E200022
  ruit icoon
Laatste revisie: 19-11-2020

E200022 - Voorstel voor een verordening betreffende de aanpak van crisis- en overmachtsituaties op het gebied van migratie en asiel



Het voorstel voor een verordening heeft als doel enerzijds om meer flexibiliteit te bieden aan lidstaten in tijden van crisis en overmacht en anderzijds om te verzekeren dat het solidariteitsmechanisme zoals omschreven in de voorgestelde verordening inzake asiel- en migratiebeheer (zie E200019) is toegerust op een crisis met een hoog aantal aankomsten van irregulier inreizende migranten en asielzoekers.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 24 november 2020 vind een technische briefing van de Europese Commissie over het migratie- en asielpact plaats.

Europees

Op 23 september 2020 zijn de voorstellen voor een asiel- en migratiepact gepubliceerd.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel van het Europees Parlement en de Raad voor een verordening betreffende de aanpak van crisis- en overmacht situaties op het gebied van migratie en asiel

document Europese Commissie

COM(2020)613PDF-document, d.d. 23 september 2020

rechtsgrondslag

artikel 78, lid 2, c), d) en e), en artikel 79, lid 2, c) VWEU

commissie Eerste Kamer

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

Op 24 november 2020 vind een technische briefing van de Europese Commissie over het migratie- en asielpact plaats.

Op 10 november 2020 besloot de commissie I&A/JBZ alle voorstellen uit het pakket voor een migratie- en asielpact in behandeling te nemen (zie E-dossiers E200018 t/m E200023. Daarbij besloot de commissie dat, in ieder geval voor de JBZ-Raad van 3-4 december 2020, een mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V en een technische briefing met de Europese Commissie over dit onderwerp moet plaatsvinden. De commissie heeft het voornemen om op de langere termijn een deskundigenbijeenkomst over dit asiel- en migratiepact te organiseren. Een schriftelijk overleg wordt ingepland na het mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V.


Standpunt Nederlandse regering

Het kabinet kan zich vinden in een systeem waarin op grond van objectieve criteria wordt beoordeeld of er sprake is van een crisis en op grond waarvan een lidstaat vervolgens gebruik mag maken van de voorzieningen in dit voorstel. Hierbij ziet het kabinet wel een risico dat lidstaten op dit punt te afhankelijk worden van het oordeel van de Commissie.

Verder vraagt het kabinet zich af of het raadzaam is om steeds uit te gaan van een individuele beoordeling per lidstaat. Het is goed denkbaar dat een crisissituatie zich in meerdere lidstaten tegelijk voordoet, waarbij het de voorkeur kan hebben dat de Commissie de beoordeling in één beslissing voor meerdere, of het geheel aan lidstaten maakt. Dit zal het kabinet in de bespreking van dit voorstel dan ook onder de aandacht brengen.

Het kabinet zet serieuze vraagtekens bij de voorgestelde uitbreiding van groepen die in een crisissituatie onderdeel zijn van herplaatsing binnen het solidariteitsmechanisme, zoals bijvoorbeeld vreemdelingen in de grensprocedure en illegaal verblijvende derdelanders.

Het kabinet kan instemmen met de voorgestelde mogelijkheden om in crisissituaties de termijnen te verlengen voor het registreren van een asielaanvraag, het behandelen van een asielaanvraag binnen de grensprocedure en het realiseren van terugkeer binnen de grensprocedure.

Eveneens kan het kabinet instemmen met de voorgestelde bepalingen om enkele termijnen te verlengen als er sprake is van overmacht. De mogelijkheid om de termijnen met betrekking tot over- of terugname door de verantwoordelijke lidstaat te verlengen wordt sterk gewaardeerd. Het kabinet mist in het voorstel wel een uitwerking van het begrip 'overmacht', aangezien dit kan leiden tot verschillende interpretatie van de lidstaten, wat onwenselijk wordt geacht.

Verder is het kabinet van oordeel dat in de Verordening ook de mogelijkheid zou moeten worden opgenomen om in tijden van crises of overmacht verruimingen toe te passen ten aanzien van de beslistermijn, het inrichten van noodopvang en het aanpassen van bestaande opvangvoorzieningen, waarbij deze voorzieningen uiteraard wel moeten blijven voldoen aan de humanitaire basisstandaarden die voortvloeien uit Internationale verdragen. Het kabinet zal zich hiervoor in de onderhandelingen hard maken.

Het kabinet heeft serieuze twijfels bij de toegevoegde waarde en de uitvoerbaarheid van een status van onmiddellijke bescherming. Een dergelijke status geeft recht op de voorzieningen die toekomen aan een subsidiair beschermde. Het kabinet verwacht toenemende financiële en administratieve lasten, alsook meer weerstand tegen terugkeer na afloop van de crisissituatie. Het kabinet staat kritisch ten opzichte van dit voorstel en zal de Commissie vragen om met alternatieve voorstellen te komen.

De Richtlijn Tijdelijke bescherming is sinds de introductie ervan nooit ingeroepen en heeft derhalve geen meerwaarde gehad. Het kabinet steunt daarom het intrekken van deze richtlijn.

De bevoegdheid beoordeeld het kabinet als positief. Het kabinet heeft over het algemeen een positief oordeel ten aanzien van subsidiariteit. Het kabinet is van oordeel dat het thema migratie een Europese uitdaging is die om Europese antwoorden vraagt. Het voorstel voorziet in een aantal maatregelen en voorzieningen om lidstaten in een crisis of overmacht te ondersteunen. Het is van belang dat deze maatregelen en voorzieningen over de gehele EU en voor iedere lidstaat gelijk zijn. De proportionaliteit beoordeelt het kabinet ook als positief.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het voorstel, dat onderdeel is van een serie voorstellen van de Europese Commissie op het gebied van asiel en migratie, heeft als doel enerzijds om meer flexibiliteit te bieden aan lidstaten in tijden van crisis en overmacht en anderzijds om te verzekeren dat het solidariteitsmechanisme zoals omschreven in de voorgestelde verordening inzake asiel- en migratiebeheer (zie E200019) is toegerust op een crisis met een hoog aantal aankomsten van irregulier inreizende migranten en asielzoekers.

Onder 'crisissituatie' verstaat de Europese Commissie in dit voorstel een uitzonderlijke situatie van een massale instroom van personen die irregulier inreizen of worden ontscheept in een zoek- en reddingsoperatie op zee (SAR), van zodanige schaal en aard, dat het systeem van asiel, opvang en terugkeer van een lidstaat wordt ontwricht. Hierbij wordt de verhouding van deze instroom tot de totale populatie en het bnp van de lidstaat in aanmerking genomen. Zulke situaties vallen alleen onder de voorgestelde verordening wanneer is aangetoond dat deze serieuze consequenties heeft voor het functioneren van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS). Ook de dreiging van een dergelijke situatie geldt als 'crisissituatie'.

Lidstaten die van oordeel zijn dat zij zich in een crisissituatie bevinden, kunnen volgens het voorstel bij de Commissie een verzoek indienen om van de bepalingen in deze verordening gebruik te maken. Na goedkeuring door de Commissie mag een lidstaat maximaal zes maanden gebruikmaken van de voorzieningen in deze verordening. Deze termijn kan worden verlengd tot maximaal een jaar.


Behandeling Raad

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen