E200021
  ruit icoon
Laatste revisie: 13-09-2021

E200021 - Voorstel voor een verordening tot invoering van een screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen



Dit voorstelPDF-document is onderdeel van de voorstellen inzake migratie en asiel die de Europese Commissie op 23 september 2020 heeft gepresenteerd en behelst een voorstel voor een verordening inzake screening van burgers van derde landen. Met dit voorstel beoogt de Commissie de controle van personen die op het punt staan het Schengengebied binnen te komen te versterken.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 13 juli 2021 besloot de commissie het antwoord van de staatssecretaris op 28 september 2021 opnieuw te agenderen voor bespreking.

Europees

Tijdens de JBZ-Raad van 15-16 juli 2021 (32.317, MH) stelde het Voorzitterschap van de Raad voor om de pakketbenadering deels los te laten en overeenstemming te bereiken op voorstellen die minder raken aan solidariteit en verantwoordelijkheid. Hierbij werden specifiek de Eurodac-verordening, de Kwalificatieverordening en de Hervestigingsverordening genoemd. De meeste lidstaten steunden dit voorstel.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel van het Europees Parlement en de Raad voor een verordening tot invoering van een screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/817

document Europese Commissie

COM(2020)612PDF-document, d.d. 23 september 2020

rechtsgrondslag

artikel 77, lid 2, b), VWEU

commissie Eerste Kamer

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

Op 13 juli 2021 besloot de commissie het antwoord van de staatssecretaris op 28 september 2021 opnieuw te agenderen voor bespreking.

Op 8 juli 2021 stuurde de staatssecretaris van J&V een antwoord op de brief met vragen van 12 mei 2021 over de deskundigenbijeenkomsten van 2 en 23 maart 2021 en het verslag van een schriftelijk overleg van 25 maart 2021. Op 9 juli 2021 werd het verslag schriftelijk overleg (EK, F) vastgesteld. De commissie besprak dit op 13 juli 2021.

Op 6 juli 2021 besloot de commissie naar aanleiding van de tot op heden uitgebleven beantwoording een rappelbrief te sturen naar de staatssecretaris van J&V. Op 8 juli 2021 is de brief verzonden.

Op 12 mei 2021 is de brief met vragen en opmerkingen naar aanleiding van de deskundigenbijenkomsten en het verslag schriftelijk overleg over het BNC-fiche aan de staatssecretaris van J&V verstuurd.

Op 20 april 2021 leverden de leden Adriaansens (VVD), Karimi (GroenLinks) en Vos (PvdA) gezamenlijk, Stienen (D66), Van Hattem (PVV) en Talsma (ChristenUnie) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering naar aanleiding van de deskundigenbijeenkomsten die hebben plaatsgevonden op 2 maart 2021 (EK, C) en 23 maart 2021 (EK, E) en het verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van J&V inzake het BNC-fiche over het Europese Migratie- en Asielpact (EK, D).

Op 30 maart 2021 blikte de commissie terug op de twee deskundigenbijeenkomsten inzake het nieuwe migratie- en asielpact die hebben plaatsgevonden op 2 maart 2021 (EK, C) en 23 maart 2021 (EK, E). De commissie besloot inbreng voor schriftelijk overleg over dit onderwerp te agenderen twee weken nadat het concept verslag van voormelde deskundigenbijeenkomst van 23 maart 2021 is geleverd.

Op 24 maart 2021 stuurde de staatssecretaris van J&V een antwoord (EK, D) op de vragen van de PVV-fractie.

Op 2 maart 2021 en en 23 maart 2021 vonden deskundigenbijeenkomsten (EK, C) plaats over de voorstellen uit het Europese migratie- en asielpact. Naar aanleiding van de bijeenkomsten zijn position papers ingestuurd. Van beide deskundigenbijeenkomsten is een videoverslag beschikbaar. De papers en de (video)verslagen zijn beschikbaar via deze link.

Op 12 februari 2021 werd een brief met vragen en opmerkingen over het BNC-fiche inzake het Europese Migratie- en Asielpact aan de staatssecretaris van J&V verstuurd.

Op 9 februari 2021 werd inbreng voor schriftelijk overleg wordt geleverd door het lid Van Hattem (PVV) met betrekking tot de voorstellen uit het migratie- en asielpact. De conceptbrief wordt per e-mail aan de leden van de commissie voorgelegd. Inbreng voor schriftelijk overleg wordt opnieuw geagendeerd na de deskundigenbijeenkomsten inzake het Europees migratie- en asielpact, die plaatsvinden op 2 maart en 23 maart 2021.

