Digitale Interne Markt. De fractie van de VVD leverde inbreng voor nader schriftelijk overleg met de regering. De conceptbrief wordt per e-mail rondgestuurd in de commissie, zodat andere fracties zich desgewenst kunnen aansluiten bij de vragen.

Op 21 februari 2017 besprak de commissie V&J de antwoorden van de Europese Commissie en de ministerie van Economische Zaken op de nadere vragen inzake de Digitale Interne Markt en besloot dit agendapunt aan te houden en opnieuw te agenderen op 7 maart 2017.

Op 16 februari 2017 stuurde de minister van Economische Zaken antwoord op de nadere vragen van de commissie V&J over Europese voorstellen inzake de digitale interne markt van 25 oktober 2016. De commissie V&J zal de brief naar verwachting op 21 februari 2017 bespreken samen met het antwoord van de Europese Commissie.

Op 24 januari 2017 besloot de commissie V&J de bespreking van de reactie van de Europese Commissie op nadere vragen aan te houden en opnieuw te agenderen wanneer de antwoorden van de minister van Economische Zaken ontvangen zijn. De commissie zal de minister van Economische Zaken per brief vragen wanneer de Kamer deze antwoorden mag ontvangen, gelet op de reeds verlopen beantwoordingstermijn. De brief is op 26 januari 2016 verstuurd aan de minister van Economische Zaken en er is tevens een afschrift naar de minister van Veiligheid en Justitie gestuurd.

Op 11 januari 2017 stuurde de Europese Commissie antwoord op de brief met vragen van de commissie V&J inzake levering van digitale inhoud.

Op 25 oktober 2016 is de briefPDF-document naar de Europese Commissie gestuurd, evenals de brief aan de minister van Economische Zaken met afschrift naar de minister van Veiligheid en Justitie.

Op 4 oktober 2016 besloot de commissie V&J heden inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg met de minister van Economische Zaken. Inbreng voor nader schriftelijk overleg wordt geleverd door de fractie van VVD (Duthler). De conceptbrief zal per e-mail aan de leden van de commissie worden voorgelegd.

Op 27 september 2016 besloot de commissie voor Veiligheid en Justitie het agendapunt aan te houden tot 4 oktober 2016.

Op 13 september 2016 besprak de commissie voor Veiligheid en Justitie het antwoord van de Minister van Economische Zaken en het antwoord van de Europese Commissie inzake Digitale Eengemaakte Markt. De commissie besloot het agendapunt aan te houden tot 27 september 2016.

De Europese Commissie stuurde op 4 augustus 2016 haar antwoord op de vragen van de commissie over de Europese voorstellen (zie ook E150042 en E150043) in het kader van een Digitale Eengemaakte Markt (DIM). De commissie voor Veiligheid en Justitie zal naar verwachting deze brief op 13 september 2016 bespreken.

Op 12 juli 2016 stuurde de minister van Economische Zaken antwoord op de brief inzake de digitale interne markt van 27 mei 2016, waaronder over dit voorstel. De brief werd door de commissie Veiligheid en Justitie op 13 september 2016 besproken (zie 34.211, D).

Op 21 juni 2016 stuurde de minister van Economische Zaken een uitstelbrief inzake de beantwoording van de brief van 27 mei 2016.

Op 17 mei 2016 gaf de fractie van de VVD aan in nader schriftelijk overleg te willen gaan met de minister van Economische Zaken inzake de digitale interne markt. Schriftelijk inbreng werd op 24 mei 2016 geleverd. De brief is op 27 mei 2016 verstuurd naar de minister van Economische Zaken met een afschrift aan de minister van Veiligheid en Justitie (zie 34.211, D).

Op 28 april 2016 stuurde de minister van Economische Zaken een brief met antwoord op de vragen van de commissie V&J inzake de digitale interne markt (zie 34.211, EK, C). De commissie zal naar verwachting deze brief op 17 mei 2016 behandelen.

De commissie V&J heeft op 29 maart 2016 in het kader van de politieke dialoog opmerkingen en vragen over de wetsvoorstellen inzake de digitale eengemaakte markt (zie ook E150041 en E150043) voorgelegd aan de Europese Commissie en aan de minister van Economische Zaken (zie 34.211, EK, B en C).

Op 22 maart 2016 besprak de commissie V&J de conceptbrief aan de minister van Economische Zaken en de conceptbrief aan de Europese Commissie inzake de digitale markt. Inbreng is geleverd door de leden van de fracties van VVD en SP. De andere fracties wordt tot vrijdag 25 maart 2016 de gelegenheid geboden worden om zich bij deze vragen aan te sluiten.

Op 15 maart 2016 leverde de fractie van de SP inbreng voor een schriftelijk overleg met de Europese Commissie en de regering over het voorstel voor een richtlijn over overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, die gerelateerd is aan deze richtlijn en het voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud.

