34.785

Belastingplan 2018



Dit wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2018 en bevat belastingmaatregelen die per 1 januari 2018 budgettair effect hebben, zoals maatregelen die beogen de koopkracht van Nederlandse huishoudens te versterken, met name die van uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden.

Met nota's van wijziging van 6 november 2017 (TK, 8) en 21 november 2017 (TK, 30) zijn voorstellen met betrekking tot verschillende onderwerpen uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III in dit wetsvoorstel opgenomen.


Stand van zaken

Meer info

Tweede Kamer
Meer info
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Meer info
Plenair
 
Meer info
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel (EK, B) is op 23 november 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, PvdA, GroenLinks, PvdD, DENK, 50PLUS, D66, VVD, SGP, CDA en ChristenUnie stemden voor.

De plenaire behandeling van het pakket Belastingplan 2018, gezamenlijk met de Algemene financiële beschouwingen, vond plaats op 12 december 2017. Tijdens het debat werden vijf moties ingediend. Over deze moties wordt op 19 december 2017 gestemd.

Op 28 november 2017 werd door medewerkers van het ministerie van Financiën voor de leden van de commissie een technische briefing over het pakket Belastingplan 2018 verzorgd.


Kerngegevens

ingediend

19 september 2017

titel

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2018)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2018, met dien verstande dat:
  • artikel I, onderdelen Abis tot en met D, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2018 is toegepast;
  • indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2019 wordt toegepast: artikel IA, onderdeel B, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast;
  • artikel III, onderdelen A tot en met C, eerst toepassing vindt nadat artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het  begin van het kalenderjaar 2018 is toegepast;
  • indien artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2019 wordt toegepast: artikel IIIA eerst toepassing vindt nadat artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van genoemd kalenderjaar is toegepast;
  • indien artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van het kalenderjaar 2018 wordt toegepast, artikel IX,  onderdelen J en K, eerst toepassing vindt nadat artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van  genoemd kalenderjaar is toegepast;
  • artikel XIIA, onderdeel A, toepassing vindt voordat artikel V van het Belastingplan 2017 wordt toegepast;
  • artikel XIII toepassing vindt voordat hoofdstuk III, artikel II, vierde lid, van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES wordt toegepast.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel IX, onderdelen A tot en met I, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, waarbij kan worden bepaald dat artikel IX, onderdelen A tot en met I, geen toepassing vindt ten aanzien van de overbrenging van afvalstoffen uit Nederland binnen een daarbij te bepalen aantal maanden na het tijdstip van inwerkingtreding, met toepassing van een ingevolge Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees parlement en de Raad van 14 juni betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU 2006, L 190) bij beschikking verleende toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland die is verleend vóór het tijdstip van inwerkingtreding.
  • 3. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel VII, onderdelen A en C, in werking met ingang van 1 januari 2019.

Documenten


Bladeren:
[1-50] [51-91] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-91] documenten

Social media menu


Volg via