Op 26 januari 2021 stelde de commissie een lijst op met deskundigen en organisaties om uit te nodigen voor twee deskundigenbijeenkomsten inzake de Europese voorstellen in het Migratie- en Asielpact. De commissie verzoekt de staf deze bijeenkomsten op 2 en 23 maart 2021 te organiseren.

Op 12 januari 2021 besloot de commissie om op 9 februari 2021 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met betrekking tot het Europees Migratie- en Asielpact. Tevens besloot de commissie dit onderwerp opnieuw te agenderen op 19 januari 2021 om te spreken over de mogelijkheid één of enkele deskundigenbijeenkomsten over dit dossier te organiseren. Op 19 januari 2021 inventariseerde de commissie welke deskundigen zij wil uitnodigen voor een deskundigenbijeenkomst aangaande de Europese voorstellen inzake migratie en asiel.

Op 16 december 2020 is een brief aan de staatssecretaris van J&V verstuurd met het verzoek om informatie-afspraken met betrekking tot het Europese Migratie- en Asielpact. Op 18 december 2020 heeft de staatssecretaris geantwoord. Op 12 januari 2021 besprak de commissie I&A/JBZ het verslag van een schriftelijk overleg (35.612, A), en benadrukt de wens om ten aanzien van dit dossier tijdig en uitvoerig te worden geïnformeerd.

De commissie I&A/JBZ besprak op 8 december 2020 hoe ze de voorstellen uit het migratie- en asielpact wilt behandelen en besloot de griffie te verzoeken een brief op te stellen, gericht aan de staatssecretaris van J&V, over de te maken informatie-afspraken met betrekking tot het Europees Migratie- en Asielpact, en deze ter vaststelling op 15 december 2020 te agenderen. Verder besloot de commissie het Europees Migratie-en asielpact opnieuw ter bespreking te agenderen in de eerstvolgende commissievergadering na het kerstreces.

Op 1 december 2020 hield de commissie I&A/JBZ een mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V over het Europese Migratie- en Asielpact. Zie het videoverslag om het overleg terug te kijken of lees hier het schriftelijke verslag van een mondeling overleg.

Op 10 november 2020 besloot de commissie I&A/JBZ alle voorstellen uit het pakket voor een migratie- en asielpact in behandeling te nemen (zie E-dossiers E200018 t/m E200023. Daarbij besloot de commissie dat, in ieder geval voor de JBZ-Raad van 3-4 december 2020, een mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V en een technische briefing met de Europese Commissie over dit onderwerp moet plaatsvinden. De commissie heeft het voornemen om op de langere termijn een deskundigenbijeenkomst over dit asiel- en migratiepact te organiseren. Een schriftelijk overleg wordt ingepland na het mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V.


Behandeling Tweede Kamer

Op 27 augustus 2021 stelde de commissie J&V vragen aan de staatssecretaris van J&V naar aanleiding van de ingelaste JBZ-Raad van 31 augustus 2021. De commissie stelde onder meer vragen over de ontwikkelingen ten aanzien van het asiel- en migratiepact. Op 30 augustus stuurde de staatssecretaris een antwoord en op 10 september 2021 werd het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 707).

Op 5 juli 2021 stuurde de commissie J&V een brief met vragen aan de staatssecretaris van J&V over de geannoteerde agenda voor de informele JBZ-Raad van 15-16 juli 2021. De staatssecretaris stuurde op 7 juli 2021 een antwoord en op 9 juli 2021 werd het verslag schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 701). De commissie stelde onder meer vragen over de behandeling van de verschillende migratievoorstellen in de Raad. Het kabinet geeft aan geen pakketbenadering na te streven. Het streeft naar snelle voortgang op de verschillende voorstellen, en met name op de Eurodac- en Screening verordeningen. Daarnaast vroeg de commissie naar de verwachtingen op het terrein van migratie onder het Sloveens Voorzitterschap. Het kabinet geeft aan dat voortgang op de voorstellen op het gebied van migratie behoort tot de prioriteiten van het Voorzitterschap.

Op 3 juni 2021 stuurde de commissie J&V een brief met vragen over onder meer de voorstellen uit het migratie- en asielpact aan de staatssecretaris van J&V naar aanleiding van de JBZ-Raad van 8-9 juni 2021. Op 8 juni 2021 is het verslag schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 686).

