Vernieuwing Reglement van Orde: debat samengevat



De Eerste Kamer besprak maandag 8 en dinsdag 9 mei een voorstel voor actualisering van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer. Het Reglement van Orde bestaat uit regels over de organisatie en de werkwijze van de Eerste Kamer en wordt door de Kamer zelf opgesteld. Een tijdelijke commissie heeft voorstellen gedaan voor bijvoorbeeld het inkorten van het Reglement van Orde door artikelen te schrappen die al lang niet meer gebruikt werden, door het taalgebruik te vereenvoudigen en door ouderwets - archaïsch - taalgebruik te verwijderen. Ook zijn er voorstellen gedaan voor artikelen die betrekking hebben op spreektijdbeperking en het digitaal quorum. De Kamer stemt volgende week over de moties en amendementen die tijdens het debat zijn ingediend.

Alle woordvoerders dankten de commissie en de ondersteuning vanuit de griffie van de Eerste Kamer voor het werk. Er waren vragen over onderdelen van de voorstellen, met name over het (digitaal) quorum, de inperking van de spreektijden en het ontnemen aan de leden van de mogelijkheid om in de eerste termijn moties in te dienen. Ook was er discussie over het taalgebruik dat wordt toegestaan, de noodzaak om in het Reglement van Orde een artikel op te nemen over het gebruik van beledigend en bedreigend taalgebruik en het door de Voorzitter uitsluiten van leden van de vergadering.

De tijdelijke Commissie Actualisering Reglement van Orde (CARO) is op 19 april 2022 door de Eerste Kamer ingesteld. De commissie had als taak het uitvoeren van een analyse van het thans geldende Reglement van Orde van de Eerste Kamer en het doen van aanbevelingen en concrete voorstellen met betrekking tot de actualisering daarvan. Tijdens het debat op 8 en 9 mei voerde de voorzitter van de commissie, senator Gerkens (SP en Eerste Ondervoorzitter van de Eerste Kamer), het woord in de beantwoording van de vragen van de Kamer. De commissie bestond verder uit de leden Backer (D66 en ondervoorzitter), Doornhof (CDA), Van der Linden (Fractie-Nanninga - per 20 december 2022 vervangen door Van Wely, eveneens Fractie-Nanninga), Klip-Martin (VVD), Koole (PvdA), Van Strien (PVV) en Talsma (ChristenUnie).


Moties

Er zijn vier moties ingediend.

  • De motie-Otten overweegt dat de Tijdelijke Commissie Actualisering Reglement van Orde (CARO) voorstelt om met ingang van 13 juni 2023 substantiële wijzigingen aan te brengen in het Reglement van Orde van de Eerste Kamer en hierover nog voor de installatie van de nieuwe Eerste Kamer te stemmen. De motie constateert dat de samenstelling van de Eerste Kamer met ingang van 13 juni 2023 sterk gewijzigd zal zijn in vergelijking met de huidige samenstelling en vindt het wenselijk dat de Eerste Kamer in nieuwe samenstelling over haar eigen Reglement van Orde beslist. De motie verzoekt de Kamer om de stemming over de herziening van het Reglement van Orde tot nader order uit te stellen zodat de nieuwe Eerste Kamer zelf kan beslissen over haar eigen Reglement van Orde. Deze motie is ontraden door de commissie.
  • De motie-Vos verzoekt de Huishoudelijke Commissie/het Kamerbestuur/het Presidium een voorstel te doen om een digitaal quorum mogelijk te maken voor vergaderdagen van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden. De motie verzoekt de Huishoudelijke Commissie/het Kamerbestuur/het Presidium bovendien bij het Presidium van de Tweede Kamer na te gaan of dit eveneens van mening is dat een dergelijk digitaal quorum past binnen de interpretatie van artikel 67, eerste lid van de Grondwet. Omdat de motie zich richt tot de Huishoudelijke Commissie, spreekt de commissie zich niet uit over deze motie. Wel zegt de commissie verheugd te zijn om het voorstel om samen op te trekken met de Tweede Kamer.
  • De motie-Schalk overweegt dat beledigende taal en derhalve ook vloeken of het misbruiken van Gods naam niet gepast is en door de voorzitter en/of de leden moet worden weersproken, waarop een lid kan besluiten de betreffende woorden terug te nemen en constateert dat op dat moment de teruggenomen woorden niet meer in het officiële verslag der vergadering dienen te worden opgenomen. De motie verzoekt de CARO om het huidige artikel 127 alsnog in te voegen onder de juiste vernummering in het nieuw vast te stellen Reglement van Orde. De commissie begrijpt de wens, maar denkt dat de motie moeilijk uitvoerbaar is. De motie is daarom ontraden.
  • De motie-Faber overweegt dat het niet zo kan zijn dat feiten die genoemd worden in het maatschappelijke en publieke debat niet ingebracht kunnen worden door een Kamerlid tijdens beraadslagingen in de Senaat en is van oordeel dat feiten die benoemd worden in het maatschappelijke- en publieke debat ook benoemd kunnen worden tijdens de plenaire debatten, ook al betreft dit personen die niet aanwezig zijn. Deze motie is niet aan de commissie gericht en vraagt volgens Gerkens dan ook niet om een oordeel van de commissie.