Op 1 maart 2016 besloot de commissie voor Veiligheid en Justitie inbreng voor schriftelijk overleg aan te houden tot de commissievergadering van 15 maart 2016.

Op 2 februari 2016 gaf de SP-fractie tijdens commissievergadering Veiligheid en Justitie aan inbreng voor schriftelijk overleg in zake dit voorstel te zullen leveren op 1 maart 2016.

Op 29 januari 2016 werd het BNC-fiche met het kabinetsstandpunt over dit voorstel naar de Eerste Kamer gestuurd, waarna dit voorstel werd geagendeerd voor de V&J commissievergadering van 2 februari 2016.

Tijdens de vergadering van de commissies EZ en V&J op 15 december 2015 is besloten de voorstellen inzake de digitale eengemaakte markt te agenderen bij de commissie V&J na ontvangst van het BNC-fiche van het kabinet.

De commissies EZ en V&J bespraken op 15 december 2015 de mededeling over digitale contracten voor Europa tot ontplooiing van het potentieel van e-commerce (zie E150041) samen met de voorstellen voor een richtlijn inzake contracten voor het leveren van digitale inhoud en contracten voor de online verkoop en verkoop op afstand van goederen (zie E150043).

De commissie V&J heeft de implementatie van de Digitale Interne Markt strategie uit het Werkprogramma van 2016 als prioritair geselecteerd.


Behandeling Tweede Kamer

Dit voorstel is betrokken bij het schriftelijk overleg voor de Raad Concurrentievermogen 27-28 januari 2016 op 19 januari 2016. Het verslag van een schriftelijk overleg is vastgesteld op 22 januari 2016.

Op 18 januari 2016 stuurde de minister van Economische Zaken, op verzoek van de Tweede Kamer, een brief met de kern van de uitgestelde BNC-fiches over deze mededeling en de twee bijbehorende verordeningen.


Standpunt Nederlandse regering

Op 29 januari 2016 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een BNC-fiche over de mededeling en richtlijnen contracten voor de levering van digitale inhoud en voor online verkoop van goederen. Hieruit blijkt onder andere dat het kabinet de bevoegdheidsgrondslag artikel 114 VWEU als de juiste rechtsgrondslag acht.

Het oordeel van het kabinet ten aanzien van subsidiariteit van de richtlijn digitale inhoud is positief. Aanbieders van zowel digitale inhoud als goederen kunnen overal binnen de Europese Unie gevestigd zijn. Een Europese aanpak kan voordelen opleveren voor zowel consumenten als handelaren.

Het oordeel van het kabinet ten aanzien van proportionaliteit over deze richtlijn is overwegend positief, maar er zijn nog wel vragen over een aantal onderdelen van de richtlijn. De richtlijn ziet zowel op binnenlandse als op grensoverschrijdende transacties. Het kabinet vindt het positief dat ondernemers bij grensoverschrijdende transacties zoveel mogelijk te maken hebben met dezelfde regels als bij binnenlandse transacties. Dat kan de drempel voor ondernemers om ook grensoverschrijdend actief te zijn, verlagen. Bovendien is vanwege de aard van de online-omgeving voor consumenten het onderscheid tussen binnenlandse- en buitenlandse aanbieders in de praktijk moeilijk te maken.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Volgens de Europese Commissie ligt de oorzaak van het lage aantal online aankopen in een andere EU-lidstaat bij het ontbreken van duidelijke contractuele rechten voor defecte digitale content, zoals het niet werken van een app of film. Hierdoor is de Europese consument naar schatting over de laatste 12 maanden tussen de 9 en 11 miljard euro kwijt geraakt aan het oplossen van deze problemen. Dit voorstel voor een richtlijn van de Europese Commissie, gepubliceerd op 9 december 2015, dient ertoe om tezamen met het voorstel tot een richtlijn over contracten voor online verkoop van, en verkoop op afstand van goederen (E150043) te komen tot geharmoniseerde regels voor de levering van digitale content en de online verkoop van goederen. Dit moet leiden tot een snellere groei van de eengemaakte digitale markt wat voordeel moet opleveren voor zowel consumenten als het bedrijfsleven.

De richtlijn bevat onder andere regels over:

  • de levering van digitale content;
  • de conformiteit van de digitale content met het contract;
  • rechten van derden;
  • consumentenbescherming in het geval van non-conformiteit.


Behandeling Raad

Op 29 april 2019PDF-document berichtte de minister van Economische Zaken en Klimaat dat de onderhandelingen in de triloog zijn afgerond en dat er een politiek akkoord is bereikt tussen de Commissie, de Raad en het Europees Parlement.

Tijdens de JBZ-Raad van 8-9 juni 2017 hebben de ministers een algemene oriëntatie bereiktPDF-document inzake deze ontwerprichtlijn.

Tijdens de JBZ-Raad van 27-28 maart 2017 werd een voortgangsverslagPDF-document inzake dit voorstel besproken. Hier werd ook aangegeven dat tijdens de JBZ-Raad in juni tot een algemene oriëntatie kan worden gekomen, waarna de triloog onder het Estse voorzitterschap kan aanvangen.