Tijdens de stemmingen over het VAO JBZ-Raad voor 13 november 2020 dat op 12 november plaatsvond zijn 4 van de 17 ingediende moties aangenomen:

  • Motie van het lid Baudet over geen steun voor de clausule over ngo's die zoek- en reddingsoperaties op zee uitvoeren (32.317, 650)
  • Motie van de leden Van Toorenburg en Becker over de herziening van de Terugkeerrichtlijn integreren in de onderhandelingen over het EU-migratiepact (32.317, 652)
  • Motie van het lid Voordewind c.s. over bewerkstelligen dat Griekenland de meest kwetsbaren overbrengt naar het vasteland (32.317, 654)
  • Motie van het lid Paternotte c.s. over bij de Europese onderhandelingen aandacht besteden aan uitvoering van de gemaakte afspraken (32.317, 656)

Tijdens het VAO JBZ-Raad voor 13 november 2020 dat op 11 november 2020 plaatsvond zijn 17 moties over het migratie- en asielpact door de Tweede Kamer ingediend.

Op 10 november 2020 is een verslag van een schriftelijk overleg samengesteld inzake het migratie- en asielpakket (32.317, 641) van de Tweede Kamer met de staatssecretaris van J&V naar aanleiding van de geannoteerde agenda voor de JBZ-raad van 8-9 oktober 2020.

Op 3 november 2020 heeft de Tweede Kamer een behandelvoorbehoud geplaatst voor alle wetgevende voorstellen en de mededeling uit het migratie- en asielpact (35.612, 1).


Standpunt Nederlandse regering

Het kabinet staat positief ten aanzien van het voorstel om een screeningsprocedure in te stellen in zijn BNC-fiche van 5 november 2020 (22.112, 2968).

Ook staat het kabinet positief tegenover het toepassen van de screeningsprocedure op vreemdelingen die niet aan of in de buurt van de buitengrens worden getroffen en waarbij er geen indicatie is dat zij de buitengrenzen op legale wijze hebben overschreden. Het voorstel sluit aan bij de wens van het kabinet om de procedures van vreemdelingen die de screeningsprocedure en de grensprocedure aan de buitengrenzen hebben vermeden, gecontroleerd te kunnen afdoen, ook bij secundaire migratie. Het kabinet wil dat in de Verordening expliciet(er) wordt opgenomen dat deze procedures, overeenkomstig de procedures aan de buitengrens, in een gesloten setting, uiteraard niet langer dan noodzakelijk, moeten kunnen worden uitgevoerd. Het kabinet zal inzetten op voldoende flexibiliteit om te borgen dat de screeningsprocedure de terugkeer niet onnodig vertraagt.

Tevens staat het kabinet in beginsel positief tegenover het voorstel om voor zo ver nodig aanpassingen te doen om de verkregen gegevens te verwerken in bestaande Europese systemen. Daarbij is voor het kabinet wenselijk dat ook bij aanpassingen in systemen alleen aanpassingen worden gedaan die de effectiviteit en efficiëntie vergroten en voor het overige zo veel mogelijk aansluiten bij mogelijkheden en autorisaties van de bestaande, reeds aangenomen regelingen, die nu worden uitgewerkt.

De verordening bevat een aantal punten die verduidelijking behoeft en wellicht moet worden aangepast ten behoeve van het beoogde doel. Zo lijkt het screeningsproces te eindigen, indien deze niet binnen de voorgeschreven termijn van in beginsel drie tot vijf dagen is voltooid. De verlenging met vijf dagen in zaken aan de buitengrens - die bovendien alleen in tijden van crisis en niet bij force majeure (overmacht) kan worden toegepast - is te beperkt. De verordening specificeert niet wat de vervolgstappen zijn als de termijn niet wordt gehaald. Het kabinet wil voorkomen dat vreemdelingen in dat geval alsnog illegaal en ongeregistreerd kunnen doorreizen. De uiteindelijke termijnen dienen voldoende ruimte te bieden aan de lidstaten om illegale inreis daadwerkelijk te voorkomen.

Daarnaast is bij de screening van vreemdelingen die op het grondgebied worden aangetroffen verlenging van de termijn van drie dagen, ook in geval van crisis of force majeure, überhaupt niet mogelijk. Dit acht het kabinet niet acceptabel. Het kabinet zal zich sterk maken voor meer flexibiliteit bij het toepassen van de termijnen.

Het wordt in het voorstel van de Commissie aan het nationale recht overgelaten om te bepalen in welke situaties detentie mogelijk is en de modaliteiten daarvan. Het kabinet betreurt dat het geen duidelijke en geharmoniseerde handvatten biedt voor de vraag wanneer vreemdelingenbewaring, dan wel welke andere maatregelen kunnen worden toegepast. Ook ten aanzien van de grensprocedure is niet ondubbelzinnig bepaald welke detentiegronden mogelijk zijn. Het kabinet vindt het van belang dat de mogelijkheid van vreemdelingenbewaring in deze procedures expliciet in het voorstel wordt genoemd en zal zich hiervoor tijdens de onderhandelingen sterk maken.

