35.305

Wet bronbelasting 2021



In dit wetsvoorstel wordt per 2021 een bronbelasting geïntroduceerd die van toepassing zal zijn bij een rente- of royaltybetaling door een in Nederland gevestigd lichaam aan een in een laagbelastende jurisdictie gevestigd gelieerd lichaam en in misbruiksituaties. Deze bronbelasting dient ertoe te voorkomen dat Nederland nog langer wordt gebruikt als toegangspoort voor doorstroomactiviteiten naar laagbelastende jurisdicties en om het risico van belastingontwijking door het verschuiven van de (Nederlandse) belastinggrondslag naar laagbelastende jurisdicties te verkleinen.

Het wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2020.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, A) is op 14 november 2019 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: GroenLinks, D66, VVD, SGP, CDA, ChristenUnie, SP, PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, PvdA, PVV en Van Haga.

Tegen: FVD.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 17 december 2019 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Voor: CDA, GroenLinks, D66, ChristenUnie, SGP, VVD, PVV, SP, PvdD, PvdA, OSF en 50PLUS.

Tegen: FVD en Fractie-Otten.

Op 18 november 2019 werd door medewerkers van het ministerie van Financiën voor de commissie een technische briefing over het wetsvoorstel verzorgd.


Kerngegevens

ingediend

17 september 2019

titel

Invoering van een bronbelasting op renten en royalty’s (Wet bronbelasting 2021)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid treden artikel 7.2, onderdelen B en C, en artikel 7.3 in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat artikel 7.2, onderdeel B, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020.
  • 3. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel 7.1 in werking met ingang van 1 januari 2022.

Documenten