Amendementen

Er zijn op het moment van schrijven meerdere amendementen ingediend. De leden kunnen tot aan het moment van stemmen nog amendementen indienen. De amendementen worden op deze pagina bijgehouden.

Impressie van de vragen van de Kamer

Senator Vos (PvdA) sprake mede namens GroenLinks. Ze dankte de commissie voor het heldere en leesbaarder Reglement van Orde. Het maakt volgens haar veel duidelijker wat de Eerste Kamer doet en hoe de Kamer dat doet. Ze vond het uitsluiten van stemmingen erg ver gaan. Wanneer zou dat dan moeten? En om welke beledigende haatzaaiende taal zou dat dan moeten gaan, vroeg Vos. PvdA en GroenLinks zouden graag zien dat het nieuwe Kamerbestuur onderzoekt wat nodig is om tot een digitaal quorum te komen. Ze stelde verder dat het goed is dat vastgelegd wordt dat de griffier verantwoordelijk is voor het aanstellen van het personeel. Is hij dan ook helemaal verantwoordelijk voor het personeelsbeleid? Hoe verhoudt het toezicht door het Kamerbestuur zich hier toe, vroeg Vos. Ze miste tot slot nog een enkel punt: waarom moet bij elke stemming worden gemeld dat de stemming bij zitten en opstaan plaatsvindt. Kan dat niet efficiënter?

Volgens senator Janssen (SP) moet het Reglement van Orde formeel regelen wat echt geregeld moet worden, maar moet er daarbuiten ook ruimte zijn voor wat de Kamerleden onderling willen afspreken. Hij wilde ervoor waken om alles op voorhand te willen regelen. De SP kan goed leven met het codificeren van gewoontes zoals dat is gedaan. De SP is geen voorstander van een digitaal quorum. De SP kan de maximering van de spreektijd niet steunen. Het ligt volgens Janssen iedere keer aan de context en daarom kan hij verdere beperking kunnen wij niet steunen. Dat geldt ook voor de maximering van de schriftelijke rondes. De conclusie kan niet zijn dat de Kamerleden moeten stoppen met schriftelijke rondes, terwijl zij geen antwoord op hun vragen krijgen, aldus Janssen.

Senator Rietkerk (CDA) noemde het verslag overzichtelijk en goed werkbaar. De taal is gemoderniseerd, er is geschrapt, en het is beter leesbaar. Het CDA steunt alle technische verbeteringen en onderschrijft de uitgangspunten. De geactualiseerde versie is echter niet de oplossing voor alle problemen. Maar dat hoeft ook niet, aldus Rietkerk. Inhoudelijk steunt CDA de hoofdlijn. Wel vraagt het CDA aandacht voor een optimalere invulling van het quorum. Waarom kan de maandag niet ook onder bijzondere omstandigheid vallen. Je zou de maandagen bijvoorbeeld kunnen gebruiken voor wetgevingsoverleg, zodat je niet alleen hoeft te komen om te tekenen. De uitbreiding van de ordemaatregelen ten aanzien van het bedreigend taalgebruik wordt door het CDA gesteund.

Volgens senator Meijer (VVD) kan de nieuwe senaat zijn voordeel doen met deze vernieuwing van het Reglement van Orde. De paragraaf uit het verslag van de commissie over de regels versus de parlementaire of politieke cultuur noemde hij de belangrijkste bladzijde in het verslag. Hierin staan de grootste dilemma's beschreven. De VVD steunt de voorstellen van de commissie voor het opschonen, codificeren en schrappen van archaïsch taalgebruik. Meijer had nog wel vragen over de voorgestelde regeling voor de benoeming van rapporteurs. Het lijkt hem nuttig om nog met elkaar te spreken wat dan precies de taakinvulling van die rapporteurs is. Over de maximering van de spreektijd zei hij dat de beste manier is om elkaar aan te spreken. Wat betreft de ordemaatregelen, zei Meijer te hopen dat de Voorzitter die niet hoeft toe te passen, maar dat het wel goed is dat ze zijn opgenomen.