Het kabinet is van mening dat verduidelijkt dient te worden welke onderdelen deel uitmaken van de 'kwetsbaarheidstoets' die in de screening wordt geïntroduceerd.

De bevoegdheid beoordeeld het kabinet als positief. Het kabinet heeft een positief oordeel ten aanzien van subsidiariteit en proportionaliteit.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Dit voorstelPDF-document is onderdeel van de voorstellen inzake migratie en asiel die de Europese Commissie op 23 september 2020 heeft gepresenteerd en behelst een voorstel voor een verordening inzake screening van burgers van derde landen. Met dit voorstel beoogt de Commissie de controle van personen die op het punt staan het Schengengebied binnen te komen te versterken.

Dit voorstel voorziet in een screening vóór binnenkomst voor alle onderdanen van derde landen die zich aan de buitengrens bevinden zonder aan de voorwaarden voor toegang tot het grondgebied te voldoen of na ontscheping volgend op een opsporings- en reddingsoperatie. Er worden uniforme regels vastgesteld voor de te volgen procedures in de fase voorafgaand aan de binnenkomst, waarin de individuele behoeften van onderdanen van derde landen worden onderzocht, alsook uniforme regels voor de duur van de periode waarin informatie wordt verzameld om vast te stellen welke procedures ten aanzien van die personen moeten worden gevolgd.

De screening moet de nieuwe brede aanpak van migratie en gemengde migratiestromen helpen verwezenlijken door ervoor te zorgen dat de identiteit van de personen, maar ook eventuele gezondheids- en veiligheidsrisico's snel worden vastgesteld, en dat alle onderdanen van derde landen die zich aan de buitengrens bevinden zonder aan de toegangsvoorwaarden te voldoen of na ontscheping volgend op een opsporings- en reddingsoperatie, snel naar de toepasselijke procedure worden doorverwezen.


Behandeling Raad

Op 31 augustus 2021 vond een extra JBZ-Raad plaats die in het teken stond van de ontwikkelingen in Afghanistan (32.317, 706). Nederland onderstreepte, net als enkele andere lidstaten, het belang van snelle voortgang in de onderhandelingen over het migratie- en asielpact, met bijzondere aandacht voor de Screeningverordening.

Tijdens de JBZ-Raad van 15-16 juli 2021 (32.317, MH) stelde het Voorzitterschap van de Raad voor om de pakketbenadering deels los te laten en overeenstemming te bereiken op voorstellen die minder raken aan solidariteit en verantwoordelijkheid. Hierbij werden specifiek de Eurodac-verordening, de Kwalificatieverordening en de Hervestigingsverordening genoemd. De meeste lidstaten steunden dit voorstel.

Op 24 en 25 juni 2021 (21.501-20, BX) sprak de Europese Raad over de externe dimensie van het Europese migratiebeleid. De Europese Raad vroeg de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Commissie om concrete acties en plannen te presenteren om parternschappen met landen van herkomst, transit en opvang te versterken.

Tijdens de JBZ-Raad van 7-8 juni 2021 (32.317, MD; 32.317, MF) stond het Voorzitterschap stil bij de voorstellen uit het Pact op Asiel en Migratie. Voor het krachtenveld wordt verwezen naar het verslag van de informele JBZ-Raad van 28-29 januari 2021 (32.317, LW) en 11-12 maart 2021 (32.317, MA). Dit krachtenveld is onveranderd. Er is nog geen consensus over de voorstellen. Wel kondigde de Commissie aan dat de onderhandelingen over de EU-Asielagentschap Verordening richting een compromis bewegen.Tijdens de werklunch spraken ministers, in aanwezigheid van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en de VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR), over de laatste migratietrends en een gezamenlijke aanpak van de diverse migratiebewegingen naar de EU.

Tijdens de JBZ-raad van 11 en 12 maart 2021 (32.317, MA) informeerde het Voorzitterschap de JBZ-Raad over de besprekingen over de verschillende lopende migratievoorstellen. De Europese Commissie achtte het noodzakelijk om de dialoog met partnerlanden zo snel mogelijk te intensiveren en riep lidstaten op om te komen tot een balans tussen verantwoordelijkheid en solidariteit. Op korte termijn organiseert de Europese Commissie een simulatie.