Tijdens de JBZ-Raad van 8-9 december 2016 werd een oriënterend debat gehouden inzake dit voorstel. Het doel van de discussie was om wat nadere richtlijnen te geven om de werkzaamheden op technisch niveau voort te kunnen zetten.

Tijdens de JBZ-Raad van 9-10 juni 2016 hielden de ministers een beleidsdebat over het voorstel inzake levering van digitale inhoud. De Raad bekrachtigde de basisbeginselen en politieke richtsnoeren voor de verdere onderhandelingen met betrekking tot de richtlijn levering van digitale content zoals aangegeven in raadsdocument 9768/16PDF-document.

Tijdens de JBZ-Raad van 10-11 maart 2016 werd een voortgangsrapportage over dit voorstel besproken. Een overgrote meerderheid van de lidstaten wil graag beginnen met de bespreking van de richtlijn met betrekking tot de levering van digitale inhoud. Nederland heeft aan dit verzoek gehoor gegeven. De Commissie gaf aan zich erin te kunnen vinden om eerst vooruitgang te boeken op de richtlijn over de levering van digitale inhoud (voor de richtlijn over online verkoop en andere verkoop op afstand van goederen). Ook hoopt de Commissie op concrete resultaten tijdens de JBZ-Raad van 9-10 juni 2016.

Tijdens de informele JBZ-Raad van 25-26 januari 2016 werd dit voorstel samen met het andere voorstel inzake digitaal kooprecht besproken.

De Europese Raad heeft op 17 en 18 december 2015 conclusies aangenomen over de digitale eengemaakte markt.

Op 15 december 2015 heeft de raad Algemene Zaken de voorstellen inzake de Digitale eengemaakte Markt (DIM) besproken (zie ook:E150039, E150040, E150041 en E150043).

Op 10 december 2015 presenteerde de Europese Commissie de voorstellen aangaande de digitale eengemaakte markt aan de raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 27 november 2017 werd de definitieve versie van het verslag van de commissie voor Interne Markt en Consumentenbescherming en de commissie voor Juridische Zaken aangenomen in een plenaire vergadering van het Europees Parlement waarmee een eerste lezing van het voorstel werd afgerond. Het Europees Parlement nam hierbij een resolutiePDF-document aan met een positie voor de triloog met de Europese Commissie en de Raad.

Op 15 mei 2017 publiceerde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement een briefingPDF-document inzake het voorstel.

Op 21 november 2016 bracht de EP rapporteur Marju Lauristin (S&D) namens de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken een adviesPDF-document uit met betrekking tot het voorstel.

Op 7 november 2016 brachten de EP rapporteurs Axel Voss (EPP) en Evelyne Gebhardt (S&D) een ontwerpverslagPDF-document uit namens de commissie voor Interne Markt en Consumentenbescherming en de commissie voor Juridische Zaken met betrekking tot het voorstel.

Op 14 april 2016 zijn Axel Voss (EPP) en Evelyne Gebhardt (S&D) aangewezen als rapporteurs voor het voorstel.

Het voorstel wordt behandeld door de commissie voor Interne Markt en Consumentenbescherming (IMCO) en de commissie voor Juridische Zaken (JURI) van het Europees Parlement. Daarnaast zijn de commissie voor Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE), de commissie voor Cultuur en Onderwijs (CULT) en de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) ingesteld als adviescommissie. De commissie voor Industrie, Onderzoek en Energie en de commissie voor Cultuur en Onderwijs besloten geen advies te geven over dit voorstel.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 18 mei 2016 nam het Huis van Afgevaardigden van Italië een resolutie aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

Op 20 april 2016 nam de Senaat van Tsjechië een resolutie aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

Op 30 maart 2016 stuurde de Oostenrijkse Bondsraad een opinie in het kader van het politieke dialoog inzake dit voorstel en E150043.

Op 10 maart 2016 stuurde het Luxemburgs Parlement een opinie in het kader van het politieke dialoog naar de Europese Raad.

Op 7 maart 2016 stuurde de Roemeense Senaat een opinie in het kader van het politieke dialoog naar de Europese Raad.

Op 7 maart 2016 stuurde de Franse Senaat een subsidiariteitsbezwaar inzake dit voorstel naar de Europese Raad.

Op 24 februari 2016 stuurde de Italiaanse Senaat een opinie in het kader van het politieke dialoog naar de Europese Raad.

De volgende parlementen hebben het dossier als prioritair geselecteerd: Tsjechische Parlement, Kroatische Parlement, Deense Parlement, Italiaanse Senaat, Letse Parlement, Litouwse Parlement, Poolse Senaat, Portugese Parlement, Roemeense Parlement, Slowaakse Parlement, Britse House of Lords, en Britse Parlement.

De deadline voor het indienen voor eventuele subsidiariteitsbezwaren was 8 maart 2016.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via