Senator Schalk (SGP) was het niet eens met de commissie dat de Huishoudelijke Commissie (HC) een nieuwe naam moet krijgen. Juist de term 'Huishoudelijke Commissie' is een huiselijke term, en de HC is geen bestuur van de Kamer als geheel. Bovendien zijn de leden ook gewoon lid van de Kamer die niet zichzelf moeten gaan besturen. Schalk pleitte daarom voor het behoud van de huidige naam. Hij vroeg verder hoe er wordt omgegaan met de financiering van afsplitsers en van fractiefusies? Vooral dat laatste is volgens hem niet duidelijk. Schalk stelde zelf voor om de mogelijkheid toe te voegen dat commissievergaderingen die plaatvinden op andere dan de reguliere vergaderdagen ook digitaal of hybride kunnen worden gehouden. Is de commissie bereid die toevoeging te doen, vroeg hij. Volgens Schalk komt het inperken van de spreektijd uit de lucht vallen en is het arbitrair.

Volgens senator Faber (PVV) werken regels altijd beperkend. Dat is een reden om terughoudend zijn om nog meer regels vast te stellen. De PVV ziet geen voordeel in het benoemen van een rapporteur. Over het digitaal quorum zei zij dat dit niet in het Reglement van Orde thuishoort. Laten we bijzondere omstandigheden bijzonder houden en wanneer ze aan de orde zijn kijken wat te doen, aldus Faber. Over het niet langer toestaan van het indienen van moties in de eerste termijn vroeg zij of het niet aan de indiener is om te bepalen wanneer hij een motie wil indienen. Bovendien vindt de PVV dat een lid ook alleen (zonder medeondertekening van drie andere leden) een motie moet kunnen indienen. Volgens Faber komt er steeds meer dwang om bepaalde dingen te vermijden, zoals bij beledigend taalgebruik en het brengen van feiten over het functioneren van personen als deze mensen niet aanwezig zijn. Over bedreigingen zei zij dat dit sowieso bij wet verboden is, dus waarom dit opnemen in het Reglement? Een Kamerlid moet vrijuit kunnen spreken. Tot slot zei zij dat het uitsluiten van Kamerleden zonder de mogelijkheid om beroep aan te tekenen te ver gaat.

Senator Dittrich (D66) zei dat zijn fractie in beginsel positief staat tegenover het digitaal quorum. Daar wil hij graag verder over praten. Hij vroeg de commissie wie nu het voortouw gaat nemen om hierover met de Tweede Kamer van gedachten te wisselen. Over de interrupties vroeg hij waarom niet expliciet is opgenomen is dat het aantal interrupties door de Voorzitter beperkt kan worden. Ook wilde hij weten of aanpassing van de regel dat de grootste oppositiepartij altijd als eerste het woord krijgt, is besproken in de commissie. Volgens Dittrich staat er in het artikel over de bedreigende uitlatingen nu niet dat het gaat om uitlatingen tijdens een debat. Het lijkt er wel over te gaan, maar het staat er niet. Je zou ook kunnen lezen dat het gaat om uitspraken in bijvoorbeeld een interview voorafgaand aan een debat. Tot slot wilde hij weten waarom niet wordt opgenomen dat de voorzitter kan bepalen dat een senator die is uitgesloten van vergadering wel andere vergaderingen kan bijwonen, behalve de vergadering waarin die uitsluiting heeft plaatsgevonden.

Senator Otten (Fractie-Otten) begon met de allerlaatste bepaling van het voorstel, namelijk de inwerkingtreding van het Reglement van Orde op 13 juni a.s.. Hij is van mening dat de nieuwe Eerste Kamer die op 13 juni wordt geïnstalleerd niet voor een voldongen feit moet worden gesteld en zelf over de vernieuwing zich zou moeten kunnen spreken. Verder zei hij dat het ook toegestaan moet zijn om voorwerpen te kunnen tonen, zoals cijfers en grafieken. Hij vond een grondige herziening nodig. Maar wat er nu gebeurt is geen modernisering, maar centralisering. Dit is wat je precies niet moet doen als je de kloof met de samenleving wilt verkleinen, aldus Otten. Als voorbeeld van het vergroten van de kloof noemde hij een 3-koppig kamerbestuur. Over de bedreigende taal zei hij dat daar geen sprake van is in deze Kamer. Veel wijzigingen zijn volgens Otten het fine tunen van de macht van de HC en de voorzitter. Hij pleitte ervoor om direct over ordevoorstellen te stemmen, en niet dat de Voorzitter het tijdstip bepaalt, zoals wordt voorgesteld. Tot slot wees hij erop dat het Reglement vooral gaat over hoe de Voorzitter moet optreden richting de leden, maar dat bewindspersonen eindeloos kunnen praten zonder antwoord te geven. De Voorzitter mag ook wel eens richting hen optreden. Is daarover nagedacht vroeg Otten aan de commissie.