De JBZ-raad van 28 en 29 januari 2021 (32.317, LW) stond op basis van een discussiestuk van het voorzitterschap wederom stil bij de voorstellen van de Commissie op het gebied van asiel en migratie. Het voorzitterschap vroeg de lidstaten te reflecteren op de samenwerking met derde landen en in het bijzonder over coherente, duurzame en effectieve partnerschappen. Voorts werden de lidstaten gevraagd aan te geven op welke wijze lidstaten die worden geconfronteerd met migratiedruk kunnen worden ondersteund in uitvoering van bijvoorbeeld de screening- en grensprocedure. Tot slot werden lidstaten gevraagd van gedachten te wisselen en voorbeelden te delen van alternatieve vormen van effectieve solidariteit. Vele lidstaten steunden een stevigere inzet op de externe dimensie. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, riepen op tot een duidelijk mechanisme om de inzet richting derde landen beter vorm te geven. Voor wat betreft de interne dimensie liepen de standpunten volgens het bekende krachtenveld uiteen, met name wat betreft grensbeheer en solidariteit.

Tijdens de JBZ-Raad van 14 december 2020 werd een uitgebreide discussie gehouden op het terrein van asiel en migratie. Volgens de regering was de toon van de discussie constructief, maar zijn de posities (nog) niet verenigbaar. Het Duitse Voorzitterschap deelde een voortgangsrapport waarover de meeste lidstaten van mening waren dat deze een weerspiegeling was van de gevoerde discussies en kan als basis dienen voor het Portugese Voorzitterschap. Een aantal zuidelijke en oostelijke lidstaten waren kritisch op aspecten van het solidariteitsmechanisme en de beoogde screening- en grensprocedure.

In het verslag van de JBZ-Raad van 13 november 2020 (32.317, LO) laat de regering weten dat de JBZ-Raad op voorstel van het Voorzitterschap, met name de discussie voerde over de voorstellen op het gebied van de externe dimensie, terugkeer en de procedures aan de buitengrenzen. Tussen de lidstaten leven nog wel veel vragen en soms ook serieuze bezwaren over de voorstellen.

Op 10 november 2020 bespraken de commissies I&A/JBZ en J&V de geannoteerde agenda voor de videoconferentie van de JBZ-Raad op 13 november 2020 (32.317, LN) en besloot deze te betrekken bij de behandeling van de EU-voorstellen over het nieuwe Migratie en Asielpact.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

De commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) behandelt het voorstel. De commissies voor Buitenlandse zaken (AFET) en Begroting (BUDG) zijn aangewezen als adviescommissies. De adviescommissies besloten geen advies uit te brengen.

Dit voorstel behoort tot de lijst van gemeenschappelijke wetgevingsprioriteiten van de drie EU-instellingen. Hiermee willen zij in 2021 aanzienlijke vooruitgang boeken.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 24 maart 2021 stuurde het parlement van Malta een briefPDF-document over het voorstel aan de Europese Commissie in het kader van de politieke dialoog.

Op 8 maart 2021 nam de Roemeense Senaat een standpuntPDF-document in over de voorstellen in het migratie- en asielpact. De Senaat heeft opmerkingen over verplichte herlocatie, quota's op basis van populatie en BBP en verplichte grensprocedures.

Op 5 maart 2021 nam het Griekse parlement een standpuntPDF-document in over de voorstellen in het migratie- en asielpact.

De deadline voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar is 20 januari 2021.

Op 19 januari 2021 heeft de commissie voor Europese Zaken van de Italiaanse Senaat een gemotiveerd advies aangenomen.

Op 16 december 2020 heeft het Nationale Assemblée van Hongarije een resolutie aangenomen inzake een subsidiariteitsbezwaar op het Migratie- en Asielpact. Samengevat ziet zij 4 bezwaren:

  • De bevoegdheden van de lidstaten worden beperkt door de solidariteitsbijdrage te berekenen op basis van een kunstmatige verdeelsleutel, die zich (deels) beperkt tot herplaatsing en hulp bij terugkeer.
  • Het pact houdt geen rekening met de nationale identiteiten en constitutionele tradities van de lidstaten.
  • De alomvattende benadering van het pact pleit voor de beginselen van solidariteit en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid, maar de geografische, economische en demografische omstandigheden van de lidstaten worden minder erkend.
  • Het pact beperkt ook de bevoegdheid van de lidstaten inzake beslissingen over asielprocedures en verblijfsvergunningen.

Op 9 december 2020 heeft de Spaanse Cortes Generales een resolutie aangenomen waarin wordt aangegeven dat het voorstel in lijn is met het subsidiariteitsbeginsel.


Alle bronnen