Volgens senator Huizinga-Heringa (ChristenUnie) is het artikel over het moeten houden van Algemene Politieke Beschouwingen en Algemene Financiële Beschouwingen een inhoudelijk punt en moet dat niet in een Reglement van Orde worden opgenomen. Huizinga wilde meer weten over het onderscheid tussen de financiële bijdragen voor niet- en wel afgesplitste Kamerleden. Ze vond de onderbouwing onvoldoende. Ook wilde zij weten hoe het staat met de financiering van fusiepartijen. Ze sloot zich aan bij senator Janssen om spreektijden niet te beperken tot 30 minuten. Over het digitaal quorum zei ze dat het winst was dat door de commissie een aanzet is gegeven. Wel noemde ze het jammer dat de commissie er onderling niet uit is gekomen op dit punt. De ChristenUnie meent dat het advies van de Raad van State zich niet tegen een digitaal quorum op maandag verzet.

Senator Nanninga (Fractie-Nanninga) vroeg of het begrenzen van spreektijd wel moet worden vastgelegd, dat kunnen de Kamerleden ook onderling bespreken. Ze voegde toe dat het wel goed zou zijn om een drempel op te werpen. Ze had tevens bezwaar tegen de koppeling van spreektijdbegrenzing aan fractiegrootte. Volgens Nanninga werkt een bepaalde mate van zelfregulering goed, zoals de afgelopen vier jaar is gebleken. Ze vraagt zich daarom af waarom dit moet worden vastgelegd.


Beantwoording door de commissie

Senator Gerkens (SP) antwoordde als voorzitter van de commissie op de vragen van de Kamer. Ze zei de commissie zich op drie taken had gericht: het codificeren van bestaande praktijken, het moderniseren van het Reglement van Orde en waar nodig, maar wel terughoudend, het toevoegen van nieuwe elementen. In haar antwoorden ging ze vervolgens in het op het inperken van de spreektijd van de bewindspersonen. Dat is wat de commissie betreft bij uitstek de taak van de voorzitter, en staat daarom niet in het Reglement van Orde.

Op de vraag waarom dit voorstel niet bij de nieuwe Kamer wordt neergelegd zei Gerkens dat het Reglement van Orde nu al een voldongen feit is. Verder antwoordde zij dat de Griffier verantwoordelijk is voor het personeel, niet de Huishoudelijke Commissie. De taken en bevoegdheden van de HC worden in dit voorstel ingekrompen. Besluiten over bijvoorbeeld de financiën voor fractieondersteuning komen bij de Kamer als geheel te liggen, en de Kamer krijgt ook vetorecht.

Gerkens wees er op dat de HC vorig jaar een publiekrechtelijke taak heeft gekregen, namelijk het besluiten over Woo-verzoeken. Verder de gaat HC over privaatrechtelijke taken. Ze ging vervolgens in op de discussie over de naam 'Kamerbestuur' in de plaats van HC. De commissie heeft juist geconstateerd dat met het toekennen van de publiekrechtelijke taken (zoals de Woo) is geconstateerd dat de HC functioneert als een soort van dagelijks bestuur. Dan past de term HC in niet meer. De naam 'Huishoudelijke Commissie' is bovendien onduidelijk naar de buitenwacht, is de ervaring van de huidige HC-leden. De commissie nam het voorstel van senator Schalk over om in plaats van Kamerbestuur te kiezen voor de naam College van Voorzitter en Ondervoorzitters.

Over de ordemaatregelen zei Gerkens dat er in dit voorstel een duidelijke escalatieladder is ingebouwd. Om te beginnen met het terugroepen en het vermanen, vervolgens met het ontnemen van het woord en de kans voor het terugnemen van een uitspraak.

Het digitaal quorum heeft ook in de commissie tot de nodige discussie geleid, zei Gerkens. De meerderheid van de commissie koos voor de lijn zoals nu is opgenomen in het voorgestelde Reglement van Orde. De reden voor de gekozen formulering is ook omdat maandagvergaderingen weinig voorkomen. Wil de Kamer wel een digitaal quorum voor de maandag, dan is de commissie van mening dat de koninklijke weg moet worden gevolgd en dat is een Grondwetswijziging.

Over de spreektijdbeperking zegde Gerkens toe dat die maximering wordt geschrapt. Er is volgens haar echter geen sprake van een maximering van het aantal schriftelijke rondes tussen Kamer en kabinet. Dat is hetzelfde gebleven, er is niets gewijzigd aan de huidige regeling. De commissie zal later deze week een overzicht van alle op basis van het debat toegezegde wijzigingen naar de Kamer sturen in een zogeheten nota van wijziging.


Over het voorstel

Op 28 maart 2023 is het verslag (EK, A) van de Tijdelijke commissie actualisering Reglement van Orde tijdens de plenaire vergadering aangeboden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer. De Voorzitter heeft op die dag ook het Voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer (EK, B) ontvangen. Op 14 april 2023 is een nota van wijziging (EK, C) uitgebracht.

De belangrijkste voorgestelde technische en inhoudelijke wijzigingen zijn de volgende:

  • De Huishoudelijke Commissie wordt voortaan het Kamerbestuur genoemd;
  • Het College van Senioren wordt voortaan het college van fractievoorzitters genoemd;
  • Een uitgebreidere regeling over fracties, met duidelijkere en volledigere regels over naamgeving, samenvoeging, splitsing en financiële ondersteuning;
  • Een flexibelere regeling van de mogelijkheden om vaste commissies in te stellen;
  • Codificatie van de praktijk dat bij stemmingen in commissies en bij stemmingen bij zitten en opstaan op plenair niveau het stemgewicht van de aanwezige leden wordt bepaald door de omvang van de fractie waartoe zij behoren, uiteraard onverminderd het grondwettelijke recht (artikel 67, vierde lid, Grondwet) om in de plenaire vergadering hoofdelijke stemming te vragen;
  • Een grondslag voor commissies om geheel of gedeeltelijk op digitale wijze te vergaderen indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven;
  • Een regeling voor de benoeming van rapporteurs voor complexe wetsvoorstellen of andere complexe onderwerpen;
  • Vastlegging van het recht op plenaire behandeling van een wetsvoorstel indien dit door één of meer leden gewenst wordt;
  • Een flexibelere regeling van het quorum;
  • Een duidelijkere regeling betreffende het gedrag van toehoorders en andere aanwezigen in het Kamergebouw en de mogelijkheid voor richtlijnen voor het maken van beeld- en geluidsopnamen in het Kamergebouw door journalisten;
  • Maximering van de plenaire spreektijd tot dertig minuten per fractie en tegelijkertijd verruiming van de mogelijkheden voor spreektijdbeperking door de Voorzitter indien hij dit in verband met een goed verloop van de vergadering noodzakelijk acht;
  • Een uitgebreidere regeling inzake moties, met onder meer een verbod (behoudens verlof van de Kamer) op het indienen van moties in eerste termijn, vereenvoudiging van de mogelijkheden voor wijziging of intrekking van moties, uniformering en verkorting van de vervaltermijn van aangehouden moties, en introductie van de mogelijkheid van het overnemen van moties door de regering;
  • Actualisering van de artikelen over het gedrag van leden in de vergadering en van de ordemaatregelen die de Kamervoorzitter kan treffen. Nieuw zijn een algemeen artikel over onderling respect, het expliciet verbieden van bedreigende uitdrukkingen en het gedeeltelijk uitsluiten van beroep op de Kamer tegen ordemaatregelen van de Voorzitter;
  • Codificatie van de praktijk dat, indien om een hoofdelijke stemming wordt verzocht, de stemming in principe in de volgende vergadering plaatsvindt;
  • Introductie van de mogelijkheid om vergissingen bij het stemmen te herstellen;
  • Introductie van de mogelijkheid van een 'besluit bij acclamatie', hetgeen inhoudt dat de stemming over een persoon achterwege kan blijven wanneer geen van de leden daarom verzoekt;
  • Introductie van een hoofdstuk over Europese aangelegenheden;
  • Introductie van een grondslag voor vaststelling van een Gedragscode ongewenste omgangsvormen;
  • Vereenvoudiging van het hoofdstuk over wijzigingen in het Reglement van Orde;
  • Vastlegging van een procedure voor het controversieel verklaren van wetsvoorstellen en onderwerpen na het demissionair worden van een kabinet.


Deel dit item: